Openheid Over Irak
update 8 september 2010  
home
dossiers
databank
in de media
open brieven
persberichten
opinie
forum
doe mee
contact
zoeken

Keihard oordeel
commissie-Davids:
Conclusies
Compleet rapport
Commentaar

Teken hier en
ondersteun ons
 
20059 mensen
gingen u voor
 
plaats ook een
banner op
uw site
Dossiers | Databank | In de Media | Aanvullende bronnen

In deze rubriek kunt u gericht nagaan wat er rond een bepaalde datum over de kwestie–Irak werd gepubliceerd. Er zijn in totaal ca. 450 publicaties beschikbaar, chronologisch gerangschikt van november 2006 tot heden. Alle publicaties worden beknopt beschreven om hun belang ten aanzien van het grotere geheel te duiden, en verwijzen door naar het originele bronmateriaal en andere relevante bronnen. Door langs de publicaties te scrollen krijgt u een indruk van het verloop van de kwestie–Irak in een bepaalde periode. Bent u op zoek naar oudere publicaties, bekijk dan onze Databank.

Jaargangen:
2006 november en december
2007
2008
2009
2010

Jaargang 2009


18 december 2009

• In een column in Trouw stelt Rob de Wijk alvast, met nog negentig jaar te gaan, dat het belangrijkste in deze eeuw niet 11 september was of de oorlogen die kort daarna uitbraken. Het belangrijkste vond plaats op 11 januari 2001: ‘Op die bewuste datum […] werd George W. Bush als 43ste president van de Verenigde Staten van Amerika geïnaugureerd’. Die gebeurtenis is de belangrijkste, aldus De Wijk, omdat het erop lijkt dat onder Bush de ‘Amerikaanse machtspositie verkwanselt werd’. Wie na acht jaar Bush de balans opmaakt moet namelijk vaststellen dat de Verenigde Staten op economisch, politiek en militair gebied aan macht hebben ingeboet. De ‘ongefundeerde’ inval in Irak, die een ‘historische blunder’ werd waaruit een ‘uitweg zonder kleerscheuren’ niet mogelijk is heeft daar een belangrijke bijdrage aan geleverd. De Wijk gelooft niet dat Obama het tij nog kan keren: ‘Dank zij Bush is Obama’s belangrijkste taak voor [het] nieuwe decennium het managen van het verval’.  
Lees het artikel.

 

17 december 2009

• Twee weken geleden stelde de Commissie van Toezicht betreffende de Inlichten- en Veiligheidsdiensten (CTIVD) vast dat Minister Ter Horst van Binnenlandse Zaken de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) in april te vroeg toestemming had gegeven voor het afluisteren van twee journalisten van De Telegraaf(zie hieronder: 4 december). Vandaag bericht nu.nl dat Ter Horst toegeeft dat ze in deze zaak niet goed gehandeld heeft. Tijdens een Kamerdebat erkende de minister ‘dat het achteraf gezien anders had gemoeten’. Ter Horst liet de journalisten afluisteren door de AIVD nadat zij een onthullend artikel hadden geschreven over het falende optreden van de Nederlandse inlichtingendienst in de maanden voor de oorlog tegen Irak (zie hieronder: 28 maart).
Lees het artikel.

 

16 december 2009

• In de Volkskrant maakt correspondent Gert-Jan van Teeffelen onder de kop ‘Tony Blair raakt verstrikt in zijn eigen praatjes’ de balans op voor Tony Blair ten aanzien van de Britse rol in de Irak-oorlog: ‘Hij hamerde op massavernietigingswapens die “binnen 45 minuten” konden worden ingezet’. Inmiddels weten we dat dat die argumenten niet klopten. Van Teeffelen: ‘Maar anders dan destijds staan critici nu in de rij om gehakt van Blair te maken. Het is opmerkelijk hoe diep de ex-premier is gezonken. Veel Britse media noemen hem al jaren een manipulator, ijdeltuit en leugenaar. Afgaande op het Irak-dossier wordt dat met de dag terechter’.
Inmiddels is in het Verenigd Koninkrijk het vijfde Irak-onderzoek op stoom gekomen, en in januari moet de ex-premier zelf verschijnen voor de ‘commissie-Chilcot’. Dat Blair zijn volk misleid heeft wordt algemeen aangenomen; de vraag is of hij dat bewust deed. In een recent interview met de BBC zei Blair de inval van Irak sowieso juist te vinden, ook al werden de als reden opgevoerde wapens nooit gevonden. Wat hem betreft hadden ook andere argumenten tot dat besluit geleid. Had Blair dat in 2003 zo gesteld, dan had het Lagerhuis nooit ingestemd met de Britse steun aan de oorlog, stellen politici. Harder reageert Ken MacDonald, tot 2008 de hoogste Britse aanklager, die spreekt van een ‘schande van epische proporties’, en Blair een ‘narcist’ noemt ‘het Britse volk een oorlog aansmeerde die niemand wilde.’
Het artikel is ook een eerbetoon aan Robin Cook, minister van Buitenlandse Zaken ten tijde van de besluitvorming over Irak, en verklaard tegenstander van Blair. Cook nam daags voor het uitbreken van de oorlog ontslag omdat hij geen verantwoordelijkheid kon dragen voor een oorlog ‘zonder internationale overeenstemming of steun in eigen land’. Hij kreeg gelijk. Van Teeffelen stelt de vraag of Blair ‘nog enige klasse toont door [tijdens zijn getuigenis] Robin Cook krediet te geven’.
Lees het artikel.

• Premier Balkenende beantwoordt de schriftelijke vragen die GroenLinks twee dagen eerder stelde over het rapport van de commissie-Davids. Daaruit blijkt dat het kabinet inmiddels passages met staatsgeheime informatie onder ogen heeft gekregen, maar geen suggesties heeft gedaan om daarin te schrappen. Wat het kabinet er wél mee heeft gedaan, blijft helaas onduidelijk.
Lees de vragen en antwoorden.

• In Londen hoorde de commissie-Chilcot vandaag Nigel Sheinwald, John Sawers en Desmond Bowen, alle drie hoge Britse ambtenaren aangaande buitenlandse zaken of defensie tijdens de inval in Irak of daarna. Zie ons speciaal dossier The Iraq Inquiry voor publicaties over de hearings.
Naar het dossier.

• In een column voor NRC Handelsblad schrijft Henk Hofland dat ‘Oorlogen in verre landen door onze binnenlandse politiek [spoken]’. Dat geldt voor de Nederlandse missie in Uruzgan, die inmiddels een heet politiek hangijzer is geworden, en dat geldt voor de oorlog in Irak, waarover de commissie-Davids 12 januari haar rapport presenteert. Over de periode na het rapport is Hofland cynisch: ‘Ik voorzie lange, heftige debatten die geen resultaat zullen hebben’.
Lees het artikel.

 

15 december 2009

NRC Handelsblad kiest de installatie van de commissie-Davids tot politieke hoogtepunt van 2009. In een kort filmpje op NRC.TV motiveert Joost Oranje, chef politieke redactie, de keuze als zijnde het beste voorbeeld van het functioneren van onze democratie in het afgelopen jaar. Hij herinnert aan het gevoelige onderwerp dat de Nederlandse steun aan de Irak-oorlog sinds 2003 nog altijd is, ‘waarover in het politieke debat nauwelijks gesproken is omdat premier Balkenende dat niet wilde’. Ook bij de formatie van het huidige kabinet werd de kwestie-Irak ‘afgetimmerd’. Maar dankzij maatschappelijke druk, media-aandacht, buitenlandse onderzoeken, en een ‘heel beslissend duwtje’ door de Eerste Kamer ‘is het dan toch gelukt’ en ‘deed de democratie uiteindelijk tóch zijn werk’, aldus Oranje. In dezelfde video maakt NRC ook het slechtste politieke moment van 2009 bekend.
Bekijk de video.

• In Londen hoorde de commissie-Chilcot vandaag Jeremy Greenstock, na de inval in Irak Brits speciale afgevaardigde voor Irak. Zie ons speciaal dossier The Iraq Inquiry voor publicaties over de hearings.
Naar het dossier.

 

14 december 2009

• De Nederlandse inlichtingendiensten wisten ruim voor de Irak-oorlog dat Irak geen chemische wapens meer bezat. Die vaststelling komt uit de mond van voormalig TNO’er Jan Medema, autoriteit op het gebied van chemische wapens, in een interview met het webzine re.Public. Medema was goed bekend met een aantal VN-wapeninspecteurs en beschikte over informatie uit de eerste hand. De installaties die Irak nodig had voor de productie van chemische wapens waren na de Golfoorlog allemaal opgeruimd onder leiding van de Nederlander Coos Wolterbeek, die daarna voor de NATO en de AIVD of MIVD werkte. Medema, die niet uitgenodigd werd door de commissie-Davids, zegt zich in 2002–2003 dan ook zeer verbaasd te hebben over de discussie over Iraks vermeende wapens. ‘De Nederlandse overheid kon dus goed op de hoogte zijn. Of ze die kennis ook gebruikt hebben, is een tweede.’ Op 17 december publiceert re.Public meer over dit onderwerp.
Het interview geeft ook een scherp beeld van de destijds bij de media bestaande vooringenomenheid. Een opmerkelijk citaat uit re.Public: Medema weet nog goed hoe hij, toen de oorlog uitbrak, in de auto gebeld werd door de NOS: of hij ’s avonds in de studio uitleg kon geven over de chemische wapens van Saddam Hoessein: ‘Ik zei dat is goed, maar Irak heeft helemaal geen chemische wapens. Die journaliste antwoordde dat Bush en Blair het toch niet bij het foute eind konden hebben. We hielden beiden aan ons standpunt vast. Mijn vrouw luisterde mee en zei: je wordt nooit meer uitgenodigd. Dat klopte.’
Lees het artikel.

• In een uitermate kritisch artikel in de Times Online neemt Ken Macdonald, ten tijde van de inval in Irak officier van justitie in Groot-Brittannië, alvast een voorschot op de uitkomst van de commissie-Chilcot. In klare taal noemt hij Blairs besluit Irak binnen te vallen een ‘foreign policy disgrace of epic proportions’. De oorzaak voor deze schande is volgens Macdonald evident: ‘Blair’s fundamental flaw was his sycophancy towards power’. Blair zou zich hebben laten verleiden door de Amerikaanse ‘glamour’. Daarom noemt de voormalige officier van justitie Blair ‘zwak’. Macdonald twijfelt echter of de commissie-Chilcot deze duidelijke waarheid zal weten bloot te leggen, want de druk vanuit het establishment om niet uit de school te klappen is groot en tot nu toe vindt hij het optreden van de commissie ‘unchallenging’. De commissieleden staan volgens Macdonald daarom voor een duidelijke keuze: ‘they can be loyal to the Establishment or they can expose the subterfuge’.
Lees het artikel.

 

12 december 2009

• In een interview met de BBC dat morgen wordt uitgezonden zegt de voormalige Britse premier Tony Blair dat zijn land ook zonder bewijzen voor massavernietigingswapens (MVW’s) Irak zou zijn binnengevallen. In dat geval zou hij een andere reden hebben opgegeven om de oorlog te rechtvaardigen en het publiek en parlement achter de inval te krijgen, schrijft de Guardian.
In het interview beweert Blair dat de dreiging die van Saddam Hussein uitging voor de regio voor hem het leidende argument was om Saddam af te zetten. Maar al in juli 2002, acht maanden voor het begin van de oorlog, werd Blair duidelijk gemaakt dat ‘regime change’ geen wettelijke basis vormde voor de inval. In september van dat jaar publiceerde de Britse regering een rapport als bewijs dat Irak over MVW’s beschikte, en die zelfs binnen 45 minuten zou kunnen inzetten. Dat rapport bleek later volledig onjuist. Nu zegt Blair dus dat dat bewijs helemaal niet nodig was voor de inval.
In januari 2010 wordt Blair gehoord in het vijfde Irak-onderzoek dat op dit moment in het Verenigd Koninkrijk wordt gedaan naar de Britse betrokkenheid bij de oorlog. Inmiddels is duidelijk dat Blair al in april 2002 aan president Bush heeft laten weten bereid te zijn de VS te helpen om Saddam af te zetten, en daarvoor militaire middelen in te zetten als de route via de Verenigde Naties niets opleverde.
Lees het artikel.
Lees het dossier ‘Verenigd Koninkrijk’.
Lees het dossier ‘Verenigd Koninkrijk – The Irak Inquiry’.

 

11 december 2009

• Een alarmerend artikel in de New York Times toont overtuigend aan dat werknemers van de particuliere militaire uitvoerder Blackwater hebben meegeholpen in een aantal van de ‘meest gevoelige’ missies van de CIA in onder meer Afghanistan en Irak. Samen met CIA-medewerkers hebben zij onder andere clandestiene acties op terreurverdachten uitgevoerd, zogenaamde ‘snatch and grab’ operaties, die tot doel hebben verdachten gevangen te nemen of te doden. Ook hebben ze gezorgd voor beveiliging voor het vervoer van terreurverdachten over de hele wereld in het kader van het Amerikaanse rendition-programma. Deze beweringen tekent de krant op uit de mond van zowel voormalige medewerkers van Blackwater als huidige en oud-medewerkers van de CIA. Aanvankelijk was de taak van Blackwater om CIA-medewerkers te beveiligen, maar na verloop van tijd vervaagde het onderscheid tussen de twee en voerden medewerkers van Blackwater als gelijkwaardige partner geheime operaties uit. Een CIA-medewerker noemt Blackwater dan ook een ‘verlengstuk’ van de CIA en beschrijft de band tussen beide organisaties als ‘broederlijk’.
Eerder werd al bekend dat Blackwater, dat overigens al jaren onder vuur ligt wegens wangedrag in Irak, een centrale plek inneemt in het uitvoeren van gerichte sluipmoorden in Pakistan op Taliban- en Al-Qaidaverdachten en assisteert in het plegen van aanslagen met onbemande vliegtuigen, zogenaamde drones.  
Lees het artikel.

 

10 december 2009

• In Londen hoorde de commissie-Chilcot vandaag John Sawers, ten tijde van de inval in Irak buitenlandadviseur van Blair. Zie ons speciaal dossier The Iraq Inquiry voor publicaties over de hearings.
Naar het dossier.

 

9 december 2009

• In Londen hoorde de commissie-Chilcot vandaag zeven Britse generaals, onder wie Frederick Viggers, die van mei tot september 2003 de belangrijkste Britse militaire vertegenwoordiger in Irak was. Zie ons speciaal dossier The Iraq Inquiry voor publicaties over de hearings.
Naar het dossier.

 

8 december 2009

• In Londen hoorde de commissie-Chilcot vandaag onder andere John Scarlett, ten tijde van de inval in Irak hoofd van de Britse inlichtingendiensten Joint Intelligence Committee. Zie ons speciaal dossier The Iraq Inquiry voor publicaties over de hearings.
Naar het dossier.

• Het conservatieve Britse parlementslid Adam Holloway beweert na eigen onderzoek dat de bron van de beruchte ‘45-minuten-claim’ uit september 2002 – de claim dat Saddam Hoessein binnen drie kwartier massavernietigingswapens kon inzetten – mogelijk een Iraakse taxichauffeur was. De chauffeur zou twee jaar eerder een paar Iraakse commandanten op de achterbank hebben gehad die over massavernietigingswapens spraken. Dat schrijft de NOS op haar website. De claim verscheen in september 2002 in een direct flink bekritiseerd rapport van de Britse regering over de dreiging van Saddam. De claim bleek achteraf onjuist. De NOS schrijft verder dat volgens Holloway ‘de regering wanhopig op zoek was naar bewijzen voor de dreiging van de vermeende wapens van Hussein en dat de bron van dit gerucht daarom nooit verder is onderzocht’.
Lees het artikel.

 

7 december 2009

• In Londen hoorde de commissie-Chilcot vandaag Edward Chaplin (in 2004 de eerste Britse ambassadeur in Bagdad), Tim Cross (generaal-majoor tijdens de inval in Irak en later de belangrijkste Britse medewerker bij het Office for Reconstruction and Humanitarian Assistance, het Amerikaanse bureau voor wederopbouw) en Desmond Bowen (hoge ambtenaar bij het ministerie van Defensie). Zie ons speciaal dossier The Iraq Inquiry voor publicaties over de hearings.
Naar het dossier.

 

4 december 2009

• In Londen hoorde de commissie-Chilcot vandaag Anthony Pigott (ten tijde van de Irak-oorlog plaatsvervangend chef van de Britse Defensiestaf), David Wilson (de belangrijkste Britse militaire adviseur bij het US Central Command in Florida, waar de invasie van Irak werd gepland) en Dominic Asquith (directeur ‘Irak’ op Buitenlandse Zaken en later ambassadeur in Bagdad). Zie ons speciaal dossier The Iraq Inquiry voor publicaties over de hearings.
Naar het dossier.

• Minister Ter Horst van Binnenlandse Zaken heeft de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) in april te vroeg toestemming gegeven voor het afluisteren van twee journalisten van De Telegraaf. Dat oordeel velt de Commissie van Toezicht betreffende de Inlichten- en Veiligheidsdiensten (CTIVD), schrijft NRC Handelsblad.
De journalisten publiceerden in maart een explosief artikel over de informatievoorziening van de AIVD aan het kabinet in de aanloop naar de Irak-oorlog (zie hieronder: 28 maart 2009). Zij zouden zich hebben gebaseerd op staatsgeheime informatie, en de AIVD vermoedde een lek in eigen gelederen. Datzelfde gold voor een artikel van een van beiden over het bezoek van de dalai lama aan Nederland, in juni. Pas daarna was het tappen van telefoons legitiem, stelt de CTIVD.
De Irak-publicatie heeft veel stof doen opwaaien (zie hieronder: 18, 19 en 23 juni, 1 juli en 24 november 2009). In juli bepaalde de rechter al dat het volgen van de journalisten moest stoppen. De Telegraaf diende een klacht in bij de CTIVD en eist nu dat minister Ter Horst excuses aanbiedt. Ter Horst heeft laten weten daar niets voor te voelen.
Lees het artikel.

 

3 december 2009

• Michael Boyce – in de periode 2001-2003 chef van de Britse Defensiestaf ­– en Kevin Tebbitt – destijds een hoge ambtenaar op Defensie – werden vandaag gehoord door de commissie-Chilcot. Bekijk ons dossier over The Iraq Inquiry voor een gedetailleerd verslag van de hearing.
Naar het dossier.

 

2 december 2009

• In haar blog op DePers.nl omschrijft Sanne Rooseboom – correspondent voor de krant in Londen – de harde kritiek die tijdens het Britse Irak-onderzoek wordt uitgeoefend op Tony Blair als ‘de wraak van de topambtenaren’. Tony liet zich door George Bush overhalen om op ondeugdelijke gronden een oorlog te beginnen en het onderzoek voorspelt weinig goed voor hem, stelt ze. Tony wist op zijn beurt Jan Peter Balkenende over te halen, en die krijgt op 12 januari het rapport-Davids voor de kiezen. Even hoopte Balkenende, als eerste voorzitter van de Raad van Europese Regeringsleiders, naar Brussel te ontsnappen, schrijft Rooseboom, maar die vlieger ging niet op. ‘Lullig voor hem.’
Lees het artikel.

 

1 december 2009

• In het Verenigd Koninkrijk werden vandaag twee (voormalige) hoge ambtenaren gehoord door de commissie-Chilcot: Edward Chaplin en (opnieuw) Peter Ricketts. Lees wat zij te zeggen hadden in ons speciaal dossier The Iraq Inquiry.
Naar het dossier.

• De World Socialist Web Site publiceert een uitgebreid artikel op basis van recente berichten in de Amerikaanse kranten The Washington Post  en New York Times waaruit blijkt dat zowel in Afghanistan als in Irak nog steeds Amerikaanse black prisons bestaan waar wetteloosheid regeert. Beide kranten beschreven ooggetuigenverklaringen van Afghanen, waaronder minderjarigen, die langdurige illegale opsluiting en vormen van marteling ondergingen zoals we die kennen uit Abu Ghraib. Nog altijd zijn de Amerikanen, Obama incluis, ervan overtuigd dat beide gevangenissen onmisbaar zijn voor het verhoren van zogenaamde high-value detainees.
Wel sloot de president de geheime CIA-gevangenissen. Jarenlang runde de CIA een wereldwijd netwerk van black sites waarlangs veelal gekidnapte ‘hoogwaardige’ arrestanten werden getransporteerd, om buiten het oog van de wereld tot bekentenissen gedwongen te worden. Drie van die black sites lagen in EU-landen – in Polen, Roemenië en Litouwen (zie hieronder: 19 november 2009). Onderzoeken door onder andere de Raad van Europa en het Europees Parlement hebben uitgewezen dat leiders van talloze EU-landen, de EU zelf, en de NAVO, op de hoogte moeten zijn geweest van dit illegale netwerk en de wetteloze praktijken die zich er afspeelden. Alleen al het aantal getraceerde CIA-vluchten naar, van en binnen de EU ligt ver boven de duizend.
Lees het artikel.
Lees het dossier ‘CIA-vluchten en rendition’.

• Voormalig president George Bush heeft bij de VS-invasie van Afghanistan Al-Qaidaleider Osama bin Laden bewust laten ontsnappen’. Dat zei Democratisch Congreslid Maurice Hinchey tegenover de Amerikaanse zender MSNBC, schrijft het AD. Volgens de afgevaardigde uit New York deed de regering-Bush dit ‘omdat zij een bijkomende rechtvaardiging nodig had om Irak binnen te vallen’. Als Bin Laden namelijk al voor de inval in Irak was opgepakt ‘zou de op stapel staande invasie van Irak niet meer verrechtvaardigd kunnen worden’. Op de vraag of hij bewijzen heeft voor zijn pittige uitspraken antwoordde Hinchey ‘kijk naar de feiten’. Daarmee bedoelt hij het een dag eerder verschenen rapport over de ontsnapping van Bin Laden naar Pakistan in december 2001 (zie hieronder: 30 november). Uit het rapport blijkt dat de Verenigde Staten een goede kans om Bin Laden op te pakken hebben laten lopen.
Lees het artikel.

 

30 november 2009

• In Londen hoorde de commissie-Chilcot vandaag David Manning, voormalig adviseur van Tony Blair en (later) Brits ambassadeur in Washington. Lees een uitvoerig verslag van de hearing in ons speciaal dossier The Iraq Inquiry.
Naar het dossier.

• ‘Osama bin Laden verkeerde in december 2001 binnen handbereik van Amerikaanse militairen, maar de regering-Bush verzuimde voldoende middelen in te zetten om hem gevangen te nemen of te doden’. Dat schrijft het Parool naar aanleiding van het verschijnen van een Amerikaans rapport aan de Senaatscommissie voor Buitenlandse Zaken over de aanval op Osama bin Laden in december 2001. Bin Laden kon ‘betrekkelijk gemakkelijk’ vluchtten uit de grotten van Tora Bora ‘omdat de Verenigde Staten minder dan 100 commando’s had ingezet’. De verantwoordelijkheid hiervoor ligt, aldus het rapport, bij toenmalig minister van Defensie Donald Rumsfeld en bevelhebber van het leger Tommy Franks. Zij weigerden extra troepen in te zetten. Dat weigerden zij ondermeer omdat ze eraan twijfelden of Bin Laden wel in Tora Bora aanwezig was. Het rapport concludeert dat die twijfel ‘volstrekt ongegrond’ was: ‘Bin Laden was “binnen bereik” in Tora Bora en de VS beschikte over duizenden manschappen om hem te omsingelen, maar Rumsfeld en Franks kozen ervoor dat niet te doen’. Dat Bin Laden kon ontsnappen heeft ‘grote gevolgen’ gehad, concludeert het rapport: ‘Het uitschakelen van de Al-Qaidaleider zou de internationale terroristische dreiging niet hebben weggenomen, maar de beslissingen die de deur openzetten voor zijn ontsnapping naar Pakistan, hebben hem in staat gesteld zich op te werpen als een symboolfiguur die fanatici blijft inspireren. De blijvende aanwezigheid van Bin Laden heeft de basis gelegd voor de aanhoudende opstand in Afghanistan en het geweld in Pakistan’.  
Lees het artikel.
Lees het rapport.

 

27 november 2009

• In het vijfde Britse Irak-onderzoek was het vandaag de beurt aan Jeremy Greenstock, voormalig Brits ambassadeur bij de Verenigde Naties, om te worden gehoord door de commissie-Chilcot. Lees alles over zijn getuigenis in ons dossier over The Iraq Inquiry.
Naar het dossier.

• In Editie NL zegt SP-Kamerlid Harry van Bommel dat hij de commissie-Davids vraagt of de voormalige Britse ambassadeur in Washington Christopher Meyer bij het Nederlandse Irak-onderzoek betrokken is (zie ook hieronder). In een reactie op de uitzending laat Davids weten het lopende Britse Irak-onderzoek te volgen.
Editie NL werpt ook de vraag op of Davids voldoende bevoegdheden heeft om alle relevante informatie boven tafel te krijgen. Hij kan bijvoorbeeld geen personen onder ede horen of dwingen mee te werken. David Barnauw van het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie zegt dat zijn instituut zonder zulke mogelijkheden een minder gedegen Srebrenica-onderzoek had afgeleverd. Harry van Bommel wijst erop dat de Tweede of Eerste Kamer een parlementaire enquête kan instellen als in januari a.s. de indruk bestaat dat het rapport-Davids onvoldoende is. Een parlementaire-enquêtecommissie heeft de bevoegdheden die Davids mist wél, en Van Bommel is ervan overtuigd dat dan ‘alle feiten op tafel zullen komen’.
Bekijk de uitzending.

• SP-Kamerlid Harry van Bommel vraagt de commissie-Davids vandaag per brief de informatie die naar boven komt in het lopende Britse Irak-onderzoek bij zijn eigen onderzoek te betrekken. Dat schrijft de SP op haar website. Van Bommel wijst in het bijzonder op de uitspraken van de voormalige Britse ambassadeur in Washington Christopher Meyer, die gisteren in Londen werd gehoord. Hij zegt erop te rekenen dat Davids met Meyer spreekt. ‘Anders is het rapport van Davids onvolledig’, aldus Van Bommel.
Lees het bericht.

 

26 november 2009

• Op de derde dag van de hearings van The Iraq Inquiry verscheen vandaag Christopher Meyer, voormalig Brits ambassadeur in Washington, voor de commissie-Chilcot. Een uitvoerig verslag, plus een aantal Britse en Nederlandse artikelen over de hearing, is te vinden in het dossier The Iraq Inquiry op deze website.
Naar het dossier.

 

25 november 2009

• In Londen werden vandaag twee voormalige hoge ambtenaren van het Britse ministerie van Buitenlandse Zaken gehoord door de commissie-Chilcot: Tim Dowse en William Ehrman. Lees wat zij de commissie vertelden in ons dossier over The Iraq Inquiry.
Naar het dossier.  

• In een artikel op de website van de SP gaat Arjan Vliegenthart – Eerste-Kamerlid voor de partij – in op de vraag wat we nu eigenlijk van de commissie-Davids willen weten. Hij behandelt in dit verband drie thema’s: de volkenrechtelijke aspecten van de Nederlandse steun aan de invasie van Irak, de samenwerking met onze bondgenoten en het functioneren van onze inlichtingendiensten.
Aan het feit dat Davids meer tijd voor zijn onderzoek nodig heeft dan aanvankelijk voorzien, tilt Vliegenthart niet zwaar. ‘Kwaliteit moet voor snelheid gaan’, schrijft hij. De vertraging heeft volgens hem alvast één concreet resultaat opgeleverd: ‘De behoefte aan extra tijd haalt de eerdere stellingname van premier Balkenende dat alles al bekend zou zijn, hard onderuit.’
Het artikel verscheen eerder in de Internationale Spectator.
Lees het artikel. 

 

24 november 2009

• Op de eerste dag van de hearings van het vijfde Britse Irak-onderzoek (The Iraq Inquiry) verschenen vier (voormalige) hoge ambtenaren voor de commissie-Chilcot: Simon Webb, William Patey, Peter Ricketts en Michael Wood. ‘Openheid over Irak’ houdt een speciaal dossier bij, waarin de actuele ontwikkelingen in The Iraq Inquiry op de voet worden gevolgd aan de hand van publicaties in Britse en Nederlandse media. Het dossier bevat verder uitvoerige achtergrondinformatie over het onderzoek en de commissie-Chilcot.
Bekijk het dossier over The Iraq Inquiry.

• Bij Telegraaf-journaliste Jolande van der Graaf zijn geen staatsgeheime documenten van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) gevonden. Dat schrijft de Telegraaf.
De Graaf publiceerde eerder dit jaar een explosief artikel over de informatievoorziening van de AIVD aan het kabinet in de aanloop naar de Irak-oorlog (zie hieronder: 28 maart, 18, 19 en 23 juni en 1 juli 2009). Justitie verdenkt een medewerkster van de AIVD en haar partner van het lekken van staatsgeheime informatie naar De Graaf. De journaliste zag afgelopen zomer haar computers en documentatie in beslag genomen. Daarin is echter geen staatsgeheime informatie aangetroffen, blijkt nu.
De Graaf blijft voorlopig niettemin verdachte in de zaak, die veel stof heeft doen opwaaien. Zo werden De Graaf en andere vermeende betrokkenen van de krant op dubieuze gronden afgeluisterd door de AIVD, en loopt er een onderzoek naar onrechtmatige intimidatie van de partner van de AIVD-medewerkster tijdens ondervragingen door de rijksrecherche.
Lees het artikel.

 

23 november 2009

• In The Guardian onthult correspondente Afua Hirsch de naam van een van de mensen waarmee de commissie-Davids onlangs heeft gesproken. Het is de bekende Britse advocaat Philippe Sands, die internationaal recht doceert aan de universiteit van Londen. Sands staat bekend als een fel tegenstander van de Amerikaans-Britse inval van de invasie van Irak, die hij als een zware schending van de internationale rechtsorde beschouwt.
Hirsch wijst er in haar artikel op dat de commissie-Davids kennelijk serieuze aandacht besteedt aan de vraag of de invasie van Irak al dan niet rechtmatig was. Ook het feit dat rechtsdeskundigen van naam – en zelfs tegenstanders van de oorlog – deel uitmaken van de commissie wijst in die richting.
Dát Davids veel werk maakt van het volkenrechtelijke aspect van de oorlog is niet meer dan logisch, meent Hirsch, al was het maar omdat premier Balkenende zich in maart 2003 beriep op de destijds al zeer omstreden volkenrechtelijke redenering van de Britse regering. Des te schrijnender is dat in het Verenigd Koninkrijk de angst bestaat dat de commissie-Chilcot, die morgen aan een lange reeks hearings begint in het kader van het vijfde Britse Irak-onderzoek, weinig aandacht aan dit wezenlijke aspect zal besteden. Het feit dat de Britse onderzoekscommissie geen vooraanstaande juristen telt geeft te denken, schrijft Hirsch.
Het rapport van de commissie-Davids, dat op 12 januari 2010 verschijnt, zou weleens nog meer druk op Chilcot kunnen leggen om de volkenrechtelijke dimensie tot in detail te analyseren, meent ze. Zeker is dat de Britse politiek de conclusies van Davids met grote belangstelling tegemoet ziet.
Lees het artikel.

 

21 november 2009

• De oorlog tegen Irak mislukte omdat de Coalition of the Willing geen plan had voor de opbouw van een ‘nieuw Irak’; Saddam Hoessein werd slechts verslagen omdat hij een derderangs leger had; en Tony Blair misleidde het Britse parlement en de bevolking. Het zijn enkele van vele bittere conclusies in een stapel geheime documenten van het Britse ministerie van Defensie die zijn uitgelekt naar The Sunday Telegraph. Zusterkrant The Daily Telegraph wijdt er meerdere publicaties aan.
De documenten – door de krant aangeduid als The Iraq war files – bestaan uit tientallen ‘post-operational reports’ van Britse commandanten en twee rapporten van het leger over de lessen die moeten worden getrokken uit de feitelijke oorlog en de bezetting van Irak. In de gedetailleerde documenten uiten de militairen hun woede en frustratie over de ‘ontstellende’ blunders van de regering-Blair, die in hun ogen een belangrijke oorzaak zijn van de mislukking van de oorlog tegen Irak. Ook de regering-Bush en het Amerikaanse opperbevel krijgen genadeloze kritiek.
Onderstaande links voeren respectievelijk naar een uitvoeriger beschrijving van de documenten door ‘Openheid over Irak’ en naar een beknopte introductie van de gelekte rapporten en andere documenten in The Daily Telegraph. Volg de links op laatstgenoemde pagina om de documenten te lezen, alsmede de artikelen die de krant aan de kwestie wijdt.
Lees de uitvoeriger beschrijving.
Lees de introductie.

 

19 november 2009

NRC Handelsblad schrijft op basis van de Amerikaanse bronnen ABC News en The Washington Post dat de locatie van een geheime CIA-gevangenis in Litouwen zou zijn getraceerd (zie hieronder: 21 en 25 augustus 2009). De gevangenis bevond zich in een voormalige manege, die in maart 2004 door een Amerikaans bedrijf werd gekocht, ingrijpend verbouwd, en van de buitenwereld afgegrendeld. In november 2005 werd de gevangenis gesloten nadat het bestaan van geheime CIA-gevangenissen bekend was geworden. Eerdere berichten wezen erop dat de geheime CIA-vluchten naar en van Litouwen waren ontdekt. De gevangenis, waar tenminste acht uit Afghanistan overgevlogen verdachten werden vastgehouden en ondervraagd, werd in 2007 verkocht aan de Litouwse staat. Nadat ABC News in augustus over de gevangenis berichtte, startte Litouwen een parlementair onderzoek. Litouwen is na Polen en Roemenië het derde Europese land dat een geheime gevangenis op zijn grondgebied toestond.
Lees het artikel.
Lees het dossier ‘CIA-vluchten en rendition’.

 

14 november 2009

• Het Britse ministerie van Defensie onderzoekt 33 klachten van Irakezen die stellen door Britse militairen in Irak te zijn gemarteld, seksueel misbruikt of anderszins vernederd of mishandeld. Dat schrijft The Independent. Sommige beschuldigingen doen sterk denken aan de marteling en mishandeling van gevangenen door Amerikaanse bewakers in de beruchte Abu Ghraib-gevangenis. In een brief aan het ministerie wijst de advocaat van de Irakezen er op dat Groot-Brittannië en de VS samen ‘nieuwe technieken’ voor de behandeling van gevangenen ontwikkelden, en spreekt hij zijn bezorgdheid uit over de schijnbare overeenkomst in gevallen van seksuele vernedering van Amerikaanse en Britse gevangenen.
Britse militairen zijn vaker beschuldigd van wangedrag in Irak. Dat leidde onder meer tot een bekentenis van een korporaal, schikkingen en openbaar onderzoek. De nieuwe zaken zijn aanhangig gemaakt na het vertrek van de Britten uit Irak, eerder dit jaar.
Lees het artikel.

 

13 november 2009

• In Pauw & Witteman licht Pieter van Vollenhoven zijn eerdere pleidooi voor een wettelijke onderbouwing van onafhankelijke onderzoeken (zie hieronder: 12 november) helder en met gevoel voor humor toe. Journalist Frénk van der Linden stelt hem enkele kritische vragen over het Irak-onderzoek van de commissie-Davids.
Bekijk de uitzending.

 

12 november 2009

• Bijna honderd media berichten vandaag over opmerkelijke uitspraken die Pieter van Vollenhoven gisteravond deed na afloop van de door hem uitgesproken Dr. Sicco Mansholtlezing. Van Vollenhoven sprak openlijk zijn twijfels uit over de onafhankelijkheid van het onderzoek naar ‘Irak’, zoals dat door de commissie-Davids wordt uitgevoerd, en van het lopende onderzoek naar de val van DSB. Volgens Van Vollenhoven is onafhankelijkheid alleen gegarandeerd bij onderzoekscommissies die kunnen steunen op wetgeving en de daarin vastgelegde bevoegdheden. Als voorbeelden  noemde hij de Onderzoeksraad voor Veiligheid, waarvan hij zelf voorzitter is, en een parlementaire enquêtecommissie. Over de lopende onderzoeken zei hij: ‘Het kan slagen, het kan mislukken. De onderzoekers zijn volledig afhankelijk van wat de mensen vrijwillig tegen hun willen zeggen. Garanties heb je niet.’
Ook memoreerde Van Vollenhoven dat de wet die onderzoek van zijn eigen raad legitimeert in eerste instantie ruimte bood aan drie ministers die in de onderzoeksconclusies konden schrappen. Die beperking is verwijderd. Ook de commissie-Davids kreeg in eerste instantie te maken met een voor censuur gevoelig protocol (zie hieronder: 25 en 26 maart 2009). Pas na een spoeddebat in de Tweede Kamer werd dat goeddeels teruggedraaid (zie hieronder: 1 en 9 april 2009).
Lees het artikel in NRC Handelsblad.
Lees het artikel in de Volkskrant.

 

11 november 2009

• Op 20 maart 2003 verklaarde premier Balkenende dat het ‘hoogste doel’ van de juist begonnen Irak-oorlog was: ‘Vrijheid en veiligheid, ook voor de inwoners van Irak zelf.’ Zoals bekend hield de Coalition of the Willing, waartoe ook Nederland behoorde, er over het bereiken van dit doel een buitengewoon optimistische opvatting op na. Een plan voor de vormgeving van het ‘nieuwe Irak’ dat die naam waardig was bestond niet en werd kennelijk overbodig geacht. De troepen zouden met open armen worden ontvangen en na een aantal maanden worden teruggetrokken, een vrij en democratisch Irak achterlatend dat een voorbeeld voor het hele Midden-Oosten was.
Zoals bekend kwam de Coalition, en zeker de bevolking van Irak, van een koude kermis thuis. De invasie van Irak bleek een roekeloze gok die volstrekt verkeerd uitpakte, een scenario waarvoor van vele kanten was gewaarschuwd.
Zelfs ruim 6,5 jaar na dato is het met de ‘vrijheid en veiligheid voor de inwoners van Irak zelf’ nog altijd uiterst somber gesteld, blijkt uit een alarmerend persbericht van de EU. Tot de wantoestanden die de EU signaleert behoren het ontbreken van eerlijke rechtspraak, de herinvoering van de doodstraf, het martelen van verdachten om ‘bekentenissen’ af te dwingen en willekeurig geweld tegen minderheids- en andere kwetsbare groepen (religieuze en sociale minderheden, homoseksuelen en kinderen). Verder lopen velen (onder meer journalisten, vakbondsmedewerkers, advocaten, politici en anderen die zich inzetten voor mensen- en vrouwenrechten, en met name de vrouwen onder hen) het risico ontvoerd of vermoord te worden. De EU roept de regering van Irak op de vrijheid van meningsuiting te respecteren en aan de gesignaleerde wantoestanden een eind te maken.
Lees het persbericht.

 

5 november 2009

• Graig Murray, voormalig Brits ambassadeur in Oezbekistan (en tegenwoordig rector van de Universiteit van Dundee), voegt in een lezing voor studenten een gruwelijk hoofdstuk toe aan wat bekend is over de extraordinary rendition-praktijken van de CIA. Hij vertelt dat ‘terreurverdachten’ door de CIA in Tashkent werden afgeleverd, waar de lokale veiligheidsdienst hen net zo lang martelde tot ze ‘bekenden’ (voorzover ze het overleefden). Zowel de Britse als de Amerikaanse regering oordeelde dat het om een legale procedure ging, en beide landen maakten gebruik van de bekentenissen.
Murray werd zich er gaandeweg van bewust dat de CIA gebruikmaakte van een internationaal netwerk van geheime gevangenissen. Zo kwam volgens hem negentig procent van de verdachten die in de geheime CIA-gevangenis in Polen werden vastgehouden vervolgens in Oezbekistan terecht. De ambassadeur verloor in 2004 zijn baan, nadat hij publiekelijk ageerde tegen deze wantoestanden.
Lees het artikel en bekijk de video’s.

 

4 november 2009

• Een rechtbank in Milaan heeft 23 CIA-medewerkers veroordeeld tot vijf c.q. acht jaar gevangenisstraf wegens betrokkenheid bij het extraordinary rendition-programma van de dienst. Dat schrijft de Volkskrant. De 23 waren betrokken bij de ontvoering van een Egyptische geestelijke in Milaan in februari 2003. De geestelijke werd naar Egypte overgebracht, waar hij naar eigen zeggen is gemarteld. De CIA-medewerkers zijn bij verstek veroordeeld; de VS weigert hen uit te leveren. Twee Italiaanse betrokkenen gaan wel de cel in, voor drie jaar.
Lees het artikel.

 

31 oktober 2009

• In zijn column Opklaringen in NRC Handelsblad over de kansen van Balkenende (en Blair) op het voorzitterschap van de Europese Raad raakt Marc Chavannes aan een belangrijk punt: ‘Het ook genoemde contra-Blair argument, te veel geassocieerd met de Irak-oorlog, geldt in mindere mate ook voor JPB. Wel rustig dat het onderzoek van de commissie-Davids naar de Nederlandse betrokkenheid bij die oorlog nog even niet af is.’
Het feit dat Chavannes hier niet verder op in gaat, maakt zijn opmerking niet minder relevant. De vraag is waarom politici die het internationaal recht aan hun laars hebben gelapt, en jarenlang hebben geweigerd daarvoor verantwoording af te leggen, in aanmerking kunnen komen voor een Europese (top)functie. De tweede vraag is waarom de media Blair en Balkenende niet naar die maatstaf beoordelen: weten ze het niet, vinden ze het niet belangrijk, of bestaan er andere redenen voor hun zwijgen?
Lees het artikel.

 

14 oktober 2009

• De Onderzoekscommissie Irak (de commissie-Davids) biedt op 12 januari 2010 haar eindrapport aan. Dat maakte de commissie vandaag bekend in een persbericht. De aanbieding aan de betrokken ministers vindt plaats om 10.00 uur op een nader te bepalen locatie in Den Haag. Aansluitend vindt een persconferentie plaats met commissievoorzitter mr. Willibrord Davids.
Lees het persbericht.

 

18 september 2009

• Zoals onlangs aangekondigd (zie hieronder: 9 september 2009) stuurt premier Balkenende een brief van Willibrord Davids door naar de Kamer, waarin deze het uitstel van het rapport van zijn commissie toelicht. Davids kondigt aan dat het rapport tussen 15 december en 15 januari a.s. zal verschijnen, en dat hij medio november een preciezer datum zal kunnen bepalen.
Lees de brief van Davids.

 

16 september 2009

• Het kabinet-Balkenende IV is recordhouder ‘commissies instellen’, schrijft De Pers. Dat is opmerkelijk, want al jaren bestaat grote weerstand tegen dit Haagse instrument, dat de afgelopen tien jaar maar liefst 350 maal werd ingezet. Uit het artikel blijkt dat kabinetten tal van verkapte belangen hebben bij het installeren van commissies, die weliswaar de indruk wekken dat er ‘iets is opgelost’, maar de mogelijkheid openhouden om zaken bij het oude te houden. Oud-minister Wim Deetman (CDA), lid van de Raad van State, stelt zelfs dat het voorkomt dat een commissie als opdracht meekrijgt dat er niets uit mag komen.
Meestal streeft het kabinet met het instellen van een commissie een concreet politiek doel na. In het artikel worden vijf doelen genoemd: als alibi voor impopulaire maatregelen, om meningsverschillen binnen de coalitie te verdoezelen, om invloed uit te kunnen oefenen op de uitkomst, om kwesties af te voeren, of om een probleem in de ijskast te zetten.
In het artikel wordt de commissie-Davids, die de Nederlandse besluitvorming tot steun aan de Irak-oorlog onderzoekt, in de laatste categorie geplaatst. Zowel oud-Europarlementariër Hans Blokland (ChristenUnie) als oud-commissaris van de Koningin Jan Terlouw (D66) noemen het instellen van ‘Davids’ ‘een puur politieke beslissing’. Rond de kwestie-Irak was de spanning dermate hoog opgelopen dat het kabinet er ‘iets mee moest’. Terlouw: ‘Of zo’n commissie helpt, weet ik niet, maar het is in ieder geval even uitgesteld.’ Wat dat waard is blijkt alleen al uit de peilingen, die uitwijzen dat verkiezingen op dit moment desastreus zouden uitpakken voor de coalitiepartijen CDA en PvdA.
Wim Deetman verwacht dat de behoefte aan commissies zal blijven groeien, en brak op een recent seminar een lans voor een parlementair onderzoek als geëigender instrument. ‘Op dat punt is er sprake van een zekere lafheid’, zei hij, in het midden latend of hij daarbij doelde op het lopende Irak-onderzoek. Oud-Kamerlid Lansink (CDA) meent onomwonden dat het afgelopen moet zijn met het ‘parkeren van heikele onderwerpen’, waar de commissie-Davids volgens hem het bekendste voorbeeld van is. De op tal van gebieden heersende onrust in de samenleving vergt volgens hem minder wegduiken en meer leiderschap van het kabinet en de Tweede Kamer.
Lees het artikel.

 

9 september 2009

• Premier Balkenende beantwoordt Kamervragen van Alexander Pechtold (D66) met betrekking tot het aangekondigde uitstel van het rapport van de commissie-Davids (zie hieronder: 2 september). De premier kondigt onder andere een brief aan, waarin voorzitter Willibrord Davids de redenen voor het uitstel nader zal motiveren.
Lees de antwoorden. 

 

4 september 2009

• Het beveiligingsniveau van de website van de commissie-Davids is ondermaats, schrijft NU.nl. Hierdoor zou ‘gevoelige informatie van de commissie-Davids op straat liggen’. Het computerbeveiligingsbedrijf Fox-IT, dat de website op verzoek van het Algemeen Dagblad onderzocht, stelt dat ‘gegevens die bijvoorbeeld klokkenluiders, getuigen en andere betrokkenen aan de commissie hebben verzonden gemakkelijk zijn te onderscheppen’. Het bedrijf spreekt zijn verbazing uit over het feit dat de website geen gebruik maakt van een veilige verbinding of versleuteling. Hierdoor zouden bijvoorbeeld inlichtingendiensten over de verzonden informatie kunnen beschikken. Volgens woordvoerder Rob Sebes van de commissie-Davids heeft de website ‘het vereiste niveau’, maar zal de beveiliging nader onderzocht worden.
Lees het artikel.

 

2 september 2009

• Het rapport van de commissie-Davids zal niet op de richtdatum van 1 november 2009 klaar zijn, schrijft NRC Handelsblad. De grote hoeveelheid informatie waarmee de commissie te maken kreeg is hiervan de reden. Niet alleen werd gesproken met direct betrokken politici en ambtenaren, ook kreeg de commissie meters dossiers te verwerken, waaronder ambtelijke notities en de notulen van de Ministerraad. Daarnaast meldden zich tachtig personen met informatie. Een laatste vertragende factor was de hartkwaal van voormalig minister van Buitenlandse Zaken De Hoop Scheffer. Hierdoor kon één van de hoofdrolspelers in het dossier-Irak nog niet worden gehoord. De commissie-Davids verwacht het rapport vlak voor of vlak na het Kerstreces te kunnen afronden.
Lees het artikel.

 

25 augustus 2009

• De Litouwse presidente Dalia Grybauskaite heeft aangekondigd dat Litouwen de berichten over een geheime CIA-gevangenis in haar land zal laten onderzoeken (zie hieronder: 21 augustus), aldus DAG.nl. Polen en Roemenië, de twee andere landen die zo’n gevangenis op hun grondgebied hebben gehuisvest, deden dat nog niet. Voorzitter van de Europese Commissie Barroso zei te hopen op ‘een zo snel mogelijk onpartijdig onderzoek’ van de drie landen.
Lees het artikel.

 

21 augustus 2009

RTL Nieuws gaat bij de Raad van State in hoger beroep tegen een uitspraak van de Amsterdamse rechtbank (zie hieronder: 9 juli 2009). Die oordeelde in juli dat het ministerie van Algemene Zaken terecht geweigerd had om notulen van de Ministerraad met betrekking tot de Nederlandse steun aan de Irak-oorlog openbaar te maken.
Volgens RTL Nieuws is die uitspraak strijdig met de wet én met jurisprudentie. Adjunct-hoofdredacteur Pieter Klein: ‘Wij vinden het onnavolgbaar dat op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) helemaal niets openbaar wordt gemaakt. Het is ons een principestrijd waard, want waar hebben we die Wob eigenlijk voor?’ Dat de commissie-Davids inmiddels onderzoek doet naar de Nederlandse besluitvorming, en daarbij inzage heeft gekregen in de notulen van de Ministerraad, vindt Klein irrelevant: ‘Het kan toch niet zo zijn dat een commissie in een achterafkamertje bepaalt wat we wel en niet mogen weten? Daar hebben we toch een wet voor?’
Lees het artikel.

• De Amerikaanse inlichtingendienst CIA heeft in Litouwen over een geheime gevangenis kunnen beschikken waar ontvoerde terreurverdachten werden vastgehouden en ondervraagd, en wellicht gemarteld. Dit schrijft de Volkskrant naar aanleiding van berichtgeving door het Amerikaanse televisieprogramma ABC News, waarin voormalige CIA-medewerkers werden geciteerd. De gevangenis zou zich aan de rand van de hoofdstad Vilnius hebben bevonden, en tot acht gevangenen hebben gehuisvest, die er meer dan een jaar zouden hebben vastgezeten. Eind 2005 werden zij verplaatst nadat de CIA-vluchten naar en van Litouwen in het oog begonnen te lopen. In Europa beschikte de CIA ook in Polen en Roemenië over geheime gevangenissen.
Lees het artikel.
Lees het dossier ‘CIA-vluchten en rendition’.

 

9 juli 2009

• De door RTL Nieuws verlangde openbaarmaking van de notulen van de Ministerraad over de Nederlandse steun aan de Irak-oorlog komt er niet (zie hieronder: 27 en 29 mei 2009). Aldus beschikte de rechtbank in Amsterdam in een door RTL Nieuws op grond van de Wob (Wet openbaarheid van bestuur) aangespannen zaak. Volgens de rechtbank is de vertrouwelijkheid van overleg in de Ministerraad een voorwaarde voor het goed kunnen functioneren van die raad, en om die reden van groter belang dan het goed functioneren van de Wob, zelfs al gaat het in dit geval om betrokkenheid bij een omstreden oorlog. De rechtbank meent ook dat het vrijgeven van de notulen zicht zal geven op ‘persoonlijke beleidsopvattingen’ van ministers. Ook het door Balkenendes ministerie in stelling gebrachte argument dat openbaarmaking de diplomatieke betrekkingen met andere landen kan schaden, werd door de rechtbank gehonoreerd.
Adjunct-hoofdredacteur Pieter Klein reageert bitter op de uitspraak: ‘Het wil er bij ons niet in dat de Ministerraad niet meer kan functioneren als zulke feiten gewoon in de openbaarheid komen. Waarom kan in de hele wereld informatie publiek worden gemaakt en hier niet? […] Je moet je nu afvragen wat het wettelijk recht op openbaarheid voorstelt als het er echt op aankomt.’
RTL Nieuws noemt het verder 'buitengewoon curieus' dat zelfs geen informatie wordt gegeven over onderwerpen die niets met bovenstaande bezwaren te maken hebben, zoals de vraag wat het kabinet destijds wist over Iraks massavernietigingswapens, of de vraag over welke juridische adviezen het kabinet kon beschikken. Het programma overweegt de zaak voor te leggen aan de Raad van State.
Lees het artikel.

 

3 juli 2009

OnJo, het samenwerkingsverband van programma’s op het gebied van de onderzoeksjournalistiek, gaat op haar website in op het door minister Ter Horst toegezegde onderzoek naar de vraag of de AIVD het stempel ‘staatsgeheim’ niet te ruimhartig hanteert (zie hieronder: 1 juli 2009). OnJo was de aanjager van het debat over deze kwestie, die door de PvdA in de Kamer aan de orde werd gesteld.
Lees het bericht.

 

1 juli 2009

• De Commissie van Toezicht op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (CTIVD) start een onderzoek naar de ruimhartigheid waarmee de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) bepaalde informatie tot staatsgeheim verklaart. Dat heeft minister van Binnenlandse Zaken Guusje ter Horst in debat met de Tweede Kamer toegezegd, zo schrijft NRC Handelsblad. Volgens Ter Horst worden jaarlijks duizenden stukken van dat predikaat voorzien. De Kamer wil van de minister weten welke maatstaven daarvoor gelden, en wie die toepast.
Aanleiding tot de maatregel is de arrestatie van twee (oud-)AIVD’ers en de huiszoeking bij een journaliste, waarbij staatsgeheime informatie in het spel was (zie hieronder: 18 juni 2009). De SP wilde weten of die specifieke informatie terecht als staatsgeheim is aangemerkt, maar Ter Horst verwees dat oordeel naar de rechter.
Lees het artikel.

 

25 juni 2009

De Volkskrant schrijft onder de kop ‘Laat Bos en Verhagen vrijuit praten’ dat Femke Halsema (GroenLinks) wil dat minister Van Middelkoop (Defensie) de geheimhoudingsplicht van beide bewindslieden opheft, zodat zij vrijuit met de commissie-Davids kunnen praten. In 2003 kregen beiden – toen nog fractievoorzitter van respectievelijk PvdA en CDA – staatsgeheime informatie over de inval in Irak. Hetzelfde geldt voor voormalig VVD-fractievoorzitter Van Aartsen. Het naar buiten brengen van zulke informatie is niet toegestaan, maar Halsema bepleit nu een uitzondering: ‘De geheime informatie die Bos, Verhagen en Van Aartsen in 2003 kregen over steun aan de Irak-oorlog kan relevant zijn.’
Lees het artikel.

 

23 juni 2009

• Twee (oud-)medewerkers van de inlichtingendienst AIVD die verleden week werden gearresteerd wegens het lekken van staatsgeheime informatie (zie hieronder: 18 juni 2009), mogen nog twee weken langer worden vastgehouden, meldt Nieuws.nl.
Lees het bericht. 

 

22 juni 2009

• De Amerikaanse president Bush heeft in januari 2003 aan de Britse premier Blair voorgesteld om Irak te provoceren. Dat schrijft de Belgische krant De Standaard. Bush wilde op die manier een legitieme reden creëren voor de geplande inval in Irak, nadat de aanwezigheid van massavernietigingswapens in dat land – de voorgenomen reden voor de inval – niet te bewijzen bleek.
Lees het artikel.

 

20 juni 2009

• Naar aanleiding van de uitzending van Argos van vandaag (zie hieronder) wil GroenLinks van premier Balkenende weten of Nederland rond de inval in Irak in maart 2003 inlichtingen heeft verstrekt aan de Amerikanen, schrijft BN/De Stem. Dit meldde fractieleider Femke Halsema na afloop van de uitzending. Zij kreeg inzage in de documenten die Argos in de uitzending opvoerde. Die tonen aan dat de Fransen en Duitsers aan de vooravond van de oorlog samenwerkten in het verstrekken van cruciale informatie aan de Amerikanen. In de documenten is sprake van samenwerking met andere landen, waaronder landen die ‘politieke steun’ verleenden. Halsema wil van Balkenende weten of hiermee op Nederland gedoeld wordt. Naar verwachting zal Balkenende de vragen niet beantwoorden, maar doorspelen aan de commissie-Davids.
Lees het artikel.

• Het radioprogramma Argos besteedt aandacht aan de militaire steun die diverse NAVO-landen verleend hebben aan de inval in Irak, terwijl die landen zich publiekelijk en politiek juist distantieerden van de oorlog. Argos baseert zich op een aantal geheime overheidsdocumenten die het programma in handen heeft gekregen. Uit de documenten blijkt dat met name de Duitse en Franse inlichtingendiensten aan de vooravond van de inval op 20 maart 2003 intensief hebben samengewerkt bij het vergaren van strategische informatie (zoals het ‘aanwijzen’ van doelen), die de invasie mogelijk moest maken. De informatie was bestemd voor het Amerikaanse Central Command in Qatar. Hoewel dat van Duitsland al bekend was (het Duitse parlement is bezig met een onderzoek naar de kwestie), blijkt nu dat ook Frankrijk – destijds naar buiten toe nog sterker dan de Duitsers gekant tegen de oorlog – in het geheim heeft deelgenomen aan de invasie.
In de documenten is bovendien sprake van samenwerking met andere ‘partijen’. Opmerkelijk is dat daarbij specifiek melding wordt gemaakt van landen die formeel alleen politieke steun verleenden. In de uitzending merkt defensiedeskundige Rob de Wijk op dat dit maar een klein clubje landen betreft, met Nederland als prominent lid. Daarnaast wijst hij op het gedrocht ‘politieke steun’, dat kennelijk als vanzelfsprekend een militaire component omvat – tenzij vitale inlichtingenmissies als ‘politiek’ worden aangemerkt.
Hoe het ook zij, Argos maakt duidelijk dat militaire steun in Europese NAVO-kringen de gewoonste zaak van de wereld was. Zelfs de meest geharnaste tegenstanders van de oorlog speelden een cruciale militaire rol, en er bestond zelfs een gemeenschappelijk protocol. Van Nederland is de militaire betrokkenheid allang bekend. Onder dekking van NAVO-labels als Host Nation Agreement en Operation Enduring Freedom werd militaire steun aan de invasie verleend. De commissie-Davids doet hier onderzoek naar, en zal ongetwijfeld veel belangstelling hebben voor het materiaal waarover Argos beschikt.
Tot slot werpt Argos-redacteur Huub Jaspers een urgente discussie op door het ‘staatsbelang’ van geheimhouding van dergelijke operaties af te zetten tegen het belang van transparantie dat aan de basis staat van onze democratie.
Beluister de uitzending.

 

19 juni 2009

• Op zijn website publiceert De Telegraaf reacties vanuit het kabinet op de arrestatie van twee (oud-)medewerkers van de AIVD en de huiszoeking (en inbeslagname van documenten) bij een Telegraaf-journaliste (zie hieronder: 18 juni 2009). Minister Guusje ter Horst van Binnenlandse Zaken: ‘Journalisten moeten weten dat ze geen staatsgeheimen mogen bezitten of publiceren. […] Krijgen journalisten staatsgeheime informatie aangeboden, dan moeten ze deze weigeren of hiervan aangifte doen bij de politie.’ Vice-premier Bos kan zich voorstellen dat de journalistiek geschokt is over de inval bij de Telegraaf-journaliste, en meent dat de rechter daarover moet oordelen.
Beide ministers onderstrepen dat de arrestatie en huiszoeking op basis van een zelfstandig besluit van het Openbaar Ministerie plaatsvonden. Ter Horst noemt het lekken van informatie vanuit de AIVD ‘heel ernstig’, en zelfs ‘nog ernstiger’ wanneer het staatsgeheime informatie betreft. Over het recente lek bij de dienst spreekt zij in termen van ‘treurig incident’, waarbij het goede nieuws is dat het interne controlesysteem van de dienst klaarblijkelijk functioneert.
Lees het artikel.

De Telegraaf gaat onder de kop ‘Waarom is AIVD zo getergd?’ in op de de arrestatie van twee (oud-)AIVD-medewerkers, en de huiszoeking bij Telegraaf-journaliste Jolande van der Graaf (zie hieronder: 18 juni 2009). De krant reconstrueert het handelen van de AIVD in de opsporing van het lek in de eigen organisatie. In breder verband verdedigt de krant de publicatie van dit soort gevoelige informatie. Meermalen hadden artikelen in de krant vergaande gevolgen voor de krant of haar medewerkers. En nu dus opnieuw. De Telegraaf: ‘Daarmee botste gisteren de hang van de AIVD naar geheimhouding opnieuw op het principe van De Telegraaf dat de publicatie van misstanden het maatschappelijke belang dient.’
Helaas blijft in alle publicaties over deze kwestie ongenoemd waarom de AIVD juist op dit moment haar eigen functioneren in de aanloop naar de Irak-oorlog tegen het licht houdt. Al zes jaar moet bekend zijn dat de dienst destijds geblunderd heeft, en dat dit vergaande gevolgen heeft gehad. Ondanks het feit dat de staatsveiligheid hierdoor ernstig in gevaar is gebracht, is dit gegeven noch voor de dienst zelf, noch voor de regering, aanleiding geweest tot onderzoek. De huidige arrestaties, in verband met diezelfde staatsveiligheid, steken hierbij schril af.
Lees het artikel.

 

18 juni 2009

Trouw bericht dat de rijksrecherche een medewerkster en een oud-medewerker van de inlichtingendienst AIVD heeft gearresteerd. Beiden worden verdacht van het doorspelen van staatsgeheimen aan De Telegraaf, die eruit publiceerde. Bij huiszoekingen werden bij zowel de AIVD-medewerkster als bij Telegraaf-journaliste Jolande van der Graaf geheime documenten aangetroffen.
Justitie verdenkt beide arrestanten ervan de bron te zijn geweest van de informatie die leidde tot de Telegraaf-publicatie ‘AIVD faalde rond Irak’ van 28 maart 2009. In dat stuk werd gesteld dat de AIVD in de aanloop naar de Irak-oorlog ‘klakkeloos buitenlandse inlichtingenrapporten’ had overgenomen en de ondeugdelijke informatie daarin over de aanwezigheid van massavernietigingswapens in Irak zonder enige vorm van controle aan het kabinet had doorgegeven.
Op de huiszoeking bij de Telegraaf-journaliste is vanuit de journalistiek verbolgen gereageerd. Hoofdredacteur Paradijs spreekt van een ‘buitenproportioneel en ontoelaatbaar middel’, en zegt een klacht te zullen indienen tegen de AIVD en het Openbaar Ministerie. Arendo Joustra merkt namens het Genootschap van Hoofdredacteuren op dat Justitie De Telegraaf dankbaar zou moeten zijn omdat de AIVD nu tenminste weet dat de eigen organisatie niet waterdicht is.
Lees het artikel.

 

16 juni 2009

• Ook in Groot-Brittannië gaat een ‘onafhankelijk onderzoek’ van start naar de rol van dat land in de oorlog tegen Irak. Gisteren heeft de regering daartoe een commissie geïnstalleerd, ze meldt NRC Handelsblad. Het onderzoek richt zich zowel op de besluitvorming die leidde tot de Britse deelname aan de oorlog, als op die deelname zelf.
Op het onderzoek wordt, zowel vanuit de bevolking als vanuit het Lagerhuis, al jarenlang aangedrongen. Ondanks een serie eerdere onderzoeken leeft bij veel Britten de overtuiging dat ex-premier Tony Blair het land onder valse voorwendselen ten strijde heeft laten trekken. Blairs opvolger, Gordon Brown, deed eerder de toezegging dat het onderzoek er zou komen zodra de Britten hun troepen uit Irak hadden teruggetrokken. Dat is inmiddels gebeurd.
Op het aangekondigde onderzoek is direct forse kritiek geleverd. Zo wordt het feit gehekeld dat verhoren achter gesloten deuren zullen plaatsvinden, en dat de voorgenomen rapportage pas over een jaar plaatsvindt ... vlak na de voor juni 2010 voorziene Lagerhuisverkiezingen.
Lees het artikel.

 

29 mei 2009

OnJo, het samenwerkingsverband van programma’s op het gebied van de onderzoeksjournalistiek, doet op haar website verslag van de zitting die de dag ervoor plaatsvond in de rechtzaak van RTL Nieuws tegen het ministerie van Algemene Zaken (zie hieronder: 27 mei 2009). In het verslag wordt in detail ingegaan op de argumenten die beide partijen de rechter hebben voorgelegd: verplichte kost voor iedere burger, en een staaltje journalistieke professionaliteit waar de mainstream media zich wat van dienen aan te trekken. Dit temeer, daar in deze zaak in feite het functioneren van de Wob (Wet openbaarheid bestuur) aan de orde is, en daarmee de burgerlijk-journalistieke controle op de macht. Namens het ministerie bracht de landsadvocaat daar nog een nieuw argument tegen in, namelijk dat ‘het verstrekken van de [gevraagde] informatie nadelig zou zijn voor het werk van de commissie-Davids’. Volgens hem heeft de commissie-Davids vooral ‘rust nodig’. Uitspraak in de zaak volgt uiterlijk 9 juli.
Lees het bericht.
Bekijk ook het verslag van RTL Nieuws.

 

27 mei 2009

Nieuws.nl blikt vooruit op een andere rechtzaak die verband houdt met de kwestie-Irak: die van RTL Nieuws tegen Balkenendes ministerie van Algemene Zaken. Eerder stak de rechter een stokje voor Balkenendes poging om de rechtzaak door te schuiven tot na de eindrapportage van de commissie-Davids. De zaak dient morgen, en draait om de door RTL Nieuws geëiste openbaarmaking van de notulen van de Ministerraad over de besluitvorming ten aanzien van de oorlog tegen Irak.
Lees het bericht.

• Het ministerie van Buitenlandse Zaken kan niet worden gedwongen twee specifieke documenten vrij te geven die betrekking hebben op de Nederlandse besluitvorming in de aanloop naar de Irak-oorlog. Dat besliste de Hoge Raad vandaag in een door de Volkskrant aangespannen zaak, zo meldt NRC Handelsblad. De kwestie vloeit voort uit een door het ministerie afgewezen verzoek van de Volkskrant, die op grond van de Wob (Wet openbaarheid bestuur) drie documenten geopenbaard wenste te zien.
Het ministerie had dat in eerste instantie geweigerd, met als argument dat het ‘vertrouwelijke stukken’ betrof ten behoeve van ‘intern beraad’, waarin ‘persoonlijke beleidsopvattingen’ stonden. In augustus 2008 oordeelde de rechtbank van Amsterdam dat het ministerie één van de drie documenten, althans het feitelijke gedeelte ervan, moest openbaren. De krant probeerde nu middels een beroep op de Raad van State alsnog de twee niet-vrijgegeven documenten in handen te krijgen – temeer daar die inmiddels via andere media publiek zijn geworden.
Lees het artikel.

 

9 april 2009

• In een brief aan de Tweede Kamer heeft premier Balkenende de door de oppositie, GroenLinks in het bijzonder, geëiste aanpassingen gepresenteerd aan het protocol van de commissie-Davids (zie hieronder: 1 april 2009). Daaronder valt het integraal schrappen van artikel 7, waarin werd bepaald dat informatie door een minister zou kunnen worden aangemerkt als ‘staatsgeheim’ en dan slechts vertrouwelijk zou mogen worden ingezien door de voorzitter van de commissie. In artikel 8 (voorheen 9) wordt een ander controlemiddel van het kabinet ingeperkt, in dit geval met betrekking tot het concept-verslag en andere publicaties van de commissie-Davids. De minister, die onder het oude artikel alle documenten preventief zou mogen screenen op staatsgeheime informatie, krijgt nu slechts passages onder ogen die direct zijn gebaseerd op geheime informatie.
Het zijn belangrijke concessies die Balkenende de oppositie heeft moeten doen. Eerder moest hij toezien hoe Davids zijn ‘suggestie’ negeerde om de commissie toe te rusten met enkele ministers van Staat, en zich bovendien niets wenste aan te trekken van de door Balkenende gewenste leverdatum van 1 november 2009.
Lees de Kamerbrief.

 

2 april 2009

OnJo, het samenwerkingsverband van programma’s op het gebied van de onderzoeksjournalistiek, heeft een uitgebreid dossier over de kwestie-Irak aangeboden aan de commissie-Davids. Het dossier bestaat uit dvd’s, cd’s en artikelen van alle relevente onderzoeksjournalisten, en bevat materiaal van Argos, Zembla, Reporter, Tegenlicht, NRC Handelsblad, Vrij Nederland en RTL Nieuws. Op haar website motiveert OnJo dit initiatief, en wordt het aangeboden materiaal verder gespecificeerd.
Lees het bericht.

 

1 april 2009

• In het spoeddebat over het ‘Informatieprotocol voor de commissie-Davids’ gaf de oppositie onverkort uiting aan haar wantrouwen met betrekking tot de bewegingsvrijheid die de commissie-Davids krijgt in het vergaren en publiceren van informatie. Zo meent de voltallige oppositie dat het protocol in de huidige opzet in feite censuur inbouwt, en dat andere voorbehouden worden ingebouwd, bijvoorbeeld ten aanzien van informatie uit het buitenland. Agnes Kant (SP) stelde de Telegraaf-publicaties over het falen van de AIVD aan de orde, en bepleitte direct ingrijpen bij de veiligheidsdienst. Op de website van de Tweede Kamer is een kort verslag van het debat te lezen. Tijdens het debat werden moties ingediend, gericht op het aanpassen van het informatieprotocol, die op 7 april in stemming worden gebracht.
Lees het verslag..

 

30 maart 2009

• De commissie-Davids zal de onthullingen van De Telegraaf over de rol van de AIVD in de aanloop naar de Irak-oorlog (zie hieronder: 28 maart) direct meenemen in haar onderzoek. ‘De commissie kan naar aanleiding van de reportage ook stukken opvragen bij de AIVD en betrokken ministeries’, zo meldt een woordvoerder in De Telegraaf. In zijn algemeenheid heeft de commissie-Davids via haar website al een ‘behoorlijk aantal’ tips binnengekregen, waaruit blijkt ‘hoezeer de kwestie-Irak leeft onder veel burgers’.
Lees het artikel.

 

29 maart 2009

• Een groot deel van de oppositie in de Tweede Kamer wil dat ‘de twijfelachtige rol’ van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) in de aanloop naar de oorlog tegen Irak ‘tot op de bodem wordt uitgezocht’. Dat meldt De Telegraaf, die het twijfelachtige functioneren van de AIVD gisteren wereldkundig maakte (zie hieronder: 28 maart).
Voor de SP, VVD, PVV, GroenLinks en D66 is de publicatie opnieuw aanleiding om voor een parlementaire enquête te pleiten. GroenLinks wil bovendien dat premier Balkenende vóór het spoeddebat van woensdag a.s. (over het ‘Informatieprotocol’ voor de commissie-Davids) schriftelijk opheldering geeft over de AIVD-kwestie.
Lees het artikel.

 

28 maart 2009

• In een groot opinie-artikel in de Volkskrant onder de kop ‘De waarheid sneuvelt snel in Den Haag’ schetsen Frank van Beers en Hans Siepel een alarmerend beeld van de Haagse besluitvorming, waaronder die ten aanzien van de Nederlandse steun aan de Irak-oorlog. Beide auteurs werkten bij het ministerie van Buitenlandse zaken, en waren in 2003 nauw betrokken bij de regeringscommunicatie over de besluitvorming ten aanzien van ‘Irak’. Begin februari leidde een interview met Siepel over dit onderwerp tot een spoeddebat in de Tweede Kamer.
De commissie-Davids zou er goed aan doen kennis te nemen van de Irak-onderzoeken die in Engeland en de VS plaatsvonden, betogen de auteurs. Daar bleek dat in de gehele besluitvorming de uitkomst al vast stond: Saddams Irak ‘moest van de kaart’. Aan deze ‘vooringenomen politieke en ideologische ambitie’ werden feiten en argumentatie ondergeschikt gemaakt.
In Nederland is het niet anders gegaan: steun aan de Irak-oorlog heeft voor de hoofdrolspelers van meet af aan vastgestaan. Tot die spelers behoorden de CDA-politici Balkenende, De Hoop Scheffer en Verhagen, en de VVD’er Kamp, allen overtuigde Atlantici die in het ministerie van Buitenlandse zaken een effectief bruggenhoofd hadden om hun ‘doelredenering’ – steun aan de VS en dus de oorlog – door te drukken en uit te venten. Het enige dat miste was de argumentatie: om welke reden kon Nederland de oorlog steunen? Lange tijd mikte de regering, net als de bondgenoten in de voorgenomen strijd, op het argument dat van de massavernietigingswapens van Irak een wereldwijde dreiging uitging. Toch koos Nederland ten leste voor een ander argument. Het feit dat Irak niet over de vermeende wapens beschikte was namelijk té algemeen bekend om Nederlandse steun op te baseren. Maar in plaats van de doelredenering te herzien (geen dreiging, dus geen oorlog) koos de regering voor een ander argument ‘uit de Haagse toverhoed’. Als enige land ter wereld zou Nederland de oorlog steunen op basis van het niet naleven van VN-resoluties door Irak. En ook die argumentatie deugde niet, zo maakte de VN destijds onomwonden duidelijk, en zo lieten bijvoorbeeld de volkenrechtdeskundigen van de ministeries van Buitenlandse Zaken en Defensie weten. Hun adviezen werden echter ‘opgeborgen voor het nageslacht’.
De auteurs wijzen op de ‘politiek-ambtelijke cultuur’ die ten grondslag ligt aan deze handelwijze, waarin niet het algemeen belang gediend wordt, maar de ambities van een minister of de macht van een ministerie. Davids zal zijn handen vol hebben om ‘de zwarte doos van de overheidsmachinerie te openen’, voorspellen zij. Ze wijzen op talloze onderzoeken en enquêtes, waaruit steeds weer het beeld van een falende informatievoorziening naar voren komt. Informatie wordt niet ingezet om de Kamer of een bewindspersoon adequaat te informeren, maar als strategisch instrument om de gekozen doelredenering naar de eindstreep te loodsen. De burger krijgt zijn eigen ambtenarij tegen zich ingezet.
Lees het artikel.

• Onderzoeksjournalisten zullen de commissie-Davids op donderdag 2 april a.s. een dossier overhandigen waarin zes jaar journalistiek onderzoek naar de Nederlandse rol in de oorlog tegen Irak is samengebald. Dat schrijft NRC Handelsblad. Daarmee krijgt Davids een waardevol chronologisch overzicht van onthullende publicaties in handen, zoals Openheid over Irak dat op deze website overigens al jaren onderhoudt. Welke publicaties en uitzendingen het precies betreft, en in hoeverre ook het bronnenmateriaal aan de commissie ter hand wordt gesteld, vermeldt het stuk niet.
Hetzelfde NRC-artikel citeert minister Bert Koenders, die eerder op de dag in TROS Kamerbreed inging op de door Ko Colijn in Vrij Nederland vastgestelde belemmeringen voor de commissie-Davids (zie hieronder: 25 maart). Volgens Koenders gaat van het zogenoemde Informatieprotocol geen enkele intentie tot geheimhouding uit. Woensdag 1 april a.s. houdt de Tweede Kamer een spoeddebat over deze kwestie met de premier.
Lees het artikel.

• De Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) heeft in de aanloop naar de oorlog tegen Irak klakkeloos buitenlandse inlichtingenrapporten overgenomen en aan de regering doorgegeven, zonder de informatie te checken. Daarmee zette de dienst het kabinet ‘op het verkeerde been’. Dat schrijft De Telegraaf. De krant baseert zich op ‘zeer recente ambtelijke evaluaties over de rol van de inlichtingendienst bij de besluitvorming van het kabinet om politieke steun te verlenen aan de oorlog’.
Premier Balkenende heeft altijd gesteld dat de AIVD (en de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst, de MIVD) alle informatie van buitenlandse bronnen over Irak ‘zorgvuldig heeft getoetst en gewogen’. Dat blijkt nu onjuist te zijn. Volgens De Telegraaf was dat destijds, in 2002 en 2003, ook al bekend: ‘De vraag die enkele topambtenaren achter gesloten deuren stelden, was waarom de AIVD toch zo’n vertrouwen had in de informatie waarmee de Britten op de proppen kwamen. Van eigen onderzoek of verificatie was nagenoeg geen sprake, stelden ze vast.’
De AIVD vertrouwde blindelings op met name informatie van de collega’s van MI6, de Britse buitenlandse inlichtingendienst. In detail beschrijft De Telegraaf hoe premier Balkenende op 25 september 2002, na een telefoontje van premier Blair, top secret Britse documenten kreeg. De stukken vormden de onderbouwing van het één dag eerder verschenen Britse regeringsrapport Iraq’s Weapons of Mass Destruction, waarin onder meer werd gesteld dat Irak binnen drie kwartier massavernietigingswapens kon inzetten. In de Britse Irak-onderzoeken van 2003 en 2004 werd geen spaan heel gelaten van deze en andere beweringen én van het aandeel van de Britse inlichtingendiensten daarin, en uit onlangs vrijgegeven geheime documenten blijkt dat er binnen de Britse inlichtingengemeenschap al ruim voor publicatie ernstige bedenkingen rond het rapport bestonden (zie hieronder: 13 maart). Maar begin oktober 2002, zo schrijft De Telegraaf, liet de AIVD premier Balkenende weten dat zij de Britse informatie volledig onderschreef: ‘Het hoofd van de AIVD, Sybrand van Hulst, stond in voor de betrouwbaarheid van de Britse inlichtingen.’
De krant beschrijft nog een aantal andere gevallen waarin de AIVD, zich baserend op buitenlandse zusterdiensten, de plank volledig missloeg. Zo werkte Irak volgens de AIVD ‘vermoedelijk aan de bouw van ultracentrifuges voor de aanmaak van hoogverrijkt uranium’, zou het land in het somberste geval ‘nog een paar jaar nodig hebben voor de productie van een kernwapen’, beschikte het ‘over een behoorlijk arsenaal aan biologische wapens, al was een deel waarschijnlijk verouderd’ en ‘was Saddam nog steeds actief bezig met het ontwikkelen van langeafstandsraketten’. Een miskleun van jewelste was de bevinding waarmee de AIVD zich in het najaar van 2002 tot een internationaal samenwerkingsverband tegen de verspreiding van massavernietigingswapens wendde: Irak zou beschikken over onbemande vliegtuigjes voor het verspreiden van chemische of biologische wapens. Die informatie blijkt te zijn overgenomen van de Amerikanen, die later zelf moesten toegeven dat er niets van klopte.
Uit het beeld dat De Telegraaf schetst van de evaluaties die onlangs ‘in het diepste geheim’ zijn gedaan naar het werk van de AIVD spreekt een pijnlijk amateurisme. In sommige gevallen zou zelfs niet meer te achterhalen zijn waarop allerlei meldingen in AIVD-rapportages gebaseerd waren. Overigens blijkt dat ook de MIVD zich herhaaldelijk baseerde op onbetrouwbare informatie van buitenlandse zusterdiensten.
Het functioneren van de AIVD en MIVD rond ‘Irak’ is een van de punten die de komende maanden zullen worden onderzocht door de commissie-Davids. Het punt is onder meer van belang in het licht van de vele uitspraken van bewindslieden over de massavernietigingswapens en dreiging van Irak in 2002 en 2003. Het kabinet was er zeker van dat die wapens bestonden en dat van Irak ‘een immense dreiging’ uitging. Kort na het begin van de oorlog bleek echter definitief dat de wapens al in de jaren negentig waren vernietigd. Hoe hadden het kabinet en de AIVD en MIVD zich zo kunnen vergissen, was de logische vraag. Een evaluatie van het gevoerde beleid en het werk van de inlichtingendiensten werd door de opeenvolgende kabinetten-Balkenende echter ‘onnodig en zinloos’ genoemd. In december jl. stelde het kabinet nog dat, terugkijkend op de totale besluitvorming, alle procedures goed hadden gewerkt: ‘Naar het oordeel van de regering heeft de gevolgde werkwijze naar behoren gefunctioneerd.’ Nu er zes jaar na dato eindelijk een begin met een serieuze evaluatie is gemaakt, blijkt het tegenovergestelde het geval.
Lees het artikel (deel 1 en deel 2).

 

26 maart 2009

• De rechtszaak van RTL Nieuws over openbaarmaking van de geheime ‘Irak’-notulen van de Ministerraad gaat door. Een verzoek van premier Balkenende om de zaak uit te stellen tot na de publicatie van het rapport van de commissie-Davids, is door de rechter afgewezen. De zaak dient op 28 mei. Dat meldt RTL Nieuws in een artikel op de eigen website.
Het nieuwsprogramma publiceert daar bovendien een besluitenlijst van de Ministerraad uit 2008, die zoals gebruikelijk het predikaat ‘Staatsgeheim, zeer geheim’ draagt. De lijst heeft niets met de kwestie-Irak te maken, maar RTL Nieuws wil zo aantonen hoe krampachtig de rijksoverheid dergelijke documenten tot ‘staatsgeheim’ bestempelt. Er is geen enkele reden zulke besluitenlijsten geheim te houden, betoogt het nieuwsprogramma, dat de lijst bij de rechtbank van Amsterdam heeft ingediend om de poging tot vrijgave van de geheime ‘Irak’-notulen van de Ministerraad uit 2002-2003 kracht bij te zetten. Op zijn weblog licht adjunct-hoofdredacteur Pieter Klein toe waarom ‘het beroep op “Staatsgeheim, zeer geheim” eigenlijk gewoon onzin is’.
Klein doet uit de doeken welke weerstand RTL Nieuws ondervindt in haar pogingen om, met een beroep op de Wet openbaarheid van bestuur (Wob), documenten met betrekking tot de kwestie-Irak van diverse ministeries te krijgen: ‘In onze Irak-procedures stelt de overheid werkelijk alles in het werk om pottenkijkers buiten de deur te houden: niet antwoorden, termijnen overschrijden, zo zuinig mogelijk antwoorden, pas zwichten als je schriftelijk dreigt naar de rechter te stappen, en erop gokken dat je moedeloos wordt van alle tegenwerking en juristerij. Het is eigenlijk gekkenwerk.’
Het meest recente voorbeeld van de oestercultuur van de rijksoverheid is de afwijzing van het ministerie van Defensie van het Wob-verzoek van RTL Nieuws. Het nieuwsprogramma verzocht op 14 november 2008 om openbaarmaking van relevante Irak-documenten van het ministerie uit de periode 4 september 2002 tot en met 18 maart 2003. In zijn antwoord van 20 maart jl. geeft het ministerie een overzicht van 42 documenten uit die periode (zonder de garantie dat het overzicht volledig is), maar wijst het verzoek om openbaarmaking vervolgens af. Daarvoor voert het ministerie meerdere gronden aan. Net als premier Balkenende meent het onder meer dat openbaarmaking het werk van de commissie-Davids zou kunnen schaden.
Het overzicht van de 42 documenten levert volgens RTL Nieuws op zichzelf interessante informatie op. Zo ‘komen er nieuwe aanwijzingen naar voren dat Nederland serieus heeft overwogen de omstreden oorlog tegen Irak ook militair te steunen, en daarover intern en met de VS gesprekken voerde’.
Lees het artikel.

• Volgens voorzitter Willibrord Davids bestaan er geen wezenlijke beperkingen voor zijn Onderzoekscommissie Irak, zoals Ko Colijn gisteren op de website van Vrij Nederland meende. Dat schrijft NRC Handelsblad. Het ‘Informatieprotocol’ dat volgens Colijn de vrijheid van handelen van de commissie beperkt, bevat volgens Davids niets anders dan gebruikelijke afspraken. De onafhankelijkheid van de commissie is volgens hem niet in het geding, en evenmin wordt de commissie ‘aan banden gelegd’. Inmiddels heeft GroenLinks een spoeddebat aangevraagd naar aanleiding van de publicatie van Colijn.
Lees het artikel.

 

25 maart 2009

• Krijgt de commissie-Davids toegang tot alle relevante informatie, zoals door premier Balkenende toegezegd en in het instellingsbesluit van de commissie vastgelegd? Nee, schrijft Ko Colijn in zijn weblog op de site van Vrij Nederland. Het ‘Protocol betreffende het kennisnemen van informatie’, behorende bij de officiële opdracht aan Davids, bevat op dit punt namelijk een aantal stevige beperkingen.
Zo hebben Davids en de zijnen voor het inzien van bijvoorbeeld stukken van buitenlandse veiligheidsdiensten toestemming nodig van die diensten. En zo kunnen Nederlandse ministers wel degelijk weigeren de commissie inzage te geven in staatsgeheime stukken.
Opmerkelijk is verder dat de regering wel degelijk voorinzage krijgt in het concept-rapport van Davids. Balkenende zegde eerder juist toe dat parlement en kabinet het rapport tegelijk zouden ontvangen.
Lees het artikel.
Lees het ‘Informatieprotocol’.

 

16 maart 2009

• De behandeling van terreurverdachten in geheime CIA-gevangenissen ‘komt neer op marteling’. Dat concludeert het Internationale Rode Kruis (ICRC) in een vertrouwelijk rapport dat in februari 2007 aan de Amerikaanse regering is aangeboden. De Amerikaanse journalist en hoogleraar Mark Danner kreeg het rapport in handen en schreef er een lang artikel over voor het april-nummer van The New York Review of Books, dat nu al op de website van het blad te lezen is. De Review kondigt het artikel vandaag in een persbericht aan. Een verkorte versie verscheen gisteren in de International Herald Tribune.
Medewerkers van het Rode Kruis spraken eind 2006 in het Amerikaanse gevangenenkamp Guantanamo Bay op Cuba met veertien ‘high value detainees’, die stuk voor stuk in geheime CIA-gevangenissen (de beruchte ‘black sites’) in onder meer Afghanistan, Thailand en Polen hadden gezeten. Onafhankelijk van elkaar maakten zij melding van allerlei soorten mishandeling, waaronder het gevreesde waterboarding.
De internationale keten van geheime CIA-gevangenissen werd kort na de aanslagen van 11 september 2001 opgezet in opdracht van president Bush, die ook toestemming gaf voor de behandeling van terreurverdachten met een ‘alternative set of procedures’. Hooggeplaatste regeringsfunctionarissen waren op de hoogte van de dagelijkse gang van zaken in de gevangenissen, schrijft Danner.
Een aantal van de mishandelingen waarvan het ICRC-rapport melding maakt zijn in strijd met de Conventies van Genève en een aantal andere verdragen die door de Verenigde Staten zijn ondertekend. Het ICRC houdt toezicht op de naleving van de Conventies, en op de behandeling van krijgsgevangenen. Rapporten als het bovengenoemde worden door het Rode Kruis nooit openbaar gemaakt. De organisatie wil zo haar neutraliteit beschermen.
Lees het persbericht.
Lees het artikel van Mark Danner.
Lees de korte versie.

 

13 maart 2009

• In een commentaar in The Guardian stelt onderzoeksjournalist Chris Ames naar aanleiding van de vrijgave van geheime documenten door de Britse regering (zie hieronder) de retorische vraag of er nog twijfel bestaat aan het ‘opseksen’ van het Irak-rapport van de Britse regering van september 2002. Ames was de man die vier jaar geleden als eerste om openbaarmaking van de documenten vroeg.
Uit de documenten blijkt ten overvloede dat kritiek op het rapport binnen de Britse inlichtingengemeenschap wijdverbreid was, schrijft Ames. Sterker nog, sommige beweringen in het (concept-)rapport waren zo vergezocht dat de deskundigen er grappen over maakten. De regering heeft steeds gesteld dat de kritiek beperkt was, en dat er geen sprake was van bewuste overdrijving van de dreiging van Irak.
Ames stelt verder dat de documenten beschikbaar hadden moeten zijn voor de onderzoekers die in 2003 en 2004 de besluitvorming rond de Britse deelname aan de Irak-oorlog tegen het licht hielden. Op één document na lijkt dat niet te zijn gebeurd, stelt Ames, waarbij het de vraag is of de regering ze heeft achtergehouden of dat ze tijdens de onderzoeken onder tafel zijn verdwenen. Hoe dan ook, schrijft hij, ‘The point is that any inquiry that ignored them was pretty useless.’
Lees het commentaar.

• Binnen de Britse inlichtingengemeenschap bestonden ernstige bedenkingen over het rapport van de Britse regering over de massavernietigingswapens van Irak uit september 2002. Dat blijkt uit documenten die de Britse regering gisteren heeft vrijgegeven, schrijft The Guardian.
Het materiaal bestaat ten dele uit e-mail-verkeer tussen functionarissen (wier namen niet bekend zijn gemaakt) die bij het opstellen van het rapport betrokken waren. De meeste e-mails zijn geschreven door deskundigen van de inlichtingenstaf van het ministerie van Defensie. Zij duidden concepten van het rapport onder meer aan als ‘dubieus’. Eén functionaris reageerde op de vaststelling in een concept dat Irak ‘specialisten heeft samengebracht om aan het nucleaire programma te werken’ met de opmerking: ‘Dr Frankenstein, I presume? Sorry, it’s getting late...’ In een andere e-mail staat te lezen: ‘We hebben al eerder geadviseerd de toon te matigen, op precies deze punten, naar aanleiding van concepten uit het grijze verleden. Maar probeer het vooral nog eens!’
Uit de documenten blijkt ook dat er druk is uitgeoefend op de eindverantwoordelijke voor het rapport, de voorzitter van de Joint Intelligence Committee John Scarlett. Een kleine twee weken voor publicatie ontving hij een memo van een hoge Defensie-ambtenaar, die hem dringend aanraadde de dreiging van Irak in stellige taal te omschrijven. Ieder voorbehoud, hoe waar ook, zou koren op de molen zijn van tegenstanders van de oorlog, luidde de boodschap. Die druk had succes: alle mitsen en maren verdwenen onder tafel, en in het rapport werden vérgaande beweringen gedaan over de vermeende wapens van Irak, met als klap op de vuurpijl de beruchte bewering dat Irak in staat was binnen 45 minuten chemische en biologische massavernietigingswapens in te zetten. In de onderzoeken die in 2003 en 2004 werden ingesteld naar aanleiding van de Britse deelname aan de oorlog werd zware kritiek geuit op deze beweringen.
Met het vrijgeven van de documenten is de Britse regering na een bittere strijd bezweken voor de roep om openbaarheid. Vier jaar lang hield zij halsstarrig vast aan geheimhouding, ondanks bemoeienis van information commissioner Richard Thomas, die opdracht gaf tot openbaarmaking.
Dat binnen de Britse inlichtingengemeenschap in 2002 ernstige bedenkingen bestonden rond het opstellen van het Irak-rapport was al langer bekend. Zo kwam in de uitzending van Argos van 20 december 2008 naar voren dat Brian Jones, die leiding gaf aan de sectie Massavernietigingswapens van de inlichtingenstaf van het ministerie van Defensie, zijn leidinggevende een formele protestbrief schreef, waarin hij liet weten zich niet te kunnen verenigen met de gang van zaken. En The Guardian herinnert eraan dat diezelfde Jones tijdens een van de bovengenoemde onderzoeken zware kritiek had geuit op de totstandkoming van het rapport.
Lees het artikel.

 

10 maart 2009

• Twee speciale rapporteurs van de Verenigde Naties stellen een onderzoek in naar de geheime CIA-gevangenissen, die na de aanslagen van 11 september 2001 in een groot aantal landen werden opgericht. Dat schrijft de Volkskrant. De beruchte detentiecentra speelden een belangrijke rol in de Amerikaanse War on Terror. Het onderzoek zal worden uitgevoerd door Manfred Nowak, speciaal rapporteur van de VN inzake martelingen, en Martin Scheinin, speciaal VN-rapporteur inzake mensenrechten en contraterrorisme.
Lees het artikel.
Zie ook ons Dossier CIA-vluchten en rendition.

 

9 maart 2009

• De commissie-Davids, die de besluitvorming rond de Nederlandse steun aan de invasie van Irak onderzoekt, heeft vandaag een website in gebruik genomen. Daarop is achtergrondinformatie over de commissie en de onderzoeksopdracht te vinden, alsmede informatie over de werkwijze van de commissie. Een interessant nieuwtje is dat de commissie overweegt tussentijdse rapportages te publiceren, ‘voor zover het belang van het onderzoek het toelaat’. De commissie verwacht rond 1 november a.s. met haar eindrapport te komen. Dat zal op de website worden gepubliceerd.
Via de website zal het publiek op de hoogte worden gehouden van de voortgang van het onderzoek. Wie meent relevante informatie voor de commissie te hebben, kan dat via een contactformulier op de website laten weten. De reacties ‘zullen worden betrokken bij de onderzoeksactiviteiten’. NRC Handelsblad schrijft dat de commissie ook een postbusnummer in gebruik zal nemen, waar burgers bijvoorbeeld documenten naar toe kunnen sturen die zij relevant achten voor het onderzoek.
Bekijk de website.
Lees het artikel in NRC.

 

25 februari 2009

NRC Handelsblad besteedt ruim aandacht aan de presentatie van de commissie-Davids. Uit het artikel wordt duidelijk dat Davids rigoreus afstand heeft genomen van de poging van premier Balkenende om invloed uit te oefenen op de samenstelling van de commissie of de beperking van de onderzoeksduur. Zo nam Davids – in weerwil van Balkenendes suggestie tot installatie van enkele ministers van Staat – geen enkele politicus op, en maakte hij duidelijk dat nu al sprake is van een dermate omvangrijk dossier dat de deadline van 1 november geen vaststaand gegeven is.
In de taakstelling van de commissie – onderzoek naar de besluitvorming die leidde tot politieke steun aan de Irak-oorlog – bracht Davids speerpunten aan met betrekking tot de volkenrechtelijke onderbouwing, de inlichtingen- en informatievoorziening, en mogelijk verleende militaire steun. Hij rekent erop dat de inlichtingendiensten ruimhartig zullen meewerken, iets dat door met name oud-minister Kamp van Defensie altijd tot onwenselijk en zelfs ‘een gevaar voor de Nederlandse inlichtingenpositie’ is bestempeld.
Van belang is dat de commissie voor iedereen die dat wenst benaderbaar is, zowel via de nog te openen website (www.oc-irak.nl) als via een op die site te publiceren postadres. Hiermee geeft Davids te kennen open te staan voor met name ambtenaren en militairen die tot nog toe hun toevlucht moesten nemen tot het lekken van informatie naar de media.
Lees het artikel op pag.1 en pag.3
Lees ook het commentaar.

NRC Handelsblad gaat in op het veto dat de Britse regering gisteren uitsprak over openbaarmaking van de notulen van twee cruciale kabinetszittingen aan de vooravond van de inval in Irak. Het was de eerste maal dat de regering zich bediende van deze mogelijkheid, die als onderdeel van de Freedom of Information Act door premier Blair werd ingesteld.
Een tribunaal had de regering eerder deze maand gemaand de notulen te openbaren van de kabinetszittingen van 13 en 17 maart 2003, waarin over de juridische grondslag van de oorlog tegen Irak werd besloten (zie hieronder: 28 januari) . Centraal hierin stond de draai van Lord Goldsmith, de belangrijkste juridische adviseur van de Britse regering. Diens aanvankelijke scepsis ten aanzien van de legitimatie van de oorlog, op 13 maart nog volop aanwezig, bleek op 17 maart te zijn verdampt. Tot op heden staat de vraag open hoe dat heeft kunnen gebeuren. Ook voor Nederland had de draai van Goldsmith betekenis. In het cruciale debat van 18 maart 2003 overtuigde premier Balkenende de Tweede Kamer met de door Goldsmith geproduceerde rechtsgrond – overigens zonder die te kunnen overleggen.
Het veto leidde tot brede teleurstelling in het Lagerhuis, waar werd benadrukt dat de besluitvorming in 2003 het vertrouwen in de politieke leiding heeft aangetast en het volkenrecht heeft ondergraven. Andrew MacKinlay, Lagerhuislid namens Labour, zei tot aan zijn dood spijt te zullen houden van het feit dat hij destijds heeft geloofd in de beweringen van Blair c.s. over de vermeende dreiging die uitging van Irak: ‘Ik had ze nooit van mijn leven moeten vertrouwen’. De Conservatieven spraken hun steun uit voor het veto-besluit, maar drongen aan op een nieuw grondig onderzoek naar de Britse besluitvorming. Overigens is zo’n onderzoek, in navolging van een aantal eerdere onderzoeken, door premier Brown al aangekondigd om van start te gaan op het moment dat de laatste Britse militair komende zomer Irak heeft verlaten.
Lees het artikel.

• De vandaag gepresenteerde commissie-Davids, die onderzoek gaat doen naar de besluitvorming rond de Nederlandse steun aan de invasie van Irak, bestaat voornamelijk uit wetenschappers. Dat schrijft Trouw op haar website. De bekendste commissieleden zijn historicus en jurist Cees Fasseur en historicus Marjan Schwegman, directeur van het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie.
De overige leden van de acht koppen tellende commissie zijn politiedeskundige Monica den Boer, deskundige internationaal publieksrecht Nico Schrijver, staatsrechtdeskundige Tim Koopmans en oud-diplomaat en -ambassadeur Peter van Walsum. Voorzitter is Willibrord Davids, oud-president van de Hoge Raad, en secretaris is Koos van der Bruggen.
Davids heeft geen gehoor gegeven aan de wens van premier Balkenende om enkele ministers van Staat op te nemen. Gezien hun politieke achtergrond en gebrek aan onderzoekservaring acht hij hen minder geschikt.
Trouw schrijft verder dat Davids liet doorschemeren dat de beoogde uiterlijke rapportagedatum van 1 november wellicht niet wordt gehaald. Een en ander is afhankelijk van de indiening van vragen door de Eerste en Tweede Kamer. Ook burgers kunnen informatie aanleveren via een website die daarvoor in gebruik zal worden gesteld. Davids heeft er vertrouwen in dat zijn commissie inzage zal krijgen in al het relevante vertrouwelijke materiaal, zoals notulen van de Ministerraad en informatie van de inlichtingendiensten.
Lees het artikel.

 

19 februari 2009

• De Eerste Kamer maakt bekend dat de fracties van de PvdA, ChristenUnie (mede namens de SGP), SP, GroenLinks, D66 en de Partij voor de Dieren vandaag aanvullende schriftelijke Irak-vragen aan de regering hebben gesteld. Het betreft vervolgvragen op de op 7 mei 2008 ingediende vragen, waarop de regering op 19 december 2008 antwoordde. Die antwoorden werden algemeen als ontoereikend beschouwd, en Kamervoorzitter Timmerman-Buck kondigde de vervolgvragen onlangs al per brief aan de regering aan.
De PvdA-fractie dient opnieuw tientallen vragen in. Net als de fracties van de ChristenUnie en de SGP (vijf vragen) verwacht de PvdA dat de regering de vragen rond 1 november a.s., wanneer ook het rapport-Davids verschijnt, beantwoordt.
De fracties van de SP, GroenLinks, D66 en de Partij voor de Dieren willen allereerst antwoord op elf eerdere vragen die niet of slechts gedeeltelijk zijn beantwoord, en dienen daarnaast dertien nieuwe vragen in. Deze fracties verwachten dat de regering binnen zes tot acht weken met antwoorden komt.
Lees het nieuwsbericht van de Eerste Kamer.
Lees de vragen van PvdA, ChristenUnie en SGP.
Lees de vragen van SP, GroenLinks, D66 en PvdD.

 

17 februari 2009

• In een kort artikel doet NRC Handelsblad verslag van het Irak-debat van vandaag in de Tweede Kamer (zie hieronder).
Lees het artikel.

• Nog geen twee weken geleden stemde de Tweede Kamer met kleine meerderheid in met een voorstel van premier Balkenende om alle aan de kwestie-Irak gerelateerde vragen door te schuiven naar de onderzoekscommissie-Davids. Balkenende dacht hiermee tot november verlost te zijn van Irak-besognes. Maar vanmiddag al wachtte hem het volgende Irak-debat.
De oppositie had het al aangekondigd: onthullingen en ander nieuws in de kwestie-Irak zullen gewoon weer tot vragen en debatten leiden, waaraan de regering geacht wordt volop mee te werken, bijvoorbeeld door vragen binnen de gebruikelijke termijn te beantwoorden. De oppositie meent dat het individuele recht op informatie van parlementariërs niet kan worden overruled door een besluit van de regering of een Kamermeerderheid. Dat zou bovendien de Kamerleden belemmeren in hun voornaamste taak: het controleren van de regering.
Het door Agnes Kant (SP) aangevraagde interpellatiedebat draait om de uitspraken van voormalig topambtenaar Hans Siepel (zie hieronder: 6 februari). Kant wil een reactie van de regering op die uitspraken en heeft een aantal schriftelijke vragen ingediend. In het debat onderstreept zij dat het fenomeen waarop Siepel wijst urgent is; Nederland kan ieder moment opnieuw voor een besluit over het al dan niet steunen van militair ingrijpen komen te staan, en dan moet de indruk dat de voorlichting daarover politiek wordt gestuurd zijn weggenomen.
Ook andere partijen hebben vragen. Mariko Peters (GroenLinks) wil van de premier weten of Nederland de Verenigde Staten destijds blind heeft gesteund, op welke wijze de regering daarbij rekening heeft gehouden met de opinie van de bevolking, en wat hij vindt van de suggesties van Siepel voor een zorgvuldiger overheidscommunicatie. Raymond de Roon (PVV) wil weten of de regering de bevolking destijds ‘een fopspeen’ heeft voorgehouden. En Alexander Pechtold (D66) vraagt of de commissie-Davids met alle (voormalige) topambtenaren zal spreken die inmiddels kritische informatie over het regeringsbesluit van maart 2003 naar buiten hebben gebracht.
Balkenende weigert categorisch op de vragen in te gaan. Hij stelt dat de regering de vragen naar de commissie-Davids zal doorsturen, en na het verschijnen van het rapport-Davids aanvullende antwoorden zal verstrekken als daar reden voor is. Daarnaast wijst hij op een brief aan de Kamer van 2 mei 2005, waarin de regering vragen van de PvdA over eerdere uitspraken van Siepel (in Trouw van 9 april 2005) beantwoord.
Gezien het uitblijven van antwoorden draait het debat grotendeels om de vraag of een meerderheid van de Kamer het individuele recht op informatie van de minderheid ‘op termijn kan zetten’ (Pechtold) c.q. kan ‘kaltstellen’ (De Roon). Kant spreekt van ‘obstructie van de parlementaire democratie’ door de regering. Pechtold signaleert dat het recht op het stellen van vragen nu bij het individuele Kamerlid ligt, maar het recht om antwoord te krijgen wordt gedicteerd door een Kamermeerderheid. Hij vraagt dit principiële punt los te zien van de kwestie-Irak en spreekt van ‘een glijbaan’: nu gaat het om een periode van negen maanden, maar het zou evengoed om een veel langere periode kunnen gaan. Hij herinnert er bovendien aan dat de termijn voor het beantwoorden van een groot aantal Kamervragen al was verstreken toen de Kamer instemde met de negen maanden uitstel. En hij kondigt aan dat hij het recht op informatie zal blijven opeisen.
Martijn van Dam (PvdA) laat blijken weinig gelukkig te zijn met het debat. Hij meent dat de vragen over de uitspraken van Siepel belangrijk zijn, maar ook een herhaling van de vragen die zijn fractie in 2005 stelde naar aanleiding van Siepels interview met Trouw. Die vragen werden toen onbevredigend beantwoord, zoals vrijwel álle vragen inzake Irak jarenlang onbevredigend zijn beantwoord. Van een herhaling van vragen valt dan ook niets te verwachten, van het onderzoek van Davids daarentegen wel; eindelijk kunnen de feiten boven tafel komen. In dat licht vindt Van Dam negen maanden wachten niet onoverkomelijk. ‘Tel uw zegeningen’, zegt hij.
Kant en andere oppositieleden bestrijden dat hun vragen een herhaling van eerdere vragen zijn, en Kant werpt Van Dam voor de voeten: ‘U staat toe dat mijn vragen niet worden beantwoord door de regering.’ Op zijn beurt heeft Van Dam harde kritiek op De Roons PVV: juist die partij heeft zich steeds tegen opheldering van de kwestie-Irak gekeerd, en PVV-leider Geert Wilders sprak zelfs in een debat de hoop uit dat er de rest van deze eeuw niet meer over zou worden gedebateerd.
In een reactie op de kritiek uit de Kamer stelt Balkenende dat de keuze voor de route-Davids een meerderheidsbesluit van de Kamer is. Van obstructie van de democratie is volgens hem geen sprake, en evenmin is het informatierecht in het geding; dit recht is nu ‘geïncorporeerd in het werk van de commissie’.
De meningsverschillen op dit punt blijven dus ook na het debat bestaan. Wel levert het debat verduidelijking op van de rol van de regering rond de rapportage van Davids. De regering zal nagaan of in het rapport van Davids alle vragen uit de Eerste en Tweede Kamer volledig zijn beantwoord. Is dat niet het geval, dan zal zij aanvullende antwoorden geven. Tot het moment dat Davids zijn werk afrondt, zal de regering alle Irak-vragen naar de commissie doorsturen. Op aanvullende vragen over het rapport-Davids en op eventuele nieuwe Irak-vragen die op dat moment ter tafel komen zal de regering binnen de gebruikelijke termijn antwoorden.

 

13 februari 2009

• Voormalig minister van Defensie en Tweede-Kamerlid Henk Kamp (VVD) was jarenlang een van de grootste tegenstanders van een Irak-onderzoek. En ook nu zijn partij voor een parlementaire enquête pleit voelt hij er niets voor, vertelt hij bij Pauw & Witteman: ‘Wat mij betreft is er helemaal geen onduidelijkheid over die besluitvorming destijds. Balkenende heeft het namens de regering ik geloof veertien keer in de Kamer verteld en hij heeft volgens mij geen woord verkeerd gezegd.’
Vragen over de besluitvorming ziet Kamp niet, en daar is het de VVD in haar pleidooi voor een enquête volgens hem ook niet om te doen: ‘Ze hebben vastgesteld dat er al veertien, vijftien... Iedere keer maar weer opnieuw wordt die zaak weer ter discussie gesteld. En op een gegeven moment komt men in de fractie tot de conclusie: ja dat is toch wel... Het blijft maar doorzieken, terwijl er volgens ons niks aan de hand is. Dan maar een onderzoek.’
Kamp bepleit dat in het onderzoek rekening wordt gehouden met de gevoeligheid van informatie van de inlichtingendiensten: ‘Ik denk dat het niet goed is dat je alle informatie van veiligheidsdiensten op straat gooit. Wij als Nederland zijn voor de veiligheid van onze militairen mede afhankelijk van informatie van andere veiligheidsdiensten. En als wij die informatie van die veiligheidsdiensten op een gegeven moment bekendmaken, dan denken die veiligheidsdiensten van Amerika en Engeland van: laten we terughoudend zijn met Nederland, want je weet niet wat er later allemaal mee gaat gebeuren.’ Onbesproken blijft de vraag of het niet noodzakelijk is na te gaan of de informatie van de Nederlandse en buitenlandse veiligheidsdiensten over Irak wel deugde. Ook blijft ongenoemd dat de Nederlandse militairen in meerderheid juist vóór een Irak-onderzoek zijn, zoals Nova vorig jaar vaststelde (zie hieronder: 29 mei 2008).
De presentatoren leggen Kamp enkele onthullingen van de laatste tijd voor. Witteman vraagt of Kamp destijds de aan hem gerichte notitie in het kabinet heeft besproken waarin de directeur Juridische Zaken van het ministerie van Defensie Ybema uiteenzette dat de rechtmatigheid van eventuele steun aan de invasie van Irak twijfelachtig was. Kamp wijst erop dat het kabinet veel informatie kreeg, zowel ambtelijke adviezen, informatie uit openbare bronnen en informatie van de eigen en buitenlandse inlichtingendiensten. ‘Het is zo dat je een heleboel informatie krijgt. Uiteindelijk maak je een afweging en dan doe je een voorstel aan de Ministerraad. In dit geval is dat gebeurd door de minister van Buitenlandse Zaken en door mij. En ik weet niet precies meer welke overwegingen we daaraan ten grondslag hebben gelegd in die brief, maar de relevante informatie die van belang is voor de besluitvorming, die wordt in de brieven vernoemd en die wordt ook in het kabinet gedeeld.’
Maar is het niet uiterst belangrijk dat Ybema liet weten dat er, zonder een nieuwe Irak-resolutie van de Veiligheidsraad, geen rechtsgrond bestond voor de Nederlandse steun, wil Pauw weten. Kamp: ‘U vergist zich daarin. Het is niet zo dat je alleen maar precies gaat kijken van: hoe zit het nu juridisch in elkaar? En dat je op grond van een juridische afweging tot een besluit komt. We zijn er als politici. We zijn politieke bestuurders. We moeten in gevallen die zich voordoen politieke afwegingen maken. Juridische aspecten zijn van belang, andere aspecten zijn ook van belang. Dat geheel wordt gewogen en dan kom je tot een besluit.’
Wie heeft dan bepaald of de rechtsgrond voldoende was, en met welke autoriteit, vraagt Pauw. Kamp licht toe waarom het kabinet destijds besloot dat er geen militaire steun zou worden verleend. De reden daarvoor lag – en dat horen we nu voor het eerst – vooral in de demissionaire status van het kabinet-Balkenende I: ‘Op dat moment was er een situatie dat er een demissionair kabinet was, en er waren onderhandelingen gaande tussen CDA en PvdA. En wij hebben toen gezegd, over de vraag of wij daar militair op de één of andere wijze militair bij betrokken wilden zijn, nemen wij geen besluit, want wij vinden dat niet passen bij een demissionaire regering. Wij denken bovendien dat dat de onderhandelingen tussen PvdA en CDA zou kunnen storen. En je loopt nog een keer de kans dat je nu besluit A neemt en dat een nieuwe regering zegt: onze lijn is B. Dan ben je als Nederland niet consistent en daarom hebben wij daar geen besluit over genomen.’
Onduidelijk blijft waarom dit stanpunt niet destijds al door het kabinet naar buiten is gebracht, en hoe deze lezing van de gang van zaken te rijmen valt met de recente openbaarmaking van documenten van Defensie door RTL Nieuws, waaruit valt te concluderen dat het kabinet pas op het allerlaatste moment besloot van militaire steun af te zien (zie hieronder: 27 januari). Onduidelijk blijft bovendien waarom de door Kamp genoemde bezwaren niet ook voor politieke steun zouden gelden.
Dat er een stevige rechtsgrond voor (steun aan) ingrijpen in Irak bestond, staat voor Kamp vast: ‘De rechtsgrond was ook volstrekt duidelijk. Wij hebben gezegd van: de Veiligheidsraad die maakte zich erg ongerust over wat er in Irak gebeurde. En terecht, want daar was iemand de baas die in een oorlog met Iran een miljoen doden had veroorzaakt, die al een keer Koeweit was binnengevallen, die de Koerden probeerde te vernietigen in het noorden en de sjiïeten in het zuiden, en daar waren we dus erg ongerust over en de Veiligheidsraad ook. En die heeft gezegd: wij willen onderzoeken hebben daar om te weten wat er aan de hand is en wat er niet aan de hand is. En die man, Saddam Hoessein, die werkte daar met zijn regime niet aan mee. Hij is gewaarschuwd: serious consequences als hij niet zou meewerken. Hij werkte niet mee, en om die reden hebben wij politieke steun gegeven. Dat is de afweging geweest.’
Over de uitspraak van de voormalige Amerikaanse onderminister Armitage dat de benoeming van Jaap de Hoop Scheffer tot secretaris-generaal van de Navo mede een gevolg was van de Nederlandse steun aan de Irak-oorlog (zie hieronder: 29 januari) zegt Kamp: ‘Ik denk dat dat er helemaal niets mee te maken heeft gehad. Ik heb dat vanaf het begin meegemaakt en ik heb veel contact met Jaap de Hoop Scheffer gehad. Daar ging het dus helemaal nooit over. Ik heb nooit de indruk gehad dat dat ook maar ergens op de achtergrond meespeelde. Die man is als minister van Buitenlandse Zaken verantwoordelijk voor het buitenlandse beleid, en die was daar heel zuiver en heel consequent. Ik probeerde net zo te zijn op het gebied van defensie en de premier met zijn verantwoordelijkheid. En zo zijn wij tot conclusies gekomen, en dat soort dingen heeft daar helemáál geen rol in gespeeld.’
Kamp is bereid tegenover welke onderzoekscommissie dan ook in alle openheid te vertellen ‘wat er destijds gebeurd is’. Zoals hij ook probeert journalisten altijd ‘goed te antwoorden’: ‘Ik vind, journalisten vertegenwoordigen het volk, en ik moet als ik politicus ben gecontroleerd worden door het volk.’
Bekijk de uitzending.

 

11 februari 2009

• Bert Wagendorp vraagt zich in zijn column in de Volkskrant af ‘hoe ver Balkenende durft te gaan in zijn deconfiture van de democratie’. Hij refereert daarbij aan de vragen die de oppositie in de Tweede Kamer heeft gesteld over de uitspraken van Hans Siepel (zie hieronder: 6 februari), en het voornemen van de regering om elke vraag over de kwestie-Irak door te spelen naar de commissie-Davids. ‘Zijn wij in 2003 door Balkenende behandeld als onnozele idioten?’ ‘Heeft hij de Kamer en het volk voor de gek zitten te houden met praatjes voor de vaak, terwijl alles al lang was bekokstoofd?’ We horen het in november. Misschien.
Wagendorp wijst ook op een andere oud-voorlichter, Bert Kreemers van Defensie, die in een proefschrift schetst dat bij de aanschaf van gevechtsvliegtuigen (zoals de JSF) hetzelfde principe wordt gevold: het besluit staat allang vast, alleen worden gaandeweg nog argumenten bedacht om het te rechtvaardigen. En net als indertijd bij Irak worden critici – waaronder de Rekenkamer – stelselmatig genegeerd.
Terecht voegt Wagendorp hieraan toe dat het zeer te betreuren is dat voorlichters het volk pas écht voorlichten als ze hun post al jaren hebben verlaten.
Lees het artikel.

• Onder de kop ‘Geen boodschap aan Balkenendes radiostilte’ gaat de Volkskrant in op het komende interpellatiedebat in de Tweede Kamer over de uitspraken van oud-topambtenaar Hans Siepel (zie hieronder: 10 februari, De Pers). Het is nog maar een week geleden dat de Tweede Kamer een voorstel van de premier overnam om alle aan de kwestie-Irak gerelateerde vragen door te schuiven naar de commissie-Davids. Balkenende dacht hiermee tot november verlost te zijn van verdere vragen en debatten. Desondanks wacht hem nu het volgende spoeddebat. Het stellen van vragen en het ter verantwoording roepen van de regering is een parlementair grondrecht, dat niet ‘verdaagd’ kan worden. Om die reden agendeerde het presidium het door de SP aangevraagde debat resoluut.
De vraag is nu of de premier antwoord zal geven. Femke Halsema (GroenLinks) is bang voor een ‘rituele dans’, aangezien een Kamermeerderheid vereist is om antwoorden af te dwingen. Die meerderheid is echter bereid het verslag van ‘Davids’ afwachten, dat pas over negen maanden klaar is. In dat geval is het wachten op de volgende uitspraak of onthulling, die tot een herhaling van zetten en bijbehorende onrust zal zorgen. Agnes Kant (SP) kondigde aan het hoog te zullen spelen, en heeft andere getergde oppositiepartijen aan haar zijde. Net als in de Eerste Kamer zal de kwestie-Irak ook in de Tweede Kamer tot een principële verkenning van democratische grondrechten leiden.
Lees het artikel.

 

10 februari 2009

• Namens de leden van de Eerste Kamer stuurt de Kamervoorzitter, mevrouw Timmerman-Buck, een antwoord aan premier Balkenende op diens brief van 2 februari jl. De voorzitter laat weten dat de Senaat kennis heeft genomen van het voornemen van de regering om de commissie-Davids te installeren, en dat de verantwoordelijkheid van de regering zelf te achten. Uit het antwoord spreekt verbazing over het feit dat Balkenende vraagt om een teken van ‘geen beletsel’, wat gezien de voorgaande zin feitelijk betekenisloos lijkt te zijn. De brief specificeert desondanks de minimale meerderheid van de Senaat die inderdaad ‘geen beletsel’ ziet, maar benadrukt dat de overige fracties ‘een andere opvatting is toegedaan’.
Mevrouw Timmerman-Buck kondigt verder aan dat de verantwoordelijke Kamercommissie (BDO) op 17 februari a.s. spreekt over de voorgenomen vervolgvragen van de Senaat aan de regering. Zij benadrukt dat de Senaat conform het staatsrecht verwacht dat die vragen worden beantwoord door de regering, en niet door de commissie-Davids. Zij voegt daaraan toe dat de genoemde overige fracties bovendien verwachten dat ‘deze beantwoording binnen de gebruikelijke termijn zal geschieden’.
Lees het antwoord van de Eerste Kamer.
 
NRC Handelsblad meldt dat de Eerste Kamer heeft ingestemd met de instelling van de commissie-Davids, die de Nederlandse politieke steun aan de oorlog in Irak in 2003 zal onderzoeken (zie hieronder: 2 februari). Onenigheid bestaat echter over de beantwoording van vragen die de Eerste Kamer op 17 februari a.s. zélf aan de regering zal stellen.
Een minimale meerderheid (het verschil bedraagt slechts twee zetels) van Senatoren neemt genoegen met uitstel tot de commissie-Davids zijn werk heeft afgerond. De voltallige oppositie meent echter dat ‘Davids’ de regering niet van de grondwettelijke plicht ontslaat om vragen uit het parlement binnen een redelijke termijn te beantwoorden: ‘”De Eerste Kamer heeft geen relatie met een commissie. Wel met het het kabinet, waar wij heldere antwoorden van eisen, binnen de als redelijk geldende termijn van enkele weken”, aldus Tof Thissen, fractievoorzitter voor GroenLinks, die de commissie-Davids een “staatsrechtelijk monstrum” noemt’. Volgens SP-Senator Tiny Kox heeft de oppositie in dit verlangen ‘zowel het geschreven als ongeschreven staatsrecht’ aan haar zijde.
Ook in de Tweede Kamer had de oppositie moeite met het feit dat het parlement negen maanden buitenspel wordt gezet, wachtend op de conclusies van de commissie–Davids. De eerste uitzondering op deze amper een week oude afspraak meldt zich echter nu al aan, in de vorm van een door de SP aangevraagd interpellatie-debat met premier Balkenende over uitspraken van voormalig topambtenaar Hans Siepel (zie hieronder: 6 februari).
Of de Kamer antwoord krijgt van het kabinet moet worden afgewacht, gezien het door de Kamer geratificeerde voornemen van Balkenende om alle vragen over de kwestie-Irak door te geleiden naar de comissie-Davids. Duidelijk is dat de kwestie-Irak – ondanks de poging om via een onderzoekscommissie de rust rond het turbulente dossier te herstellen – in beide Kamers uitgroeit tot een ultieme test voor het staatsrecht – een formele omschrijving voor de strijd om de macht die zich defacto afspeelt tussen de burger en zijn eigen regering.
Lees het artikel.

• ‘Premier Jan Peter Balkenende (CDA) moet binnenkort opnieuw naar de Tweede Kamer om opheldering te geven over de gang van zaken rond het verlenen van Nederlandse steun aan de Amerikaanse inval in Irak in 2003.’ Dit schrijft De Pers.  Aanleiding voor het door de SP aangevraagde spoeddebat vormen de uitspraken van voormalig topambtenaar Hans Siepel (zie hieronder: 6 februari). Ook De Pers signaleert de breuk met het voornemen van Balkenende om alle vragen over de kwestie-Irak door te geleiden aan de commissie–Davids: ‘Balkenende wilde daarmee [juist] een einde maken aan de eindeloze reeks Kamervragen en spoeddebatten over de kwestie’.
Lees het artikel.

 

9 februari 2009

RTL Nieuws maakt op haar website melding van een interview dat de internetsite re.Public hield met voormalig topambtenaar Hans Siepel (zie hieronder: 6 februari). Als hoofd van de strategiegroep-Irak was Siepel verantwoordelijk voor de communicatie over de besluitvorming die leidde tot de Nederlandse steun aan de oorlog tegen Irak. Siepel, destijds plaatsvervangend directeur Voorlichting bij het ministerie van Binnenlandse  Zaken, stelt in het interview dat ‘de hele besluitvorming over  de Nederlandse steun aan de invasie van Irak vooraf al vaststond’, en dat alleen nog gezocht werd naar een passende redenering. Siepel stelt dat het kabinet de strategiegroep expliciet de opdracht gaf het centrale uitgangspunt in de besluitvorming niet naar buiten te brengen. Openheid over Irak verspreidde een persbericht om dit onopgemerkt gebleven interview onder de aandacht van de media te brengen, en drong bij de Tweede Kamer aan om opheldering te vragen van de regering.
Lees het artikel.

• Onder de kop ‘Nederlandse steun aan de aanval op Irak was een uitgemaakte zaak’ maakt ook het Algemeen Dagblad melding van het interview met Hans Siepel. De kern van diens uitspraken wordt in één zin weergegeven: ‘De vraag was niet óf we de VS in Irak zouden steunen, de vraag was alleen welke argumentatie we daarbij zouden verzinnen.’
Lees het artikel.

• Simon Rozendaal, wetenschapsredacteur van Elsevier, vertelt in zijn column op Elsevier.nl dat hij de vrijdag ervoor tijdens een lunch een opmerkelijke inval kreeg: niet de Nederlandse steun aan de Irak-oorlog moet worden onderzocht, maar ‘het schandaal van de HSL’. In een tirade over dit in zijn ogen megalomane en overbodige project draagt Rozendaal voor dat laatste een waslijst aan argumenten aan. Maar waarom zou daar het Irak-onderzoek voor moeten wijken? Rozendaal heeft er welgeteld één zin voor over: ‘Iedereen dacht toen dat Saddam Hussein massavernietigingswapens had en bovendien, het is toch heerlijk dat deze smeerlap weg is?’ Dat Elsevier een vrijplaats is geworden voor enkeldiepe redeneringen en rancuneuze publicisten is al langer bekend, maar dat een erkende wetenschapper met betrekking tot een van de grote kwesties van deze tijd niet verder komt dan de opinie van een ongeïnformeerde passant is uiterst alarmerend.
Lees het artikel.

• Waarom gaat Nederland in tegenstelling tot andere landen zo verkrampt om met het Irak-onderzoek, vraagt de Volkskrant zich af. Zes jaar hangen en wurgen monden nu opnieuw uit in achteraf gepraat – net zoals bij de onderzoeken naar onderwijsvernieuwing, Srebrenica en de Bijlmerramp. ‘Het kwaad is geschied, we zijn het alweer bijna vergeten en dan gaat het Nederlandse parlement nog even beoordelen wat er allemaal mis is gegaan. Die “achterafdemocratie” roept de vraag op of de energie die is gemoeid met zo’n onderzoek, soms niet beter eerder in het proces kan worden gestoken. Zodat fouten worden voorkomen in plaats van geëvalueerd’ – aldus de krant.
In het stuk geven verschillende deskundigen hun mening. Alexander Pechtold (D66-Kamerlid) denkt dat parlementaire onderzoeken in feite worden gezien als motie van wantrouwen jegens het kabinet. Hij meent dat de Kamer veel vaker onderzoek zou moeten doen naar de ‘thema’s van het moment’. Bert van den Braak, parlementair historicus aan de Universiteit Leiden, bepleit hetzelfde: ‘Dat enquêterecht is ooit ingevoerd om maatschappelijke kwesties in kaart te kunnen brengen, zodat de Kamer op basis van zelf vergaarde informatie een afweging maakt. Nu lijkt het alsof een parlementaire enquête alleen is bedoeld ter verantwoording achteraf en om eventuele schuldigen te kielhalen.’
Herman Tjeenk Willink, vicepresident van de Raad van State, noemde parlementaire onderzoeken ‘een uiting van het falen van de normale parlementaire controle-instrumenten’. Ergo: als de Kamer zijn werk beter doet, hoeven we later niet uit te zoeken wat er mis is gegaan. Tjeenk Willink hekelt de te nauwe band tussen het kabinet en de coalitiepartijen in de Kamer. Hoe kan de Kamer de regering controleren als de meerderheid zich heeft vastgelegd op de afspraken en taboes van het regeerakkoord?
Arthur Docters van Leeuwen, oud-procureur generaal en voormalig hoofd van de Binnenlandse Veiligheidsdienst, vindt ook dat de Tweede Kamer zijn onderzoeksfunctie veel serieuzer moet nemen, en voert daar nog een argument voor aan: ‘Door onderzoek in te stellen naar incidenten, laat je zien dat je je als machtigste instituut van dit land iets aantrekt van de onderwerpen die de burger op dat moment echt raken.’ Hij wijst erop dat in landen als de VS en Engeland onderzoeken en hoorzittingen de normaalste zaak van de wereld zijn. ‘In Nederland doen we er veel te traumatisch over.’
Lees het artikel.

 

7 februari 2009


NRC Handelsblad blikt onder de kop Zoektocht naar Irak-onderzoekers vooruit naar de samenstelling van de commissie-Davids. In het artikel wordt duidelijk dat Davids een principiële keuze heeft: moet de (bestuurlijke) rust rond de kwestie-Irak worden hersteld of moet de waarheid boven tafel?
‘De parlementaire geschiedenis leert: het eerste kan niet zonder het tweede’, aldus Carla van Baalen, hoogleraar parlementaire geschiedenis aan de Universiteit Nijmegen. Zij pleit voor het opnemen van deskundigen in de commissie, en heeft geen fiducie in de door premier Balkenende gedane suggestie voor het opnemen van ministers van Staat, wier loyaliteit te zeer verbonden is met het politieke bedrijf. Dat verhoudt zich slecht met de gevraagde onafhankelijkheid, aldus Van Baalen.
PvdA-senator Klaas de Vries spreekt van ‘een ingrijpende onderzoeksklus’, waarbij Davids als voorzitter ‘goed in de gaten moet houden dat ambtenaren niets weghouden, dat zijn medewerkers zich niet met een kluitje in het riet laten sturen, maar dóórvragen’. Over mogelijke commissieleden zegt De Vries: ‘Mensen die actiebewust en onderzoeksgericht zijn. Die er bovenop zitten en de onderste steen boven willen hebben.’ Ook hij is sceptisch ten aanzien van oud-politici die mogelijk ‘te veel meedenken met het bestuur, in plaats van de feiten zonder erbarmen op een rij te zetten’.
Liesbeth Zegveld, hoogleraar internationaal humanitair recht aan de Universiteit Leiden, pleit voor het opnemen van een hoogleraar volkenrecht in de commissie. Volgens haar was de Nederlandse legitimatie voor steun aan de oorlog juridisch van aard, en is het van belang om de claim van Balkenende te onderzoeken dat er ook internationale rechtsgeleerden zijn die meenden dat de oorlog níet in strijd was met het internationale recht. Zegveld: ‘Als dat zo is, dan moet de commissie die rechtsgeleerden opsporen en het gewicht van hun argumenten wegen. Daarvoor heb je minstens één jurist van gezag nodig.’
Als mogelijke kandidaat noemt zij Peter Kooijmans, oud-minister van Buitenlandse Zaken, volkenrechtdeskundige, en minister van Staat. Kooijmans schat zijn kansen echter laag in: ‘De regering kent mijn opvatting over de afwezigheid van een volkenrechtelijk mandaat voor oorlog. Dat zal, vermoed ik, mijn kansen niet vergroten.’
Lees het artikel.

• Het Algemeen Dagblad publiceert een artikel over de burgerbeweging ‘Openheid over Irak’, waarin de drie medewerkers van het eerste uur – Allard de Rooi, Hein van Meeteren en Martijn de Rooi – vertellen over hun motivatie en de lange strijd die zij moesten voeren. ‘Wij hebben laten zien dat bevlogen burgers zo’n issue op de agenda kunnen krijgen als ze bereid zijn te leven met het cynisme van politici, medeburgers en media.’
Lees het artikel.

 

6 februari 2009

• De website van re.Public plaatst onder de kop ‘De overheidscommunicatie moet op de schop’ een even opmerkelijk als lezenswaardig interview met voormalig topambtenaar Hans Siepel. Siepel, van 1997 tot 2005 plaatsvervangend directeur Voorlichting bij het ministerie van Binnenlandse Zaken, is zeer kritisch over de wijze waarop de overheid met de bevolking communiceert. In zijn betoog betrekt hij de communicatie rond de besluitvorming over ‘Irak’. Siepel legt uit hoe het kabinet van meet af aan de ‘institutionele keuze’ maakte om de oorlog tegen Irak te steunen, en alleen nog op zoek was naar een passende redenering om die aan de kritische bevolking te communiceren.
Siepel bevestigt een beeld van de besluitvorming waarvoor al veel langer aanwijzingen bestaan, en dat in landen als de VS en Engeland inmiddels de bewezen realiteit is. Nog maar een maand geleden publiceerde NRC Handelsblad een brisant artikel waaruit bleek dat ambtenaren op het ministerie van Buitenlandse Zaken opdracht kregen om de al vaststaande steun aan de oorlog van een – in dit geval juridische – argumentatie te voorzien. Alles wijst erop dat het kabinet de ambtelijke instanties heeft ingezet om de door de bevolking ongewenste steun aan de oorlog te onderbouwen en aan diezelfde buger te verkopen.
In de aanloop naar de Irak-oorlog botste Siepel – als voorzitter van de strategiegroep-Irak belast met de communicatie van het kabinet inzake de naderende oorlog – hard met de onwrikbare vooringenomenheid van de regering: ‘Ik vond dat het kabinet in haar standpuntbepaling rekening moest houden met de weerstand in de samenleving. Maar de regering bewandelde alleen de institutionele kaders. […] De vraag was niet óf we de VS in Irak zouden steunen, de vraag was welke argumentatie we daarbij zouden verzinnen’. De werkelijke reden mocht niet gecommuniceerd worden. Siepel: ‘Het is nu eenmaal bijzonder vreemd, en daarom begrijp ik dat een onderzoek voor sommigen bezwaarlijk is, om inzichtelijk te maken dat de hele besluitvorming vooraf al vaststond. Dat het niet ging, zoals in een volwassen democratie wordt verondersteld, om hoor en wederhoor en argumentatie. Je kunt niet zeggen: Beste mensen, op basis van onze posities en belangen stond vooraf al vast dat we de VS zouden steunen. We hebben alleen nog naar een passende redenering gezocht.’
Siepel voert de kwestie-Irak op als ultiem voorbeeld van het proces waarin overheidscommunicatie is verworden tot public relations voor ministers en kabinetsbeleid, en waarin burgers worden overspoeld met ‘uitzendingen’ en campagnes. Het draait hierbij niet om het transparant informeren van de burger, maar om het beheersen van de beeldvorming. Niet de behoeftes van de samenleving staan centraal in de overheidscommunicatie, maar die van de overheid zelf. Volgens Siepel is de gang van zaken rond ‘Irak’ exemplarisch voor de dominante Haagse bestuurscultuur met zijn institutionele werkelijkheid ‘die voorschrijft dat het spel gespeeld wordt zoals het altijd wordt gespeeld’. Dat systeem is onveranderbaar, zo ondervond Siepel aan den lijve: hij werd in 2005 ontslagen.
Siepel voorspelt dat de wal het schip zal keren. Oude instituties zullen ten onder gaan als zij zich niet tijdig vernieuwen. Het bestuur, de ‘oude overheid’, overleeft nog slechts dankzij haar monopolie op de publieke markt, maar zou als product allang geen bestaansrecht meer hebben, en heeft dat qua vertrouwen van de burger in feite ook al niet meer.
Wat te doen? Siepel bepleit harde maatregelen: ‘Haal een streep door de Postbus 51-campagnes, hef de helft van de communicatieafdelingen op, laat journalisten rechtstreeks met ambtenaren praten en laat de eigenheid en de afwegingen van de ministers zien’. Hij wijst op Wouter Bos’ professionele optreden tijdens de financiële crisis als voorbeeld van hoe het wél moet: ‘Bos was er simpelweg toen hij er zijn moest. Dáár hebben we vertrouwen in. Dáár hebben we waardering voor. En daar hoeft geen gelikt communicatieadvies aan te pas te komen’.
Openheid over Irak attendeerde de media middels een persbericht op het nog onopgemerkte interview, en nam het op in een open brief aan de Eerste Kamer.
Lees het artikel.

 

5 februari 2009

• In een brief geeft Tweede Kamervoorzitter Gerdi Verbeet antwoord op vragen van Alexander Pechtold (D66) en Mark Rutte (VVD), die willen weten hoe zij het grondwettelijke recht van de Kamer op informatie van de regering zal waarborgen. Aanleiding is het feit dat de Tweede Kamer gisteren akkoord ging met de instelling van de commissie-Davids, en de daaruit voortvloeiende afspraak dat alle (liggende zowel als opkomende) vragen over ‘Irak’ door de regering zullen worden doorgeleid naar de commissie. Pechtold en Rutte willen nu van de voorzitter weten hoe die afspraak zich verhoudt tot hun individuele parlementaire recht.
Verbeet schrijft: ‘Er bestaat geen twijfel over dit grondwettelijk vastgelegde recht van individuele Kamerleden (artikel 68). [...] De regering kan het verstrekken van inlichtingen niet weigeren, op straffe van verlies van vertrouwen van de Kamer. Het is de Kamer zelf die op de naleving van de grondwettelijke regeling toeziet. Dit geldt ook voor een eventueel beroep van de regering op de grondwettelijke uitzonderingsgronden.’
Over de termijn van beantwoording schrijft Verbeet dat de Grondwet daarover niets bepaalt, maar dat de Tweede kamer in haar reglement van orde daarvoor drie weken heeft gereserveerd. ‘Als de regering die termijn niet gaat halen, wordt zij geacht de Kamer hiervan in kennis te stellen’.
Wat betreft de wijze van openbaar maken van informatie wijst Verbeet op de fatsoenregel dat de Kamer informatie van de regering eerder onder ogen krijgt dan anderen. ‘Het verdient veruit de voorkeur dat de regering belangrijke verklaringen in de Kamer zelf aflegt zodat de Leden haar hierop kunnen bevragen en zo hun grondwettelijke taken vorm en inhoud geven’.
Lees de brief.

• In een interview op NRC-tv geeft Joost Oranje, chef van de Haagse redactie van NRC Handelsblad, zijn visie op het komende Irak-onderzoek van de commissie-Davids. Als een van de eersten deed Oranje diepgravend onderzoek naar de besluitvorming omtrent de Nederlandse steun aan de Irak-oorlog. Dat resulteerde in juni 2004 in het onthullende artikel Hollandse oorlogslogica. Onlangs veroorzaakte Oranje opnieuw opschudding met de onthulling van een geheim memorandum van juristen van het ministerie van Buitenlandse Zaken (zie hieronder: 17 januari). Daarin schreven zij dat de (steun aan de) invasie van Irak naar hun mening onrechtmatig was. Hun memo was gericht aan hun minister, Jaap de Hoop Scheffer, maar lijkt niet verder te zijn gekomen dan de secretaris-generaal van het ministerie.
In het interview wijst Oranje erop dat naar aanleiding van zijn eerdere onthullingen al bekend was dat juristen op het ministerie kritische geluiden hadden laten horen, zelfs al vóór de invasie. En zij niet alleen: hetzelfde geldt voor de directeur Juridische Zaken van het Ministerie van Defensie. Oranje: ‘De waarde van het memorandum was veel meer dat daar heel duidelijk uit werd dat die ambtenaren zeiden: men wilde eigenlijk onze tegenargumenten en kritische geluiden niet horen. En dat is natuurlijk een heel belangrijk aspect om verder uit te zoeken: hoe is dat gegaan, was er wel genoeg ruimte voor kritische geluiden, werd dat inderdaad onder tafel geschoffeld en waarom was dat dan, liep Nederland te hard achter Amerika aan en wat was daarvan de oorzaak? Dat is allemaal interessante informatie om uit te zoeken en te boekstaven voor de historie.’
Met het instellen van de commissie-Davids, die deze en vele andere zaken gaat onderzoeken, heeft premier Balkenende ‘een grote knieval’ gemaakt, meent Oranje. ‘We weten nu dat het onderzoek er mag komen en dat er daarna eventueel een parlementaire enquête mag komen, dus we zijn politiek gezien een stap verder.’
Of er inderdaad een parlementaire enquête zal volgen op het onderzoek van Davids valt volgens Oranje te bezien. Dat hangt af van de resultaten van het onderzoek. ‘Maar de historie leert wel dat het parlement zélf graag wil onderzoeken en zélf graag conclusies wil trekken. Dus de kans is groot.’
Dat de oppositie moeite heeft met de instelling van de commissie-Davids is inherent aan het werk van parlementariërs, zegt Oranje. Doordat het kabinet negen maanden lang alle vragen zal doorschuiven naar de commissie, vindt de oppositie ‘dat zij haar werk niet goed kan doen, namelijk zo snel mogelijk antwoord krijgen van het kabinet, daarover kunnen debateren en vooral ook in alle openheid kunnen controleren wat de regering doet. Want dat is natuurlijk de belangrijkste taak van het parlement.’
Bovendien ‘zitten er staatsrechtelijk een paar hele curieuze punten aan dit gebeuren’. Kamervragen naar aanleiding van bijvoorbeeld nieuwe onthullingen zullen pas in november worden beantwoord, en dan niet door de regering zelf, maar door de commissie-Davids. Oranje: ‘Maar zolang de meerderheid van de Kamer daarmee blijft instemmen, blijft die situatie zoals die is, maar hij blijft wel heel curieus.’
Bestaat de kans dat het onderzoek van invloed is op de volgende verkiezingen voor de Tweede Kamer? Als de conclusies van de commissie-Davids bevredigend zijn, zal de kwestie-Irak ruim voordien afgehandeld zijn ‘en is het voor de verkiezingen echt helemaal weg’, meent Oranje. Maar als er een parlementaire enquête volgt, ‘dan zal het een rol spelen in het verkiezingsproces, want voor zo’n enquête helemaal is opgetuigd en voor de verhoren beginnen gaan we gevaarlijk dicht naar de verkiezingsdatum toe.’
Zou dat gunstig of juist ongunstig zijn voor de PvdA, luidt de slotvraag. Dat is volgens Oranje maar de vraag. Hij herinnert eraan dat er nog altijd onduidelijkheid bestaat over de opstelling van de PvdA in de aanloop naar de oorlog. ‘Dus ik denk niet – als het écht gepolitiseerd wordt in díe sfeer – dat dat zich beperkt zal houden tot Balkenende en het CDA. Ik denk dat dan meerdere partijen daar last van gaan krijgen.’
Bekijk het interview.

 

4 februari 2009

• De Tweede Kamer debateert vandaag met premier Jan Peter Balkenende over het kabinetsvoorstel tot instelling van de commissie-Davids, die onderzoek moet gaan doen naar de besluitvorming betreffende de Nederlandse steun aan de inval in Irak (zie hieronder: 2 februari). De afgelopen dagen is al duidelijk geworden dat de fracties van de regeringspartijen (CDA, PvdA en ChristenUnie) én de SGP, samen goed voor 82 zetels, het voorstel steunen. Dat het wordt aangenomen is dan ook geen verrassing.
Toch neemt het debat binnen de lange reeks Irak-debatten die de afgelopen jaren in de Tweede Kamer zijn gevoerd een bijzondere plaats in. In veel voorgaande debatten vroegen uiteenlopende oppositiepartijen middels moties om een onderzoek. Geen van die moties kreeg voldoende steun, en het kabinet bleef halsstarrig volhouden dat onderzoek ongewenst en zinloos was. Maar nadat zich in december in de Eerste Kamer een meerderheid vóór onderzoek had afgetekend, en ook in de Tweede Kamer de roep om onderzoek steeds breder werd gesteund, is het nu plotseling het kabinet zelf dat met een voorstel komt. Voor het eerst draait een debat niet om de vraag óf er een onderzoek wordt ingesteld, maar om de vraag wat voor soort onderzoek dat zou moeten zijn. Vrijwel de gehele oppositie pleitte de afgelopen dagen voor instelling van een parlementaire enquête in plaats van een onderzoek dat volgens deze partijen alleen in naam onafhankelijk is.
In het felle debat trekt de verontwaardigde oppositie die lijn door. D66-leider Alexander Pechtold noemt het kabinetsvoorstel ‘een gotspe’. Hij is ‘verbijsterd’ dat het onderzoek onafhankelijk wordt genoemd. Hoe kan een onderzoek onafhankelijk zijn als de opdrachtgever zelf onderwerp van onderzoek is, vraagt hij zich af.
Ook Agnes Kant (SP) trekt fel van leer. Volgens haar is het kabinetsvoornemen om alle liggende én komende Irak-vragen uit de Eerste en Tweede Kamer gedurende de komende negen maanden niet te beantwoorden, maar door te schuiven naar de commissie-Davids, ‘ongehoord’, ‘een blamage’ voor de democratie en ‘obstructie van de parlementaire democratie’. Daarnaast roept ze de PvdA-fractie op zich voor een parlementaire enquête uit te spreken.
Fractievoorzitter Femke Halsema van GroenLinks sluit zich grofweg bij Pechtold aan en spreekt van een ‘politieke’ in plaats van een ‘onafhankelijke’ commissie. Net als de SP, D66 en andere oppositiepartijen spreekt zij zich uit voor een parlementaire enquête, de onderzoeksvorm met de meest vérgaande bevoegdheden, zoals het horen onder ede, de openbaarheid van de verhoren en de verschijningsplicht. Dít is de ‘Koninklijke weg’ naar openheid over Irak, stelt zij. Balkenendes voorstel voor een onafhankelijke commissie vindt ze getuigen van ‘parlementaire minachting’.
VVD-leider Mark Rutte ontpopt zich tijdens het debat, net als de PVV en Rita Verdonk, als voorstander van een parlementaire enquête. Hij noemt de uitkomsten van het onderzoek van de commissie-Davids ‘op voorhand controversieel’. En ook hij vindt dat de Kamer ‘buitenspel’ wordt gezet. Een ‘schoffering van de Kamer’, aldus Rutte.
Fractievoorzitter Pieter van Geel namens het CDA en premier Balkenende namens het kabinet vinden een onderzoek door de commissie-Davids de beste oplossing voor de in hun ogen ‘chaotische situatie’ die rond het thema Irak is ontstaan. Van Geel noemt het voorgestelde onderzoek ‘superieur’ aan een parlementaire enquête, die volgens hem vanwege het ‘gepolitiseerde klimaat’ en de ‘verpolitiekte sfeer’ in de Kamer onmogelijk zuiver kan worden uitgevoerd. Met name Halsema zou, meent Van Geel, niet in staat zijn tot het verrichten van een onafhankelijk parlementair onderzoek. Bovendien lijden ondervraagden in een parlementaire enquête nogal eens zomaar aan ‘geheugenverlies’, aldus Van Geel.
Ook Balkenende richt zijn pijlen op Halsema, die hij ‘achterdochtig naar het kabinet’ noemt. Over de superioriteit van een onafhankelijk onderzoek is hij minder stellig dan Van Geel. Hij erkent dat een parlementaire enquête meer bevoegdheden kent, maar herhaalt het probleem van het plotselinge geheugenverlies.
De positie van de PvdA in het debat is pikant. De partij heeft jarenlang aangedrongen op onderzoek, maar voelde zich begin 2007 tijdens de kabinetsformatie genoodzaakt die eis onder zware druk van het CDA te laten vallen. Nu Balkenende zelf een onderzoek voorstelt, is de PvdA niet langer gebonden aan de toen gemaakte afspraak, een gegeven dat fractievoorzitter Mariëtte Hamer tijdens het debat koeltjes constateert. In feite is hiermee de weg voor de fractie vrij om in te stemmen met een parlementaire enquête. Dat doet Hamer evenwel niet. Ze stelt dat de fractie het kabinetsvoorstel op de ‘eigen merites’ heeft beoordeeld, en heeft geconcludeerd dat hiermee alle feiten in principe boven water kunnen komen. Ze noemt het voorstel ‘kansrijk’, maar voegt daar met een duidelijke zinspeling op een toekomstige enquête aan toe dat wanneer er na 1 november ‘nog vragen zijn, wij niet zullen aarzelen het werk via het parlement voort te zetten. We zijn nu begonnen aan de waarheidsvinding en houden niet op tot alle vragen zijn beantwoord’. Hoewel niet van harte, ziet Balkenende zich genoodzaakt te bevestigen dat de blokkade van een parlementaire enquête in de Tweede Kamer nu tot het verleden behoort. Hamer laat tijdens het debat verder weten het voor negen maanden opschorten van het beantwoorden van Kamervragen door de regering geen bezwaar te vinden; ze stelt dat dit ‘de mores’ is als er een onderzoek wordt ingesteld.
Tijdens het debat ontstaat onduidelijkheid over de grondwettelijke basis voor het negen maanden lang niet beantwoorden van reeds gestelde en nog volgende Irak-vragen. Pechtold stelt Tweede-Kamervoorzitter Gerdi Verbeet hierover een vraag. Uit haar schriftelijke antwoord (zie hierboven: 5 februari) blijkt dat de Kamer zelf bij meerderheid uitmaakt of wordt ingestemd met het opschorten van de beantwoording. Volgens deze redenering delft de oppositie het onderspit, maar die legt zich daar niet bij neer. Zij meent dat het recht op antwoord bij het individuele Kamerlid ligt en kondigt aan vragen te zullen blijven stellen en daarop binnen redelijke termijn antwoord van de regering te verwachten.
Tijdens het debat worden drie moties ingediend, twee door Pechtold en één door Halsema. Beide moties van Pechtold – in de ene wordt de Kamer opgeroepen direct een parlementaire enquête in te stellen, in de andere wordt de regering gevraagd de liggende en nog komende Irak-vragen binnen de gebruikelijke termijn van drie weken te beantwoorden ­– worden verworpen. De motie van Halsema, waarin de regering wordt gevraagd in de opdracht aan Davids op te nemen dat zijn commissie zich beschikbaar houdt om na het verschijnen van haar rapport met de Kamer in gesprek te gaan, wordt wel aangenomen.
Lees de tekst van het debat: deel 1 en deel 2.

• In een interview met Paul Bovend'Eert, hoogleraar staatsrecht aan de Radboud Universiteit Nijmegen, gaat het Nederlands Dagblad in op de staatsrechtelijke aspecten van het door premier Balkenende aan de Eerste en Tweede Kamer gestuurde voorstel tot instelling van de commissie–Davids. De krant stelt vast dat er Kamerleden zijn die klagen dat het parlement buitenspel staat nu premier Balkenende het onderzoek naar de steun aan de oorlog in Irak heeft opgedragen aan een externe commissie. Bovend'Eert: ‘De Kamer zet zichzelf buitenspel, door niet te besluiten tot een parlementaire enquête. Dat daar geen meerderheid voor te vinden is, moet de Kamer zichzelf aanrekenen, niet de premier’. Voor het parlement zit er dan ook weinig anders op dan het onderzoek van de commissie-Davids af te wachten.
De vraag blijft echter wat er moet gebeuren als zich tussentijds nieuwe feiten voordoen. Hebben Kamerleden het recht om daarover vragen te stellen en antwoorden te verlangen? Bovend'Eert meent dat het kabinet in principe een grondwettelijke inlichtingenplicht heeft ten opzichte van het parlement, maar ook dat er situaties bestaan om daarvan af te wijken. ‘Inderdaad moet het kabinet antwoord geven op vragen die Kamerleden stellen, maar met een beroep op het staatsbelang kan een minister besluiten vragen niet te beantwoorden, of de beantwoording uit te stellen. Bijvoorbeeld als er veel vragen tegelijk worden gesteld, of als de beantwoording meer tijd kost dan de drie weken die daar normaal gesproken voor staan’.
Dit is echter geen vrijbrief voor de premier om álle vragen door te schuiven. ‘Als in november blijkt dat de regering nu al precies wist wat er aan de hand was, en die vragen dus had kunnen beantwoorden, is dat een kwalijke zaak. Dan moet je concluderen dat de Kamer doelbewust om de tuin is geleid, omdat het kabinet willens en wetens de plicht om inlichtingen aan het parlement te verstrekken heeft ontdoken. In zo’n geval moet de Kamer zijn tanden laten zien’.
Bovend'Eert herinnert eraan dat burgers (en media) buiten het parlement over nog een ander machtsmiddel beschikken: ‘Zij kunnen via de Wet Openbaarheid van Bestuur inzage in overheidsstukken eisen’.
Lees het artikel.

 

3 februari 2009

EénVandaag neemt the day after poolshoogte in Den Haag. Het programma volgt Alexander Pechtold, die een debat aanvraagt over het kabinetsvoorstel betreffende een Irak-onderzoek. De D66-voorman is niet ingenomen met dat voorstel: ‘De democratie heeft zeker weer schade ondervonden, omdat als je nu gewoon zou tellen naar de partijen die zeggen “Er moet een enquête komen” is er ruim een meerderheid. Alleen de PvdA heeft zich, ja, ik heb dat eerder al genoemd een parlementair onzedelijke afspraak laten opdringen. Maar ja, ze accepteren het wél.’
PvdA-leider Wouter Bos toont zich wel positief over het onderzoek: ‘We hebben een gouden kans. Pakken!’ Met de vraag of de PvdA nu nog gebonden is aan de formatie-afspraak met het CDA en de ChristenUnie om (verder) onderzoek te blokkeren heeft hij zich naar eigen zeggen ‘nog niet beziggehouden’.
EénVandaag vraagt zich verder af of Balkenendes besluit goed is voor zijn imago. Het is duidelijk, stelt het programma, dat de premier in het nauw zat: het regende onthullingen en vragen, en een hele rij prominenten van zijn eigen CDA adviseerden hem dringend om eindelijk opening van zaken te geven. Balkenende zag in dat zijn imago op het spel stond en besloot al vorige week tot een onafhankelijk onderzoek – een geijkt middel voor politici in het nauw om tijd te winnen. Een verstandig besluit?
Parlementair historicus Gerard Visscher, expert op het gebied van politieke onderzoeken en commissies, meent dat Balkenendes imago ‘een hele zware deuk heeft gekregen’: ‘Ik vind dat geen echt voorbeeld van goed crisismanagement, want dan had hij in een veel vroeger stadium zo’n soort operatie moeten doen.’
Ook imagodeskundige Jacques Monasch is negatief: Hij vertolkt de gedachtengang van Balkenende nadat hij zijn ‘ongelijk heeft toegegeven’ als volgt: ‘Maar dan ga ik niet doen wat jij vindt, dan ga ik wel zelf doen wat ík dan vind.’ Monasch omschrijft dat als ‘een beetje kinderachtige reactie.’ Over het onderzoeksvoorstel zegt hij: ‘Het is te laat en het is te weinig. Hoe goed het ook is dat het nu eindelijk gaat gebeuren. Maar nu wordt het allemaal uit handen gegeven aan een voorzitter die hij zelf heeft aangewezen. Nou, dat is natuurlijk in een democratie niet echt iets om trots op te zijn. Maar over negen maanden komt het terug bij het parlement en dan kun je dus opnieuw om een parlementaire enquête gaan vragen. En dan kan opnieuw blijken of Balkenende weer koppig gaat zijn of toch meegaat met de Kamer.’
Balkenende hoopt met zijn besluit de kritiek die op hem is neergedaald weg te nemen, maar het uiteindelijke rapport zou weleens het tegenovergestelde effect kunnen hebben. Visscher spreekt van ‘uitstel’: ‘De kans is op z’n minst groot dat als zoveel partijen haast woord voor woord zo’n rapport napluizen, van wat is er niet overtuigend beantwoord, waar is nog onduidelijkheid over, waar is nog mist over, dat dat de reden zal zijn om dan toch nog zelf een parlementair onderzoek door te zetten.’
Ook Monasch denkt dat de premier weleens van een koude kermis kan thuiskomen: ‘Je ziet altijd dat als je niet meteen de sprong vooruit neemt, van los het nou in één keer en voor altijd goed op, dat het je blijft achtervolgen.’
Bekijk de uitzending.

• Was al vóór de invasie van Irak bekend dat het land allang niet meer over massavernietigingswapens beschikte? Ja, zegt defensiespecialist Rob de Wijk in EénVandaag. Anderhalve week voor het begin van de oorlog werd hij uitgenodigd voor een debat over de strategie en mogelijke gevolgen van de naderende invasie. Lokatie was het befaamde Chatham House in Londen. Aanwezig was een internationaal gezelschap van defensiespecialisten, medewerkers van inlichtingendiensten en vooraanstaande politici, onder wie de Britse minister van Defensie Geoffrey Hoon en de Amerikaanse onderminister van Wapenbeheersing en Nationale Veiligheid John Bolton. Tijdens de bijeenkomst vond ‘een interessante discussie’ plaats over de veronderstelde massavernietigingswapens van Irak. Toen het gezelschap aansluitend naar het hotel liep, stelde De Wijk zijn collega’s de vraag of de Iraakse massavernietigingswapens al dan niet nog bestonden. De Wijk: ‘En toen werd er onomwonden gezegd: nee, die wapens zijn er al een hele tijd niet meer, die zijn vermoedelijk ergens halverwege de jaren negentig opgeruimd door Saddam Hoessein, dus die massavernietigingswapens spelen niet echt een belangrijke rol in deze hele overweging.’ Het protocol van Chatham House gebiedt De Wijk de naam van zijn bron voor zich te houden.
Bij het besluit om Irak aan te vallen of – in het geval van Nederland – de invasie te steunen, speelde de vraag of Irak verboden wapens bezat volgens De Wijk dan ook geen rol: ‘Als je dus terug gaat redeneren van hoe deze besluiten zijn ontstaan, dan ging het eigenlijk helemaal niet over de vraag of het nu wel of niet juridisch gerechtvaardigd was om te gaan invallen, en of die massavernietigingswapens er wel of niet waren. Voor de Nederlandse regering, denk ik, ging het om de vraag: ben ik een trouwe bondgenoot van de Verenigde Staten, ja of nee? En als het antwoord ja is, dan doen we mee, en anders niet.’
Bekijk de uitzending.

Elsevier timmert de laatste tijd lekker aan de weg. Na Arendo Joustra (zie hieronder: 25 januari) en Eric Vrijsen (zie 15 december 2008) is het nu de beurt aan opnieuw Vrijsen om de voorstanders van een Irak-onderzoek met gemakzuchtige dan wel ronduit idiote argumenten af te kammen. ‘Links opportunisme’, meent hij in zijn commentaar, en dat nog wel over ‘vrijblijvende episode die overal al lang vergeten is’.
Lees het commentaar.

• Op het weblog Haagse Streken van Vrij Nederland omschrijft Thijs Broer het onderzoeksvoorstel van Balkenende, en met name de timing ervan, als ‘listig’. Maar de PvdA-fractie in de Eerste Kamer, die in de Senaat de sleutel voor een parlementaire enquête in handen heeft, laat zich geenszins van de wijs brengen, zo blijkt. Fractievoorzitter Han Noten vertrouwt Thijs toe: ‘Balkenende doet zijn best, maar voor ons betekent dit uitstel niet meer dan een middagdutje.’ En fractiewoordvoerder Klaas de Vries zegt: ‘Ik zat niet te wachten op zo’n tussenfase. Mijn inzet is dat de regering zich verantwoordt voor de Kamer, niet voor een commissie. Dat recht laat ik me niet ontnemen.’
Lees het artikel.

• In een artikel getiteld Acht vragen over onderzoek naar steun Irak-oorlog zet NRC Handelsblad kort uiteen wat de ‘zaak-Irak’ inhoudt, wat de positie van Nederland daarin bijzonder maakt, wat we van de commissie-Davids kunnen verwachten, of het onderzoek politieke schade kan opleveren en of de Irak-zaak vervolgens is afgesloten. Wat dat laatste betreft: ‘De kans dat er vraagtekens blijven is groot’, schrijft de krant, en daarmee is de mogelijkheid dat een van beide Kamers alsnog een eigen onderzoek instelt reëel.
Lees het artikel.

• In een ingezonden stuk in Trouw zet Terry Gill – hoogleraar militair recht aan de Universiteit van Amsterdam en hoofddocent volkenrecht aan de Universiteit Utrecht – uiteen dat de invasie van Irak onrechtmatig was: ‘Een schending van het volkenrecht, en wel van een basisregel van de internationale rechtsorde: het verbod op gebruik van geweld in de internationale betrekkingen.’ Voor de politieke steun die Nederland aan de aanval verleende geldt dat volgens hem niet. In termen van het internationale recht heeft Nederland – in tegenstelling tot onder meer de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk – naar zijn inzicht dan ook weinig te vrezen.
Maar de regering dient zich volgens Gill wél duidelijk politiek te verantwoorden. Bijvoorbeeld over ‘het achterhouden’ van het memorandum van juristen van het ministerie van Buitenlandse Zaken, dat onlangs door NRC Handelsblad werd geopenbaard (zie hieronder: 17 januari). Daarin zetten de juristen ten overvloede uiteen dat de invasie van Irak naar hun inzicht geen deugdelijke juridische grondslag had. Dat de regering wellicht op grond van ‘zwaarwegende andere belangen’ besloot het advies niet op te volgen is één, betoogt Gill, maar het ‘wegstoppen’ van dit advies in een zaak waarin het juridische element zó belangrijk was, was ‘onverstandig’, en had zware consequenties kunnen hebben als Nederland de invasie militair had gesteund. ‘Maar hoe dan ook’, besluit Gill zijn artikel, ‘bevolking en politiek verdienen dat de regering openlijk, met volle verantwoording en besef van de mogelijke consequenties voor beleid kiest, ook als daarbij wordt afgeweken van juridisch advies.’
Lees het artikel.

De Volkskrant, die jarenlang amper een letter aan de kwestie-Irak wijdde, deed zich de afgelopen weken gelden als voorvechter van openheid en waarheidsvinding. Dat zit op de redactie blijkbaar niet iedereen lekker. Verslaggever Ron Meerhof schrijft zijn kennelijke frustraties van zich af in een opiniestuk waarin hij de pers en de politiek opportunisme verwijt en bovendien stelt dat de kwestie-Irak de burger koud laat. Hij besluit zijn zwakke artikel met: ‘We moesten het [onderzoek] maar niet verkopen als een triomf van de democratie. Want de geestdrift van de pers is nog niet die van de kiezer.’
Lees het artikel.

• De oud-Kamervoorzitters Frans Weisglas en Dick Dolman vinden het bizar dat het parlement zich opnieuw ‘buitenspel’ laat zetten door premier Balkenende. Dat schrijft de Volkskrant. Weisglas (VVD) noemt het feit dat het kabinet alle Kamervragen over Irak doorstuurt naar een staatscommissie ‘een onaanvaardbare uitholling van het grondwettelijk parlementaire recht op controle en informatie’: ‘Een onderzoekscommissie kan natuurlijk niet Kamervragen beantwoorden die de volksvertegenwoordigers aan de regering stellen.’ In een ingezonden stuk in de krant bepleit hij dat het parlement alsnog zelf een enquête instelt. Daarmee kan ‘de driedubbele uitholling van de positie van de Kamer in één klap teniet worden gedaan’.
Dolman (PvdA) deelt de kritiek van Weisglas. Hij betreurt bovendien dat zijn partij er bij de formatie in 2006 mee instemde dat er geen parlementair onderzoek over Irak zou komen. ‘Nu gaat het van kwaad tot erger’, aldus Dolman.
Lees het artikel.

• Alexander Pechtold (D66) en Femke Halsema (GroenLinks) stellen premier Balkenende enkele vragen over het gisteren gepresenteerde kabinetsvoorstel voor een Irak-onderzoek. De premier antwoordt per brief.
Lees de brief.

 

2 februari 2009

• In Nova doet Ferry Mingelen uit de doeken hoe premier Balkenende tot zijn vandaag gepresenteerde voorstel voor een Irak-onderzoek kwam. Volgens Mingelen kwamen Balkenende en een kleine groep CDA-vertrouwelingen dinsdag 27 januari tot de conclusie dat het verzet tegen een onderzoek niet langer houdbaar was. Balkenende wilde echter voorkomen dat er een openbaar parlementair onderzoek zou worden ingesteld. Als oplossing kwam daarom het onafhankelijke onderzoek uit de hoge hoed. De vraag was nu waaraan zo’n onderzoek zou moeten voldoen, en vooral onder wiens leiding het zou moeten staan. Volgens Mingelen werden er lijstjes opgesteld, kandidaten gebeld en weer afgestreept, en uiteindelijk kwam men uit bij mr. W. Davids. Pas gisteren voerde Balkenende een telefoongesprek met Davids (op diens vakantieadres) en pas vanochtend om negen uur stemde Davids in. Opmerkelijk is dat pas daarna de beide vice-premiers en de overige ministers werden ingelicht.
In de studio bevestigt CDA-fractievoorzitter Pieter van Geel de lezing van Mingelen, ‘op een paar details na’. Van Geel benadrukt dat een onderzoek voor zijn fractie niet nodig was. Reden om daar toch voor te kiezen was: ‘De omstandigheden op dit moment zijn dat er sprake is van desinformatie, oud nieuws dat weer nieuw nieuws wordt, het kreeg een eigen dynamiek, een eigen beweging, het werd een rafelig proces. En als je dan ziet waar dit kabinet voor staat op dit moment, met de economie, met de financiële crisis, dan moet hier een eind aan komen.’ Van ‘haastwerk’ was volgens Van Geel bij het besluit tot, en de uitwerking van, het onderzoeksplan geen sprake.
In dat laatste kan de ook in de studio aanwezige GroenLinks-fractievoorzitter Femke Halsema zich ‘na zes jaar wachten op een parlementair onderzoek’ vinden: ‘Dan is het veel te laat en dan ook nog eens veel te weinig.’ Wél vindt zij het voorstel ‘een weinig doordachte en verstandige beslissing. Als ik naar de premier sta te kijken heb ik toch de rare gewaarwording dat ik naar de kalkoen sta te kijken die zelf het kerstmenu samenstelt. Hij behoort voorwerp te zijn van onderzoek en dat betekent niet dat je zelf besluit wie het onderzoek gaat doen en hoe de commissie vervolgens samengesteld wordt.’
Halsema typeert het kabinetsvoorstel als ‘een ongeloofwaardige vlucht naar voren’. Het onderzoek is niet onafhankelijk, want de opdrachtgever is het kabinet, niet het parlement. Door ministers van Staat in de commissie op te nemen, zoals Balkenende graag ziet, wordt een partijpolitiek element geïntroduceerd.
Van Geel stelt dat het onderzoek wél onafhankelijk is, dat de ministers van Staat geen ‘politieke belhamels’ zijn en dat alle informatie ter beschikking van het parlement komt. ‘De reacties van de oppositie vandaag sterkte mij dat dit de goede keuze is geweest. Want dit onderzoek, blijkt ook uit de reacties, wordt zó gepolitiseerd dat er geen normaal, fatsoenlijk overleg met de Kamer over te voeren valt. Het is volstrekt gepolitiseerd: over the top, over the hill, wat vandaag gebeurde.’
Halsema noemt de veronderstelling dat het komende onderzoek van Davids géén politiek onderzoek zou zijn ‘waanzinnig’: ‘Het gaat over de kwaliteit van politieke besluitvorming. En ik denk dat je de Kamer schandalig tekort doet als je veronderstelt dat de Kamer niet in staat is tot onafhankelijk onderzoek.’
Van Geel bestrijdt dat de positie van het parlement verontachtzaamd wordt. Over de resultaten van het onderzoek door de onafhankelijke commissie én over de reactie van het kabinet daarop vindt immers een open debat plaats, stelt hij.
Halsema zegt het ‘schandalig’ te vinden dat het kabinet heeft besloten om alle liggende Irak-vragen van de Kamer niet te beantwoorden, maar door te schuiven naar de commissie.
Van Geel stoort zich aan de kwalificatie ‘schandalig’; hij vindt het doorschuiven naar de commissie juist een wijs besluit: ‘Wat er nu gebeurt is dat dán de Eerste Kamer weer vragen stelt, dán de Tweede Kamer, dán weer oud nieuws wordt gerecycled, het wordt een chaotisch proces.’ En dat gaat ten koste van de bestrijding van de kredietcrisis en de economische crisis.
Halsema wil daar niets van weten: ‘Als het onderzoek vijf jaar geleden had plaatsgevonden zoals wij wilden, hadden we ons nu, zonder enige afleiding, kunnen zetten aan de kredietcrisis. Dus dat het nu samenloopt is úw verantwoordelijkheid en niet van die mensen die de waarheid zoeken.’ Zij hekelt het feit dat de commissie in de beslotenheid zal werken: ‘Wij willen dat al het onderzoek in de openbaarheid plaatsvindt, en dat ministers en anderen in de openbaarheid gehoord kunnen worden. Dat hebben ze zelfs in de Verenigde Staten aangedurfd uiteindelijk, en nog steeds is ons kabinet daar te bang voor.’
Van Geel noemt dat ‘een denkfout’: een onafhankelijke commissie kan minstens zoveel boven tafel krijgen als een enquêtecommissie; ook een parlementaire enquête heeft zijn beperkingen, stelt hij. Bijvoorbeeld dat mensen ‘plotseling geen geheugen hebben en het niet meer weten’.
Presentator Twan Huys vraagt Halsema wat zij als parlementariër uitgezocht wil zien door de commissie. Halsema: ‘Ik vind dat we heel zorgvuldig moeten kunnen reconstrueren, eigenlijk van dag tot dag, hoe de besluitvorming destijds is gelopen.’ Ze wijst erop dat het kabinet de afgelopen jaren wisselende argumenten heeft gebruikt ter onderbouwing van de steun voor de invasie, en dat het ook tegenover verschillende partijen verschillende argumenten heeft gebruikt.
Typerend voor de manier van opereren van het kabinet noemt zij de reactie van Balkenende op de uitspraak van de voormalige onderminister Armitage dat Jaap de Hoop Scheffer zijn baan bij de Navo mede te danken heeft aan de ruimhartige Nederlandse steun aan de invasie (zie hieronder: 29 januari). Eerst stelde de premier dat dat alleen al ‘in de tijd’ onmogelijk was. Vervolgens moest hij dat terugnemen, aangezien het ‘in de tijd’ wel degelijk mogelijk bleek te zijn. Halsema: ‘Dat vraagt om openbare opheldering.’ En dat geldt volgens haar ook voor ander nieuws van de afgelopen tijd, zoals de kennelijke bereidheid van Nederland om de invasie militair te steunen.
Volgens Van Geel kan de commissie deze kwesties heel goed onderzoeken.
Twan Huys citeert de reactie van Hans van Mierlo op het kabinetsvoorstel. Volgens deze minister van Staat dient de gewichtige kwestie-Irak te worden onderzocht door direct gekozen volksvertegenwoordigers in de vorm van een parlementaire enquête.
Tot slot praat Ferry Mingelen met PvdA-senator Klaas de Vries, die zich in de woorden van Van Mierlo kan vinden: ‘Ik vind het jammer dat men niet het parlementaire proces heeft afgelopen en het dan aan het parlement heeft overgelaten wat voor soort onderzoek er moet komen. Een parlementair onderzoek is het meest onafhankelijke en meest openbare dat je kunt krijgen.’ Hij laat er geen misverstand over bestaan dat zijn fractie de kwestie-Irak net zolang zal agenderen tot alle vragen bevredigend zijn beantwoord: ‘Wij zullen dat resultaat gewoon weer oppakken en kijken of dat aan de maat is, en als dat niet zo is zullen we gewoon verdergaan.’ En, stelt hij, wie weet kan de commissie daaraan bijdragen: ‘Ik denk dat deze commissie misschien een bijdrage kan leveren om het dossier op orde te krijgen.’ Hoe dan ook zal de regering zelf uiteindelijk alle vragen moeten beantwoorden, dat kan niet aan een commissie worden overgelaten: ‘Ik wens antwoorden van de regering.’
Mingelen vraagt waarom De Vries niet nu het initiatief neemt tot het instellen van een parlementaire enquête, waar in de Eerste Kamer een meerderheid voor bestaat. De Vries antwoordt dat in de Kamer is afgesproken om half februari een tweede ronde vragen in te dienen. Het idee was dat de regering daar circa eind april op zou antwoorden, waarna nog voor de zomer een debat over een onderzoek zou volgen. Door de instelling van de commissie-Davids ondervindt dit proces nu vertraging, maar De Vries noemt het ‘waarschijnlijk’ dat aansluitend alsnog een parlementair onderzoek zal worden ingesteld: ‘Ik kan me niet voorstellen dat een commissie met alle antwoorden komt die in de politiek blijken te leven. We hebben dat vaker gezien, ook met Srebrenica, waarvan overigens de heer Balkenende zes jaar na dato zei: hadden we dat maar meteen uitgezocht.’
Bekijk de uitzending.

EénVandaag presenteert ook de uitkomsten van een vandaag gehouden enquête onder zevenduizend leden van het EénVandaag Opiniepanel. Daaruit blijkt volgens het programma dat er weinig vertrouwen bestaat in het aangekondigde Irak-onderzoek: slechts 26 procent van de deelnemers vindt het voorgestelde onderzoek voldoende, terwijl 48 procent vindt dat er daarnaast ook een parlementair onderzoek moet komen. Volgens zestien procent is er helemaal geen onderzoek nodig.
Op de vraag of het voorgenomen onderzoek de waarheid aan het licht zal brengen antwoord 42 procent van de ondervraagden bevestigend en 47 procent ontkennend.
Tenslotte vindt zeventig procent van de ondervraagden dat premier Balkenende veel eerder een onderzoek had moeten (laten) instellen; slechts negentien procent kan zich vinden in de timing van de premier.
Lees de uitkomsten.

EénVandaag laat twee leden van de Tweede Kamer aan het woord over het kabinetsvoorstel voor een Irak-onderzoek: SP’er Harry van Bommel heeft grote bezwaren, PvdA-fractievoorzitter Mariëtte Hamer kan zich erin vinden. Het programma spreekt ook met PvdA-senator Klaas de Vries. Die heeft geen bezwaar tegen de commissie-Davids, maar voegt daaraan toe: ‘Ik heb als parlementslid heel weinig te maken met een onafhankelijke onderzoekscommissie, ik heb alleen te maken met de regering. En als die straks een rapport overlegt en zegt: daar zijn wij het helemaal mee eens, dan kunnen we op dat moment weer bekijken of wij weten wat wij wilden weten. En als dat niet zo is dan zullen we doorgaan, want de regering hoort zich over dit soort dingen zelf te verantwoorden.’ Zolang de regering niet op alle vragen bevredigend antwoord heeft gegeven, zo stelt De Vries, ‘zal mijn fractie, en ikzelf, hiermee bezig blijven’.
EénVandaag spreekt ook premier Balkenende aan. Die ontkent dat hij tot zijn voorstel is gekomen omdat de beeldvorming op dit moment schadelijker voor hem is dan de uitkomsten van een onderzoek. Volgens de premier heeft de veelheid aan vragen over de kwestie-Irak die vanuit beide Kamers op hem afkomen tot gevolg ‘dat de samenhang ook uit beeld raakt, en daar moeten we, denk ik, toch van af’.
In de studio zegt militair specialist Rob de Wijk zich de verontwaardiging over het kabinetsvoorstel van vrijwel alle oppositiepartijen in de Tweede Kamer te kunnen voorstellen. ‘De regering hoort zich eigenlijk te verantwoorden naar de Kamer toe, zo werkt onze parlementaire democratie. En nu is het zo dat je bijna een jaar niet meer in het parlement hierover kunt spreken.’
Volgens De Wijk is het zeer de vraag of de commissie-Davids daadwerkelijk alle relevante geheime stukken te zien krijgt. Hij denkt met name aan de meest geheime stukken van Nederlandse en buitenlandse inlichtingendiensten die licht kunnen werpen op de vraag of Nederland in de aanloop naar en tijdens het begin van de oorlog militaire steun heeft verleend.
Volgens De Wijk is de belangrijkste vraag die de commissie moet beantwoorden welke rol de veronderstelde massavernietigingswapens van Irak in de besluitvorming hebben gespeeld. Een belangrijk aspect van die vraag is volgens hem: wat was er bij de regering bekend over die wapens? De Wijk: ‘En dan kom je bij het punt dat de regering altijd heeft gezegd: het ging erom dat Saddam Hoessein zoveel twijfel zaaide, en het ging ons er eigenlijk helemaal niet om of hij die wapens wel of niet had. Maar aan de andere kant zie je dat Jaap de Hoop Scheffer, de toenmalige minister van Buitenlandse Zaken, voortdurend heeft gezegd: het gaat wél om die massavernietigingswapens. Er is een enorme twijfel over dat punt.’
Belangrijk in dit verband is volgens De Wijk of de regering verkeerd is voorgelicht door de inlichtingendiensten, ‘of dat de regering de oren heeft laten hangen naar de Amerikanen en de Britten, die zeiden: ze zijn er wél’, en of de regering het parlement en de bevolking verkeerd heeft voorgelicht.
Een tweede belangrijk punt van onderzoek is volgens De Wijk de juridische grondslag van de oorlog, die blijkens uitgelekte documenten destijds al ernstig in twijfel werd getrokken door juristen van de ministeries van Buitenlandse Zaken en Defensie. De Wijk wijst op de naar zijn smaak ondeugdelijke parallel met Operatie Desert Fox waarop de regering zich in maart 2003 beriep.
Een derde punt van aandacht – ‘een brisant punt’ – is de vraag of Nederland niet toch militaire steun aan de invasie heeft verleend. De Wijk wijst in dit verband op de reportages van het radioprogramma Argos en op het onlangs geopenbaarde memo van het ministerie van Defensie over de mogelijke inzet van een fregat.
Tot slot meent De Wijk dat het komende onderzoek ‘heel slecht kan aflopen voor premier Balkenende en zijn kabinet, om de doodeenvoudige reden dat in de afgelopen jaren het beeld is ontstaan van een kabinet dat z’n oren heeft laten hangen naar de Verenigde Staten, die eigenlijk een onjuiste voorstelling van zaken hebben gegeven – over de juridische achtergrond, over de massavernietigingswapens. Daar is eigenlijk het kabinet politiek medeverantwoordelijk voor geworden door de politieke steun die daarvoor is uitgesproken. En dat beeld zal moeilijk kunnen worden verwijderd door dit onderzoek. Dus Balkenende houdt dit probleem, alleen het komt nu een jaar later – als hij geluk heeft – weer keihard op de agenda te staan.’
Bekijk de uitzending.

• In Editie NL plaatsen communicatieadviseur Michiel Krom en woordvoerder van ‘Openheid over Irak’ Martijn de Rooi kritische kanttekeningen bij het kabinetsvoorstel om een onafhankelijk onderzoek naar de kwestie-Irak in te stellen.
Bekijk de uitzending.

• In een redactioneel commentaar schrijft De Stentor dat een in het nauw gebrachte premier Balkenende met het voorgestelde Irak-onderzoek ‘kostbare tijd’ hoopt te winnen. Hij hoopt de ‘vijand’ een voorlopig halt toe te roepen. Die vijand ‘is het snel groeiende leger van mensen die een parlementair onderzoek willen naar de besluitvorming rondom de deelname en steun aan de invasie van Irak door de Verenigde Staten en de Britten’.
De krant signaleert dat aan het voorgestelde onderzoek enkele belangrijke nadelen kleven: ‘Er is geen sprake van verhoren onder ede en de openbaarheid is begrensd. De opdrachtgever is degene die wordt beschuldigd.’ De Kamer ‘is geen knip voor de neus waard als ze met de gang van zaken instemt’, aldus de krant: ‘Als Irak blijkbaar tóch onderzocht moet worden, en dat móet, dan wél op de manier zoals we dat gewend zijn: via een parlementair onderzoek.’
Lees het commentaar.

• In een tweede artikel reconstrueert NRC Handelsblad waarom premier Balkenende zich plotseling van halsstarrig tegenstander van een Irak-onderzoek ontpopt tot initiatiefnemer tot zo’n onderzoek. Het geven van onbevredigende antwoorden – het handelsmerk van de premier in de kwestie – was geen optie meer, en ook een andere optie – het openbaren van ambtelijke adviezen – was onwelkom. Daarom koos Balkenende voor uitstel, aldus de krant, die verder constateert dat de commissie-Davids vanwege het ontbreken van de bevoegdheid mensen onder ede te horen waarschijnlijk niet alle relevante informatie boven tafel zal krijgen. Desondanks meent de krant dat de kans dat Balkenende politieke schade oploopt reëel is.
Lees het artikel.

• In een artikel over het kabinetsvoorstel voor een Irak-onderzoek stipt NRC Handelsblad een aantal ontwikkelingen aan die de afgelopen jaren steeds weer nieuwe vragen opriepen rond de kwestie-Irak.
Lees het artikel.

DePers publiceert een reactie van oprichter Allard de Rooi van de burgerbeweging ‘Openheid over Irak’ op haar website. De Rooi betwijfelt of de commissie-Davids alle relevante informatie boven tafel zal krijgen. In diverse andere landen werden soortgelijke commissies ondanks brede bevoegdheden tegengewerkt: informanten kwamen niet opdagen en schriftelijk materiaal werd niet vrijgegeven. Een onderzoeksvorm die een opkomstplicht en de mogelijkheid informanten onder ede te horen kent is daarom beter geschikt, en De Rooi betreurt dan ook dat er in de Tweede Kamer geen meerderheid is voor een parlementaire enquête. Daarnaast betwijfelt hij of de commissie voldoende deskundigheid met betrekking tot het complexe dossier-Irak in huis zal hebben. Hij pleit ervoor een medewerker van ‘Openheid over Irak’ in de commissie op te nemen.
Lees het artikel.

• In een derde artikel meldt de Volkskrant dat RTL Nieuws alle lopende procedures om Irak-informatie boven tafel te krijgen doorzet. Het programma heeft vier procedures lopen: bij de ministeries van Algemene Zaken, Buitenlandse Zaken en Defensie, en bij de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst. ‘Wij zien geen reden om de procedures te staken. We denken dat burgers recht hebben op informatie op grond van het bestuursrecht’, aldus adjunct-hoofdredacteur Pieter Klein van RTL Nieuws.
Lees het artikel.

• In een tweede artikel op haar website constateert de Volkskrant verder dat ‘de Eerste en Tweede Kamer tot november feitelijk buitenspel staan’ als gevolg van het onderzoek van de commissie-Davids, en dat de commissie – anders dan bij een parlementaire enquête – niemand kan verplichten mee te werken.
Lees het artikel.

• Net als De Telegraaf gaat de Volkskrant in op buitenlandse Irak-onderzoeken, in dit geval onderzoeken in de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk. In beide landen werd geconcludeerd dat de inlichtingendiensten slecht werk hadden geleverd, en in de VS bovendien dat president Bush, vice-president Cheney en andere kopstukken van de regering de dreiging van Irak ernstig hadden overdreven, stelt de krant.
Lees het artikel.

De Telegraaf constateert in een derde artikel dat Nederland ‘het laatste land is dat een Irak-onderzoek instelt’. In landen als de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk, Australië, Denemarken en Polen gebeurde dat al veel eerder. De krant analyseert deze onderzoeken en zet kort de (naar haar mening) voornaamste bevindingen op een rijtje:
– De informatie die de inlichtingen- en veiligheidsdiensten voor de oorlog over Irak verzamelden en rapporteerden deugde niet. Daardoor werden de volksvertegenwoordigers van deze landen op het verkeerde been gezet.
– Door de veronderstelling dat de Iraakse dictator Saddam Hoessein beschikte over massavernietigingswapens, werd wereldwijd een dreigingsbeeld gecreëerd. Later bleek dat Irak deze wapens niet had.
– De invasie had geen goedkeuring van de Verenigde Naties.
Lees het artikel.

• In een tweede artikel publiceert De Telegraaf een overzicht van de politieke reacties op het kabinetsvoorstel. De coalitiepartijen CDA, PvdA en ChristenUnie zijn ingenomen met het plan. Ook de SGP verwelkomt het voorstel, maar is het er niet mee eens dat het kabinet de vragen uit de Eerste en Tweede Kamer over de kwestie-Irak doorstuurt naar de commissie, en daarmee de beantwoording ervan opschort: ‘Dat kan niet. De grondwettelijke inlichtingenplicht van de regering kan niet worden geparkeerd bij een externe commissie.’ Ook andere oppositiepartijen – SP, GroenLinks, D66, VVD en PVV – vinden dat de regering de Kamervragen zelf binnen de geldende termijn moet beantwoorden. Daarnaast leveren ze fundamentele kritiek op het kabinetsvoorstel en pleiten ze stuk voor stuk voor instelling van een parlementaire enquête.
Lees het artikel.

De Telegraaf zet op haar website de hoofdpunten van het kabinetsvoorstel voor een Irak-onderzoek op een rijtje. Ze somt de bevoegdheden en mogelijkheden van de commissie-Davids op, en geeft de verschillen met een parlementaire enquête aan.
Lees het artikel.

• In een brief aan de voorzitters van de Eerste en Tweede Kamer licht premier Balkenende het kabinetsvoorstel voor een onafhankelijk Irak-onderzoek (zie hieronder) toe.
De premier wijst op het grote aantal vragen over de kwestie-Irak die door beide Kamers zijn ingediend c.q. aangekondigd. Naar aanleiding daarvan constateert hij: ‘Het op de reguliere wijze beantwoorden van dergelijke Kamervragen door middel van schriftelijke antwoorden lijkt evenwel niet meer te voldoen. Want het over en weer vragen en antwoorden krijgt nu te zeer de klankkleur van een gebrek aan openheid. Dat is niet goed.’ Daarnaast constateert de premier dat het kabinet ‘alle tijd en aandacht’ nodig heeft voor het bestrijden van de financieel-economische crisis.
Op grond hiervan stelt het kabinet voor ‘om een onafhankelijke Commissie van onderzoek onder voorzitterschap van mr. W.J.M. Davids, oud president van de Hoge Raad der Nederlanden, opdracht te geven onderzoek te doen naar de voorbereiding en besluitvorming tussen zomer 2002 en zomer 2003 over de politieke steun van Nederland aan de inval in Irak in het algemeen en over aspecten van volkenrechtelijke aard, aspecten van de inlichtingen- en informatievoorziening en aspecten van vermeende militaire betrokkenheid in het bijzonder. In dit onderzoek kunnen alle vragen worden betrokken die in beide Kamers zijn gesteld of nog zullen worden gesteld.’
De premier meldt verder dat mr. Davids bereid is de commissie zelf samen te stellen, en spreekt zijn voorkeur uit voor toetreding van enkele ministers van Staat: ‘Hiermee is deze Commissie verzekerd van ruime bestuurlijke en politieke ervaring en van ruime ervaring met vraagstukken van internationale betrekkingen en internationaal recht.’
De commissie krijgt de volgende bevoegdheden:
– ongehinderde medewerking van alle ministeries en diensten, inclusief de inlichtingen- en veiligheidsdiensten en het defensieapparaat;
– inzage in alle documenten (inclusief ministerraadstukken) en gespreksverslagen e.d., en het kunnen horen van alle relevante personen en instanties;
– het naar eigen inzicht inschakelen van onderzoeks- en secretariële ondersteuning en deskundigen.
Het kabinet stelt voor alle nog niet beantwoorde Irak-vragen van het parlement naar de commissie door te schuiven. Voor 1 november 2009 zal de commissie rapport uitbrengen, tegelijkertijd aan kabinet en beide Kamers. De commissie kan besluiten om eventuele gevoelige informatie over de inlichtingendiensten in een apart deel van het rapport op te nemen, dat niet openbaar zal worden gemaakt, maar wel aan de Commissie voor de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten van de Tweede Kamer ter beschikking zal worden gesteld.
Tenslotte meldt de premier dat als beide Kamers geen bezwaar tegen het voorstel hebben, Davids de samenstelling van de commissie ter hand zal nemen. Vervolgens zal het kabinet het resultaat én de formele start van het onderzoek bekendmaken. Tijdens de onderzoeksperiode zal het kabinet ‘zich onthouden van verdere beschouwingen en oordelen over datgene waar het onderzoek van de Commissie zich op richt’.
Lees de brief.

• Tijdens een ingelaste persconferentie kondigt premier Balkenende een ‘onafhankelijk onderzoek’ aan naar de besluitvorming inzake de Nederlandse steun aan de invasie van Irak. In zijn verklaring memoreert Balkenende dat tijdens de kabinetsformatie is afgesproken juist geen onderzoek te doen, dat de besluitvorming in maart 2003 ‘zuiver en integer’ was en dat er ‘niets te verbergen’ valt. Maar hij constateert ook dat politiek en media inmiddels zóveel aandacht voor het thema hebben dat die ‘de aandacht voor de economische crisis en de bestrijding daarvan begint te overschaduwen’. Bovendien meent de premier dat ‘de dynamiek van de beeldvorming rond dit onderwerp steeds meer een eigen leven gaat leiden’. Daarom is het volgens hem ‘van belang de lopende discussie om te zetten in een zodanig perspectief dat alle vragen rondom de besluitvorming van toen op onafhankelijke wijze kunnen worden beantwoord’.
Daartoe zal een commissie onder leiding van mr. W.J.M. Davids, oud-president van de Hoge Raad, een onafhankelijk onderzoek naar de besluitvorming instellen. Davids heeft de vrije hand in het samenstellen van zijn commissie, al ziet de premier graag dat er enkele ministers van Staat zitting in nemen. Het staat Davids ook vrij een eigen keuze te maken voor de vorm van onderzoek. Hij krijgt toegang tot alle informatie en heeft de mogelijkheid mensen te horen. Doel is dat Davids zijn bevindingen voor 1 november 2009 aanbiedt aan regering en parlement.
Lees de verklaring.

 

1 februari 2009

De Telegraaf bericht over een vandaag verschenen peiling van Maurice de Hond, waaruit blijkt dat het CDA steeds verder wegzakt. De partij is met 28 zetels maar liefst één-derde van zijn electoraat kwijt, een historisch dieptepunt. Ook de PvdA en CU staan op verlies. De coalitie beschikt virtueel over slechts 59 zetels, een verlies van 17.
Lees het artikel.

 

31 januari 2009

RTL Nieuws onderstreept op haar website het feit dat premier Balkenende ‘in strijd met de waarheid heeft gezegd dat er geen verband kan zijn tussen de politieke steun van Nederland aan de oorlog in Irak in 2003 en de benoeming van minister De Hoop Scheffer tot secretaris-generaal van de NAVO in datzelfde jaar’. Toenmalig NAVO-topman Robertson kondigde echter al op 22 januari 2003, twee maanden voor de oorlog, zijn vertrek aan. In een reactie laat de Rijksvoorlichtingsdienst weten dat Balkenende zich vergist heeft, en bedoelde dat de benoeming van De Hoop Scheffer in maart 2003 nog niet speelde. Aanleiding voor de onduidelijkheid vormden uitlatingen van Richard Armitage, voormalig Amerikaans onderminister van Buitenlandse Zaken (zie hieronder: 00 januari).
Armitage bevestigde ook het door RTL Nieuws boven water gehaalde feit dat Nederland tot op het allerlaatste moment heeft overwogen de oorlog ook militair te steunen, en dat de VS Nederland impliciet – middels documenten en diplomaten – om zulke steun hebben gevraagd. Balkenende reageerde hierop met Wörtspielerei, en Defensie ontkent het bestaan van een Amerikaanse brief met een dergelijk verzoek. De Tweede Kamer is alle tegenstrijdige berichten beu. Balkenende moet dinsdag schriftelijk ophledering verschaffen. Later volgt een debat.
Lees het artikel.

• Het radioprogramma Argos, baken van de vaderlandse onderzoeksjournalistiek, gaat in op de ontstane turbulentie rond het Irak-onderzoek. Die turbulentie, zo stelt het programma, wordt veroorzaakt door de blokkade die de premier heeft opgeworpen tegen elke vorm van waarheidsvinding. In een interview met Argos sprak PvdA-senator Klaas de Vries op 6 december 2008 zijn verbijstering uit over het feit dat de huidige coalitie tijdens de informatie Balkenendes blokkade van een onderzoek klakkeloos heeft overgenomen. Oud-CDA-premier Dries van Agt waarschuwde al op 30 maart 2007 in reactie op de coalitie-afspraak dat de kwestie-Irak Balkenende zal blijven achtervolgen, en een molensteen om de nek van het kabinet zal blijken te zijn. Nu blijkt zijn gelijk. Afgelopen weken spraken talloze voormalige bewindslieden en prominente politici zich uit voor een onderzoek, onder wie opvallend veel CDA’ers: Wijffels, Bot, Van den Broek, Kooijmans, Faber, Lubbers, Aantjes en Westerterp. Argos stelt de vraag of er überhaupt nog mensen tegen een onderzoek zijn. Maar zolang Balkenendes blokkade voortduurt zal elk feit tot verdere ophef leiden, en zullen de media puzzelstukken blijven aandragen om de waarheid boven tafel te krijgen.
Afgelopen week legden RTL Nieuws en de GPD-bladen nieuwe puzzelstukken op tafel, die opnieuw leidden tot grote commotie (zie hieronder: 27 en 29 januari e.v.). Argos interviewt GPD-correspondent Frank Hendrickx, en laat delen horen van diens interview met voormalig Amerikaans onderminister van Buitenlandse zaken Richard Armitage. Nogmaals wordt duidelijk dat er geen misverstand over kan bestaan dat de VS begin 2003 concreet hebben gevraagd om militaie steun, en in niets anders waren geïnteresseerd. Ook wordt duidelijk dat Jaap de Hoop Scheffer zijn functie wel degelijk te danken heeft aan het feit dat hij zich inzake ‘Irak’ een trouwe vriend van de VS had betoond.
Argos-redacteur Huub Jaspers, sinds jaar en dag de motor achter talloze onthullingen rond ‘Irak’, licht toe dat ook Argos op jacht is naar informatie uit de VS. Eerder kreeg de redactie stukken over Afghanistan los van de Amerikaanse regering die door de Nederlandse regering tot verboden terrein waren verklaard. Op zoek naar documenten die de exacte Amerikaans-Nederlandse relatie rond de besluitvorming over steun aan de oorlog moeten duiden heeft Argos – naast de Wob – dus ook een beroep gedaan op de Amerikaanse Freedom of Information Act. Met hoge verwachtingen. Niet voor niets hebben de Amerikanen de kwestie aan hun kant al grondig onderzocht, en kijkt men daar fronsend naar het Nederlandse gestoethaspel.
In Nederland lijkt een race te ontstaan onder de media om zoveel mogelijk feiten aan het licht te brengen. Argos, NRC Handelsblad (met name Joost Oranje), RTL Nieuws en nu de GPD-bladen droegen recent belangrijke informatie aan, en zullen daarmee doorgaan. Jaspers refereert aan het nieuws dat talloze landen– met medeweten van de VS, maar verzwegen voor het thuisfront – geheime militaire steun hebben verleend aan de invasie van Irak (zie hieronder: 30 januari). Argos rapporteert al jarenlang over ook door Nederland verleende militaire steun, tenminste in de maanden direct voorafgaand aan de inval. Het nieuws dat RTL deze week naar buiten bracht sluit daar naadloos op aan. Het lijkt vanzelfsprekend dat een land dat van plan is een oorlog militair te steunen de daarvoor benodigde intelligencetevoren probeert te verkrijgen. Nederland zette daartoe alle drie de krijgsmachtonderdelen in, en leverde daarmee – bedoeld of onbedoeld – een aanzienlijke militaire bijdrage aan (de voorbereiding op) de oorlog. Jaspers hekelt de ook over dit onderwerp bestaande ban op openheid. Hij waarschuwt dat een onderzoek naar de militaire component van de Nederlandse steun zal uitwijzen dat de regering niet de waarheid heeft gesproken. Als Argos zelf dat tegen die tijd niet al heeft bewezen.
Beluister de uitzending.

 

30 januari 2009

• Het Nederlands Dagblad publiceert een opmerkelijk interview van GPD- correspondent Frank Hendrickx met Douglas Feith, Amerikaans ex-onderminister van Defensie. De voormalige vertrouweling van ex-minister Donald Rumsfeld stelt dat veel meer landen militaire steun leverden aan de oorlog tegen Irak dan publiekelijk is toegegeven. Of Nederland tot die landen behoorde kan of wil hij niet zeggen. In zijn laatste boek, War and Decision, schrijft Feith echter op pagina 396 – in het hoofdstuk over de feitelijke invasie – dat Nederland wel degelijk gevechtshandelingen van Amerika heeft gesteund, en ’combat support’of ’combat service support’heeft geleverd.
De VS hadden ‘alle respect’ voor het feit dat landen slechts in het geheim wilden meevechten, schrijft Feith: ‘Sommige van deze behulpzame landen wilden graag bekend staan als een coalitielid, anderen hadden redenen om niet publiekelijk geassocieerd te willen worden met de oorlog. Iedere land kreeg daarom gelegenheid om zijn relatie met de coalitie naar eigen wens te karakteriseren.’
In Nederland wordt al jaren bericht over geheime Nederlandse steun aan de oorlog tegen Irak. Twee dagen na de invasie stond bij de eerste persconferentie van de coalition ineens de Nederlandse luitenand-kolonel Jan Blom op het podium. Dat heette toen een ‘misverstand’. Feith daarover: ‘Ik neem aan dat zo’n man daar staat omdat hij een bijdrage kan leveren aan de briefing of omdat hij bedankt moet worden’. En zo waren er meer ‘misverstanden’, onder andere over de onderzeeër De Walrus, die volgens voormalig staatssecretaris van Defensie Van der Knaap werd ingezet ter voorbereiding op de invasie (‘verspreking’), en over de onthullingenvan Argos met betrekking de inzet van F16’s en special forces (‘ufo-journalistiek’).
Lees het artikel.

• ‘Een groot deel van de Tweede Kamer wil opheldering van het kabinet over uitlatingen van Richard Armitage, ex-onderminister van Buitenlandse Zaken van de Verenigde Staten’, schrijft NRC Handelsblad. In een kort bericht vat de krant diens uitlatingen nog eens samen.
Lees het artikel.

BN De Stem gaat in op de ontkenningen van premier Balkenende ten aanzien van de beweringen van de voormalige Amerikaanse onderminister Armitage. Die zei onder meer dat er een direct verband bestaat tussen de Nederlandse steun aan de Irak-oorlog en de Navo-functie van oud-minister De Hoop Scheffer. Balkenende ontkende dat vandaag door te stellen dat ten tijde van de besluitvorming over de Nederlandse steun niet bekend was dat de Navo-post beschikbaar zou komen. Slechts enkele uren na Balkenendes persconferentie meldt BN De Stem dat dat niet klopt: toenmalig secretaris-generaal Robertson kondigde al op 22 januari 2003 zijn afscheid aan. ‘Vanaf dat moment werd er in de hoofdsteden van de NAVO-landen nagedacht over mogelijke opvolgers.’
Lees het artikel.

• Op zijn wekelijkse persconferentie ontkent premier Balkenende dat de VS Nederland voorafgaand aan de Irak–oorlog een ‘concreet verzoek’ hebben gestuurd voor militaire steun. Dit naar aanleiding van beweringen van Richard Armitage, destijds Amerikaans onderminister van Buitenlandse Zaken (zie hieronder: 29 januari). Balkenende blijft erbij dat de VS zo’n oproep alleen ‘in algemene zin’ hebben gedaan, en verwijst naar de komende antwoorden van zijn kabinet op vragen uit de Tweede Kamer. Vergeten lijken de uitlatingen van de toenmalige Franse ambassadrice in Nederland, die zich destijds in een interview verbaasde over al die Amerikaanse diplomaten die zonder kloppen Balkenendes Torentje frequenteerden. Dat waren de diplomaten waar Armitage over rept. Dit is hoe de Amerikanen destijds ‘een verzoek overbrachten’, en waar Balkenende nu niet aan herinnerd wil worden.
Tijdens de persconferentie spreekt Balkenende ook Armitages bewering tegen dat sprake is geweest van een ‘beloning’ voor de Nederlandse steun, onder andere in de vorm van een Navo-topfunctie voor Jaap De Hoop Scheffer. Balkenende spreekt van een ‘merkwaardige uitlating’ en claimt dat destijds niet eens bekend zou zijn geweest dat de toenmalige topman Robertson zou vertrekken. Onder de journalisten bevindt zich helaas niemand die zich hierop heeft voorbereid door de datum van Robertsons aankondiging van zijn afscheid na te gaan: dat was op 22 januari 2003, een kleine twee maanden voordat werd besloten de Irak-oorlog te steunen.
Balkenende gaat verdere vragen over een naderend onderzoek uit de weg door aan te geven dat hij zich nu in de ‘fase van het beantwoorden van Kamervragen’ bevindt. De Kamer heeft afgelopen weken vragen gesteld over talloze facetten van de kwestie-Irak, en er komen vrijwel dagelijks nieuwe bij. Balkenende zegt zich dan ook voor te kunnen stellen dat een parlementair onderzoek ‘bij mensen leeft’.
Op Nos.nl is het relevante deel van de persconferentie te zien. Daarnaast geven de ministers Verhagen en Van Middelkoop een korte reactie. Opmerkelijk daarin is de mate waarin beiden zich lijken te distantiëren van het gevoerde Irak-beleid. Tot voor kort stonden beiden pal achter dat beleid.
Bekijk de persconferentie.

• In het wekelijkse Gesprek met de minister-president heeft interviewer Ferry Mingelen moeite zijn boosheid te verbergen over Balkenendes ontwijkende antwoorden op Mingelens vragen over ‘Irak’. Als Balkenende zijn Tibetaanse gebedsmolen het deuntje laat spelen van de ‘fase van antwoorden’ onploft de parlementair journalist bijna.
Bekijk het gesprek.

 

29 januari 2009

• D66, de SP en andere partijen willen van minister Verhagen opheldering over de uitspraken van de voormalige Amerikaanse onderminister van Buitenlandse Zaken Richard L. Armitage. Dat schrijft Trouw. Armitage zegt vandaag in de GPD-bladen dat de VS Nederland destijds wel degelijk om militaire deelname aan de invasie van Irak heeft gevraagd (zie hieronder). Bovendien zou Nederland zijn beloond voor zijn loyale opstelling, onder meer in de vorm van Amerikaanse medewerking aan de benoeming van toenmalig CDA-minister Jaap de Hoop Scheffer tot secretaris-generaal van de Navo. SP-Kamerlid Harry van Bommel: ‘Als dit waar is, blijkt er handjeklap te zijn gespeeld. Dat zou ongehoord zijn. Ik wil van de regering weten of dit bericht waar is.’
Lees het artikel.

• De Verenigde Staten hebben Nederland wel degelijk gevraagd om militair deel te nemen aan de invasie van Irak. Dat zegt de voormalige Amerikaanse onderminister van Buitenlandse Zaken Richard L. Armitage in een interview met de GPD-bladen. Eergisteren onthulde RTL Nieuws dat de Nederlandse regering pas op het allerlaatste moment besloot van militaire steun af te te zien. Dat er vérgaande voorbereidingen voor die steun waren getroffen, was de Tweede Kamer nooit meegedeeld. Premier Balkenende ontkende in december jl. zelfs nog dat de Amerikanen ooit een formeel verzoek voor militaire steun hebben gedaan. Zij zouden juist om politieke steun hebben gevraagd.
‘Er is absoluut een verzoek om militaire steun ingediend’, zegt Armitage nu. De Amerikaanse regering stuurde volgens hem eerst een algemeen verzoek naar Den Haag. Vervolgens is er op hoog diplomatiek niveau gekeken naar welke concrete militaire bijdrage de regering-Balkenende wilde leveren. Armitage: ‘We hebben officiële documenten gestuurd en we hebben diplomaten naar Nederland gestuurd.’
Twijfel over de betekenis van het verzoek is er volgens Armitage nooit geweest: ‘We waren alleen uit op militaire hulp. We dachten immers dat de Irakezen ons met bloemen zouden onthalen en dat we snel weer konden vertrekken. Dat vertelden we ook aan onze bondgenoten.’ Hij sluit zelfs niet uit dat de Nederlandse regering het verzoek om militaire steun als ‘druk’ heeft ervaren.
Armitage zegt verder dat Nederland beloond is voor de steun aan de invasie. De GPD-bladen schrijven: ‘De onderminister zelf voorkwam dat Nederland sancties kreeg opgelegd wegens de destijds toenemende mensensmokkel vanuit Nederland naar Amerika. Volgens Armitage heeft de steun voor de oorlog in Irak ook geholpen bij de latere benoeming van toenmalig CDA-minister van Buitenlandse Zaken Jaap de Hoop Scheffer tot secretaris-generaal van de Navo.’
Lees het artikel.

• De Irak-beer is los in Den Haag, schrijft de Volkskrant. Sinds een maand volgen de onthullingen (die volgens de krant niet altijd zo nieuw zijn als ze lijken) elkaar in snel tempo op, ‘regent het Kamervragen en debatten’ en ‘ziet premier Balkenende zijn medestanders tegen een parlementair onderzoek een voor een overlopen’. De premier heeft dat deels aan zichzelf te wijten, stelt de krant. De grote vraag is wat Balkenende ervan weerhoudt om overstag te gaan. Zelfs CDA-minister Maxime Verhagen (Buitenlandse Zaken) zou inmiddels vinden dat de premier opening van zaken moet geven.
Alleen de CDA-fractie schaart zich vooralsnog achter Balkenende. Al valt ook daar inmiddels zachtjes te horen: misschien moeten we om. Pragmatisme lijkt het binnen het CDA te gaan winnen van principes, aldus de krant.
Lees het artikel.

 

28 januari 2009

• In Netwerk zegt voormalig VVD-leider en oud-minister van Defensie Frits Bolkestein voorstander te zijn van een Irak-onderzoek. ‘Ik vind ook dat dat onderzoek moet plaatsvinden, en in het algemeen gesproken kan men zeggen dat de Tweede Kamer nooit bang moet zijn voor een onderzoek.’
Het verzet van Balkenende tegen een onderzoek noemt Bolkestein ‘heel onverstandig. Maar hij heeft de reputatie dat hij koppig is, dus wie weet blijft hij zijn kop in het zand steken’.
Waarom is een onderzoek belangrijk? Bolkestein: ‘De Tweede Kamer heeft altijd baat bij een onderzoek. En in de tweede plaats, ik vind dat het een stommiteit was van de Amerikanen, en in hun kielzog van Nederland, om die oorlog te beginnen. Dat hadden ze nooit moeten doen.’
Bolkestein wordt vooral geïntrigeerd door de vraag waarom Nederland de oorlog steunde. Dat er van Irak geen dreiging uitging, was volgens hem bekend. Zelf vernam hij dat voor de oorlog van een persoon waarvan hij ‘vermoedde dat hij beter op de hoogte was dan wie ook in Nederland’, maar wiens identiteit hij nu niet wenst prijs te geven.
Kan Balkenende onder de huidige omstandigheden nog een kant op? Bolkestein: ‘Ja, natuurlijk wel. Hij kan bijvoorbeeld aftreden.’
Bekijk de uitzending.

• Binnen de achterban van het CDA is een duidelijke kentering zichtbaar in de mening over een Irak-onderzoek. Bijna de helft van de CDA-stemmers (47 procent) is inmiddels vóór een parlementair onderzoek; 50 procent is tegen. Anderhalve week geleden was 33 procent vóór en 58 procent tegen. Dat blijkt uit onderzoek van Maurice de Hond in opdracht van Pauw & Witteman.
Ook onder de achterban van andere partijen tekent zich zo’n kentering af. Van de ChristenUnie-stemmers is een meerderheid (54 procent) inmiddels vóór (en 40 procent tegen); anderhalve week geleden was dat nog 34 procent (en 65 procent tegen).
Opvallend is verder dat 72 procent van de PVV-stemmers vóór is; dat was anderhalve week geleden 52 procent. De minste voorstanders zijn te vinden binnen de VVD (44 procent), al is ook hier een duidelijke stijging waarneembaar. Van de bevolking als geheel is 66 procent vóór (en 30 procent tegen); anderhalve week treug was dat nog 57 procent (en 36 procent tegen). Onder de aanhang van de linkse partijen is 80 procent of meer vóór een onderzoek.
Uit het onderzoek blijkt verder dat 70 procent van de Nederlanders vindt dat premier Balkenende moet ophouden met het blokkeren van een parlementair onderzoek. Slechts 24 procent wil dat hij zijn verzet volhoudt. Alleen onder de aanhang van de ChristenUnie vindt een meerderheid dat Balkenende moet volhouden. Binnen zijn eigen CDA vindt 45 procent dat Balkenende zijn verzet moet staken en 44 procent dat hij moet volhouden.
Zestig procent van de bevolking denkt dat het CDA er niet in zal slagen het verzet tegen een onderzoek de resterende regeerperiode (nog twee jaar) vol te houden. En tweederde van de Nederlanders is van mening dat het afwijzen van een onderzoek de partij schade berokkent. Alleen binnen het CDA zelf denkt een nipte meerderheid (51 procent) daar anders over.
Bekijk de onderzoeksresultaten.

• De Britse regering moet de notulen vrijgeven van twee bijeenkomsten van de Ministerraad in maart 2003, waarin het kabinet vergaderde over de invasie van Irak. Dat heeft het Britse Information Tribunal bepaald, schrijft NRC Handelsblad.
Het tribunaal deed uitspraak in een door de regering aangespannen beroepszaak tegen een eerder besluit van ombudsman Richard Thomas. Die oordeelde dat het publieke belang van de vrijgave van de notulen zwaarder woog dan de vertrouwelijkheid die gewoonlijk wordt betracht. Normaal gesproken worden kabinetsnotulen pas na dertig jaar vrijgegeven.
Tijdens de Ministerrraad van 17 maart 2003 presenteerde Lord Goldsmith, de belangrijkste juridische adviseur van premier Blair, een korte notitie waarin hij uiteenzette dat de invasie van Irak ook zonder expliciete VN-resolutie rechtmatig was. Het kabinet nam die redenering over en een dag later beriep ook premier Balkenende zich erop.
In 2005 bleek echter dat Goldsmith tien dagen eerder een veel uitvoeriger advies bij Blair had ingediend, waarin hij juist allerlei vraagtekens bij de rechtmatigheid plaatste. De vraag waarom Goldsmith van mening veranderde (volgens sommigen is hij door de regering onder druk gezet) is nooit beantwoord. In 2007 werd op grond van de Britse tegenhanger van de Wet openbaarheid van bestuur (WOB) om vrijgave van de notulen gevraagd.
Of de notulen nu daadwerkelijk worden vrijgegeven is overigens nog de vraag. De regering kan nog beroep aantekenen bij een rechtbank, en zelfs een veto uitspreken.
Lees het artikel.
Lees het besluit van het Information Tribunal.

• Op haar website vraagt RTL Nieuws mensen te reageren op de vraag ‘Moet er een parlementaire enquête komen naar de Irak-oorlog?’ Van de bijna 4900 mensen die aan de peiling meedoen, antwoordt 68 procent ‘Ja’ en 32 procent ‘Nee’.

• De Tweede Kamer is de tegenwerking van premier Balkenende, die zich blijft verzetten tegen opening van zaken rond ‘Irak’, meer dan zat. Dat meldt RTL Nieuws. De meeste Tweede-Kamerfracties willen de stukken zien die RTL Nieuws gisteren openbaarde. Geeft de regering onvoldoende helderheid rond de zaak, dan zal de VVD zich voor een parlementair onderzoek uitspreken, zegt VVD-woordvoerder Hans van Baalen. Ook voor de PVV komt steun aan een onderzoek dan dichtbij, zegt fractielid Raymond de Roon. Het debat over de door RTL Nieuws gepubliceerde documenten vindt donderdag 5 februari plaats.
Bekijk de uitzending.

• In een opiniestuk in Trouw zet VVD-woordvoerder Hans van Baalen het standpunt van beide fracties van zijn partij (in de Eerste en Tweede Kamer) aangaande een Irak-onderzoek uiteen. Van een principiële afwijzing van zo’n onderzoek is nooit sprake geweest. ‘Sterker nog’, schrijft hij, ‘de VVD-fractie in de Tweede Kamer vindt het onaanvaardbaar dat de fracties van CDA, PvdA en ChristenUnie zich bij een coalitie-akkoord hebben laten beroven van het recht van onderzoek en enquête.’
De Tweede-Kamerfractie heeft tot op heden geen aanleiding gezien voor een parlementair onderzoek of enquête, maar altijd gesteld dat relevante nieuwe feiten of aanwijzingen voor misleiding van de Kamer door de regering daar verandering in kan brengen. Voor de Eerste-Kamerfractie was de aanhoudende ‘mist’ rond het Irak-dossier reden om een onderzoek niet langer uit te sluiten. Begrijpelijk, zegt Van Baalen met zoveel woorden. ‘Het valt niet te volgen waarom het kabinet niet wil ingaan op de kwestie of zij destijds de overtuiging had of Saddam wel of niet over mvw’s beschikte. Waarom het kabinet krampachtig weigert zich uit te laten over de dilemma’s ten aanzien van Iraqi Freedom en het volkenrecht en de keuzes die destijds gemaakt werden, valt evenmin te begrijpen.’ Bovendien, ‘het feit, dat de regering er zeven maanden over deed om de Eerste Kamer te antwoorden, getuigt niet van het noodzakelijke respect voor de senaat en miskent de ernst van de zaak zelve.’
Mocht er een onderzoek worden ingesteld, dan ziet Van Baalen dat bij voorkeur plaatsvinden in de Senaat: ‘Het feit dat de Eerste Kamer meer op afstand van de politieke actualiteit opereert dan de Tweede Kamer, die nauw bij de besluitvorming rond operatie Iraqi Freedom is betrokken, maakt een eventueel onderzoek door deze Kamer van reflectie wenselijker dan een gedeeltelijk zelfonderzoek door de Tweede Kamer.’
Ingeval van een onderzoek waarschuwt Van Baalen tenslotte voor ‘een serieuze complicatie’. Informatie over de rol die buitenlandse inlichtingen hebben gespeeld bij de Nederlandse besluitvorming kan en zal volgens hem niet in de openbaarheid worden verstrekt. Binnen de internationale inlichtingengemeenschap geldt nu eenmaal dat men elkaars informatie nooit openbaar maakt en nooit als officiële bron gebruikt. Doet men dat wel, dan bestaat het risico dat men voortaan verstoken blijft van ‘vitale inlichtingen die voor de veiligheid van onze troepen in Afghanistan en voor onze burgers in Nederland van groot belang kunnen zijn’.
Van Baalen realiseert zich dat de noodzakelijke vertrouwelijkheid rond dit punt op gespannen voet staat met het doel van een parlementair onderzoek: ‘in de openbaarheid duidelijkheid scheppen, verantwoordelijkheden vaststellen en lessen trekken’. Maar, stelt hij, het is van groot belang om ‘de omvang en de breedte en de diepte van het parlementaire onderzoek zorgvuldig te omschrijven, waarbij te allen tijde voorkomen moet worden dat Nederland op inlichtingengebied droog wordt gezet.’ 
Lees het artikel.

• De fracties van D66, PvdA, SP, GroenLinks, VVD en ChristenUnie willen dat het kabinet alle documenten waaruit RTL Nieuws gisteren citeerde zo snel mogelijk naar de Tweede Kamer stuurt. Dat schrijft Trouw. RTL Nieuws kreeg de stukken in handen na een WOB-verzoek.
Lees het artikel.

• Een parlementair onderzoek naar de Irak-oorlog is helemaal niet meer nodig. Dat zegt jurist en hoogleraar Twan Tak van de Universiteit Maastricht in het AD. ‘Er zullen geen nieuwe feiten boven water komen. En iedereen met gezond verstand kan de conclusie van zo’n onderzoek nu ook al trekken: we hadden die oorlog nooit mogen steunen.’
Volgens Tak wist iedereen in 2003 al dat de argumentie van de regering (Irak werkt onvoldoende mee aan VN-resoluties en dus is een aanval gerechtvaardigd) niet deugde: ‘Als we elk land binnenvielen dat zich niet aan een VN-resolutie houdt, was iedereen met elkaar in oorlog. Volgens het internationaal recht is een aanval zonder VN-mandaat een misdaad. Punt. En Balkenende weigert dat toe te geven.’
De aanzwellende roep om een onderzoek in de Tweede Kamer heeft iets kroms, meent Tak. De vraag naar het waarom van de steun aan de oorlog verbaast hem. ‘De Kamer heeft er altijd bijgezeten.’
Hans Couzy, voormalig militair bevelhebber, denkt te weten waarom Balkenende zich zo heftig tegen een onderzoek verzet: ‘Hij is bang. Hij moet toegeven dat hij een fout heeft gemaakt en dat wil hij niet. Als premier meedoen aan een oorlog op verkeerde gronden, dat is nogal een fout.’
Het AD sprak ook met Uri Rosenthal, VVD-fractieleider in de Eerste Kamer, die vindt dat Balkenende de aanzwellende roep om een onderzoek vooral aan zichzelf te danken heeft: ‘Hij blijft mist opwerpen. Simpele vragen uit de Eerste Kamer liet hij acht maanden onbeantwoord. Ambtelijke stukken wil hij niet openbaar maken en zijn verdediging is steeds krampachtig. Dan gaan mensen vanzelf denken: “ze hebben iets te verbergen”.’
Lees het artikel.

• Net als RTL Nieuws gisteravond, meldt de Volkskrant dat de Verenigde Staten Nederland wel degelijk om militaire steun voor de invasie van Irak hebben gevraagd. Ook de krant beschikt over geheime stukken van Defensie waaruit dat blijkt.
In één van de documenten – een brief van 17 maart 2003 van de Directie Algemene Beleidszaken (DAB) van het ministerie van Defensie aan de politieke leiding – is sprake van ‘het oorspronkelijke verzoek van de VS om militaire bijdragen’. Dat verzoek spitste zich toe op de inzet van een fregat voor ‘de participatie in een eventuele coalitie tot gedwongen ontwapening van Irak’. In de documenten is verder sprake van het opstellen van geweldsinstructies voor militairen en van het opstellen van een Artikel-100-brief voor het parlement. Volgens een woordvoerder van Defensie had het Amerikaanse verzoek geen betrekking op deelname aan de oorlog, maar op de ontwapening van Irak na de val van het regime van Saddam Hoessein.
De krant maakt ook melding van Kamerleden die woedend zijn, omdat ze onwetend waren van de vergevorderde militaire voorbereidingen. In december jl. liet premier Balkenende nog weten dat de VS ‘geen formeel verzoek’ had gedaan voor Nederlandse deelname aan de invasie van Irak: ‘De VS hebben Nederland gevraagd politieke steun te bieden, mocht het komen tot militair optreden.’
D66-leider Alexander Pechtold zegt schoon genoeg te hebben van de ‘woordspelletjes’ van Balkenende: ‘Schokkend voor de democratie, een aanfluiting voor de rechtsstaat.’ Hij vraagt een debat aan over de zaak.
Senator Klaas de Vries (PvdA) vraagt zich af of Nederland troepen naar het strijdtoneel zou hebben gestuurd als de PvdA, die op het bewuste moment in onderhandeling was met het CDA over de vorming van een nieuw kabinet, zich daar niet pontificaal tegen had gekeerd: ‘Was het kabinet zonder die gesprekken met de PvdA wél meegegaan in de oorlog? Dat is de grote politieke vraag.’
Lees het artikel.

 

27 januari 2009

• Oud-premier Ruud Lubbers roept partijgenoot Balkenende op ‘totale openheid’ te geven over de besluitvorming rond de steun aan de invasie van Irak. ‘Laat ik hopen dat we heel snel een totale openheid krijgen’, zegt Lubbers in Netwerk. ‘Openheid nu, dat is een goede zaak.’
Lubbers adviseert Balkenende bovenal snel te handelen. ‘Dat is niet zo moeilijk. Hij kan het gewoon vertellen. Hij kan het zelf doen, hij kan wat mensen vragen er naar te kijken, maar mijn hoofdprioriteit zou zijn: doe het snel. We kunnen het ons met de belangrijke vragen waar wij in Nederland voor staan niet veroorloven om weer eens een paar jaar met een parlementaire enquête bezig te zijn.’
Bekijk de uitzending.

• Wouter Bos was niet op de hoogte van de vergevorderde plannen van het demissionaire kabinet-Balkenende I tot het verlenen van militaire steun aan de invasie van Irak. Ook kende hij de documenten daarover die RTL Nieuws vanavond openbaarde niet. Dat zegt hij in Pauw & Witteman.
Bos en Balkenende deden op het bewuste moment een poging een nieuw kabinet te formeren. In de gesprekken daarover liet de PvdA blijken (deelname aan) een oorlog tegen Irak niet gerechtvaardigd te vinden. Volgens Bos heeft Balkenende niets gezegd over een Amerikaans verzoek voor militaire steun.
Bos zegt dat het standpunt van de PvdA over een Irak-onderzoek niet is veranderd door alle onthullingen van de afgelopen tijd. ‘Onze mening is altijd al geweest dat zo’n onderzoek er op enigerlei moment moet komen.’ Bos houdt zich ‘met frisse tegenzin, zoals iedereen weet’ aan de tijdens de kabinetsformatie gemaakte afspraak met CDA en ChristenUnie. ‘Zolang die afspraak bestaat houd ik me eraan. En dan is het nu verder aan de minister-president en het CDA om hun positie te bepalen.’
Bekijk de uitzending.

• De Nederlandse regering heeft tóch overwogen militaire steun te verlenen aan de invasie van Irak. Dat meldt het RTL Nieuws op basis van geheime Defensie-documenten die de redactie na een beroep op de Wet openbaarheid van bestuur (WOB) in handen kreeg. In december jl. liet premier Balkenende in antwoord op vragen uit de Eerste Kamer nog weten dat de Verenigde Staten nooit een formeel verzoek voor militaire steun hebben gedaan. In de Defensie-stukken wordt echter verwezen naar zo’n verzoek.
Uit de documenten blijkt verder dat Nederland een fregat beschikbaar hield voor deelname aan de oorlog. Ook was al een zogeheten Artikel-100-brief voorbereid, waarmee het parlement op de hoogte zou worden gebracht van de inzet van Nederlandse militairen. Ook de rules of engagement voor de Nederlandse militairen waren al voorbereid.
Uiteindelijk zag het kabinet op het allerlaatste moment van het voornemen af. Balkenende stuitte op hevig verzet van de PvdA, waarmee hij op dat moment probeerde een nieuw kabinet te vormen. Bovendien bleek uit onderzoek dat de overgrote meerderheid van de bevolking tegen (deelname aan) de oorlog gekant was.
In de uitzending toont D66-leider Alexander Pechtold zich ‘verbijsterd’ over de ontdekking van RTL Nieuws. ‘Het wordt tijd dat Balkenende zijn strijd tegen de waarheid opgeeft. Hij moet nu echt met de billen bloot’, stelt hij. Ook senator Klaas de Vries (PvdA) is ‘geschokt’. Evenmin als zijn collega’s wist hij dat de regering vergevorderde voorbereidingen voor het verlenen van militaire steun had getroffen.
Via onderstaande link zijn het betreffende deel van de uitzending én de door RTL Nieuws verkregen documenten te zien.
Bekijk de uitzending.

 

25 januari 2009

• In een commentaar schildert Elsevier-hoofdredacteur Arendo Joustra burgers en politici die aandringen op opening van zaken rond wat hij noemt ‘de besluitvorming rond de bevrijding van Irak’ af als ‘jengelende kinderen’. ‘Wat valt er nog te onderzoeken’, vraagt hij. Harder kan een journalist zichzelf niet diskwalificeren.
Lees het commentaar.

 

23 januari 2009

• In De Socialist vat Allard de Rooi van ‘Openheid over Irak’ de stand van zaken met betrekking tot de kwestie–Irak samen. Aan de orde komen het onlangs door NRC Handelsblad gepubliceerde geheime memorandum (zie hieronder: 17 januari), het tweesporenbeleid in de Eerste en Tweede Kamer, en de positie van premier Balkenende.
Lees het artikel.

• Onder de kop Parlement moet inzake Irak zijn werk doen schrijft de Volkskrant in een commentaar dat het niet langer de vraag is óf er een onderzoek komt, maar wanneer. Op basis van het door NRC Handelsblad gepubliceerde memorandum van de juristen van Buitenlandse Zaken (zie hieronder: 17 januari) maakt de krant korte metten met de in maart 2003 door de regering opgevoerde argumentatie: ‘Dat resolutie 1441 rept van “ernstige gevolgen” als de inspecties van de VN worden gedwarsboomd, geeft lidstaten nog niet het recht op eigen houtje te beslissen dat gebruik van geweld is gerechtvaardigd.’ Ook benadrukt de krant het feit dat ‘dezelfde ambtenaren kennelijk al vóór de invasie vergeefs hadden geprobeerd gehoor te vinden voor hun standpunt’.
De krant schrijft terecht dat niet getracht moet worden ‘de hele kwestie af te doen als mosterd na de maaltijd’, omdat die nog even actueel is als destijds. Het kabinet zal duidelijk moeten maken wanneer mag worden afgeweken van de regels die tot de pijlers van de internationale rechtsorde behoren. ‘Een land dat de bevordering van de internationale rechtsorde in de Grondwet heeft staan, kan zich niet veroorloven hiermee te marchanderen.’
Tot slot roept de krant het CDA op tot bezinning op de schade die de partij bezig is aan te richten. Is die niet groter dan de uitkomst van een enquête – temeer daar Balkenende zegt niets te verbergen te hebben? Nu houdt het CDA een voortgaande carroussel van vragen en nutteloze antwoorden In stand. ‘Als de regering het parlement niet serieus neemt, zou het parlement door het instellen van een enquête in elk geval zelf zijn controlerende taak serieus kunnen nemen.’
Lees het artikel.

 

22 januari 2009

• In NRC Handelsblad signaleert historicus Jan Drentje aan de hand van de besluitvorming rond de Nederlandse steun aan de invasie van Irak dat het parlement in dergelijke kwesties van oorlog en vrede een opvallend zwakke positie heeft. Hij stelt dat het van groot politiek en historisch belang is om door middel van een parlementaire enquête heel precies te reconstrueren hoe de besluitvorming is verlopen, wat de exacte plannen en afwegingen van de regering waren en welke rol de uitvoerende macht in dit kader heeft gespeeld. De commissie die met de enquête wordt belast zou ‘de opdracht moeten krijgen een voorstel te doen voor modernisering en aanscherping van de grondwettelijke bepalingen rond oorlog en vrede’. Dat zou de democratie ten goede komen, stelt Drentje. En passant onderstreept hij het belang van kwaliteitsmedia voor het functioneren van de democratie.
Lees het artikel.

• In een glashelder hoofdartikel stelt het Friesch Dagblad dat de roep om een Irak-onderzoek ‘inmiddels zo groot is dat weigeren niet meer verstandig is’. Sterker nog: ‘De halsstarrige houding van Balkenende maakt de situatie juist erger. Het speelt mensen in de kaart die zeggen dat er iets te verbergen valt.’
De krant constateert dat de zaak ‘begint uit te draaien op een parlementaire erezaak. En dat is maar goed ook.’ De premier en de regering dienen zich namelijk niet te bemoeien met wat het parlement al dan niet doet. Het blokkeren van een onderzoek tijdens de kabinetsformatie was derhalve een slechte zaak, aldus de krant. ‘Het land is gebaat bij een goede regering en een krachtige volksvertegenwoordiging. Als er geen verschil meer bestaat tussen beide dan betekent dat een verzwakking voor het gehele politiek systeem.’ 
Lees het artikel.

• Op Volkskrant.nl wordt lezers gevraagd te reageren op de stelling ‘Een onderzoek naar de steun aan de inval in Irak komt steeds dichterbij. Is het voor u een belangrijke kwestie?’ Van de 3022 mensen die aan de peiling meedoen antwoordt 62 procent ‘Ja’ en 38 procent ‘Nee’.

• In een opiniestuk voorspelt de Haagse redactie van de Volkskrant dat een parlementaire enquête naar ‘Irak’ zal leiden tot het oprakelen van de onderlinge strijd tussen CDA en PvdA. Begin 2003 stonden beide partijen tijdens hun mislukte kabinetsformatie op dit punt lijnrecht tegenover elkaar. Komt er een enquête, dan ‘is de kans groot dat premier Balkenende en vice-premier Bos tijdens de huidige kabinetsperiode tegenover elkaar komen te staan. Geen prettig vooruitzicht voor twee politici die graag de eindstreep willen halen.’
Lees het artikel.

De Volkskrant publiceert een interview met Guardian-journalist Nick Davies, die vorig jaar het kritische boek Flat Earth News schreef (zie hieronder: 4 april 2008). Davies maakt zich zorgen over ‘het uitsterven van de journalistiek’, die onder grote druk staat van de commercie. Journalisten hebben geen tijd meer om hun werk goed te doen en laten hun oren teveel hangen naar propaganda. In zijn boek illustreert Davies de uitholling van het beroep aan de hand van de aanloop naar de oorlog tegen Irak, waarin veel media zich kritiekloos als doorgeefluik van propaganda lieten gebruiken. Het gevolg is dat met name veel Amerikanen hun eigen media niet meer vertrouwen, ‘vooral door Irak’. Een pasklare oplossing heeft Davies niet voorhanden. ‘We moeten een nieuw verdienmodel vinden, maar ik weet ook nog niet hoe.’
Lees het interview. 

• In een artikel op de website van zijn partij constateert SP-senator Arjan Vliegenthart dat de regering zich met haar weigering opening van zaken rond de kwestie-Irak te geven steeds meer in een maatschappelijk isolement bevindt. Ook internationaal neemt Nederland vanwege die hardnekkige weigering een uitzonderingspositie in. ‘Een dergelijke houding is echter in een volwassen parlementaire democratie niet vol te houden’, meent Vliegenthart.
De senator geeft een aantal voorbeelden van belangrijke vragen waarop bijna zes jaar na dato nog altijd geen antwoord is gegeven. ‘Zolang deze onduidelijkheid blijft voortbestaan, zal het dossier de regering-Balkenende blijven achtervolgen’, stelt hij. ‘De regering moet niet bang zijn voor de waarheid en het parlement moet haar verantwoordelijkheid nu echt nemen.’
Lees het artikel.

 

21 januari 2009

• In Trouw houdt oud-fractievoorzitter van het CDA Willem Aantjes naar aanleiding van het door NRC onthulde memorandum (zie hieronder: 17 januari) een doorwrocht pleidooi voor instelling van een parlementaire enquête naar ‘Irak’. Het is mogelijk, schrijft Aantjes, dat het memo bewust van de minister is weggehouden, maar er zijn ook andere mogelijkheden. Bijvoorbeeld dat de minister het stuk wél heeft gezien en het al dan niet naast zich heeft neergelegd. De relevante vraag is dan of de minister de inhoud aan het kabinet of in elk geval de premier heeft doorgegeven.
Er zijn in deze zaak – naast het nationaal belang – drie reputaties in het geding, meent Aantjes: die van de voormalige secretaris-generaal van het ministerie, die van voormalig minister De Hoop Scheffer en die van premier Balkenende. Met name voor de laatste twee is het van het grootste belang dat er duidelijkheid komt in deze kwestie. Instelling van een parlementaire enquête is ook in hun belang. En wat Aantjes betreft passen beide Kamers ervoor op dit punt met elkaar te rivaliseren, en werken zij eendrachtig samen. Een gezamenlijke enquête, derhalve. ‘De zaak, waarbij mensenlevens zijn ingezet én opgeofferd, is er belangrijk genoeg voor.’
Lees het artikel.

• In zijn column in Trouw stelt Willem Breedveld dat ‘Nederland oorlogszuchtiger is dan de VS’. In zijn afscheidscampagne sprak president Bush enkele malen spijt uit over de gang van zaken in Irak. Die uitspraken zijn om meerdere redenen wrang te noemen, schrijft Breedveld, maar in elk geval spreekt er een groeiend besef uit dat binnen een democratische samenleving een besluit ten oorlog te trekken door en door gerechtvaardigd moet zijn. Vergelijk dat eens met het standpunt van de Nederlandse regering, stelt Breedveld: die ‘vaart onverdroten op het kompas dat je een oorlog mag beginnen op basis van verouderde resoluties’, zonder expliciete toestemming van de Veiligheidsraad.
Lees de column. 

De Volkskrant constateert aan de hand van de recente ontwikkelingen rond ‘Irak’ dat ‘een onderzoek steeds dichterbij komt’. In een achtergrondartikel zet de krant de ontwikkelingen en de vragen die ze oproepen op een rij.
Lees het artikel.

BNR Nieuwsradio spreekt met Hein van Meeteren, mede-oprichter van ‘Openheid over Irak’. Van Meeteren zegt dat uit het door NRC onthulde memorandum (zie hieronder: 17 januari) een grote onvrede aan de top van het ambtenarenapparaat spreekt omtrent het negeren van adviezen. Informeel is die onvrede allang bekend, stelt hij. Op de vraag of er eventueel ‘koppen moeten rollen’ antwoordt hij dat dat er geen enkele reden is de eventuele ‘fouten van een jonge premier’ met de mantel der liefde te bedekken. Balkenende en voormalig minister De Hoop Scheffer (en diens huidige opvolger Verhagen) zijn politiek verantwoordelijk voor het besluit de invasie van Irak te steunen, en als een onderzoek ernstige onzorgvuldigheden aan het licht brengt zal dat volgens Van Meeteren politieke consequenties voor hen moeten hebben.
Beluister de uitzending.

• In het Radio1-Journaal lichten fractievoorzitter Arie Slob van de ChristenUnie en woordvoerder Martijn van Dam van de PvdA-fractie toe waarom zij de regering om opheldering hebben gevraagd over het door NRC onthulde memorandum (zie hieronder: 17 januari) en (Van Dam) de brief die premier Balkenende in maart 2003 schreef aan een Nederlandse vrouw (zie hieronder: 20 januari). Van Dam is er zeker van dat er ooit een Irak-onderzoek komt: ‘Ik ben ervan overtuigd dat zo’n onderzoek er in de toekomst zeker een keer zal komen. Ik denk dat de enige vraag die iedereen nu nog bezighoudt is wanneer dat zal zijn.’ Minister Verburg stelt in een reactie dat het CDA zich door de ontwikkelingen niet bang laat maken, en dat er geen reden is voor verminderd vertrouwen in de regering.
Beluister de uitzending.

 

20 januari 2009

• In Pauw & Witteman wordt voormalig minister van Buitenlandse Zaken Ben Bot gevraagd of hij het door NRC Handelsblad onthulde memorandum kende. Bot vertelt dat hij het stuk bij zijn aantreden in december 2003 niet kreeg voorgelegd, zoals hem geen enkel stuk omtrent de besluitvorming van begin 2003 werd voorgelegd. Wat Irak betreft gingen de stukken die hij kreeg over lopende zaken, zoals bijvoorbeeld de Nederlandse SFIR-missie.
Toen hij begon te twijfelen aan de juistheid van de oorlog deed hij navraag: hoe was de regering tot haar besluit gekomen? Hij kreeg te horen dat de meerderheid van de juristen vond dat er voldoende basis voor de invasie was. Het door NRC geopenbaarde memorandum, dat ruim een maand na het begin van de oorlog werd opgesteld, noemt hij ‘mosterd na de maaltijd’: ‘Dan denk ik: dat hadden ze van tevoren moeten doen.’
Tegelijkertijd kan hij zich voorstellen dat ‘degenen die de regering geadviseerd hebben – de ambtenaren en zo – misschien in meerderheid gezegd hebben: wij vinden het eigenlijk toch wel een twijfelachtige zaak. En dan zou ik wel graag willen weten wat voor memo’s en wat voor redeneringen dan wél de doorslag hebben gegeven.’ De kwestie is voor Bot al met al een extra reden voor onderzoek, al verwacht hij nog steeds niet dat zo’n onderzoek ‘veel nieuws aan de orde zal brengen’.
Bekijk de uitzending.

Het Parool publiceert een interview met mede-oprichter van ‘Openheid over Irak’ Hein van Meeteren. Van Meeteren is opgelucht dat de kwestie-Irak in een stroomversnelling is gekomen en een onderzoek slechts een kwestie van tijd lijkt: ‘Een gigantische stap vooruit. Eindelijk.’ Een parlementair onderzoek (en met name een parlementaire enquête) is het enige geëigende middel om de waarheid rond ‘Irak’ aan het licht te brengen, benadrukt Van Meeteren. En de burger heeft recht op die waarheid.
Lees het artikel.

NRC Handelsblad schrijft dat vanuit de Tweede Kamer tientallen schriftelijke vragen aan minister Verhagen van Buitenlandse Zaken zijn gesteld over het onlangs uitgelekte volkenrechtelijke memorandum (zie hieronder: 17 januari). De Kamer wil binnen twee weken antwoord van de minister. Daarna komt er een debat met Verhagen en premier Balkenende.
De krant schrijft verder dat de Eerste Kamer vandaag definitief besloot vervolgvragen te stellen over de kwestie-Irak. Die vragen zullen uiterlijk op 17 februari worden ingediend. Zijn de antwoorden opnieuw niet naar tevredenheid, dan buigt de Kamer zich over het instellen van een onderzoek. Daarvoor bestaat sinds 23 december jl. een meerderheid. De VVD-fractie toonde zich toen dermate teleurgesteld over de antwoorden van de regering op ruim honderd eerdere Irak-vragen uit de Senaat, dat zij besloot een initiatief tot instelling van een onderzoek te zullen steunen.
Lees het artikel.

• De PvdA wil opheldering over de brief die premier Balkenende een week voor het begin van de Irak-oorlog aan een Nederlandse vrouw stuurde (zie hieronder). Dat schrijft de Volkskrant. PvdA-Kamerlid Martijn van Dam vindt het vreemd dat de premier in de brief refereerde aan het veronderstelde bezit van massavernietigingswapens door Irak. ‘Deze woorden kunnen wij niet terugvinden in de brieven die de Tweede Kamer hierover kreeg. Er is sprake van discrepantie’, aldus Van Dam.
Lees het artikel.

• Toen de regering in maart 2003 besloot de invasie van Irak te steunen, deed ze dat op grond van ‘een eigenstandige afweging’. Anders dan bij onze bondgenoten was niet de dreiging van de massavernietigingswapens van Irak, maar het feit dat het land onvoldoende meewerkte aan VN-resoluties de reden voor de steun. Zo luidt althans de officiële lezing die de regering in de loop van 2003 formuleerde. In de aanloop naar de oorlog had zij wel degelijk hoog opgegeven van de dreiging van Irak. Maar toen de gevreesde massavernietigingswapens onvindbaar bleken, verdween dit punt steeds meer naar de achtergrond.
Dat de wapens van Irak pal voor de oorlog wel degelijk meespeelden in de afweging van de regering, blijkt ten overvloede uit een brief die een Nederlandse vrouw op 11 maart 2003 van premier Balkenende ontving, in antwoord op een e-mail. De Volkskrant publiceert een opmerkelijke passage: ‘In uw bericht maakt u uw zorgen kenbaar over Irak. Irak beschikt zeer waarschijnlijk over massavernietigingswapens. De dreiging die van Irak uitgaat is reëel en wordt, naarmate de tijd verstrijkt, steeds ernstiger. Rapporten bevestigen dit.’
Voor GroenLinks is de publicatie in de Volkskrant reden voor een oproep aan de bevolking om soortgelijke brieven op te sturen.
Lees het artikel.

 

19 januari 2009

• Naar aanleiding van het eergisteren door NRC geopenbaarde juridische memorandum stelt Nova de vraag of Nederland op grond van de rond ‘Irak’ gebruikte juridische argumenten een eventuele nieuwe oorlog zou kunnen steunen.
Volkenrechtdeskundige Peter Kooijmans (voormalig minister van Buitenlandse Zaken namens het CDA) noemt de destijds gebruikte argumentatie ‘een zeer aanvechtbare redenering, want het zou betekenen dat ieder individueel lid van de VN actie zou kunnen ondernemen tegen een land dat zich niet aan de Veiligheidsraad houdt, zónder dat daar door de Veiligheidsraad zelf toe is opgeroepen’. Kooijmans kent geen ander land dat zich destijds uitsluitend baseerde op de ‘Nederlandse’ argumentatie, die erop neerkwam dat het niet naleven van VN-resoluties door Irak een voldoende rechtvaardiging was voor ‘de eenzijdige actie van Engeland en Amerika’.
Ook volgens volkenrechtdeskundige André Nollkaemper schoot de Nederlandse argumentatie tekort: ‘Het was duidelijk dat dit niet kon’, en dat was des te ernstiger omdat Nederland ‘een speciale verantwoordelijkheid heeft voor de bescherming van de internationale rechtsorde’.
Onder verwijzing naar het regeerakkoord ‘garandeert’ de PvdA dat Nederland onder Balkenende IV niet opnieuw op deze gronden een oorlog kan steunen. Kan de PvdA die garantie eigenlijk wel geven, vraagt Nova.
Nee, zegt Kooijmans, er bestaat helemaal geen garantie. Nee, zegt ook Nollkaemper, want in feite houdt het kabinet het standpunt van destijds nog altijd in ere, en de ‘garantie’ waarmee de PvdA schermt (de noodzaak van een ‘volkenrechtelijk mandaat’) bestond toen ook al. Volgens hem is de ‘garantie’ die de PvdA in de kabinetsformatie zegt te hebben binnengehaald ‘schijnwisselgeld’. Ook volgens Kooijmans stelt het wisselgeld ‘bar weinig’ voor.
PvdA-Kamerlid Martijn van Dam noemt de opvatting van beide deskundigen ‘flauwekul’; zij hebben ‘niet goed gelezen’. Politiek gezien is er volgens Van Dam ‘geen enkele ruimte’ voor een herhaling van ‘Irak’.
Bekijk de uitzending.

• In Pauw & Witteman noemt fractievoorzitter Arie Slob van de ChristenUnie het via NRC uitgelekte memo ‘opzienbarend’, met name omdat met de aantekeningen op het memo de indruk wordt gewekt dat het niet aan de minister is overhandigd. Slob vindt dat het kabinet opheldering moet geven: waarom is het ‘doorwrochte’ memo niet aan de minister doorgegeven, was de daarin gegeven uitgebreide volkenrechtelijke analyse al eerder bij het kabinet bekend, en wat heeft dat betekend voor de door het kabinet gemaakte afwegingen? Slob gaat ervan uit dat het kabinet helderheid geeft. Doet het dat niet, ‘dan ontstaat er een nieuwe situatie en dan sluit ik niet uit dat ook wij zeggen dat het goed is dat je daar diepgaander onderzoek naar gaat doen’. In dat geval zal de ChristenUnie overleggen met de coalitiepartners CDA en PvdA. Slob brengt in herinnering dat eerder al diverse afspraken uit het regeerakkoord zijn opengebroken of veranderd omdat er een nieuwe situatie was ontstaan.
Bekijk de uitzending.

• Regeringspartij ChristenUnie wijst een parlementair onderzoek naar de Nederlandse steun aan de invasie van Irak niet langer af. Dat schrijft het Nederlands Dagblad. Fractiewoordvoerder Joël Voordewind wil met de coalitiepartners CDA en PvdA overleggen over vervolgstappen als de regering geen opheldering geeft over het via NRC uitgelekte Irak-memo. ‘Bij de formatie hebben we met zijn drieën de afspraak gemaakt dat er geen parlementair onderzoek naar Irak zou komen. Maar ik wil kijken naar allerlei manieren om de zaak opgehelderd te krijgen. Daarbij kan een parlementair onderzoek ter tafel komen. Er zitten echter nog stappen vóór een onderzoek om nadere gegevens te krijgen’, aldus Voordewind. De verklaring van minister Donner (zie hieronder: 18 januari) vindt hij ‘te makkelijk’: ‘Dit is zo'n sterk advies. Dan moet je wel zwaarwegende argumenten hebben om het niet naar de minister te sturen.’
Het Nederlands Dagblad vermeldt ook de reacties van PvdA-woordvoerder Martijn van Dam (‘Héél gek’) en VVD-woordvoerder Hans van Baalen (‘Wij beginnen ons te ergeren aan de onduidelijkheid van het kabinet’).
Voormalig minister van Buitenlandse Zaken De Hoop Scheffer, voor wie het omstreden memo destijds bestemd was, liet weten niet te willen reageren: ‘Ik ga er niet op in. Er is een minister van Buitenlandse Zaken, en ik ben nu secretaris-generaal van de NAVO. Het is niet goed vanuit mijn verantwoordelijkheid om hierop te reageren. Ik meng mij niet in de interne politieke discussie in Nederland.’
Lees het artikel.

• In een ingezonden brief in de Volkskrant roept PerspectieF, de jongerenorganisatie van de ChristenUnie, de leden van de CU en de andere partijen in de Eerste Kamer op om in te stemmen met een parlementair onderzoek naar ‘Irak’. De kwestie is nog altijd omringd met vele vragen, schrijft de organisatie in een toelichting op de eigen website, en een parlementair onderzoek biedt de enige serieuze mogelijkheid om die vragen te beantwoorden.
‘Wij willen graag een transparante besluitvorming. In de samenleving is nu het beeld van een politieke doofpot ontstaan. Een parlementair onderzoek is de enige manier om dit beeld weg te nemen. Voorop staat dat we moeten leren van het verleden.’
Van het argument van de regering dat er voldoende informatie is verstrekt, is PerspectieF niet onder de indruk: ‘De regering bepaalt niet voor het parlement wat voldoende en noodzakelijke informatie is.’
Lees de toelichting.

• In een scherp commentaar confronteert NRC Handelsblad premier Balkenende met zijn bekende uitspraak dat een Irak-onderzoek ‘zinloos’ is omdat alles al bekend is. Sinds twee dagen weten we dat er wel degelijk ‘nieuwe informatie’ is, schrijft de krant, doelend op de eigen onthulling van eergisteren. Informatie die nota bene de premier zelf niet zegt te kennen.
In heldere bewoordingen zet de krant het bijzondere belang van het memorandum van de juristen van Buitenlandse Zaken nogmaals uiteen. De krant concludeert dat Balkenende zowel zichzelf als de parlementaire democratie schade berokkent als hij zijn verzet tegen een onderzoek niet opgeeft. Doet hij dat toch niet, ‘dan moet het parlement, bij voorkeur inclusief de volledige coalitie, die beslissing voor hem nemen’.
Lees het commentaar.

• De langslepende Irak-discussie heeft de afgelopen maand een nieuwe dynamiek gekregen, schrijft NRC Handelsblad. Eerst door het besluit van de Senaatsfractie van de VVD om een eventueel initiatief tot een parlementair onderzoek te steunen, en nu door het uitgelekte ‘Irak-memo’ van de volkenrechtjuristen van Buitenlandse Zaken. NRC zet de vragen die het memo oproept op een rij. Het wachten is nu op antwoorden van de minister. In een tweede artikel inventariseert NRC de politieke reacties op het uitgelekte memo.
Lees het artikel.

• Het radioprogramma Stand.nl draait om de stelling: ‘Een parlementaire enquête over Irak is onvermijdelijk’. Van de bijna vierduizend luisteraars die een stem uitbrengen onderschrijft zestig procent de stelling. In de studio gaat voorzitter Han Noten van de PvdA-fractie in de Eerste Kamer in op de stand van zaken rond ‘Irak’ in de Senaat.
Beluister de uitzending.

• Naar aanleiding van de onthulling van NRC schrijft Jan Mulder in zijn column op Volkskrant.nl over de ‘Cursus Hoe Bedrijf je Illegale politiek’.
Lees de column.

• De jongerenorganisatie van de VVD – de Jongeren Organisatie Vrijheid en Democratie (JOVD) – roept de Tweede-Kamerfractie van de partij in een persbericht op om zich voor een parlementair onderzoek naar de Nederlandse steun aan de invasie van Irak uit te spreken. De jonge liberalen vinden dat de politiek kritisch moet durven terugkijken als daar reden toe is. Het in NRC Handelsblad uitgelekte juridische memo en de stelselmatig ontoereikende antwoorden van premier Balkenende op Kamervragen zorgen voor toenemende onduidelijkheid, aldus de JOVD: ‘De uitgelekte memo van het ministerie schetst een vreemde gang van zaken en het lijkt dat er hogerop fouten zijn gemaakt. De onduidelijke antwoorden van premier Balkenende geven naar het Nederlandse volk ook geen goed signaal af. Politiek draait om duidelijkheid en dit wordt vooralsnog niet gegeven.’
Lees het persbericht.  

• Buitenlandwoordvoerder van de VVD-fractie Hans van Baalen sluit een parlementaire enquête naar de kwestie-Irak niet langer uit. Dat zegt hij in een interview met Trouw.
Van Baalen: ‘Ik vind wat NRC Handelsbladnu boven tafel heeft gehaald dermate ernstig, dat ik een onderzoek niet langer uitsluit. Alles zal afhangen van de antwoorden op mijn schriftelijke vragen en die van de collega’s Van Bommel (SP) en Pechtold (D66).’
Volgens Van Baalen betreft het door NRC geopenbaarde memo ‘het hart van de destijds te maken afweging’. Hij vindt het niet doorsturen daarvan aan de minister alleen legitiem ‘als de minister wel over de inhoud uitgebreid gebrieft is’. ‘Mocht uit de antwoorden van minister Verhagen straks blijken dat ook dat niet is gebeurd, dan hebben we echt een probleem en zal ik mijn fractie adviseren mee te doen aan een parlementaire enquête.’
Lees het interview.

• ‘De machtspolitiek van het CDA om een onderzoek naar de politieke steun van de invasie in 2003 in Irak tegen te houden, dreigt uiteindelijk te falen – door klappen uit twee onverwachte hoeken.’ Dat schrijft Trouw in een overzicht van de recente ontwikkelingen rond ‘Irak’.
De krant memoreert dat premier Balkenende in december jl. al ‘schaak werd gezet’ door de Eerste-Kamerfractie van de VVD. Die kondigde aan een initiatief tot instelling van een onderzoek te zullen steunen.
Nu sluit de Tweede-Kamerfractie van de VVD een onderzoek ook niet langer uit. Of de fractie daadwerkelijk ‘om’ gaat hangt af van de antwoorden van minister Verhagen op een serie Kamervragen over de recente onthulling van NRC Handelsblad. Overigens is in dat geval ook de steun van de PvdA- of de ChristenUnie-fractie nodig om aan een Kamermeerderheid vóór een onderzoek te komen. De grootste kans op een ‘schaakmat’ bestaat daarom vooralsnog in de Eerste Kamer, aldus de krant.
Lees het artikel.

• In een commentaar constateert Trouw dat de Tweede Kamer zich niet langer kan verschuilen achter het veto van premier Balkenende op een Irak-onderzoek. De stelling die in dat verband werd gebruikt, namelijk dat Nederland in 2003 een eigen, legitieme afweging maakte, gaat volgens de krant na zes jaar niet langer op. Uit de onthulling van NRC Handelsblad, eergisteren, blijkt zonneklaar dat de ambtelijke top van Buitenlandse Zaken de eigen afweging van Nederland in strijd achtte met het volkenrecht. Het feit dat de politieke leiding zich daar ‘blind en doof’ voor hield roept ernstige vragen op waarvoor de Kamer niet kan weglopen, aldus de krant.
Lees het commentaar.

 

18 januari 2009

• In het radioprogramma Atlas van de omroep Llink gaat Alexander Pechtold in op het gisteren door NRC Handelsblad gepubliceerde vertrouwelijke memorandum. Volgens de D66-voorman is het van belang dat de direct betrokkenen (oud-minister De Hoop Scheffer en voormalig secretaris-generaal Majoor) onder ede worden gehoord over de gang van zaken én over de vraag of Nederland al dan niet het internationale recht heeft geschonden. Duidelijk is volgens Pechtold dat de notitie bewust is gelekt, en dat er een enorme frustratie uit spreekt van topambtenaren die menen dat de minister onvolledig is geïnformeerd: ‘Daar spreekt uit: minister, luister naar ons!’
Het memorandum maakt een parlementaire enquête des te urgenter, zegt Pechtold: ‘Ik dacht: wij hebben niet veel meer fouten gemaakt dan anderen, maar daar moeten we van willen leren. Nu komt naar boven dat je aan de top van het ministerie van Buitenlandse Zaken een enorme machtsstrijd had tussen wat NRC noemt “de haviken” en degenen die volkenrechtelijk wél juist wilden handelen.’
Beluister de uitzending.

• In reactie op Buitenhof (zie hieronder) noemt Eerste-Kamerlid Britta Böhler van GroenLinks de uitspraken van minister Donner over het door NRC onthulde memorandum in het programma ‘raar’. ‘Als de informatie bekend was, waarom heeft de Tweede Kamer deze dan nooit gekregen?’, vraagt zij zich af. Dat schrijft Nu.nl.
Ook stelt Böhler dat het memorandum wel degelijk nieuwe inzichten biedt. ‘De juristen zelf geven in het stuk aan dat zij nooit eerder de kans hadden gekregen objectief advies te geven en dat eerder alleen om een doelredenering was gevraagd om de oorlog wel te steunen.’
GroenLinks heeft het kabinet opheldering gevraagd van de uitspraken van Donner.
Lees het artikel.

• In Buitenhof wordt minister Piet Hein Donner van Sociale Zaken en Werkgelegenheid – in het kabinet-Balkenende I minister van Justitie – naar zijn mening gevraagd over het gisteren door NRC Handelsblad onthulde juridische memorandum. Donner stelt dat het op elk ministerie ‘heel normaal’ is dat er vanuit het ambtenarenapparaat uitlopende adviezen worden gegeven en dat het ‘heel verklaarbaar’ is dat de secretaris-generaal het bewuste memo niet heeft ‘doorgeleid’ naar de minister. Het is nu eenmaal mede diens taak te voorkomen ‘dat een minister overvoerd raakt met informatie’, en de inhoud van het memo was volgens Donner al bij de minister bekend: ‘In de besluitvorming in de ministerraad zijn ook al die kanten bekeken’, zegt Donner, en: ‘Ik kan u verzekeren dat ook die aspecten meegenomen zijn.’ Wat destijds zijn eigen oordeel over de volkenrechtelijke aspecten was kan hij zich niet precies herinneren, maar ‘ik meen dat er geen doorslaggevende argumenten tegen waren, want anders had ik het niet gedaan’ [i.c. niet met de steun aan de invasie van Irak ingestemd].
Uri Rosenthal, VVD-fractievoorzitter in de Eerste Kamer, licht toe waarom zijn fractie bereid is een initiatief tot een Irak-onderzoek te steunen. Rosenthal stelt dat de beantwoording van de regering van de ruim honderd vragen van meerdere Eerste-Kamerfracties een teleurstellende ‘herhaling van zetten’ is gebleken, waardoor ‘de mist’ rond het onderwerp niet is weggenomen, maar eerder dikker is geworden. Hij vindt het ook ongepast dat de regering bijna acht maanden heeft genomen voor deze beantwoording; als dit het niveau van de antwoorden is, had de regering ‘voor de zomer’ kunnen antwoorden in plaats van pas in de loop van december.
Mochten de antwoorden op de medio februari in te dienen vervolgvragen de mist niet wegnemen, dan zal de Eerste Kamer een onderzoek instellen, aldus Rosenthal. Afhankelijk van de te onderzoeken aspecten zal een keus worden bepaald voor een onderzoeksinstrument, waarbij in feite twee mogelijkheden bestaan: een parlementaire enquête of een andere vorm van parlementair onderzoek.
Bekijk de uitzending.

• In een commentaar in het AD schrijft hoofdredacteur Jan Bonjer dat een parlementair onderzoek naar ‘Irak’ noodzakelijk is. Balkenende kan zijn verzet het beste opgeven, en zijn energie gebruiken ‘om een elegante bocht te maken’. Immers, er zijn inmiddels toch wel erg duidelijke aanwijzingen dat er destijds zaken zijn misgegaan. Is er dan sprake van ‘oude koeien uit de sloot halen’? ‘Zeker niet’, meent Bonjer, ‘rechtvaardiging voor geweld of steun daarvoor is ook jaren na dato een wezenlijke kwestie.’
Lees het commentaar.

• Het AD neemt het CDA-standpunt omtrent het gisteren door NRC Handelsblad onthulde juridische Irak-advies onder de loep. CDA-fractieleider Pieter van Geel stelt dat er niets aan de hand is: ‘Het is juist goed dat een secretaris-generaal de stukken filtert en alleen doorlaat wat echt relevant is.’
Was het betreffende memorandum dan niet ‘echt relevant’, vraagt de krant zich af. Dat was het wel degelijk, blijkt uit de daaropvolgende toelichting. De krant citeert tot slot ChristenUnie-Kamerlid Joël Voordewind: ‘Dit soort adviezen moet toch bij een minister terechtkomen, lijkt me.’
Het AD peilt ook de mening van de bevolking over een Irak-onderzoek. Op de stelling ‘Onderzoek naar steun voor inval Irak is onvermijdelijk’ reageren 7443 lezers; 77 procent van hen onderschrijft de stelling, 20 procent is het er niet mee eens, en 3 procent weet het niet of heeft geen mening.
Lees het artikel.

 

17 januari 2009

• Bijna zes op de tien Nederlanders (58 procent) vinden dat er een parlementaire enquête moet komen naar de kwestie-Irak; 25 procent is het daarmee oneens. Dat blijkt uit onderzoek van TNS NIPO in opdracht van het RTL Nieuws.
De animo voor een parlementaire enquête is het laagst onder de Nederlanders die bij de laatste parlementsverkiezingen op het CDA stemden: 42 procent vóór, 44 procent tegen. Van de PvdA-stemmers is 74 procent vóór.
Van de PvdA-stemmers geeft 42 procent te kennen dat een blijvende weigering van de eigen partij om een enquête te steunen direct van invloed is op hun toekomstige politieke keuzes; 49 procent zegt dit punt niet te laten meewegen. Van de CDA-stemmers zegt tweederde deel zich niet te laten beïnvloeden door een aanhoudende weigering van de eigen partij om een enquête mogelijk te maken.
Een meerderheid van de bevolking (55 procent) heeft er verder geen begrip voor dat er van officiële zijde zo weinig informatie naar buiten wordt gebracht over de besluitvorming omtrent de Nederlandse rol bij de inval in Irak. Een even hoog percentage vindt dat de – vertrouwelijke – notulen van de ministerraad omtrent de besluitvorming openbaar moeten worden gemaakt.
Precies driekwart van de Nederlanders vindt dat de minister-president een onderzoek naar ‘Irak’ niet mag tegenhouden. En liefst 42 procent meent dat de premier het onderzoek blokkeert omdat de regering iets te verbergen heeft.
Bijna de helft van de bevolking (48 procent) meent dat de besluitvorming rond de Nederlandse steun aan de Irak inval onzorgvuldig is geweest; slechts éénderde (34 procent) meent dat de besluitvorming wél zorgvuldig is geweest.
Precies de helft van de bevolking vindt het achteraf gezien onterecht dat Nederland de inval in Irak heeft gesteund. Drie op de tien Nederlanders (31 procent) vinden de steun wél terecht.
Lees de onderzoeksconclusies.

• Alle kranten maken in hun papieren dan wel online edities melding van de politieke reacties op het vandaag door NRC Handelsblad onthulde juridisch advies. In de Tweede Kamer is van links tot rechts ‘geschokt’ gereageerd. De SP, VVD en D66 stelden het kabinet al schriftelijke vragen, schrijft NRC. De krant citeert SP-buitenlandwoordvoerder Harry van Bommel: ‘Onvoorstelbaar dat een advies van deze aard destijds onder tafel bleef. Zulke cruciale twijfels van kundige ambtenaren moeten gedeeld worden.’ VVD-leider Mark Rutte noemt het ‘ernstig dat dit niet bij de besluitvorming is betrokken’. Tegenover de Volkskrant stelt VVD-woordvoerder Hans van Baalen: ‘De juristen beklagen zich dat de Nederlandse steun indruist tegen het internationaal recht. Dat is nogal wat.’ Trouw schrijft dat het van de antwoorden van het kabinet afhangt of de VVD-fractie in de Tweede Kamer nu ook een verzoek tot een Irak-onderzoek steunt.
De SP en D66 vinden dat daarmee niet kan worden gewacht. Op de website van zijn partij roept D66-leider Alexander Pechtold de regeringspartijen op om het regeerakkoord open te breken, zodat een onderzoek niet langer door het kabinet wordt geblokkeerd. Tegenover NRC bepleit hij dat de Tweede Kamer het initiatief in de kwestie-Irak terugneemt van de Eerste Kamer: ‘We kunnen en mogen zo’n belangrijke zaak niet overlaten aan niet rechtstreeks gekozen Kamerleden. Hier moet de Tweede Kamer zijn verantwoordelijkheid nemen. Het is staatsrechtelijk idioot om het zich in de senaat te laten afspelen.’
Ook de regeringspartijen PvdA en ChristenUnie zijn ‘geschokt over het achterhouden van het juridisch advies’. Volgens buitenlandwoordvoerder Martijn van Dam van de PvdA-fractie bevestigt ‘het voortreffelijke memo’ zowel ‘dat de oorlog in Irak niet goed was’ als dat ‘de juridische onderbouwing niet deugde’. Hij noemt het ‘onbegrijpelijk’ dat het stuk is weggehouden bij de minister. Net als de SP, VVD en D66 willen beide partijen zo snel mogelijk opheldering van minister Verhagen van Buitenlandse Zaken of premier Balkenende. Aan de hand van de reactie van het kabinet zullen zij beoordelen of zij op een parlementair onderzoek zullen aandringen. Volgens het Nederlands Dagblad meent PvdA-fractielid Ton Heerts op individuele titel dat er nu al alle reden is voor een onderzoek: ‘Wat moet er nog meer gebeuren voordat we eindelijk overgaan tot een onderzoek naar de feiten hoe we tot die besluitvorming zijn gekomen?’
Premier Balkenende ‘laat zich informeren’ over het uitgelekte memorandum, schrijft de krant. Hij had ‘kennisgenomen’ van het artikel in NRC, maar wilde geen inhoudelijke reactie geven. De premier licht zijn standpunt toe in het NOS Journaal, dat ook Martijn van Dam en Hans van Baalen aan het woord laat.

• In een groot artikel in NRC Handelsblad produceert Joost Oranje de smoking gun die onomstotelijk aantoont dat de regering-Balkenende inzake ‘Irak’ explosieve informatie verborgen houdt. Het door NRC gepubliceerde geheime ‘Memorandum DJZ/IR/2003/158’ biedt een vergaand inzicht in de de eerder door NRC naar buiten gebrachte twijfels die bij de ambtelijke juridische diensten bestonden ten aanzien van de door de regering gevolgde volkenrechtelijke argumentatie om in 2003 de oorlog tegen Irak te steunen.
Het memo werd op 29 april 2003, ruim een maand na de inval van Irak, door de dienst Internationaal Recht van de Directie Juridische Zaken van Buitenlandse Zaken aangeboden aan de secretaris-generaal (SG) van hetzelfde ministerie. De bestemming was minister Jaap de Hoop Scheffer, maar de SG besloot het memo niet aan hem door te sturen. ‘Graag goed opbergen in de archieven voor het nageslacht. De discussie is hiermee voor dit moment gesloten’, schreef hij erboven. Aldus geschiedde. Onbekend is of de informatie de minister niet tóch bereikte. De SG, Frank Majoor, was destijds het hardloopmaatje van de De Hoop Scheffer.
Het acht pagina’s lange memo zet in heldere bewoordingen uiteen dat de door de regering-Balkenende gebruikte juridische onderbouwing voor steun aan de oorlog ‘zowel materieel als procedureel tekort schoot’, en zelfs ‘dat Nederland een eventuele procedure voor het Internationaal gerechtshof hierover zou verliezen’. De juristen van Buitenlandse Zaken concluderen dat de oorlog tegen Irak zonder nieuwe resolutie van de Veiligheidsraad geen rechtmatige basis had. Dat staat haaks op de door de regering gebruikte argumenten, en roept de vraag op welke overtuigende tegenargumenten dan door de regering zijn omhelsd om de Nederlandse steun te legitimeren. Waaraan is de uitgesproken opvatting van Nederlandse volkenrechtdeskundigen ondergeschikt gemaakt?
Daar neemt de zaak een grimmige wending. Uit het memo blijkt namelijk ook dat het op eigen initiatief door de juristen van DJZ is opgesteld omdat de minister in de aanloop naar de oorlog ‘onvoldoende’ zou zijn ingelicht. Weliswaar was eerder advies uitgebracht, maar dat advies bleek geen gevolg van een open vraagstelling, maar van ‘bestelde’ informatie. Nederland bleek voor de oorlog al een positie te hebben ingenomen, en de juristen dienden daar een zo goed mogelijke juridische onderbouwing voor aan te leveren. Toen dat advies, d.d. 13 maart 2003, desondanks een waarschuwende toon aansloeg, werd het genegeerd. Nooit heeft het kabinet de Tweede Kamer geïnformeerd over de scepsis bij DJZ. Er was geen ruimte voor ‘dissidente gedachten’. De juristen bleven gefrustreerd en boos achter, zo blijkt tussen de regels. Zó boos, dat zij besloten hun standpunten nogmaals aan het papier toe te vertrouwen en aan de minister op te sturen. Maar dat document, het bewuste memorandum, kregen zij dus per kerende post retour, bestemd voor het archief.
Er gebeurde nog meer tussen het eerste advies van 13 maart en het memo van 29 april 2003, zo blijkt uit het NRC-artikel. Toen duidelijk werd dat de Veiligheidsraad geen mandaterende resolutie zou afgeven om geweld tegen Irak te legitimeren greep de top van het ministerie – De Hoop Scheffer, Majoor en directeur-generaal politieke zaken Hugo Sibletz – terug op oude VN-resoluties uit de tijd van de Golfoorlog. Volgens deze ‘haviken’ konden die ook de komende oorlog legitimeren. De juristen van DJZ dachten daar anders over en kwamen in hun advies van 13 maart met ‘volkenrechtelijke tegenargumenten’. Die vielen slecht bij Siblesz, die besloot tot een eigen advies aan de minister, waarin militair ingrijpen legitiem werd geacht, en waarin de eerdere voorbehouden van DJZ werden bekritiseerd. Op 14 april 2003 haalde dit advies de minister wél. Het leidde tot enorme frustratie bij DJZ, en tot het memorandum van 29 april dat dus naar het archief werd verwezen. En zo kan premier Balkenende de Kamer blijven voorhouden dat sprake is van ‘een sluitende juridische legitimering’.
Hoe hard het spel gespeeld wordt bleek opnieuw bij de beantwoording van de ruim honderd vragen die de Eerste Kamer in het voorjaar van 2008 aan het kabinet stelde met betrekking tot de verleende steun aan de oorlog. Opnieuw kwamen de ambtenaren van Buitenlandse Zaken tussen de deur toen zij – middels een notitie op de concept-antwoorden – pleitten voor een betere evaluatie of lessons learned-aspect’. De notitie haalde de eindstreep niet. In de antwoorden die de Eerste Kamer op 19 december 2008 kreeg toegezonden wordt slechts het bekende mantra herhaald, en met geen woord gerept over genegeerde adviezen.
Lees het artikel.
Lees het memorandum.

• In zijn wekelijkse column in de Volkskrant stelt politiek commentator Hans Wansink dat het nu écht tijd is voor een parlementaire enquête naar de kwestie-Irak. Hij zet een aantal argumenten daarvoor nog eens op een rijtje en constateert dat het nog langer tegenwerken van een onderzoek door met name premier Balkenende zowel de politieke schade voor de coalitie als het wantrouwen van de burgers in de werking van de democratie vergroot.
Lees de column.

 

16 januari 2009

• Volgens Mark Rutte, VVD-fractievoorzitter in de Tweede Kamer, heeft premier Balkenende het naderende Irak-onderzoek aan zichzelf te wijten. In een interview met de Volkskrant zegt Rutte: ‘Als de premier zoveel mist laat ontstaan, dan roept hij het over zichzelf af.’ Rutte verwijt de premier ‘veertig pagina’s warrige antwoorden’ aan de Senaat te hebben gestuurd, en daarmee bovendien ‘acht maanden te hebben getreuzeld’. De VVD sluit hiermee in beide Kamers de rangen, nadat eerder VVD-prominenten als Jozias Van Aartsen opriepen tot een onderzoek.
Voor de PvdA ontstaat hiermee een horror-scenario. Mocht de kwestie-Irak nog een keer opduiken in de Tweede Kamer, dan heeft de PvdA-fractie ineens de beslissende stem in handen. Wetend dat waarheidsvinding onherroepelijk is komt de fractie voor de vraag te staan om welke reden de partij – oorspronkelijk juist de aanjager van het debat over ‘Irak’ – de boeken in zou moeten gaan als ultieme doofpotter. Refererend aan de afspraken tussen de coalitiepartijen zegt Rutte desondanks niet te verwachten dat de Tweede Kamer nog tot een onderzoek zal besluiten. ‘De Eerste Kamer is nu aan zet.’
Lees het artikel.

 

13 januari 2009

• In een scherp artikel in DePers stelt Jan-Jaap Heij dat een nieuwe verlenging van de Nederlandse Afghanistan-missie niet aan de orde mag zijn zolang de regering geen opening van zaken heeft gegeven over ‘Irak’. Blijft de regering weigeren daarover verantwoording af te leggen, dan is er geen enkele reden om erop te vertrouwen dat zij inzake ‘Afghanistan’ doordacht en verantwoord opereert, stelt Heij terecht.
Steeds luider speculeert het kabinet over verlenging van de Afghanistan-missie, hoewel de bevolking overwegend tegen is en minister Van Middelkoop van Defensie onlangs nog eens onomwonden stelde: ‘Onze missie in Uruzgan stopt augustus 2010. We gaan ook niet naar een ander gebied.’ Volgens Heij bereidt het kabinet ons voor op het moment dat de komende Amerikaanse president Obama in Den Haag aanklopt voor verlenging van de Nederlandse aanwezigheid in Afghanistan. Hoeveel daar misschien ook voor te zeggen is, we zouden het volgens Heij niet moeten doen: ‘We kunnen er immers niet op vertrouwen dat de motieven en doelstellingen van het kabinet in deze doordacht en verantwoord zijn, zolang het over een eerdere missie geen opheldering wil verschaffen.’
Heij stelt vast dat waar het gaat om ‘de verplichting om verantwoording af te leggen over hetgeen besloten is of wordt, de Nederlandse regering zo langzamerhand een gênant slecht trackrecord heeft: het kabinet weigert nog altijd een fatsoenlijk onderzoek naar onze betrokkenheid bij de oorlog in Irak’. Heij: ‘Dan mag het kabinet Nederland niet aan nieuwe riskante militaire avonturen committeren. Eerst uitleggen hoe het nu zat met die massavernietigingswapens in Irak, met onze strikt particuliere motivatie om daaraan mee te doen – het overtreden van VN-resoluties, waar het de Amerikaanse en Britse hoofdrolspelers toch vooral om de massavernietigingswapens ging – en wat een Nederlandse luitenant-kolonel uitspookte op een Amerikaanse persconferentie over een oorlog waar we ‘militair niet aan meededen’. Pas daarna verder gaan met onze deelname aan een andere Amerikaanse oorlog waarvan de doelstellingen en het succes ook niet altijd duidelijk zijn.’
Blijft het kabinet weigeren opening van zaken te geven inzake ‘Irak’, en breekt zij de belofte om de Nederlandse troepen in 2010 uit Afghanistan terug te trekken, dan ‘maken Balkenende c.s. zich definitief ongeloofwaardig’, aldus Heij.
Onderstaande link voert naar de editie van DePers van vandaag.
Het artikel van Heij staat op pagina 1 en 2.
Lees het artikel.

• In haar commentaar stelt de Volkskrant dat ‘premier Balkenende met zijn felle verzet tegen een onderzoek naar de politieke steun voor de Amerikaanse invasie in Irak van 2003 steeds meer in een isolement komt te staan’. De krant noemt het ‘veelbetekenend’ dat CDA-coryfeeën als Ben Bot, Hans van den Broek, Peter Kooijmans en Herman Wijffels openlijk voor een onderzoek pleiten en daarmee het partijtaboe om ‘de premier annex partijleider niet te desavoueren’ doorbreken. Gevoegd bij de meerderheid die er intussen in de Eerste Kamer voor een onderzoek is, en de uitspraak van Wouter Bos om ‘Irak’ bij een volgende kabinetsformatie zonodig opnieuw op de agenda te zetten, komt Balkenende steeds meer alleen te staan.
Net als Joeri Boom in De Groene Amsterdammer (zie hieronder: 9 januari) waarschuwt de krant dat een onderzoek niet per se betekent dat de onderste steen bovenkomt. Tot nu toe worden de relevante stukken immers ‘routineus als staatsgeheim gekwalificeerd’.
Lees het commentaar.

 

12 januari 2009

Nova constateert dat steeds meer Nederlanders een Irak-onderzoek willen. De kwestie-Irak is een ‘smeulende veenbrand’, die steeds weer oplaait. Gisteren bijvoorbeeld, toen vijf oud-ministers van Buitenlandse Zaken zich luid en duidelijk voor een onderzoek uitspraken (zie hieronder). Nova praat door met twee van hen (Ben Bot en Hans van Mierlo), en toont fragmenten van een Kamerdebat uit april 2007 waarin premier Balkenende uitlegt waarom hij geen onderzoek wenst.
Balkenende zei in dat debat: ‘Er wordt gekeken met de bril van nu naar toen. Opnieuw doen we de discussie over van had een kabinet destijds die stap mogen zetten?’ [...] ‘Met de kennis van nu hadden toen heel wat dingen kunnen worden voorkomen, dat zie ik ook wel, alleen vind ik dat niet fair. We moeten zaken van destijds beoordelen aan de hand van wat tóen het beleid was, wat toen criteria waren en wie aan wat had te voldoen.’
Volgens Van Mierlo is steun aan een oorlog echter altijd reden ‘om te onderzoeken of dat terecht is geweest, en zeker als in het buitenland al zoveel mensen gezegd hebben: we hebben ons vergist, en zeker ook als je te maken krijgt met een president – Obama – die met de ogen van tóen al, om een uitdrukking van de premier te gebruiken, wist dat die oorlog niet deugde.’ Wat de premier van zo’n onderzoek vindt doet er niet toe, vindt Van Mierlo. De eis van Balkenende tijdens de kabinetsformatie (geen onderzoek, anders geen kabinet) noemt hij ‘niet deugdzaam’.
Net als Van Mierlo toonde Ben Bot zich in het verleden voorstander van kritisch terugkijken. Ditmaal voert hij de negatieve beeldvorming in de publieke opinie als argument aan: ‘Het zou goed zijn als er een onderzoek komt naar het beroemde Irak-dossier, eigenlijk in het licht van alle opwinding die daarover is ontstaan de afgelopen periode. Ik geloof dat er helemaal niets te verbergen valt en dat we gewoon opening van zaken moeten geven.’ [...] ‘Wat mij een beetje stoort is wat iedere keer weer opkomt, dat er geweldige verhalen omheen gedicht worden, terwijl in ieder geval ik weet uit wat mijn ervaring en mijn kennis betreft, dat er helemaal niet zoveel boven water te halen valt.’ Wie niets te verbergen heeft, heeft niets te vrezen, stelt de verslaggever. Bot: ‘Dat is inderdaad mijn standpunt, en dat is het ook altijd geweest.’
Ook Van Mierlo reageert op de stelling dat wie niets te verbergen heeft ook niets te vrezen heeft: ‘Het gaat er niet om dat er per se iets te verbergen moet zijn. En als je daar dan zó van overtuigd bent, waarom mag het volk daar dan ook niet van overtuigd zijn? Laat het dan zien. Dat is overál gebeurd.’
Bekijk de uitzending.

• Ook oud-minister van Buitenlandse Zaken Peter Kooijmans is voorstander van een parlementair onderzoek naar de kwestie-Irak. De prominente CDA’er is het eens met de vijf andere ex-ministers van Buitenlandse Zaken (onder wie zijn partijgenoten Ben Bot en Hans van den Broek) die zich gisteren voor een onderzoek uitspraken (zie hieronder). Dat schrijft de Volkskrant op haar website.
Kooijmans zegt ‘geen enkele bezwaar’ te hebben tegen een parlementair onderzoek. Hij denkt dat binnen het CDA vooral premier Balkenende zo’n onderzoek dwarsboomt. ‘Ik weet niet of de bezwaren bij het CDA of bij de premier liggen. Ik denk het tweede.’
In de zomer van 2007 leverde Kooijmans al eens harde kritiek op de juridische onderbouwing van de Nederlandse steun aan de Irak-oorlog door het kabinet-Balkenende I. ‘Over die kritiek was men destijds niet geamuseerd bij het CDA’, zegt Kooijmans nu.
In een reactie op de recente pleidooien voor een onderzoek van zijn partijgenoten Wijffels, Westerterp, Bot, Van den Broek en Kooijmans zegt buitenlandwoordvoerder Maarten Haverkamp van de CDA-fractie de meerwaarde van zo’n onderzoek niet te zien. ‘Wat ons betreft is alles duidelijk. We willen geen onderzoek om het onderzoek.’
Haverkamp heeft harde kritiek op partijgenoot Bot, die een Irak-onderzoek gisteren ‘onvermijdelijk en zuiver’ noemde: ‘Het verbaast me om hem dat met terugwerkende kracht te horen zeggen. Als minister heb ik hem nooit een onderzoek horen aanbieden.’
Lees het artikel.

• De binnenkort aantredende Amerikaanse president Obama sluit niet uit dat er juridische stappen zullen worden genomen tegen leden van de regering-Bush vanwege schending van de mensenrechten. Dat schrijven meerdere kranten, waaronder de Volkskrant.
De regering-Bush ligt al langer onder vuur vanwege haar toestemming voor omstreden activiteiten. Voorbeelden daarvan zijn de langdurige detentie van verdachten zonder aanklacht en recht op juridische bijstand, het rendition-programma van de CIA (met gebruik van geheime vluchten en gevangenissen), mishandeling van gevangenen, en inperking van de burgerrechten in eigen land. Zondag jl. erkende vice-president Dick Cheney tegenover CNN opnieuw dat in 2003 op gevangenen waterboarding is toegepast (Cheney noemde dat ‘erg nuttig’). In een rapport stelde de Senaatscommissie voor de Strijdkrachten voormalig minister van Defensie Donald Rumsfeld en andere topfunctionarissen van de regering-Bush onlangs direct verantwoordelijk voor de mishandeling van gevangenen in Guantanamo, Irak, Afghanistan en andere landen (zie hieronder: 12 december 2008).
Obama lijkt daaraan nu de broodnodige consequenties te willen verbinden. In een vraaggesprek met ABC zei hij: ‘Wij onderzoeken nog hoe we de hele zaak van verhoren en detenties, etcetera gaan aanpakken.’ Hij beklemtoonde dat ‘niemand boven de wet staat’.
Lees het artikel.

 

11 januari 2009

• Vijf oud-ministers van Buitenlandse Zaken zijn voorstander van een parlementair onderzoek naar de kwestie-Irak. Onder hen zijn twee partijgenoten van premier Balkenende: Ben Bot en Hans van den Broek. Dat schrijft de Volkskrant in een artikel op haar website, dat een dag later op de voorpagina van de papieren krant verschijnt.
De vijf – naast Bot en Van den Broek gaat het om Max van der Stoel (PvdA), Hans van Mierlo (D66) en Jozias van Aartsen (VVD) – deden hun uitspraken tijdens een aflevering van de debatreeks de Volkskrant op zondag. De krant zette een filmpje op haar site (te zien via onderstaande link), waarin de oud-bewindslieden hun standpunt toelichten.
Bot, die al eerder twijfels uitte aan de Nederlandse steun aan de Irak-oorlog, zegt: ‘Gezien wat er leeft in de samenleving en de politiek is het onvermijdelijk en zuiver dat een onderzoek er komt, het liefst snel. Maar ik heb de documenten bestudeerd, en niemand hoeft bang te zijn dat er iets vreselijks naar buiten komt.’
Van den Broek vindt ‘dat je de onzekerheid niet moet laten voortbestaan’. Hij benadrukt dat onze bondgenoten wél lering hebben getrokken uit de oorlog. ‘Lessons learned. Datzelfde geluid zou je hier ook willen horen. Je krijgt een beetje de indruk van de regering: we hebben er helemaal niets van geleerd en we hóeven er ook helemaal niets van te leren.’ Van der Stoel is het daar ‘roerend mee eens’.
Hans van Mierlo legt de nadruk op ‘het recht van het volk en het parlement om de waarheid te weten’. ‘Dat recht is niet het eigendom van de minister-president’, stelt hij. Hij trekt de vergelijking met iemand die voor de rechter moet verschijnen en zegt: ‘Meneer de rechter, dit is niet nodig, want ik heb het niet gedaan. Er valt niets aan het licht te brengen en ík weet dat.’ ‘Een schande’, aldus Van Mierlo, en dat geldt volgens hem ook voor het feit dat het recht op onderzoek van het parlement in de kabinetsformatie ‘is weggegooid ten behoeve van de machtsvorming’.
Van Aartsen sluit zich ‘één op één’ aan bij Van Mierlo. Hij wijst erop dat hij zich al in juni 2007 voor een onderzoek heeft uitgesproken. Anders dan Bot is hij er niet van overtuigd dat een onderzoek niets opzienbarends zal opleveren. ‘Ik heb geen idee wat er uitkomt. En dat is juist de reden waarom het goed is om het wel te doen’.
Lees het artikel en bekijk het filmpje.

 

9 januari 2009

• Stelt het parlement inzake de kwestie-Irak de juiste vragen? Wordt er niet iets over het hoofd gezien? Deze retorische vragen stelt Joeri Boom in een artikel met de treffende titel Bush’ braafste bondgenoot – Nederlandse militaire steun aan de Irak-oorlog in De Groene Amsterdammer. Boom herinnert aan de sterke aanwijzingen voor geheime Nederlandse militaire steun aan de Irak-oorlog die de onderzoeksjournalisten van het radioprogramma Argos in de loop der jaren hebben onthuld. Het is opmerkelijk, schrijft hij, dat dit aspect ontbrak in de ruim honderd vragen die een aantal Eerste-Kamerfracties vorig jaar aan de regering stelde. Want ‘juist die vraag zou het stelselmatig foutief informeren van het parlement – een politieke doodzonde – kunnen blootleggen. Dat zou wel eens kunnen zijn wat de premier al die jaren heeft willen verbergen.’ Hoe dat ook zij, het thema ‘militaire steun’ verdient een volwassen plaats in een eventueel parlementair onderzoek, stelt Boom terecht.
In zijn artikel zet hij de onthullingen die Argos de afgelopen zes jaar presenteerde nog eens op een rij. Stuk voor stuk werden de bevindingen door het ministerie van Defensie en de regering ontkend. Maar Argos-redacteur Huub Jaspers is ervan overtuigd dat Nederland rond het begin van de oorlog in Irak actief is geweest. ‘Na de uitzendingen is dat nog eens door verschillende bronnen bevestigd’, zegt hij in het artikel. ‘De regering heeft duidelijk een probleem met al die geheime militaire inzet ten behoeve van een oorlog die we alleen politiek zeiden te ondersteunen.’
Zal een onderzoek de mogelijkheid bieden eventuele verborgen informatie boven tafel te brengen? Alleen als de commissie betrokkenen onder ede kan horen, en als de gangbare bestraffing voor het lekken van staatsgeheimen wordt opgeschort, schrijft Boom. Dat zou kunnen betekenen dat een deel van de verhoren achter gesloten deuren plaatsvindt. Blijft de vraag of de commissie de tanden zal laten zien. Huub Jaspers is daar niet gerust op. Tijdens het Srebrenica-onderzoek werd niet scherp genoeg doorgevraagd, stelt hij. Laten we een voorbeeld nemen aan Duitsland, voegt hij daaraan toe. Daar vindt een secuur parlementair onderzoek plaats naar de betrokkenheid van de Bundesnachrichtendienst (de nationale inlichtingendienst) bij de oorlog, met schokkende resultaten (zie hieronder: 18 december 2008). De les die daaruit volgens Boom moet worden getrokken luidt: als het Nederlandse onderzoek er komt, is het belangrijk om zo diep en secuur mogelijk te spitten.
Lees het artikel.

 

8 januari 2009

• In een warrig ingezonden stuk in de Volkskrant stelt voormalig LPF-fractieleider Mat Herben dat het pleidooi voor een Irak-onderzoek van meet af aan is ingegeven door partijpolitieke en persoonlijke motieven. De PvdA liet zich volgens Herben in het verleden bijvoorbeeld leiden door het ‘anti-amerikanisme’ dat haar Duitse en Spaanse zusterpartijen in 2003 aan verkiezingsoverwinningen hielp, en door de wens premier Balkenende te beschadigen. Balkenende’s CDA zelf is overigens geen haar beter, meent Herben. Die partij steunde onlangs het voorstel voor een parlementair onderzoek naar de kredietcrisis ‘om Wouter Bos een koekje van eigen deeg te geven’. Helemaal bont maakt CDA-prominent Herman Wijffels het: als informateur was hij de regisseur van het taboe op iedere vorm van openheid en onderzoek, en nu ‘pleegt hij koningsmoord door alsnog een Irak-onderzoek te eisen’.
Temidden van veel grote woorden (‘symboolpolitiek van links’, ‘meedeinen op de golven van anti-amerikanisme’, ‘de onbeduidende vraag of Nederland nu wel of niet in 2003 politieke steun had mogen geven’) valt vooral op dat Herben geen oog heeft voor de burgers die van meet af aan aandringen op beantwoording van de vele vragen rond ‘Irak’. Merkwaardig is ook zijn stelling dat Nederland beslist geen militaire steun aan de invasie leverde. Daarmee spreekt hij zichzelf tegen, want begin april 2003 zei hij tegen Vrij Nederland: ‘Nederland levert geen actieve militaire bijdrage? Apekool!’
Overigens toont Herben zich voorstander van een onderzoek naar de kwestie-Irak. In een reactie op de vele commentaren van lezers die op de website van de Volkskrant onder zijn artikel zijn geplaatst, herhaalt hij dat nog eens: ‘Door de stemmingmakerij en insinuaties denken veel burgers dat er werkelijk iets te verbergen is’, en daarom ‘is een onderzoek onvermijdelijk geworden om een einde te maken aan alle ophef’. De reactie van Herben is te vinden tussen de commentaren op zijn artikel.
Lees het artikel.

 

7 januari 2009

• In NRC Next pleit voormalig staatssecretaris Tjerk Westerterp (CDA) voor instelling van een Staatscommissie door de regering, die de besluitvorming rond de Nederlandse steun aan de Irak-oorlog gaat onderzoeken. Die commissie zou onder leiding moeten staan van een oud-premier en moeten bestaan uit een ‘historisch-wetenschappelijke staf’, die toegang krijgt tot alle relevante documenten en binnen een jaar rapporteert aan de regering, die vervolgens de plicht heeft het rapport aan het parlement aan te bieden.
Daarmee wordt volgens Westerterp enerzijds recht gedaan aan het regeerakkoord, waarin een parlementaire enquête volgens hem wordt afgewezen (hij doelt hiermee op de mondelinge afspraak tussen de coalitieleden om niet zelf een onderzoek in te stellen en parlementaire initiatieven zoveel mogelijk te blokkeren), en anderzijds aan de ‘terechte bezorgdheid van velen’. Bovendien wordt voorkomen dat de ‘Irak-impasse kan doorzieken tot de volgende verkiezingen in 2011’.
Balkenende zou volgens Westerterp tevreden moeten zijn met deze oplossing: ‘Zo wordt een parlementaire enquête voorkomen die mogelijk partijpolitiek wordt misbruikt.’
Lees het artikel.

• In Vrij Nederland beschrijft Thijs Broer hoe de regering dankzij eigen halsstarrigheid de Eerste Kamer zover heeft gekregen dat daar een meerderheid voor een parlementair onderzoek naar ‘Irak’ is ontstaan. Doorslaggevend was de verontwaardiging binnen de VVD-fractie over de ondermaatse beantwoording, in december jl., van de ruim honderd Irak-vragen van collega-fracties. ‘Dat kan de Eerste Kamer niet accepteren’, zegt VVD-fractievoorzitter Uri Rosenthal. ‘Het gaat om het aanzien van de politiek.’ De senatoren van de VVD ergerden zich al langer aan de koppigheid waarmee premier Balkenende weigerde het parlement volledig te informeren over ‘Irak’, schrijft Broer. En nu was de maat vol.
Wat de VVD-fractie betreft kan het Irak-onderzoek in gang worden gezet. Maar met name de PvdA-fractie wil het kabinet nog eenmaal een serie vragen voorleggen. De fractie hecht aan een zuivere procedure, waarmee iedere schijn van politiek opportunisme wordt voorkomen. ‘Het gaat er niet om dat er een onderzoek komt, het gaat erom dat onze vragen worden beantwoord. Dát is de koninklijke weg,’ zegt fractievoorzitter Han Noten. Nog voor het zomerreces wil de Eerste Kamer de antwoorden op de aanvullende vragen hebben besproken, en de knoop over een onderzoek hebben doorgehakt.
Noten vertelt in het artikel hoe oproepen van zijn fractiegenoten Erik Jurgens en – aansluitend – Klaas de Vries twee jaar geleden leidden tot ‘stekeligheden’ tussen hem en laatstgenoemde. Maar De Vries dwong met zijn opereren rond ‘Irak’ respect af, en de vaagheid die premier Balkenende en minister Verhagen in debatten in de Eerste Kamer lieten bestaan wekten steeds meer twijfel en ergernis. De ondermaatse beantwoording van de ruim honderd vragen deed ook voor de PvdA-fractie de deur dicht; zij staat nu als één man achter De Vries.
Noten verbaast zich steeds weer over de onbuigzame houding van Balkenende. Signalen dat het kabinet daadwerkelijk informatie verborgen houdt zijn er volgens hem niet. ‘Het lijkt er vooral op dat er politieke conclusies getrokken zijn op grond van feiten die achteraf niet blijken te kloppen. Ik zou niet weten waarom je daar als premier zo bang voor zou moeten zijn. De houding van Balkenende is een voortzetting van koppig gedrag. Dat gaat hem niet helpen. Zoals het er nu uitziet, gaat dat onderzoek er vroeg of laat toch komen.’
Noten zegt in het artikel geregeld over ‘Irak’ te spreken met partijleider en vice-premier Wouter Bos. Hij vermoedt dat Bos niet blij zal zijn met een onderzoek, aangezien dat de verhoudingen binnen het kabinet onder druk zet. ‘Maar dat zij zo’, aldus Noten. ‘Als wij in de Eerste Kamer vinden dat het onderzoek er moet komen, houdt niemand het tegen. Ook Wouter Bos niet, als hij dat al zou willen.’
Lees het artikel.

 

4 januari 2009

• In de eerste aflevering van Buitenhof in 2009 krijgt premier Balkenende een serie vragen over de kwestie-Irak. Presentator Rob Trip confronteert hem met de onvrede in de Eerste Kamer over zijn antwoorden op de ruim honderd Irak-vragen, onvrede die ertoe leidde dat de VVD-fractie steun uitsprak aan een mogelijk onderzoek (zie hieronder: 19-23 december 2008). Volgens Balkenende zijn de antwoorden ‘consistent met wat het kabinet altijd heeft gezegd over onze beweegredenen’. De premier somt die beweegredenen nog maar eens op, inclusief zijn geliefde (maar feitelijk onjuiste) argument dat ‘Saddam de wapeninspecteurs het land heeft uitgezet’. Ook herhaalt hij dat er in de Tweede Kamer zestien Irak-debatten hebben plaatsgevonden en tien moties vóór een onderzoek zijn ingediend, die het geen van alle hebben gehaald.
Op de constatering van Trip dat de onvrede in de Eerste Kamer juist lijkt voort te komen uit het eindeloos en ‘met een zeker venijn’ herhalen van bekende standpunten, reageert de premier met: ‘Je moet de zaak bekijken met de ogen van toen. Je kunt met de ogen van nu kijken naar de zaken van toen. Alleen, dat doen wij dus niet. Je moet de ontwikkelingen plaatsen in het kader van die tijd. En nu krijg je dus dat de Eerste Kamer op een andere manier ertegenaan kijkt.’
Trip vraagt of het, bekeken met de ogen van toen, klopt dat de vermeende massavernietigingswapens van Irak in de besluitvorming van de regering in 2003 geen rol speelden. Balkenende: ‘De massavernietigingswapens speelden wel een rol. Omdat hij [Saddam Hoessein] ze had gehad. Hij had ze ingezet tegen zijn eigen bevolking en tegen de bevolking van Iran. En voor ons was cruciaal bij de besluitvorming dat de bewijslast aan zijn kant lag en niet aan onze kant.’
Balkenende beaamt dat het ‘je niet houden aan VN-resoluties je uiteindelijk een oorlog kan opleveren’ en zegt dat de meningen destijds verschilden over de vraag of voor de Irak-oorlog een specifieke aanvullende resolutie noodzakelijk was. Het kabinet stond op het standpunt dat zo’n resolutie ‘wenselijk, maar niet noodzakelijk’ was.
Trip memoreert dat door de vragenstellers uit de Eerste Kamer onder meer is gevraagd naar ambtelijke en andere adviezen; zij willen bijvoorbeeld weten of de regering ook adviezen heeft ontvangen waarin steun aan de oorlog bijvoorbeeld in strijd met het internationaal recht is genoemd.
In zijn reactie onderstreept Balkenende dat veel informatie al aan de Tweede Kamer is verstrekt, inclusief vertrouwelijke informatie over de inlichtingendiensten (namelijk aan de commissie Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten, de ‘commissie-Stiekem’). Ambtelijke adviezen worden niet aan het parlement verstrekt, benadrukt hij: ‘De regering regeert, niet de ambtenaren.’
Trip antwoordt: ‘Maar de Eerste Kamer zegt: het parlement controleert, en we willen ze zien.’
De premier voelt daar echter niets voor, zo goed als hij niets voelt voor een onderzoek: ‘De informatievoorziening is behoorlijk groot geweest, en dan is de vraag wat een onderzoek daaraan toevoegt.’
Trip confronteert de premier met de recente uitspraak van voormalig Commandant der Strijdkrachten Dick Berlijn, die een onderzoek op praktische gronden ‘verstandig’ noemde (zie hieronder: 29 december 2008). Balkenende herhaalt de vraag of een onderzoek iets toevoegt aan de debatten en dus wel zin heeft. Trip: ‘Als u sterk staat wel. U kunt er alleen maar sterker van worden.’
Trip wijst ook op de uitspraken van voormalig informateur Herman Wijffels, die een onderzoek onlangs ‘verstandig’ noemde teneinde lessen te trekken (zie hieronder: 28 december 2008). Op de vraag of de premier wist dat Wijffels er zo over denkt geeft Balkenende geen antwoord. Op de conclusie van Trip dat Wijffels het tijdens de formatie eens blijkt te zijn geweest met PvdA-leider Wouter Bos antwoordt hij wel: ‘Dat is niet zo relevant. Er is een afspraak gemaakt in de kabinetsformatie.’
Tot slot refereert Trip aan de uitspraak van de Amerikaanse president Bush dat de onjuiste inlichtingen over Irak de grootste teleurstelling tijdens zijn presidentschap vormden (zie hieronder: 2 december 2008). Op de vraag of Balkenende dat, in navolging van veel Amerikanen, een groots gebaar vindt, antwoordt de premier: ‘Het gaat mij om de vraag: wat was de opstelling van de Nederlandse regering toen, wat zijn de argumenten geweest? Het debat over wel of geen onderzoek hebben we talloze keren met elkaar gevoerd. Ik wacht nu af wat er in de Eerste Kamer gebeurt en dan zullen we het wel zien.’
Bekijk de uitzending.

• In een heldere analyse vraagt het AD zich af wat de betekenis is van de ‘verbeterde veiligheidssituatie’ in Irak en of aankomend president Obama straks wel uit de voeten zal kunnen met het schema voor de Amerikaanse terugtrekking: ‘Hopelijk is Obama niet nu al in het Iraakse moeras gelopen.’
Lees het artikel.