In deze rubriek kunt u gericht nagaan wat er rond een bepaalde datum over de kwestie–Irak werd gepubliceerd. Er zijn in totaal ca. 450 publicaties beschikbaar, chronologisch gerangschikt van november 2006 tot heden. Alle publicaties worden beknopt beschreven om hun belang ten aanzien van het grotere geheel te duiden, en verwijzen door naar het originele bronmateriaal en andere relevante bronnen. Door langs de publicaties te scrollen krijgt u een indruk van het verloop van de kwestie–Irak in een bepaalde periode. Bent u op zoek naar oudere publicaties, bekijk dan onze Databank.
Jaargangen:
• 2006 november en december
• 2007
• 2008
• 2009
• 2010
Jaargang 2009
• In een column in Trouw stelt Rob de Wijk alvast, met nog negentig
jaar te gaan, dat het belangrijkste in deze eeuw niet 11 september was of de
oorlogen die kort daarna uitbraken. Het belangrijkste vond plaats op 11 januari
2001: ‘Op die bewuste datum […] werd George W. Bush als 43ste
president van de Verenigde Staten van Amerika geïnaugureerd’. Die
gebeurtenis is de belangrijkste, aldus De Wijk, omdat het erop lijkt dat onder
Bush de ‘Amerikaanse machtspositie verkwanselt werd’. Wie na acht
jaar Bush de balans opmaakt moet namelijk vaststellen dat de Verenigde Staten
op economisch, politiek en militair gebied aan macht hebben ingeboet. De ‘ongefundeerde’ inval
in Irak, die een ‘historische blunder’ werd waaruit een ‘uitweg
zonder kleerscheuren’ niet mogelijk is heeft daar een belangrijke bijdrage
aan geleverd. De Wijk gelooft niet dat Obama het tij nog kan keren: ‘Dank
zij Bush is Obama’s belangrijkste taak voor [het] nieuwe decennium het
managen van het verval’.
Lees
het artikel.
17 december 2009
• Twee weken geleden stelde de Commissie van Toezicht betreffende de Inlichten-
en Veiligheidsdiensten (CTIVD) vast dat Minister Ter Horst van Binnenlandse
Zaken de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) in april te vroeg
toestemming had gegeven voor het afluisteren van twee journalisten van De
Telegraaf(zie hieronder: 4 december). Vandaag bericht nu.nl dat
Ter Horst toegeeft dat ze in deze zaak niet goed gehandeld heeft. Tijdens een
Kamerdebat erkende de minister ‘dat het achteraf gezien anders had
gemoeten’. Ter Horst liet de journalisten afluisteren door de AIVD nadat
zij een onthullend artikel hadden geschreven over het falende optreden van
de Nederlandse inlichtingendienst in de maanden voor de oorlog tegen Irak (zie
hieronder: 28 maart).
Lees
het artikel.
16 december 2009
• In de Volkskrant maakt correspondent Gert-Jan van Teeffelen
onder de kop ‘Tony Blair raakt verstrikt in zijn eigen praatjes’ de
balans op voor Tony Blair ten aanzien van de Britse rol in de Irak-oorlog: ‘Hij
hamerde op massavernietigingswapens die “binnen 45 minuten” konden
worden ingezet’. Inmiddels weten we dat dat die argumenten niet klopten.
Van Teeffelen: ‘Maar anders dan destijds staan critici nu in de rij om
gehakt van Blair te maken. Het is opmerkelijk hoe diep de ex-premier is gezonken.
Veel Britse media noemen hem al jaren een manipulator, ijdeltuit en leugenaar.
Afgaande op het Irak-dossier wordt dat met de dag terechter’.
Inmiddels is in het Verenigd Koninkrijk het vijfde Irak-onderzoek op
stoom gekomen, en in januari moet de ex-premier zelf verschijnen voor de ‘commissie-Chilcot’.
Dat Blair zijn volk misleid heeft wordt algemeen aangenomen; de vraag is of hij
dat bewust deed. In een recent interview met de BBC zei Blair de inval
van Irak sowieso juist te vinden, ook al werden de als reden opgevoerde wapens
nooit gevonden. Wat hem betreft hadden ook andere argumenten tot dat besluit
geleid. Had Blair dat in 2003 zo gesteld, dan had het Lagerhuis nooit ingestemd
met de Britse steun aan de oorlog, stellen politici. Harder reageert Ken
MacDonald, tot 2008 de hoogste Britse aanklager, die spreekt van een ‘schande
van epische proporties’, en Blair een ‘narcist’ noemt ‘het
Britse volk een oorlog aansmeerde die niemand wilde.’
Het artikel is ook een eerbetoon aan Robin Cook, minister van Buitenlandse Zaken
ten tijde van de besluitvorming over Irak, en verklaard tegenstander van Blair.
Cook nam daags voor het uitbreken van de oorlog ontslag omdat hij geen verantwoordelijkheid
kon dragen voor een oorlog ‘zonder internationale overeenstemming of steun
in eigen land’. Hij kreeg gelijk. Van Teeffelen stelt de vraag of Blair ‘nog
enige klasse toont door [tijdens zijn getuigenis] Robin Cook krediet te geven’.
Lees het artikel.
• Premier Balkenende beantwoordt de schriftelijke vragen die GroenLinks
twee dagen eerder stelde over het rapport van de commissie-Davids. Daaruit
blijkt dat het kabinet inmiddels passages met staatsgeheime informatie onder
ogen heeft gekregen, maar geen suggesties heeft gedaan om daarin te schrappen.
Wat het kabinet er wél mee heeft gedaan, blijft helaas onduidelijk.
Lees de vragen en antwoorden.
• In Londen hoorde de commissie-Chilcot vandaag Nigel Sheinwald,
John Sawers en Desmond Bowen, alle drie hoge Britse ambtenaren aangaande buitenlandse
zaken of defensie tijdens de inval in Irak of daarna. Zie ons speciaal dossier
The Iraq Inquiry voor publicaties over de hearings.
Naar het dossier.
• In een column voor NRC Handelsblad schrijft Henk Hofland dat ‘Oorlogen
in verre landen door onze binnenlandse politiek [spoken]’. Dat geldt
voor de Nederlandse missie in Uruzgan, die inmiddels een heet politiek hangijzer
is geworden, en dat geldt voor de oorlog in Irak, waarover de commissie-Davids
12 januari haar rapport presenteert. Over de periode na het rapport is Hofland
cynisch: ‘Ik voorzie lange, heftige debatten die geen resultaat zullen
hebben’.
Lees het artikel.
15 december 2009
• NRC Handelsblad kiest de installatie van de commissie-Davids
tot politieke hoogtepunt van 2009. In een kort filmpje op NRC.TV motiveert
Joost Oranje, chef politieke redactie, de keuze als zijnde het beste voorbeeld
van het functioneren van onze democratie in het afgelopen jaar. Hij herinnert
aan het gevoelige onderwerp dat de Nederlandse steun aan de Irak-oorlog sinds
2003 nog altijd is, ‘waarover in het politieke debat nauwelijks gesproken
is omdat premier Balkenende dat niet wilde’. Ook bij de formatie van
het huidige kabinet werd de kwestie-Irak ‘afgetimmerd’. Maar dankzij
maatschappelijke druk, media-aandacht, buitenlandse onderzoeken, en een ‘heel
beslissend duwtje’ door de Eerste Kamer ‘is het dan toch gelukt’ en ‘deed
de democratie uiteindelijk tóch zijn werk’, aldus Oranje. In dezelfde
video maakt NRC ook het slechtste politieke moment van 2009 bekend.
Bekijk de video.
• In
Londen hoorde de commissie-Chilcot vandaag Jeremy Greenstock, na de inval in
Irak Brits speciale afgevaardigde voor Irak. Zie ons speciaal dossier The Iraq
Inquiry voor publicaties over de hearings.
Naar het dossier.
14 december 2009
• De Nederlandse inlichtingendiensten wisten ruim voor de Irak-oorlog
dat Irak geen chemische wapens meer bezat. Die vaststelling komt uit de mond
van voormalig TNO’er Jan Medema, autoriteit op het gebied van chemische
wapens, in een interview met het webzine re.Public. Medema was goed
bekend met een aantal VN-wapeninspecteurs en beschikte over informatie uit
de eerste hand. De installaties die Irak nodig had voor de productie van chemische
wapens waren na de Golfoorlog allemaal opgeruimd onder leiding van de Nederlander
Coos Wolterbeek, die daarna voor de NATO en de AIVD of MIVD werkte. Medema,
die niet uitgenodigd werd door de commissie-Davids, zegt zich in 2002–2003
dan ook zeer verbaasd te hebben over de discussie over Iraks vermeende wapens. ‘De
Nederlandse overheid kon dus goed op de hoogte zijn. Of ze die kennis ook gebruikt
hebben, is een tweede.’ Op 17 december publiceert re.Public meer over
dit onderwerp.
Het interview geeft ook een scherp beeld van de destijds bij de media bestaande
vooringenomenheid. Een opmerkelijk citaat uit re.Public: Medema weet nog goed
hoe hij, toen de oorlog uitbrak, in de auto gebeld werd door de NOS: of hij ’s
avonds in de studio uitleg kon geven over de chemische wapens van Saddam Hoessein: ‘Ik
zei dat is goed, maar Irak heeft helemaal geen chemische wapens. Die journaliste
antwoordde dat Bush en Blair het toch niet bij het foute eind konden hebben.
We hielden beiden aan ons standpunt vast. Mijn vrouw luisterde mee en zei:
je wordt nooit meer uitgenodigd. Dat klopte.’
Lees
het artikel.
• In een uitermate kritisch artikel in de Times Online neemt
Ken Macdonald, ten tijde van de inval in Irak officier van justitie in Groot-Brittannië,
alvast een voorschot op de uitkomst van de commissie-Chilcot. In klare taal
noemt hij Blairs besluit Irak binnen te vallen een ‘foreign policy disgrace
of epic proportions’. De oorzaak voor deze schande is volgens Macdonald
evident: ‘Blair’s fundamental flaw was his sycophancy towards power’.
Blair zou zich hebben laten verleiden door de Amerikaanse ‘glamour’.
Daarom noemt de voormalige officier van justitie Blair ‘zwak’.
Macdonald twijfelt echter of de commissie-Chilcot deze duidelijke waarheid
zal weten bloot te leggen, want de druk vanuit het establishment om niet uit
de school te klappen is groot en tot nu toe vindt hij het optreden van de commissie ‘unchallenging’.
De commissieleden staan volgens Macdonald daarom voor een duidelijke keuze: ‘they
can be loyal to the Establishment or they can expose the subterfuge’.
Lees het artikel.
12 december 2009
• In een interview met de BBC dat morgen wordt uitgezonden zegt
de voormalige Britse premier Tony Blair dat zijn land ook zonder bewijzen voor
massavernietigingswapens (MVW’s) Irak zou zijn binnengevallen. In dat
geval zou hij een andere reden hebben opgegeven om de oorlog te rechtvaardigen
en het publiek en parlement achter de inval te krijgen, schrijft de Guardian.
In het interview beweert Blair dat de dreiging die van Saddam Hussein uitging
voor de regio voor hem het leidende argument was om Saddam af te zetten. Maar
al in juli 2002, acht maanden voor het begin van de oorlog, werd Blair duidelijk
gemaakt dat ‘regime change’ geen wettelijke basis vormde
voor de inval. In september van dat jaar publiceerde de Britse regering een
rapport als bewijs dat Irak over MVW’s beschikte, en die zelfs binnen
45 minuten zou kunnen inzetten. Dat rapport bleek later volledig onjuist. Nu
zegt Blair dus dat dat bewijs helemaal niet nodig was voor de inval.
In januari 2010 wordt Blair gehoord in het vijfde Irak-onderzoek dat op dit
moment in het Verenigd Koninkrijk wordt gedaan naar de Britse betrokkenheid
bij de oorlog. Inmiddels is duidelijk dat Blair al in april 2002 aan president
Bush heeft laten weten bereid te zijn de VS te helpen om Saddam af te zetten,
en daarvoor militaire middelen in te zetten als de route via de Verenigde Naties
niets opleverde.
Lees het artikel.
Lees
het dossier ‘Verenigd Koninkrijk’.
Lees
het dossier ‘Verenigd Koninkrijk – The Irak Inquiry’.
11 december 2009
• Een alarmerend artikel in de New York Times toont
overtuigend aan dat werknemers van de particuliere militaire uitvoerder Blackwater
hebben meegeholpen in een aantal van de ‘meest gevoelige’ missies
van de CIA in onder meer Afghanistan en Irak. Samen met CIA-medewerkers hebben
zij onder andere clandestiene acties op terreurverdachten uitgevoerd, zogenaamde ‘snatch
and grab’ operaties, die tot doel hebben verdachten gevangen te nemen
of te doden. Ook hebben ze gezorgd voor beveiliging voor het vervoer van terreurverdachten
over de hele wereld in het kader van het Amerikaanse rendition-programma.
Deze beweringen tekent de krant op uit de mond van zowel voormalige medewerkers
van Blackwater als huidige en oud-medewerkers van de CIA. Aanvankelijk was
de taak van Blackwater om CIA-medewerkers te beveiligen, maar na verloop van
tijd vervaagde het onderscheid tussen de twee en voerden medewerkers van Blackwater
als gelijkwaardige partner geheime operaties uit. Een CIA-medewerker noemt
Blackwater dan ook een ‘verlengstuk’ van de CIA en beschrijft de
band tussen beide organisaties als ‘broederlijk’.
Eerder werd al bekend dat Blackwater, dat overigens al jaren
onder vuur ligt wegens wangedrag in Irak, een centrale plek inneemt in het
uitvoeren van gerichte sluipmoorden in Pakistan op Taliban- en Al-Qaidaverdachten
en assisteert in het plegen van aanslagen met onbemande vliegtuigen, zogenaamde drones.
Lees het artikel.
10 december 2009
• In Londen hoorde de commissie-Chilcot vandaag John Sawers, ten tijde
van de inval in Irak buitenlandadviseur van Blair. Zie ons speciaal dossier
The Iraq Inquiry voor publicaties over de hearings.
Naar het
dossier.
9 december 2009
• In Londen hoorde de commissie-Chilcot vandaag zeven Britse generaals,
onder wie Frederick Viggers, die van mei tot september 2003 de belangrijkste
Britse militaire vertegenwoordiger in Irak was. Zie ons speciaal dossier The
Iraq Inquiry voor publicaties over de hearings.
Naar het
dossier.
8 december 2009
• In Londen hoorde de commissie-Chilcot vandaag onder andere John Scarlett,
ten tijde van de inval in Irak hoofd van de Britse inlichtingendiensten Joint
Intelligence Committee. Zie ons speciaal dossier The Iraq Inquiry voor publicaties
over de hearings.
Naar het dossier.
• Het conservatieve Britse parlementslid Adam Holloway beweert na eigen
onderzoek dat de bron van de beruchte ‘45-minuten-claim’ uit september
2002 – de claim dat Saddam Hoessein binnen drie kwartier massavernietigingswapens
kon inzetten – mogelijk een Iraakse taxichauffeur was. De chauffeur zou
twee jaar eerder een paar Iraakse commandanten op de achterbank hebben gehad
die over massavernietigingswapens spraken. Dat schrijft de NOS op
haar website. De claim verscheen in september 2002 in een direct flink bekritiseerd
rapport van de Britse regering over de dreiging van Saddam. De claim bleek
achteraf onjuist. De NOS schrijft verder dat volgens Holloway ‘de
regering wanhopig op zoek was naar bewijzen voor de dreiging van de vermeende
wapens van Hussein en dat de bron van dit gerucht daarom nooit verder is onderzocht’.
Lees het artikel.
7 december 2009
• In Londen hoorde de commissie-Chilcot vandaag Edward Chaplin (in 2004
de eerste Britse ambassadeur in Bagdad), Tim Cross (generaal-majoor tijdens
de inval in Irak en later de belangrijkste Britse medewerker bij het Office
for Reconstruction and Humanitarian Assistance, het Amerikaanse bureau voor
wederopbouw) en Desmond Bowen (hoge ambtenaar bij het ministerie van Defensie).
Zie ons speciaal dossier The Iraq Inquiry voor publicaties over de hearings.
Naar het dossier.
4 december 2009
• In Londen hoorde de commissie-Chilcot vandaag Anthony Pigott (ten tijde
van de Irak-oorlog plaatsvervangend chef van de Britse Defensiestaf), David
Wilson (de belangrijkste Britse militaire adviseur bij het US Central Command
in Florida, waar de invasie van Irak werd gepland) en Dominic Asquith (directeur ‘Irak’ op
Buitenlandse Zaken en later ambassadeur in Bagdad). Zie ons speciaal dossier
The Iraq Inquiry voor publicaties over de hearings.
Naar het dossier.
• Minister
Ter Horst van Binnenlandse Zaken heeft de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst
(AIVD) in april te vroeg toestemming gegeven voor het afluisteren van twee
journalisten van De Telegraaf. Dat oordeel velt
de Commissie van Toezicht betreffende de Inlichten- en Veiligheidsdiensten
(CTIVD), schrijft NRC Handelsblad.
De journalisten publiceerden in maart een explosief artikel over de informatievoorziening
van de AIVD aan het kabinet in de aanloop naar de Irak-oorlog (zie hieronder:
28 maart 2009). Zij zouden zich hebben gebaseerd op staatsgeheime informatie,
en de AIVD vermoedde een lek in eigen gelederen. Datzelfde gold voor een artikel
van een van beiden over het bezoek van de dalai lama aan Nederland, in juni.
Pas daarna was het tappen van telefoons legitiem, stelt de CTIVD.
De Irak-publicatie heeft veel stof doen opwaaien (zie hieronder: 18, 19 en
23 juni, 1 juli en 24 november 2009). In juli bepaalde de rechter al dat het
volgen van de journalisten moest stoppen. De Telegraaf diende een
klacht in bij de CTIVD en eist nu dat minister Ter Horst excuses aanbiedt.
Ter Horst heeft laten weten daar niets voor te voelen.
Lees het artikel.
3 december 2009
• Michael Boyce – in de periode 2001-2003 chef van de Britse Defensiestaf – en
Kevin Tebbitt – destijds een hoge ambtenaar op Defensie – werden
vandaag gehoord door de commissie-Chilcot. Bekijk ons dossier over The Iraq
Inquiry voor een gedetailleerd verslag van de hearing.
Naar het dossier.
2 december 2009
• In haar blog op DePers.nl omschrijft Sanne Rooseboom – correspondent
voor de krant in Londen – de harde kritiek die tijdens het Britse Irak-onderzoek
wordt uitgeoefend op Tony Blair als ‘de wraak van de topambtenaren’.
Tony liet zich door George Bush overhalen om op ondeugdelijke gronden een oorlog
te beginnen en het onderzoek voorspelt weinig goed voor hem, stelt ze. Tony
wist op zijn beurt Jan Peter Balkenende over te halen, en die krijgt op 12
januari het rapport-Davids voor de kiezen. Even hoopte Balkenende, als eerste
voorzitter van de Raad van Europese Regeringsleiders, naar Brussel te ontsnappen,
schrijft Rooseboom, maar die vlieger ging niet op. ‘Lullig voor hem.’
Lees het artikel.
1 december 2009
• In het Verenigd Koninkrijk werden vandaag twee (voormalige) hoge ambtenaren
gehoord door de commissie-Chilcot: Edward Chaplin en (opnieuw) Peter Ricketts.
Lees wat zij te zeggen hadden in ons speciaal dossier The Iraq Inquiry.
Naar het dossier.
• De World Socialist Web Site publiceert een uitgebreid artikel
op basis van recente berichten in de Amerikaanse kranten The Washington
Post en New York Times waaruit blijkt dat zowel in Afghanistan
als in Irak nog steeds Amerikaanse black prisons bestaan waar wetteloosheid
regeert. Beide kranten beschreven ooggetuigenverklaringen van Afghanen, waaronder
minderjarigen, die langdurige illegale opsluiting en vormen van marteling ondergingen
zoals we die kennen uit Abu Ghraib. Nog altijd zijn de Amerikanen, Obama incluis,
ervan overtuigd dat beide gevangenissen onmisbaar zijn voor het verhoren van
zogenaamde high-value detainees.
Wel sloot de president de geheime CIA-gevangenissen. Jarenlang runde de CIA
een wereldwijd netwerk van black sites waarlangs veelal gekidnapte ‘hoogwaardige’ arrestanten
werden getransporteerd, om buiten het oog van de wereld tot bekentenissen gedwongen
te worden. Drie van die black sites lagen in EU-landen – in
Polen, Roemenië en Litouwen (zie hieronder: 19 november 2009). Onderzoeken
door onder andere de Raad van Europa en het Europees Parlement hebben uitgewezen
dat leiders van talloze EU-landen, de EU zelf, en de NAVO, op de hoogte moeten
zijn geweest van dit illegale netwerk en de wetteloze praktijken die zich er
afspeelden. Alleen al het aantal getraceerde CIA-vluchten naar, van en binnen
de EU ligt ver boven de duizend.
Lees het artikel.
Lees het dossier ‘CIA-vluchten en rendition’.
• Voormalig president George Bush heeft bij de VS-invasie van Afghanistan
Al-Qaidaleider Osama bin Laden bewust laten ontsnappen’. Dat zei Democratisch
Congreslid Maurice Hinchey tegenover de Amerikaanse zender MSNBC,
schrijft het AD. Volgens de afgevaardigde uit New York deed de regering-Bush
dit ‘omdat zij een bijkomende rechtvaardiging nodig had om Irak binnen
te vallen’. Als Bin Laden namelijk al voor de inval in Irak was opgepakt ‘zou
de op stapel staande invasie van Irak niet meer verrechtvaardigd kunnen worden’.
Op de vraag of hij bewijzen heeft voor zijn pittige uitspraken antwoordde Hinchey ‘kijk
naar de feiten’. Daarmee bedoelt hij het een dag eerder verschenen rapport
over de ontsnapping van Bin Laden naar Pakistan in december 2001 (zie hieronder:
30 november). Uit het rapport blijkt dat de Verenigde Staten een goede kans
om Bin Laden op te pakken hebben laten lopen.
Lees het artikel.
30 november 2009
• In Londen hoorde de commissie-Chilcot vandaag David Manning, voormalig
adviseur van Tony Blair en (later) Brits ambassadeur in Washington. Lees een
uitvoerig verslag van de hearing in ons speciaal dossier The Iraq
Inquiry.
Naar het dossier.
• ‘Osama bin Laden verkeerde in december 2001 binnen handbereik van
Amerikaanse militairen, maar de regering-Bush verzuimde voldoende middelen in
te zetten om hem gevangen te nemen of te doden’. Dat schrijft het Parool naar
aanleiding van het verschijnen van een Amerikaans rapport aan de Senaatscommissie
voor Buitenlandse Zaken over de aanval op Osama bin Laden in december 2001. Bin
Laden kon ‘betrekkelijk gemakkelijk’ vluchtten uit de grotten van
Tora Bora ‘omdat de Verenigde Staten minder dan 100 commando’s had
ingezet’. De verantwoordelijkheid hiervoor ligt, aldus het rapport, bij
toenmalig minister van Defensie Donald Rumsfeld en bevelhebber van het leger
Tommy Franks. Zij weigerden extra troepen in te zetten. Dat weigerden zij ondermeer
omdat ze eraan twijfelden of Bin Laden wel in Tora Bora aanwezig was. Het rapport
concludeert dat die twijfel ‘volstrekt ongegrond’ was: ‘Bin
Laden was “binnen bereik” in Tora Bora en de VS beschikte over duizenden
manschappen om hem te omsingelen, maar Rumsfeld en Franks kozen ervoor dat niet
te doen’. Dat Bin Laden kon ontsnappen heeft ‘grote gevolgen’ gehad,
concludeert het rapport: ‘Het uitschakelen van de Al-Qaidaleider zou de
internationale terroristische dreiging niet hebben weggenomen, maar de beslissingen
die de deur openzetten voor zijn ontsnapping naar Pakistan, hebben hem in staat
gesteld zich op te werpen als een symboolfiguur die fanatici blijft inspireren.
De blijvende aanwezigheid van Bin Laden heeft de basis gelegd voor de aanhoudende
opstand in Afghanistan en het geweld in Pakistan’.
Lees het artikel.
Lees het rapport.
27 november 2009
• In het vijfde Britse Irak-onderzoek was het vandaag de beurt aan Jeremy
Greenstock, voormalig Brits ambassadeur bij de Verenigde Naties, om te worden
gehoord door de commissie-Chilcot. Lees alles over zijn getuigenis in ons dossier
over The Iraq Inquiry.
Naar het dossier.
• In Editie NL zegt SP-Kamerlid Harry van Bommel dat hij de
commissie-Davids vraagt of de voormalige Britse ambassadeur in Washington Christopher
Meyer bij het Nederlandse Irak-onderzoek betrokken is (zie ook hieronder).
In een reactie op de uitzending laat Davids weten het lopende Britse Irak-onderzoek
te volgen.
Editie NL werpt ook de vraag op of Davids voldoende bevoegdheden
heeft om alle relevante informatie boven tafel te krijgen. Hij kan bijvoorbeeld
geen personen onder ede horen of dwingen mee te werken. David Barnauw van
het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie zegt dat zijn instituut
zonder zulke mogelijkheden een minder gedegen Srebrenica-onderzoek had afgeleverd.
Harry van Bommel wijst erop dat de Tweede of Eerste Kamer een parlementaire
enquête kan instellen als in januari a.s. de indruk bestaat dat het
rapport-Davids onvoldoende is. Een parlementaire-enquêtecommissie heeft
de bevoegdheden die Davids mist wél, en Van Bommel is ervan overtuigd
dat dan ‘alle feiten op tafel zullen komen’.
Bekijk de uitzending.
• SP-Kamerlid Harry van Bommel vraagt de commissie-Davids vandaag per
brief de informatie die naar boven komt in het lopende Britse Irak-onderzoek
bij zijn eigen onderzoek te betrekken. Dat schrijft de SP op haar website.
Van Bommel wijst in het bijzonder op de uitspraken van de voormalige Britse
ambassadeur in Washington Christopher Meyer, die gisteren in Londen werd gehoord.
Hij zegt erop te rekenen dat Davids met Meyer spreekt. ‘Anders is het
rapport van Davids onvolledig’, aldus Van Bommel.
Lees het bericht.
26 november 2009
• Op de derde dag van de hearings van The Iraq Inquiry verscheen
vandaag Christopher Meyer, voormalig Brits ambassadeur in Washington, voor
de commissie-Chilcot. Een uitvoerig verslag, plus een aantal Britse en Nederlandse
artikelen over de hearing, is te vinden in het dossier The Iraq Inquiry
op deze website.
Naar het dossier.
25 november 2009
• In Londen werden vandaag twee voormalige hoge ambtenaren van het Britse
ministerie van Buitenlandse Zaken gehoord door de commissie-Chilcot: Tim Dowse
en William Ehrman. Lees wat zij de commissie vertelden in ons dossier over
The Iraq Inquiry.
Naar het dossier.
• In een artikel op de website van de SP gaat Arjan Vliegenthart – Eerste-Kamerlid
voor de partij – in op de vraag wat we nu eigenlijk van de commissie-Davids
willen weten. Hij behandelt in dit verband drie thema’s: de volkenrechtelijke
aspecten van de Nederlandse steun aan de invasie van Irak, de samenwerking
met onze bondgenoten en het functioneren van onze inlichtingendiensten.
Aan het feit dat Davids meer tijd voor zijn onderzoek nodig heeft dan aanvankelijk
voorzien, tilt Vliegenthart niet zwaar. ‘Kwaliteit moet voor snelheid
gaan’, schrijft hij. De vertraging heeft volgens hem alvast één
concreet resultaat opgeleverd: ‘De behoefte aan extra tijd haalt de eerdere
stellingname van premier Balkenende dat alles al bekend zou zijn, hard onderuit.’
Het artikel verscheen eerder in de Internationale Spectator.
Lees
het artikel.
24 november 2009
• Op de eerste dag van de hearings van het vijfde Britse Irak-onderzoek
(The Iraq Inquiry) verschenen vier (voormalige) hoge ambtenaren voor de commissie-Chilcot:
Simon Webb, William Patey, Peter Ricketts en Michael Wood. ‘Openheid
over Irak’ houdt een speciaal dossier bij, waarin de actuele ontwikkelingen
in The Iraq Inquiry op de voet worden gevolgd aan de hand van publicaties in
Britse en Nederlandse media. Het dossier bevat verder uitvoerige achtergrondinformatie
over het onderzoek en de commissie-Chilcot.
Bekijk het dossier over The Iraq Inquiry.
• Bij Telegraaf-journaliste Jolande van der Graaf zijn geen
staatsgeheime documenten van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst
(AIVD) gevonden. Dat schrijft de Telegraaf.
De Graaf publiceerde eerder dit jaar een explosief artikel over de informatievoorziening
van de AIVD aan het kabinet in de aanloop naar de Irak-oorlog (zie hieronder: 28 maart, 18, 19 en 23 juni en 1 juli 2009). Justitie verdenkt een medewerkster van de AIVD en haar partner
van het lekken van staatsgeheime informatie naar De Graaf. De journaliste zag
afgelopen zomer haar computers en documentatie in beslag genomen. Daarin is
echter geen staatsgeheime informatie aangetroffen, blijkt nu.
De Graaf blijft voorlopig niettemin verdachte in de zaak, die veel stof heeft
doen opwaaien. Zo werden De Graaf en andere vermeende betrokkenen van de krant
op dubieuze gronden afgeluisterd door de AIVD, en loopt er een onderzoek naar
onrechtmatige intimidatie van de partner van de AIVD-medewerkster tijdens ondervragingen
door de rijksrecherche.
Lees het artikel.
23 november 2009
• In The Guardian onthult correspondente Afua Hirsch de naam
van een van de mensen waarmee de commissie-Davids onlangs heeft gesproken.
Het is de bekende Britse advocaat Philippe Sands, die internationaal recht
doceert aan de universiteit van Londen. Sands staat bekend als een fel tegenstander
van de Amerikaans-Britse inval van de invasie van Irak, die hij als een zware
schending van de internationale rechtsorde beschouwt.
Hirsch wijst er in haar artikel op dat de commissie-Davids kennelijk serieuze
aandacht besteedt aan de vraag of de invasie van Irak al dan niet rechtmatig
was. Ook het feit dat rechtsdeskundigen van naam – en zelfs tegenstanders
van de oorlog – deel uitmaken van de commissie wijst in die richting.
Dát Davids veel werk maakt van het volkenrechtelijke aspect van de oorlog
is niet meer dan logisch, meent Hirsch, al was het maar omdat premier Balkenende
zich in maart 2003 beriep op de destijds al zeer omstreden volkenrechtelijke
redenering van de Britse regering. Des te schrijnender is dat in het Verenigd
Koninkrijk de angst bestaat dat de commissie-Chilcot, die morgen aan een lange
reeks hearings begint in het kader van het vijfde Britse Irak-onderzoek,
weinig aandacht aan dit wezenlijke aspect zal besteden. Het feit dat de Britse
onderzoekscommissie geen vooraanstaande juristen telt geeft te denken, schrijft
Hirsch.
Het rapport van de commissie-Davids, dat op 12 januari 2010 verschijnt, zou
weleens nog meer druk op Chilcot kunnen leggen om de volkenrechtelijke dimensie
tot in detail te analyseren, meent ze. Zeker is dat de Britse politiek de conclusies
van Davids met grote belangstelling tegemoet ziet.
Lees het artikel.
21 november 2009
• De oorlog tegen Irak mislukte omdat de Coalition of the Willing geen
plan had voor de opbouw van een ‘nieuw Irak’; Saddam Hoessein werd
slechts verslagen omdat hij een derderangs leger had; en Tony Blair misleidde
het Britse parlement en de bevolking. Het zijn enkele van vele bittere conclusies
in een stapel geheime documenten van het Britse ministerie van Defensie die
zijn uitgelekt naar The Sunday Telegraph. Zusterkrant The Daily
Telegraph wijdt er meerdere publicaties aan.
De documenten – door de krant aangeduid als The Iraq war files – bestaan
uit tientallen ‘post-operational reports’ van Britse commandanten
en twee rapporten van het leger over de lessen die moeten worden getrokken
uit de feitelijke oorlog en de bezetting van Irak. In de gedetailleerde documenten
uiten de militairen hun woede en frustratie over de ‘ontstellende’ blunders
van de regering-Blair, die in hun ogen een belangrijke oorzaak zijn van de
mislukking van de oorlog tegen Irak. Ook de regering-Bush en het Amerikaanse
opperbevel krijgen genadeloze kritiek.
Onderstaande links voeren respectievelijk naar een uitvoeriger beschrijving
van de documenten door ‘Openheid over Irak’ en naar een beknopte
introductie van de gelekte rapporten en andere documenten in The Daily
Telegraph. Volg de links op laatstgenoemde pagina om de documenten te
lezen, alsmede de artikelen die de krant aan de kwestie wijdt.
Lees de uitvoeriger beschrijving.
Lees de introductie.
19 november 2009
• NRC Handelsblad schrijft op basis van de Amerikaanse bronnen ABC
News en The Washington Post dat de locatie van een geheime
CIA-gevangenis in Litouwen zou zijn getraceerd (zie hieronder: 21 en 25 augustus
2009). De gevangenis bevond zich in een voormalige manege, die in maart 2004
door een Amerikaans bedrijf werd gekocht, ingrijpend verbouwd, en van de
buitenwereld afgegrendeld. In november 2005 werd de gevangenis gesloten nadat
het bestaan van geheime CIA-gevangenissen bekend was geworden. Eerdere berichten
wezen erop dat de geheime CIA-vluchten naar en van Litouwen waren ontdekt.
De gevangenis, waar tenminste acht uit Afghanistan overgevlogen verdachten
werden vastgehouden en ondervraagd, werd in 2007 verkocht aan de Litouwse
staat. Nadat ABC News in augustus over de gevangenis berichtte,
startte Litouwen een parlementair onderzoek. Litouwen is na Polen en Roemenië het
derde Europese land dat een geheime gevangenis op zijn grondgebied toestond.
Lees het artikel.
Lees het dossier ‘CIA-vluchten en rendition’.
14 november 2009
• Het Britse ministerie van Defensie onderzoekt 33 klachten van Irakezen die
stellen door Britse militairen in Irak te zijn gemarteld, seksueel misbruikt
of anderszins vernederd of mishandeld. Dat schrijft The Independent.
Sommige beschuldigingen doen sterk denken aan de marteling en mishandeling
van gevangenen door Amerikaanse bewakers in de beruchte Abu Ghraib-gevangenis.
In een brief aan het ministerie wijst de advocaat van de Irakezen er op dat
Groot-Brittannië en de VS samen ‘nieuwe technieken’ voor de
behandeling van gevangenen ontwikkelden, en spreekt hij zijn bezorgdheid uit
over de schijnbare overeenkomst in gevallen van seksuele vernedering van Amerikaanse
en Britse gevangenen.
Britse militairen zijn vaker beschuldigd van wangedrag in Irak. Dat leidde
onder meer tot een bekentenis van een korporaal, schikkingen en openbaar onderzoek.
De nieuwe zaken zijn aanhangig gemaakt na het vertrek van de Britten uit Irak,
eerder dit jaar.
Lees het artikel.
13 november 2009
• In Pauw & Witteman licht Pieter van Vollenhoven zijn eerdere
pleidooi voor een wettelijke onderbouwing van onafhankelijke onderzoeken (zie
hieronder: 12 november) helder en met gevoel voor humor toe. Journalist Frénk
van der Linden stelt hem enkele kritische vragen over het Irak-onderzoek van
de commissie-Davids.
Bekijk de uitzending.
12 november 2009
• Bijna honderd media berichten vandaag over opmerkelijke uitspraken
die Pieter van Vollenhoven gisteravond deed na afloop van de door hem uitgesproken
Dr. Sicco Mansholtlezing. Van Vollenhoven sprak openlijk zijn twijfels uit
over de onafhankelijkheid van het onderzoek naar ‘Irak’, zoals
dat door de commissie-Davids wordt uitgevoerd, en van het lopende onderzoek
naar de val van DSB. Volgens Van Vollenhoven is onafhankelijkheid alleen gegarandeerd
bij onderzoekscommissies die kunnen steunen op wetgeving en de daarin vastgelegde
bevoegdheden. Als voorbeelden noemde hij de Onderzoeksraad voor Veiligheid,
waarvan hij zelf voorzitter is, en een parlementaire enquêtecommissie.
Over de lopende onderzoeken zei hij: ‘Het kan slagen, het kan mislukken.
De onderzoekers zijn volledig afhankelijk van wat de mensen vrijwillig tegen
hun willen zeggen. Garanties heb je niet.’
Ook memoreerde Van Vollenhoven dat de wet die onderzoek van zijn eigen raad
legitimeert in eerste instantie ruimte bood aan drie ministers die in de onderzoeksconclusies
konden schrappen. Die beperking is verwijderd. Ook de commissie-Davids kreeg
in eerste instantie te maken met een voor censuur gevoelig protocol (zie hieronder:
25 en 26 maart 2009). Pas na een spoeddebat in de Tweede Kamer werd dat goeddeels
teruggedraaid (zie hieronder: 1 en 9 april 2009).
Lees het artikel in NRC Handelsblad.
Lees het artikel in de Volkskrant.
11 november 2009
• Op 20 maart 2003 verklaarde premier Balkenende dat het ‘hoogste
doel’ van de juist begonnen Irak-oorlog was: ‘Vrijheid en veiligheid,
ook voor de inwoners van Irak zelf.’ Zoals bekend hield de Coalition
of the Willing, waartoe ook Nederland behoorde, er over het bereiken van
dit doel een buitengewoon optimistische opvatting op na. Een plan voor de vormgeving
van het ‘nieuwe Irak’ dat die naam waardig was bestond niet en
werd kennelijk overbodig geacht. De troepen zouden met open armen worden ontvangen
en na een aantal maanden worden teruggetrokken, een vrij en democratisch Irak
achterlatend dat een voorbeeld voor het hele Midden-Oosten was.
Zoals bekend kwam de Coalition, en zeker de bevolking van Irak, van
een koude kermis thuis. De invasie van Irak bleek een roekeloze gok die volstrekt
verkeerd uitpakte, een scenario waarvoor van vele kanten was gewaarschuwd.
Zelfs ruim 6,5 jaar na dato is het met de ‘vrijheid en veiligheid voor
de inwoners van Irak zelf’ nog altijd uiterst somber gesteld, blijkt
uit een alarmerend persbericht van de EU. Tot de wantoestanden die de EU signaleert
behoren het ontbreken van eerlijke rechtspraak, de herinvoering van de doodstraf,
het martelen van verdachten om ‘bekentenissen’ af te dwingen en
willekeurig geweld tegen minderheids- en andere kwetsbare groepen (religieuze
en sociale minderheden, homoseksuelen en kinderen). Verder lopen velen (onder
meer journalisten, vakbondsmedewerkers, advocaten, politici en anderen die
zich inzetten voor mensen- en vrouwenrechten, en met name de vrouwen onder
hen) het risico ontvoerd of vermoord te worden. De EU roept de regering van
Irak op de vrijheid van meningsuiting te respecteren en aan de gesignaleerde
wantoestanden een eind te maken.
Lees het persbericht.
5 november 2009
• Graig Murray, voormalig Brits ambassadeur in Oezbekistan (en tegenwoordig
rector van de Universiteit van Dundee), voegt in een lezing voor studenten
een gruwelijk hoofdstuk toe aan wat bekend is over de extraordinary rendition-praktijken
van de CIA. Hij vertelt dat ‘terreurverdachten’ door de CIA in
Tashkent werden afgeleverd, waar de lokale veiligheidsdienst hen net zo lang
martelde tot ze ‘bekenden’ (voorzover ze het overleefden). Zowel
de Britse als de Amerikaanse regering oordeelde dat het om een legale procedure
ging, en beide landen maakten gebruik van de bekentenissen.
Murray werd zich er gaandeweg van bewust dat de CIA gebruikmaakte van een internationaal
netwerk van geheime gevangenissen. Zo kwam volgens hem negentig procent van
de verdachten die in de geheime CIA-gevangenis in Polen werden vastgehouden
vervolgens in Oezbekistan terecht. De ambassadeur verloor in 2004 zijn baan,
nadat hij publiekelijk ageerde tegen deze wantoestanden.
Lees het
artikel en bekijk de video’s.
4 november 2009
• Een rechtbank in Milaan heeft 23 CIA-medewerkers veroordeeld tot vijf
c.q. acht jaar gevangenisstraf wegens betrokkenheid bij het extraordinary
rendition-programma van de dienst. Dat schrijft de Volkskrant.
De 23 waren betrokken bij de ontvoering van een Egyptische geestelijke in Milaan
in februari 2003. De geestelijke werd naar Egypte overgebracht, waar hij naar
eigen zeggen is gemarteld. De CIA-medewerkers zijn bij verstek veroordeeld;
de VS weigert hen uit te leveren. Twee Italiaanse betrokkenen gaan wel de cel
in, voor drie jaar.
Lees het artikel.
31 oktober 2009
• In zijn column Opklaringen in NRC Handelsblad over
de kansen van Balkenende (en Blair) op het voorzitterschap van de Europese
Raad raakt Marc Chavannes aan een belangrijk punt: ‘Het ook genoemde
contra-Blair argument, te veel geassocieerd met de Irak-oorlog, geldt in mindere
mate ook voor JPB. Wel rustig dat het onderzoek van de commissie-Davids naar
de Nederlandse betrokkenheid bij die oorlog nog even niet af is.’
Het feit dat Chavannes hier niet verder op in gaat, maakt zijn opmerking niet
minder relevant. De vraag is waarom politici die het internationaal recht aan
hun laars hebben gelapt, en jarenlang hebben geweigerd daarvoor verantwoording
af te leggen, in aanmerking kunnen komen voor een Europese (top)functie. De
tweede vraag is waarom de media Blair en Balkenende niet naar die maatstaf
beoordelen: weten ze het niet, vinden ze het niet belangrijk, of bestaan er
andere redenen voor hun zwijgen?
Lees het artikel.
14 oktober 2009
• De Onderzoekscommissie Irak (de commissie-Davids) biedt op 12 januari
2010 haar eindrapport aan. Dat maakte de commissie vandaag bekend in een persbericht.
De aanbieding aan de betrokken ministers vindt plaats om 10.00 uur op een nader
te bepalen locatie in Den Haag. Aansluitend vindt een persconferentie plaats
met commissievoorzitter mr. Willibrord Davids.
Lees het persbericht.
18 september 2009
• Zoals onlangs aangekondigd (zie hieronder: 9 september 2009) stuurt
premier Balkenende een brief van Willibrord Davids door naar de Kamer, waarin
deze het uitstel van het rapport van zijn commissie toelicht. Davids kondigt
aan dat het rapport tussen 15 december en 15 januari a.s. zal verschijnen,
en dat hij medio november een preciezer datum zal kunnen bepalen.
Lees de brief van Davids.
16 september 2009
• Het kabinet-Balkenende IV is recordhouder ‘commissies instellen’,
schrijft De Pers. Dat is opmerkelijk, want al jaren bestaat grote
weerstand tegen dit Haagse instrument, dat de afgelopen tien jaar maar liefst
350 maal werd ingezet. Uit het artikel blijkt dat kabinetten tal van verkapte
belangen hebben bij het installeren van commissies, die weliswaar de indruk
wekken dat er ‘iets is opgelost’, maar de mogelijkheid openhouden
om zaken bij het oude te houden. Oud-minister Wim Deetman (CDA), lid van de
Raad van State, stelt zelfs dat het voorkomt dat een commissie als opdracht
meekrijgt dat er niets uit mag komen.
Meestal streeft het kabinet met het instellen van een commissie een concreet
politiek doel na. In het artikel worden vijf doelen genoemd: als alibi voor
impopulaire maatregelen, om meningsverschillen binnen de coalitie te verdoezelen,
om invloed uit te kunnen oefenen op de uitkomst, om kwesties af te voeren,
of om een probleem in de ijskast te zetten.
In het artikel wordt de commissie-Davids, die de Nederlandse besluitvorming
tot steun aan de Irak-oorlog onderzoekt, in de laatste categorie geplaatst.
Zowel oud-Europarlementariër Hans Blokland (ChristenUnie) als oud-commissaris
van de Koningin Jan Terlouw (D66) noemen het instellen van ‘Davids’ ‘een
puur politieke beslissing’. Rond de kwestie-Irak was de spanning dermate
hoog opgelopen dat het kabinet er ‘iets mee moest’. Terlouw: ‘Of
zo’n commissie helpt, weet ik niet, maar het is in ieder geval even uitgesteld.’ Wat
dat waard is blijkt alleen al uit de peilingen, die uitwijzen dat verkiezingen
op dit moment desastreus zouden uitpakken voor de coalitiepartijen CDA en PvdA.
Wim Deetman verwacht dat de behoefte aan commissies zal blijven groeien, en
brak op een recent seminar een lans voor een parlementair onderzoek als geëigender
instrument. ‘Op dat punt is er sprake van een zekere lafheid’,
zei hij, in het midden latend of hij daarbij doelde op het lopende Irak-onderzoek.
Oud-Kamerlid Lansink (CDA) meent onomwonden dat het afgelopen moet zijn met
het ‘parkeren van heikele onderwerpen’, waar de commissie-Davids
volgens hem het bekendste voorbeeld van is. De op tal van gebieden heersende
onrust in de samenleving vergt volgens hem minder wegduiken en meer leiderschap
van het kabinet en de Tweede Kamer.
Lees het artikel.
9 september 2009
• Premier Balkenende beantwoordt Kamervragen van Alexander Pechtold (D66)
met betrekking tot het aangekondigde uitstel van het rapport van de commissie-Davids
(zie hieronder: 2 september). De premier kondigt onder andere een brief aan,
waarin voorzitter Willibrord Davids de redenen voor het uitstel nader zal motiveren.
Lees de antwoorden.
4 september 2009
• Het beveiligingsniveau van de website van de commissie-Davids is ondermaats,
schrijft NU.nl. Hierdoor zou ‘gevoelige informatie van de commissie-Davids
op straat liggen’. Het computerbeveiligingsbedrijf Fox-IT, dat de website
op verzoek van het Algemeen Dagblad onderzocht, stelt dat ‘gegevens
die bijvoorbeeld klokkenluiders, getuigen en andere betrokkenen aan de commissie
hebben verzonden gemakkelijk zijn te onderscheppen’. Het bedrijf spreekt
zijn verbazing uit over het feit dat de website geen gebruik maakt van een
veilige verbinding of versleuteling. Hierdoor zouden bijvoorbeeld inlichtingendiensten
over de verzonden informatie kunnen beschikken. Volgens woordvoerder Rob Sebes
van de commissie-Davids heeft de website ‘het vereiste niveau’,
maar zal de beveiliging nader onderzocht worden.
Lees het artikel.
2 september 2009
• Het rapport van de commissie-Davids zal niet op de richtdatum van
1 november 2009 klaar zijn, schrijft NRC Handelsblad. De grote hoeveelheid
informatie waarmee de commissie te maken kreeg is hiervan de reden. Niet alleen
werd gesproken met direct betrokken politici en ambtenaren, ook kreeg de commissie
meters dossiers te verwerken, waaronder ambtelijke notities en de notulen van
de Ministerraad. Daarnaast meldden zich tachtig personen met informatie. Een
laatste vertragende factor was de hartkwaal van voormalig minister van Buitenlandse
Zaken De Hoop Scheffer. Hierdoor kon één van de hoofdrolspelers
in het dossier-Irak nog niet worden gehoord. De commissie-Davids verwacht het
rapport vlak voor of vlak na het Kerstreces te kunnen afronden.
Lees het artikel.
25 augustus 2009
• De Litouwse presidente Dalia Grybauskaite heeft aangekondigd dat Litouwen
de berichten over een geheime CIA-gevangenis in haar land zal laten onderzoeken
(zie hieronder: 21 augustus), aldus DAG.nl. Polen en Roemenië,
de twee andere landen die zo’n gevangenis op hun grondgebied hebben gehuisvest,
deden dat nog niet. Voorzitter van de Europese Commissie Barroso zei te hopen
op ‘een zo snel mogelijk onpartijdig onderzoek’ van de drie landen.
Lees het artikel.
21 augustus 2009
• RTL Nieuws gaat bij de Raad van State in hoger beroep tegen
een uitspraak van de Amsterdamse rechtbank (zie hieronder: 9 juli 2009). Die
oordeelde in juli dat het ministerie van Algemene Zaken terecht geweigerd had
om notulen van de Ministerraad met betrekking tot de Nederlandse steun aan
de Irak-oorlog openbaar te maken.
Volgens RTL Nieuws is die uitspraak strijdig met de wet én
met jurisprudentie. Adjunct-hoofdredacteur Pieter Klein: ‘Wij vinden
het onnavolgbaar dat op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) helemaal
niets openbaar wordt gemaakt. Het is ons een principestrijd waard, want waar
hebben we die Wob eigenlijk voor?’ Dat de commissie-Davids inmiddels
onderzoek doet naar de Nederlandse besluitvorming, en daarbij inzage heeft
gekregen in de notulen van de Ministerraad, vindt Klein irrelevant: ‘Het
kan toch niet zo zijn dat een commissie in een achterafkamertje bepaalt wat
we wel en niet mogen weten? Daar hebben we toch een wet voor?’
Lees het artikel.
• De Amerikaanse inlichtingendienst CIA heeft in Litouwen over een geheime
gevangenis kunnen beschikken waar ontvoerde terreurverdachten werden vastgehouden
en ondervraagd, en wellicht gemarteld. Dit schrijft de Volkskrant naar
aanleiding van berichtgeving door het Amerikaanse televisieprogramma ABC
News, waarin voormalige CIA-medewerkers werden geciteerd. De gevangenis
zou zich aan de rand van de hoofdstad Vilnius hebben bevonden, en tot acht
gevangenen hebben gehuisvest, die er meer dan een jaar zouden hebben vastgezeten.
Eind 2005 werden zij verplaatst nadat de CIA-vluchten naar en van Litouwen
in het oog begonnen te lopen. In Europa beschikte de CIA ook in Polen en Roemenië over
geheime gevangenissen.
Lees het artikel.
Lees het dossier ‘CIA-vluchten en rendition’.
9 juli 2009
• De door RTL Nieuws verlangde openbaarmaking van de notulen
van de Ministerraad over de Nederlandse steun aan de Irak-oorlog komt er niet
(zie hieronder: 27 en 29 mei 2009). Aldus beschikte de rechtbank in Amsterdam
in een door RTL Nieuws op grond van de Wob (Wet openbaarheid van bestuur)
aangespannen zaak. Volgens de rechtbank is de vertrouwelijkheid van overleg
in de Ministerraad een voorwaarde voor het goed kunnen functioneren van die
raad, en om die reden van groter belang dan het goed functioneren van de Wob,
zelfs al gaat het in dit geval om betrokkenheid bij een omstreden oorlog. De
rechtbank meent ook dat het vrijgeven van de notulen zicht zal geven op ‘persoonlijke
beleidsopvattingen’ van ministers. Ook het door Balkenendes ministerie
in stelling gebrachte argument dat openbaarmaking de diplomatieke betrekkingen
met andere landen kan schaden, werd door de rechtbank gehonoreerd.
Adjunct-hoofdredacteur Pieter Klein reageert bitter op de uitspraak: ‘Het
wil er bij ons niet in dat de Ministerraad niet meer kan functioneren als zulke
feiten gewoon in de openbaarheid komen. Waarom kan in de hele wereld informatie
publiek worden gemaakt en hier niet? […] Je moet je nu afvragen wat
het wettelijk recht op openbaarheid voorstelt als het er echt op aankomt.’
RTL Nieuws noemt het verder 'buitengewoon curieus' dat zelfs geen
informatie wordt gegeven over onderwerpen die niets met bovenstaande bezwaren
te maken hebben, zoals de vraag wat het kabinet destijds wist over Iraks massavernietigingswapens,
of de vraag over welke juridische adviezen het kabinet kon beschikken. Het
programma overweegt de zaak voor te leggen aan de Raad van State.
Lees het artikel.
3 juli 2009
• OnJo, het samenwerkingsverband van programma’s op het
gebied van de onderzoeksjournalistiek, gaat op haar website in op het door
minister Ter Horst toegezegde onderzoek naar de vraag of de AIVD het stempel ‘staatsgeheim’ niet
te ruimhartig hanteert (zie hieronder: 1 juli 2009). OnJo was de aanjager
van het debat over deze kwestie, die door de PvdA in de Kamer aan de orde werd
gesteld.
Lees het bericht.
1 juli 2009
• De Commissie van Toezicht op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten
(CTIVD) start een onderzoek naar de ruimhartigheid waarmee de Algemene Inlichtingen-
en Veiligheidsdienst (AIVD) bepaalde informatie tot staatsgeheim verklaart.
Dat heeft minister van Binnenlandse Zaken Guusje ter Horst in debat met de
Tweede Kamer toegezegd, zo schrijft NRC Handelsblad. Volgens Ter Horst
worden jaarlijks duizenden stukken van dat predikaat voorzien. De Kamer wil
van de minister weten welke maatstaven daarvoor gelden, en wie die toepast.
Aanleiding tot de maatregel is de arrestatie van twee (oud-)AIVD’ers
en de huiszoeking bij een journaliste, waarbij staatsgeheime informatie in
het spel was (zie hieronder: 18 juni 2009). De SP wilde weten of die specifieke
informatie terecht als staatsgeheim is aangemerkt, maar Ter Horst verwees dat
oordeel naar de rechter.
Lees het artikel.
25 juni 2009
• De Volkskrant schrijft onder de kop ‘Laat
Bos en Verhagen vrijuit praten’ dat Femke Halsema (GroenLinks) wil dat
minister Van Middelkoop (Defensie) de geheimhoudingsplicht van beide bewindslieden
opheft, zodat zij vrijuit met de commissie-Davids kunnen praten. In 2003 kregen
beiden – toen nog fractievoorzitter van respectievelijk PvdA en CDA – staatsgeheime
informatie over de inval in Irak. Hetzelfde geldt voor voormalig VVD-fractievoorzitter
Van Aartsen. Het naar buiten brengen van zulke informatie is niet toegestaan,
maar Halsema bepleit nu een uitzondering: ‘De geheime informatie die
Bos, Verhagen en Van Aartsen in 2003 kregen over steun aan de Irak-oorlog kan
relevant zijn.’
Lees het artikel.
23 juni 2009
• Twee (oud-)medewerkers van de inlichtingendienst AIVD die verleden
week werden gearresteerd wegens het lekken van staatsgeheime informatie (zie
hieronder: 18 juni 2009), mogen nog twee weken langer worden vastgehouden,
meldt Nieuws.nl.
Lees
het bericht.
22 juni 2009
• De Amerikaanse president Bush heeft in januari 2003 aan de Britse premier
Blair voorgesteld om Irak te provoceren. Dat schrijft de Belgische krant De
Standaard. Bush wilde op die manier een legitieme reden creëren voor
de geplande inval in Irak, nadat de aanwezigheid van massavernietigingswapens
in dat land – de voorgenomen reden voor de inval – niet te bewijzen
bleek.
Lees het artikel.
20 juni 2009
• Naar aanleiding van de uitzending van Argos van vandaag (zie
hieronder) wil GroenLinks van premier Balkenende weten of Nederland rond de
inval in Irak in maart 2003 inlichtingen heeft verstrekt aan de Amerikanen,
schrijft BN/De Stem. Dit meldde fractieleider Femke Halsema
na afloop van de uitzending. Zij kreeg inzage in de documenten die Argos in
de uitzending opvoerde. Die tonen aan dat de Fransen en Duitsers aan de vooravond
van de oorlog samenwerkten in het verstrekken van cruciale informatie aan de
Amerikanen. In de documenten is sprake van samenwerking met andere landen,
waaronder landen die ‘politieke steun’ verleenden. Halsema wil
van Balkenende weten of hiermee op Nederland gedoeld wordt. Naar verwachting
zal Balkenende de vragen niet beantwoorden, maar doorspelen aan de commissie-Davids.
Lees het artikel.
• Het radioprogramma Argos besteedt aandacht aan de militaire
steun die diverse NAVO-landen verleend hebben aan de inval in Irak, terwijl
die landen zich publiekelijk en politiek juist distantieerden van de oorlog. Argos baseert
zich op een aantal geheime overheidsdocumenten die het programma in handen
heeft gekregen. Uit de documenten blijkt dat met name de Duitse en Franse inlichtingendiensten
aan de vooravond van de inval op 20 maart 2003 intensief hebben samengewerkt
bij het vergaren van strategische informatie (zoals het ‘aanwijzen’ van
doelen), die de invasie mogelijk moest maken. De informatie was bestemd voor
het Amerikaanse Central Command in Qatar. Hoewel dat van Duitsland al bekend
was (het Duitse parlement is bezig met een onderzoek naar de kwestie), blijkt
nu dat ook Frankrijk – destijds naar buiten toe nog sterker dan de Duitsers
gekant tegen de oorlog – in het geheim heeft deelgenomen aan de invasie.
In de documenten is bovendien sprake van samenwerking met andere ‘partijen’.
Opmerkelijk is dat daarbij specifiek melding wordt gemaakt van landen die formeel
alleen politieke steun verleenden. In de uitzending merkt defensiedeskundige
Rob de Wijk op dat dit maar een klein clubje landen betreft, met Nederland
als prominent lid. Daarnaast wijst hij op het gedrocht ‘politieke steun’,
dat kennelijk als vanzelfsprekend een militaire component omvat – tenzij
vitale inlichtingenmissies als ‘politiek’ worden aangemerkt.
Hoe het ook zij, Argos maakt duidelijk dat militaire steun in Europese
NAVO-kringen de gewoonste zaak van de wereld was. Zelfs de meest geharnaste
tegenstanders van de oorlog speelden een cruciale militaire rol, en er bestond
zelfs een gemeenschappelijk protocol. Van Nederland is de militaire betrokkenheid
allang bekend. Onder dekking van NAVO-labels als Host Nation Agreement en Operation
Enduring Freedom werd militaire steun aan de invasie verleend. De commissie-Davids
doet hier onderzoek naar, en zal ongetwijfeld veel belangstelling hebben voor
het materiaal waarover Argos beschikt.
Tot slot werpt Argos-redacteur Huub Jaspers een urgente discussie
op door het ‘staatsbelang’ van geheimhouding van dergelijke operaties
af te zetten tegen het belang van transparantie dat aan de basis staat van
onze democratie.
Beluister de uitzending.
19 juni 2009
• Op zijn website publiceert De Telegraaf reacties vanuit het
kabinet op de arrestatie van twee (oud-)medewerkers van de AIVD en de huiszoeking
(en inbeslagname van documenten) bij een Telegraaf-journaliste (zie
hieronder: 18 juni 2009). Minister Guusje ter Horst van Binnenlandse Zaken: ‘Journalisten
moeten weten dat ze geen staatsgeheimen mogen bezitten of publiceren. […]
Krijgen journalisten staatsgeheime informatie aangeboden, dan moeten ze deze
weigeren of hiervan aangifte doen bij de politie.’ Vice-premier Bos kan
zich voorstellen dat de journalistiek geschokt is over de inval bij de Telegraaf-journaliste,
en meent dat de rechter daarover moet oordelen.
Beide ministers onderstrepen dat de arrestatie en huiszoeking op basis van
een zelfstandig besluit van het Openbaar Ministerie plaatsvonden. Ter Horst
noemt het lekken van informatie vanuit de AIVD ‘heel ernstig’,
en zelfs ‘nog ernstiger’ wanneer het staatsgeheime informatie betreft.
Over het recente lek bij de dienst spreekt zij in termen van ‘treurig
incident’, waarbij het goede nieuws is dat het interne controlesysteem
van de dienst klaarblijkelijk functioneert.
Lees het artikel.
• De Telegraaf gaat onder de kop ‘Waarom is AIVD zo getergd?’ in
op de de arrestatie van twee (oud-)AIVD-medewerkers, en de huiszoeking bij Telegraaf-journaliste
Jolande van der Graaf (zie hieronder: 18 juni 2009). De krant reconstrueert
het handelen van de AIVD in de opsporing van het lek in de eigen organisatie.
In breder verband verdedigt de krant de publicatie van dit soort gevoelige
informatie. Meermalen hadden artikelen in de krant vergaande gevolgen voor
de krant of haar medewerkers. En nu dus opnieuw. De Telegraaf: ‘Daarmee
botste gisteren de hang van de AIVD naar geheimhouding opnieuw op het principe
van De Telegraaf dat de publicatie van misstanden het maatschappelijke
belang dient.’
Helaas blijft in alle publicaties over deze kwestie ongenoemd waarom de AIVD
juist op dit moment haar eigen functioneren in de aanloop naar de Irak-oorlog
tegen het licht houdt. Al zes jaar moet bekend zijn dat de dienst destijds
geblunderd heeft, en dat dit vergaande gevolgen heeft gehad. Ondanks het feit
dat de staatsveiligheid hierdoor ernstig in gevaar is gebracht, is dit gegeven
noch voor de dienst zelf, noch voor de regering, aanleiding geweest tot onderzoek.
De huidige arrestaties, in verband met diezelfde staatsveiligheid, steken hierbij
schril af.
Lees
het artikel.
18 juni 2009
• Trouw bericht dat de rijksrecherche een medewerkster en een
oud-medewerker van de inlichtingendienst AIVD heeft gearresteerd. Beiden worden
verdacht van het doorspelen van staatsgeheimen aan De Telegraaf, die
eruit publiceerde. Bij huiszoekingen werden bij zowel de AIVD-medewerkster
als bij Telegraaf-journaliste Jolande van der Graaf geheime documenten
aangetroffen.
Justitie verdenkt beide arrestanten ervan de bron te zijn geweest van de informatie
die leidde tot de Telegraaf-publicatie ‘AIVD
faalde rond Irak’ van 28 maart 2009. In dat stuk werd gesteld
dat de AIVD in de aanloop naar de Irak-oorlog ‘klakkeloos buitenlandse
inlichtingenrapporten’ had overgenomen en de ondeugdelijke informatie
daarin over de aanwezigheid van massavernietigingswapens in Irak zonder enige
vorm van controle aan het kabinet had doorgegeven.
Op de huiszoeking bij de Telegraaf-journaliste is vanuit de journalistiek
verbolgen gereageerd. Hoofdredacteur Paradijs spreekt van een ‘buitenproportioneel
en ontoelaatbaar middel’, en zegt een klacht te zullen indienen tegen
de AIVD en het Openbaar Ministerie. Arendo Joustra merkt namens het Genootschap
van Hoofdredacteuren op dat Justitie De Telegraaf dankbaar zou moeten
zijn omdat de AIVD nu tenminste weet dat de eigen organisatie niet waterdicht
is.
Lees het artikel.
16 juni 2009
• Ook in Groot-Brittannië gaat een ‘onafhankelijk onderzoek’ van
start naar de rol van dat land in de oorlog tegen Irak. Gisteren heeft de regering
daartoe een commissie geïnstalleerd, ze meldt NRC Handelsblad.
Het onderzoek richt zich zowel op de besluitvorming die leidde tot de Britse
deelname aan de oorlog, als op die deelname zelf.
Op het onderzoek wordt, zowel vanuit de bevolking als vanuit het Lagerhuis,
al jarenlang aangedrongen. Ondanks een serie eerdere onderzoeken leeft bij
veel Britten de overtuiging dat ex-premier Tony Blair het land onder valse
voorwendselen ten strijde heeft laten trekken. Blairs opvolger, Gordon Brown,
deed eerder de toezegging dat het onderzoek er zou komen zodra de Britten hun
troepen uit Irak hadden teruggetrokken. Dat is inmiddels gebeurd.
Op het aangekondigde onderzoek is direct forse kritiek geleverd. Zo wordt het
feit gehekeld dat verhoren achter gesloten deuren zullen plaatsvinden, en dat
de voorgenomen rapportage pas over een jaar plaatsvindt ... vlak na de voor
juni 2010 voorziene Lagerhuisverkiezingen.
Lees het artikel.
29 mei 2009
• OnJo, het samenwerkingsverband van programma’s op het
gebied van de onderzoeksjournalistiek, doet op haar website verslag van de
zitting die de dag ervoor plaatsvond in de rechtzaak van RTL Nieuws tegen
het ministerie van Algemene Zaken (zie hieronder: 27 mei 2009). In het verslag
wordt in detail ingegaan op de argumenten die beide partijen de rechter hebben
voorgelegd: verplichte kost voor iedere burger, en een staaltje journalistieke
professionaliteit waar de mainstream media zich wat van dienen aan
te trekken. Dit temeer, daar in deze zaak in feite het functioneren van de
Wob (Wet openbaarheid bestuur) aan de orde is, en daarmee de burgerlijk-journalistieke
controle op de macht. Namens het ministerie bracht de landsadvocaat daar nog
een nieuw argument tegen in, namelijk dat ‘het verstrekken van de [gevraagde]
informatie nadelig zou zijn voor het werk van de commissie-Davids’. Volgens
hem heeft de commissie-Davids vooral ‘rust nodig’. Uitspraak in
de zaak volgt uiterlijk 9 juli.
Lees het bericht.
Bekijk ook het verslag van RTL Nieuws.
27 mei 2009
• Nieuws.nl blikt vooruit op een andere rechtzaak die verband
houdt met de kwestie-Irak: die van RTL Nieuws tegen Balkenendes ministerie
van Algemene Zaken. Eerder stak
de rechter een stokje voor Balkenendes poging om de rechtzaak door te schuiven
tot na de eindrapportage van de commissie-Davids. De zaak dient morgen, en
draait om de door RTL
Nieuws geëiste openbaarmaking van de notulen van de Ministerraad
over de besluitvorming ten aanzien van de oorlog tegen Irak.
Lees het bericht.
• Het ministerie van Buitenlandse Zaken kan niet worden gedwongen twee
specifieke documenten vrij te geven die betrekking hebben op de Nederlandse
besluitvorming in de aanloop naar de Irak-oorlog. Dat besliste de Hoge Raad
vandaag in een door de Volkskrant aangespannen zaak, zo meldt NRC
Handelsblad. De kwestie vloeit voort uit een door het ministerie afgewezen
verzoek van de Volkskrant, die op grond van de Wob (Wet openbaarheid
bestuur) drie documenten geopenbaard wenste te zien.
Het ministerie had dat in eerste instantie geweigerd, met als argument dat
het ‘vertrouwelijke stukken’ betrof ten behoeve van ‘intern
beraad’, waarin ‘persoonlijke beleidsopvattingen’ stonden.
In augustus 2008 oordeelde de rechtbank van Amsterdam dat het ministerie één
van de drie documenten, althans het feitelijke gedeelte ervan, moest openbaren.
De krant probeerde nu middels een beroep op de Raad van State alsnog de twee
niet-vrijgegeven documenten in handen te krijgen – temeer daar die inmiddels
via andere media publiek zijn geworden.
Lees het artikel.
9 april 2009
• In een brief aan de Tweede Kamer heeft premier Balkenende de door de
oppositie, GroenLinks in het bijzonder, geëiste aanpassingen gepresenteerd
aan het protocol van de commissie-Davids (zie hieronder: 1 april 2009). Daaronder
valt het integraal schrappen van artikel 7, waarin werd bepaald dat informatie
door een minister zou kunnen worden aangemerkt als ‘staatsgeheim’ en
dan slechts vertrouwelijk zou mogen worden ingezien door de voorzitter van
de commissie. In artikel 8 (voorheen 9) wordt een ander controlemiddel van
het kabinet ingeperkt, in dit geval met betrekking tot het concept-verslag
en andere publicaties van de commissie-Davids. De minister, die onder het oude
artikel alle documenten preventief zou mogen screenen op staatsgeheime informatie,
krijgt nu slechts passages onder ogen die direct zijn gebaseerd op geheime
informatie.
Het zijn belangrijke concessies die Balkenende de oppositie heeft moeten doen.
Eerder moest hij toezien hoe Davids zijn ‘suggestie’ negeerde om
de commissie toe te rusten met enkele ministers van Staat, en zich bovendien
niets wenste aan te trekken van de door Balkenende gewenste leverdatum van
1 november 2009.
Lees de Kamerbrief.
2 april 2009
• OnJo, het samenwerkingsverband van programma’s op het
gebied van de onderzoeksjournalistiek, heeft een uitgebreid dossier over de
kwestie-Irak aangeboden aan de commissie-Davids. Het dossier
bestaat uit dvd’s, cd’s en artikelen van alle relevente onderzoeksjournalisten,
en bevat materiaal van Argos, Zembla, Reporter, Tegenlicht, NRC
Handelsblad, Vrij Nederland en RTL Nieuws. Op haar website
motiveert OnJo dit initiatief, en wordt het aangeboden materiaal verder
gespecificeerd.
Lees het bericht.
1 april 2009
• In het spoeddebat over het ‘Informatieprotocol voor de commissie-Davids’ gaf
de oppositie onverkort uiting aan haar wantrouwen met betrekking tot de bewegingsvrijheid
die de commissie-Davids krijgt in het vergaren en publiceren van informatie.
Zo meent de voltallige oppositie dat het protocol in de huidige opzet in feite
censuur inbouwt, en dat andere voorbehouden worden ingebouwd, bijvoorbeeld
ten aanzien van informatie uit het buitenland. Agnes Kant (SP) stelde de Telegraaf-publicaties
over het falen van de AIVD aan de orde, en bepleitte direct
ingrijpen bij de veiligheidsdienst. Op de website van de Tweede Kamer is een
kort verslag van het debat te lezen. Tijdens het debat werden moties ingediend,
gericht op het aanpassen van het informatieprotocol, die op 7 april in stemming
worden gebracht.
Lees het verslag..
30 maart 2009
• De commissie-Davids zal de onthullingen van De Telegraaf over
de rol van de AIVD in de aanloop naar de Irak-oorlog (zie hieronder: 28 maart)
direct meenemen in haar onderzoek. ‘De commissie kan naar aanleiding
van de reportage ook stukken opvragen bij de AIVD en betrokken ministeries’,
zo meldt een woordvoerder in De Telegraaf. In zijn algemeenheid
heeft de commissie-Davids via haar website al een ‘behoorlijk aantal’ tips
binnengekregen, waaruit blijkt ‘hoezeer de kwestie-Irak leeft onder veel
burgers’.
Lees het artikel.
29 maart 2009
• Een groot deel van de oppositie in de Tweede Kamer wil dat ‘de
twijfelachtige rol’ van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst
(AIVD) in de aanloop naar de oorlog tegen Irak ‘tot op de bodem wordt
uitgezocht’. Dat meldt De Telegraaf, die het twijfelachtige
functioneren van de AIVD gisteren wereldkundig maakte (zie hieronder: 28
maart).
Voor de SP, VVD, PVV, GroenLinks en D66 is de publicatie opnieuw
aanleiding om voor een parlementaire enquête te pleiten. GroenLinks
wil bovendien dat premier Balkenende vóór het spoeddebat van
woensdag a.s. (over het ‘Informatieprotocol’ voor de commissie-Davids)
schriftelijk opheldering geeft over de AIVD-kwestie.
Lees
het artikel.
28 maart 2009
• In een groot opinie-artikel in de Volkskrant onder
de kop ‘De waarheid sneuvelt snel in Den Haag’ schetsen Frank van
Beers en Hans Siepel een alarmerend beeld van de Haagse besluitvorming, waaronder
die ten aanzien van de Nederlandse steun aan de Irak-oorlog. Beide auteurs
werkten bij het ministerie van Buitenlandse zaken, en waren in 2003 nauw betrokken
bij de regeringscommunicatie over de besluitvorming ten aanzien van ‘Irak’.
Begin februari leidde een interview met Siepel over dit onderwerp
tot een spoeddebat in de Tweede Kamer.
De commissie-Davids zou er goed aan doen kennis te nemen van de Irak-onderzoeken
die in Engeland en de VS plaatsvonden, betogen de auteurs. Daar bleek dat in
de gehele besluitvorming de uitkomst al vast stond: Saddams Irak ‘moest
van de kaart’. Aan deze ‘vooringenomen politieke en ideologische
ambitie’ werden feiten en argumentatie ondergeschikt gemaakt.
In Nederland is het niet anders gegaan: steun aan de Irak-oorlog heeft voor
de hoofdrolspelers van meet af aan vastgestaan. Tot die spelers behoorden de
CDA-politici Balkenende, De Hoop Scheffer en Verhagen, en de VVD’er Kamp,
allen overtuigde Atlantici die in het ministerie van Buitenlandse zaken een
effectief bruggenhoofd hadden om hun ‘doelredenering’ – steun
aan de VS en dus de oorlog – door te drukken en uit te venten. Het enige
dat miste was de argumentatie: om welke reden kon Nederland de oorlog steunen?
Lange tijd mikte de regering, net als de bondgenoten in de voorgenomen strijd,
op het argument dat van de massavernietigingswapens van Irak een wereldwijde
dreiging uitging. Toch koos Nederland ten leste voor een ander argument. Het
feit dat Irak niet over de vermeende wapens beschikte was namelijk té algemeen
bekend om Nederlandse steun op te baseren. Maar in plaats van de doelredenering
te herzien (geen dreiging, dus geen oorlog) koos de regering voor een ander
argument ‘uit de Haagse toverhoed’. Als enige land ter wereld zou
Nederland de oorlog steunen op basis van het niet naleven van VN-resoluties
door Irak. En ook die argumentatie deugde niet, zo maakte de VN destijds onomwonden
duidelijk, en zo lieten bijvoorbeeld de volkenrechtdeskundigen van de ministeries
van Buitenlandse Zaken en Defensie weten. Hun adviezen werden echter ‘opgeborgen
voor het nageslacht’.
De auteurs wijzen op de ‘politiek-ambtelijke cultuur’ die ten grondslag
ligt aan deze handelwijze, waarin niet het algemeen belang gediend wordt, maar
de ambities van een minister of de macht van een ministerie. Davids zal zijn
handen vol hebben om ‘de zwarte doos van de overheidsmachinerie te openen’,
voorspellen zij. Ze wijzen op talloze onderzoeken en enquêtes, waaruit
steeds weer het beeld van een falende informatievoorziening naar voren komt.
Informatie wordt niet ingezet om de Kamer of een bewindspersoon adequaat te
informeren, maar als strategisch instrument om de gekozen doelredenering naar
de eindstreep te loodsen. De burger krijgt zijn eigen ambtenarij tegen zich
ingezet.
Lees het artikel.
• Onderzoeksjournalisten zullen de commissie-Davids
op donderdag 2 april a.s. een dossier overhandigen waarin zes jaar journalistiek
onderzoek naar de Nederlandse rol in de oorlog tegen Irak is samengebald. Dat
schrijft NRC Handelsblad. Daarmee krijgt Davids een waardevol chronologisch
overzicht van onthullende publicaties in handen, zoals Openheid over Irak dat
op deze website overigens al jaren onderhoudt. Welke publicaties en uitzendingen
het precies betreft, en in hoeverre ook het bronnenmateriaal aan de commissie
ter hand wordt gesteld, vermeldt het stuk niet.
Hetzelfde NRC-artikel citeert minister Bert Koenders, die eerder op
de dag in TROS Kamerbreed inging op de door Ko Colijn in Vrij
Nederland vastgestelde belemmeringen voor de commissie-Davids (zie hieronder:
25 maart). Volgens Koenders gaat van het zogenoemde Informatieprotocol geen
enkele intentie tot geheimhouding uit. Woensdag 1 april a.s. houdt de Tweede
Kamer een spoeddebat over deze kwestie met de premier.
Lees het artikel.
• De Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) heeft
in de aanloop naar de oorlog tegen Irak klakkeloos buitenlandse inlichtingenrapporten
overgenomen en aan de regering doorgegeven, zonder de informatie te checken.
Daarmee zette de dienst het kabinet ‘op het verkeerde been’.
Dat schrijft De Telegraaf. De krant baseert zich op ‘zeer
recente ambtelijke evaluaties over de rol van de inlichtingendienst bij de
besluitvorming van het kabinet om politieke steun te verlenen aan de oorlog’.
Premier Balkenende heeft altijd gesteld dat de AIVD (en de Militaire
Inlichtingen- en Veiligheidsdienst, de MIVD) alle informatie van buitenlandse
bronnen over Irak ‘zorgvuldig heeft getoetst en gewogen’. Dat
blijkt nu onjuist te zijn. Volgens De Telegraaf was dat destijds,
in 2002 en 2003, ook al bekend: ‘De vraag die enkele topambtenaren
achter gesloten deuren stelden, was waarom de AIVD toch zo’n vertrouwen
had in de informatie waarmee de Britten op de proppen kwamen. Van eigen onderzoek
of verificatie was nagenoeg geen sprake, stelden ze vast.’
De AIVD vertrouwde blindelings op met name informatie van de collega’s
van MI6, de Britse buitenlandse inlichtingendienst. In detail beschrijft De
Telegraaf hoe premier Balkenende op 25 september 2002, na een telefoontje
van premier Blair, top secret Britse documenten kreeg. De stukken
vormden de onderbouwing van het één dag eerder verschenen Britse
regeringsrapport Iraq’s Weapons of Mass Destruction, waarin
onder meer werd gesteld dat Irak binnen drie kwartier massavernietigingswapens
kon inzetten. In de Britse Irak-onderzoeken van 2003 en 2004 werd geen spaan
heel gelaten van deze en andere beweringen én van het aandeel van
de Britse inlichtingendiensten daarin, en uit onlangs vrijgegeven geheime
documenten blijkt dat er binnen de Britse inlichtingengemeenschap al ruim
voor publicatie ernstige bedenkingen rond het rapport bestonden (zie hieronder:
13 maart). Maar begin oktober 2002, zo schrijft De Telegraaf, liet
de AIVD premier Balkenende weten dat zij de Britse informatie volledig onderschreef: ‘Het
hoofd van de AIVD, Sybrand van Hulst, stond in voor de betrouwbaarheid van
de Britse inlichtingen.’
De krant beschrijft nog een aantal andere gevallen waarin de AIVD,
zich baserend op buitenlandse zusterdiensten, de plank volledig missloeg.
Zo werkte Irak volgens de AIVD ‘vermoedelijk aan de bouw van
ultracentrifuges voor de aanmaak van hoogverrijkt uranium’, zou het
land in het somberste geval ‘nog een paar jaar nodig hebben voor de
productie van een kernwapen’, beschikte het ‘over een behoorlijk
arsenaal aan biologische wapens, al was een deel waarschijnlijk verouderd’ en ‘was
Saddam nog steeds actief bezig met het ontwikkelen van langeafstandsraketten’.
Een miskleun van jewelste was de bevinding waarmee de AIVD zich in het najaar
van 2002 tot een internationaal samenwerkingsverband tegen de verspreiding
van massavernietigingswapens wendde: Irak zou beschikken over onbemande vliegtuigjes
voor het verspreiden van chemische of biologische wapens. Die informatie
blijkt te zijn overgenomen van de Amerikanen, die later zelf moesten toegeven
dat er niets van klopte.
Uit het beeld dat De Telegraaf schetst van de evaluaties
die onlangs ‘in het diepste geheim’ zijn gedaan naar het werk van
de AIVD spreekt een pijnlijk amateurisme. In sommige gevallen zou zelfs niet
meer te achterhalen zijn waarop allerlei meldingen in AIVD-rapportages gebaseerd
waren. Overigens blijkt dat ook de MIVD zich herhaaldelijk baseerde
op onbetrouwbare informatie van buitenlandse zusterdiensten.
Het functioneren van de AIVD en MIVD rond ‘Irak’ is een
van de punten die de komende maanden zullen worden onderzocht door de commissie-Davids.
Het punt is onder meer van belang in het licht van de vele uitspraken van bewindslieden
over de massavernietigingswapens en dreiging van Irak in 2002 en 2003. Het
kabinet was er zeker van dat die wapens bestonden en dat van Irak ‘een
immense dreiging’ uitging. Kort na het begin van de oorlog bleek echter
definitief dat de wapens al in de jaren negentig waren vernietigd. Hoe hadden
het kabinet en de AIVD en MIVD zich zo kunnen vergissen, was de logische vraag.
Een evaluatie van het gevoerde beleid en het werk van de inlichtingendiensten
werd door de opeenvolgende kabinetten-Balkenende echter ‘onnodig en zinloos’ genoemd.
In december jl. stelde het kabinet nog dat, terugkijkend op de totale besluitvorming,
alle procedures goed hadden gewerkt: ‘Naar het oordeel van de regering
heeft de gevolgde werkwijze naar behoren gefunctioneerd.’ Nu
er zes jaar na dato eindelijk een begin met een serieuze evaluatie is gemaakt,
blijkt het tegenovergestelde het geval.
Lees het artikel (deel
1 en deel
2).
26 maart 2009
• De rechtszaak van RTL Nieuws over openbaarmaking
van de geheime ‘Irak’-notulen van de Ministerraad gaat door.
Een verzoek van premier Balkenende om de zaak uit te stellen tot na de
publicatie van het rapport van de commissie-Davids, is door de rechter
afgewezen. De zaak dient op 28 mei. Dat meldt RTL Nieuws in een artikel op de
eigen website.
Het nieuwsprogramma publiceert daar bovendien een besluitenlijst van
de Ministerraad uit 2008, die zoals gebruikelijk het predikaat ‘Staatsgeheim,
zeer geheim’ draagt. De lijst heeft niets met de kwestie-Irak te maken,
maar RTL Nieuws wil zo aantonen hoe krampachtig de rijksoverheid
dergelijke documenten tot ‘staatsgeheim’ bestempelt. Er is geen
enkele reden zulke besluitenlijsten geheim te houden, betoogt het nieuwsprogramma,
dat de lijst bij de rechtbank van Amsterdam heeft ingediend om de poging
tot vrijgave van de geheime ‘Irak’-notulen van de Ministerraad
uit 2002-2003 kracht bij te zetten. Op zijn weblog licht
adjunct-hoofdredacteur Pieter Klein toe waarom ‘het beroep
op “Staatsgeheim, zeer geheim” eigenlijk gewoon onzin is’.
Klein doet uit de doeken welke weerstand RTL Nieuws ondervindt
in haar pogingen om, met een beroep op de Wet openbaarheid van bestuur (Wob),
documenten met betrekking tot de kwestie-Irak van diverse ministeries te
krijgen: ‘In onze Irak-procedures stelt de overheid werkelijk
alles in het werk om pottenkijkers buiten de deur te houden: niet antwoorden,
termijnen overschrijden, zo zuinig mogelijk antwoorden, pas zwichten als
je schriftelijk dreigt naar de rechter te stappen, en erop gokken dat je
moedeloos wordt van alle tegenwerking en juristerij. Het is eigenlijk gekkenwerk.’
Het meest recente voorbeeld van de oestercultuur van de rijksoverheid
is de afwijzing
van het ministerie van Defensie van
het Wob-verzoek van RTL Nieuws. Het nieuwsprogramma verzocht op
14 november 2008 om openbaarmaking van relevante Irak-documenten van het
ministerie uit de periode 4 september 2002 tot en met 18 maart 2003. In zijn
antwoord van 20 maart jl. geeft het ministerie een overzicht van 42 documenten
uit die periode (zonder de garantie dat het overzicht volledig is), maar
wijst het verzoek om openbaarmaking vervolgens af. Daarvoor voert het ministerie
meerdere gronden aan. Net als premier Balkenende meent het onder meer dat
openbaarmaking het werk van de commissie-Davids zou kunnen schaden.
Het overzicht van de 42 documenten levert volgens RTL Nieuws op
zichzelf interessante informatie op. Zo ‘komen er nieuwe aanwijzingen
naar voren dat Nederland serieus heeft overwogen de omstreden oorlog tegen
Irak ook militair te steunen, en daarover intern en met de VS gesprekken
voerde’.
Lees het artikel.
• Volgens
voorzitter Willibrord Davids bestaan er geen wezenlijke beperkingen voor
zijn Onderzoekscommissie Irak, zoals Ko Colijn gisteren op de website van Vrij Nederland meende. Dat schrijft NRC Handelsblad.
Het ‘Informatieprotocol’ dat volgens Colijn de vrijheid van handelen
van de commissie beperkt, bevat volgens Davids niets anders dan gebruikelijke
afspraken. De onafhankelijkheid van de commissie is volgens hem niet in het
geding, en evenmin wordt de commissie ‘aan banden gelegd’. Inmiddels
heeft GroenLinks een spoeddebat aangevraagd naar aanleiding van de publicatie
van Colijn.
Lees het artikel.
25 maart 2009
• Krijgt de commissie-Davids toegang tot alle relevante informatie,
zoals door premier Balkenende toegezegd en in het instellingsbesluit van
de commissie vastgelegd? Nee, schrijft Ko Colijn in zijn weblog op de site
van Vrij Nederland. Het ‘Protocol betreffende het
kennisnemen van informatie’, behorende bij de officiële opdracht
aan Davids, bevat op dit punt namelijk een aantal stevige beperkingen.
Zo hebben Davids en de zijnen voor het inzien van bijvoorbeeld stukken
van buitenlandse veiligheidsdiensten toestemming nodig van die diensten.
En zo kunnen Nederlandse ministers wel degelijk weigeren de commissie inzage
te geven in staatsgeheime stukken.
Opmerkelijk is verder dat de regering wel degelijk voorinzage krijgt in het
concept-rapport van Davids. Balkenende zegde eerder juist toe dat parlement
en kabinet het rapport tegelijk zouden ontvangen.
Lees het artikel.
Lees het ‘Informatieprotocol’.
16 maart 2009
• De behandeling van terreurverdachten in geheime CIA-gevangenissen ‘komt
neer op marteling’. Dat concludeert het Internationale Rode Kruis (ICRC)
in een vertrouwelijk rapport dat in februari 2007 aan de Amerikaanse regering
is aangeboden. De Amerikaanse journalist en hoogleraar Mark Danner kreeg het
rapport in handen en schreef er een lang artikel over voor het april-nummer
van The New York Review of Books, dat nu al op de website van het
blad te lezen is. De Review kondigt het artikel vandaag in een persbericht
aan. Een verkorte versie verscheen gisteren in de International Herald
Tribune.
Medewerkers van het Rode Kruis spraken eind 2006 in het Amerikaanse gevangenenkamp
Guantanamo Bay op Cuba met veertien ‘high value detainees’,
die stuk voor stuk in geheime CIA-gevangenissen (de beruchte ‘black
sites’) in onder meer Afghanistan, Thailand en Polen hadden gezeten.
Onafhankelijk van elkaar maakten zij melding van allerlei soorten mishandeling,
waaronder het gevreesde waterboarding.
De internationale keten van geheime CIA-gevangenissen werd kort na de aanslagen
van 11 september 2001 opgezet in opdracht van president Bush, die ook toestemming
gaf voor de behandeling van terreurverdachten met een ‘alternative
set of procedures’. Hooggeplaatste regeringsfunctionarissen waren
op de hoogte van de dagelijkse gang van zaken in de gevangenissen, schrijft
Danner.
Een aantal van de mishandelingen waarvan het ICRC-rapport melding maakt zijn
in strijd met de Conventies van Genève en een aantal andere verdragen
die door de Verenigde Staten zijn ondertekend. Het ICRC houdt toezicht op de
naleving van de Conventies, en op de behandeling van krijgsgevangenen. Rapporten
als het bovengenoemde worden door het Rode Kruis nooit openbaar gemaakt. De
organisatie wil zo haar neutraliteit beschermen.
Lees het persbericht.
Lees het artikel van Mark Danner.
Lees de korte versie.
13 maart 2009
• In een commentaar in The Guardian stelt onderzoeksjournalist
Chris Ames naar aanleiding van de vrijgave van geheime documenten door de Britse
regering (zie hieronder) de retorische vraag of er nog twijfel bestaat aan
het ‘opseksen’ van het Irak-rapport van de Britse regering van
september 2002. Ames was de man die vier jaar geleden als eerste om openbaarmaking
van de documenten vroeg.
Uit de documenten blijkt ten overvloede dat kritiek op het rapport binnen de
Britse inlichtingengemeenschap wijdverbreid was, schrijft Ames. Sterker nog,
sommige beweringen in het (concept-)rapport waren zo vergezocht dat de deskundigen
er grappen over maakten. De regering heeft steeds gesteld dat de kritiek beperkt
was, en dat er geen sprake was van bewuste overdrijving van de dreiging van
Irak.
Ames stelt verder dat de documenten beschikbaar hadden moeten zijn voor de
onderzoekers die in 2003 en 2004 de besluitvorming rond de Britse deelname
aan de Irak-oorlog tegen het licht hielden. Op één document na
lijkt dat niet te zijn gebeurd, stelt Ames, waarbij het de vraag is of de regering
ze heeft achtergehouden of dat ze tijdens de onderzoeken onder tafel zijn verdwenen.
Hoe dan ook, schrijft hij, ‘The point is that any inquiry that ignored
them was pretty useless.’
Lees het commentaar.
• Binnen de Britse inlichtingengemeenschap bestonden ernstige bedenkingen
over het rapport van de Britse regering over de massavernietigingswapens
van Irak uit september 2002. Dat blijkt uit documenten die de Britse regering
gisteren heeft vrijgegeven, schrijft The Guardian.
Het materiaal bestaat ten dele uit e-mail-verkeer tussen functionarissen (wier
namen niet bekend zijn gemaakt) die bij het opstellen van het rapport betrokken
waren. De meeste e-mails zijn geschreven door deskundigen van de inlichtingenstaf
van het ministerie van Defensie. Zij duidden concepten van het rapport onder
meer aan als ‘dubieus’. Eén functionaris reageerde op de
vaststelling in een concept dat Irak ‘specialisten heeft samengebracht
om aan het nucleaire programma te werken’ met de opmerking: ‘Dr
Frankenstein, I presume? Sorry, it’s getting late...’ In
een andere e-mail staat te lezen: ‘We hebben al eerder geadviseerd de
toon te matigen, op precies deze punten, naar aanleiding van concepten uit
het grijze verleden. Maar probeer het vooral nog eens!’
Uit de documenten blijkt ook dat er druk is uitgeoefend op de eindverantwoordelijke
voor het rapport, de voorzitter van de Joint Intelligence Committee John Scarlett.
Een kleine twee weken voor publicatie ontving hij een memo van een hoge Defensie-ambtenaar,
die hem dringend aanraadde de dreiging van Irak in stellige taal te omschrijven.
Ieder voorbehoud, hoe waar ook, zou koren op de molen zijn van tegenstanders
van de oorlog, luidde de boodschap. Die druk had succes: alle mitsen en maren
verdwenen onder tafel, en in het rapport werden vérgaande beweringen
gedaan over de vermeende wapens van Irak, met als klap op de vuurpijl de beruchte
bewering dat Irak in staat was binnen 45 minuten chemische en biologische massavernietigingswapens
in te zetten. In de onderzoeken die in 2003 en 2004 werden ingesteld naar aanleiding
van de Britse deelname aan de oorlog werd zware kritiek geuit op deze beweringen.
Met het vrijgeven van de documenten is de Britse regering na een bittere strijd
bezweken voor de roep om openbaarheid. Vier jaar lang hield zij halsstarrig
vast aan geheimhouding, ondanks bemoeienis van information commissioner Richard
Thomas, die opdracht gaf tot openbaarmaking.
Dat binnen de Britse inlichtingengemeenschap in 2002 ernstige bedenkingen bestonden
rond het opstellen van het Irak-rapport was al langer bekend. Zo kwam in de
uitzending van Argos van 20 december 2008 naar voren
dat Brian Jones, die leiding gaf aan de sectie Massavernietigingswapens van
de inlichtingenstaf van het ministerie van Defensie, zijn leidinggevende een
formele protestbrief schreef, waarin hij liet weten zich niet te kunnen verenigen
met de gang van zaken. En The Guardian herinnert eraan dat diezelfde
Jones tijdens een van de bovengenoemde onderzoeken zware kritiek had geuit
op de totstandkoming van het rapport.
Lees het artikel.
10 maart 2009
• Twee speciale rapporteurs van de Verenigde Naties stellen een onderzoek
in naar de geheime CIA-gevangenissen, die na de aanslagen van 11 september
2001 in een groot aantal landen werden opgericht. Dat schrijft de Volkskrant.
De beruchte detentiecentra speelden een belangrijke rol in de Amerikaanse War
on Terror. Het onderzoek zal worden uitgevoerd door Manfred Nowak, speciaal
rapporteur van de VN inzake martelingen, en Martin Scheinin, speciaal VN-rapporteur
inzake mensenrechten en contraterrorisme.
Lees het artikel.
Zie ook ons Dossier CIA-vluchten en rendition.
9 maart 2009
• De commissie-Davids, die de besluitvorming rond de Nederlandse steun
aan de invasie van Irak onderzoekt, heeft vandaag een website in gebruik genomen.
Daarop is achtergrondinformatie over de commissie en de onderzoeksopdracht
te vinden, alsmede informatie over de werkwijze van de commissie. Een interessant
nieuwtje is dat de commissie overweegt tussentijdse rapportages te publiceren, ‘voor
zover het belang van het onderzoek het toelaat’. De commissie verwacht
rond 1 november a.s. met haar eindrapport te komen. Dat zal op de website worden
gepubliceerd.
Via de website zal het publiek op de hoogte worden gehouden van de voortgang
van het onderzoek. Wie meent relevante informatie voor de commissie te hebben,
kan dat via een contactformulier op de website laten weten. De reacties ‘zullen
worden betrokken bij de onderzoeksactiviteiten’. NRC Handelsblad schrijft
dat de commissie ook een postbusnummer in gebruik zal nemen, waar burgers bijvoorbeeld
documenten naar toe kunnen sturen die zij relevant achten voor het onderzoek.
Bekijk de website.
Lees het artikel in NRC.
25 februari 2009
• NRC Handelsblad besteedt ruim aandacht aan de presentatie
van de commissie-Davids. Uit het artikel wordt duidelijk dat Davids rigoreus
afstand heeft genomen van de poging van premier Balkenende om invloed uit te
oefenen op de samenstelling van de commissie of de beperking van de onderzoeksduur.
Zo nam Davids – in weerwil van Balkenendes suggestie tot installatie
van enkele ministers van Staat – geen enkele politicus op, en maakte
hij duidelijk dat nu al sprake is van een dermate omvangrijk dossier dat de
deadline van 1 november geen vaststaand gegeven is.
In de taakstelling van de commissie – onderzoek naar de besluitvorming
die leidde tot politieke steun aan de Irak-oorlog – bracht Davids speerpunten
aan met betrekking tot de volkenrechtelijke onderbouwing, de inlichtingen- en
informatievoorziening, en mogelijk verleende militaire steun. Hij rekent erop
dat de inlichtingendiensten ruimhartig zullen meewerken, iets dat door met name
oud-minister Kamp van Defensie altijd tot onwenselijk en zelfs ‘een gevaar
voor de Nederlandse inlichtingenpositie’ is bestempeld.
Van belang is dat de commissie voor iedereen die dat wenst benaderbaar is,
zowel via de nog te openen website (www.oc-irak.nl)
als via een op die site te publiceren postadres. Hiermee geeft Davids te kennen
open te staan voor met name ambtenaren en militairen die tot nog toe hun toevlucht
moesten nemen tot het lekken van informatie naar de media.
Lees
het artikel op pag.1 en pag.3
Lees
ook het commentaar.
• NRC Handelsblad gaat in op het veto dat de Britse regering
gisteren uitsprak over openbaarmaking van de notulen van twee cruciale kabinetszittingen
aan de vooravond van de inval in Irak. Het was de eerste maal dat de regering
zich bediende van deze mogelijkheid, die als onderdeel van de Freedom of
Information Act door premier Blair werd ingesteld.
Een tribunaal had de regering eerder deze maand gemaand de notulen te openbaren
van de kabinetszittingen van 13 en 17 maart 2003, waarin over de juridische
grondslag van de oorlog tegen Irak werd besloten (zie hieronder: 28
januari) .
Centraal hierin stond de draai van Lord Goldsmith, de belangrijkste juridische
adviseur van de Britse regering. Diens aanvankelijke scepsis ten aanzien van
de legitimatie van de oorlog, op 13 maart nog volop aanwezig, bleek op 17 maart
te zijn verdampt. Tot op heden staat de vraag open hoe dat heeft kunnen gebeuren.
Ook voor Nederland had de draai van Goldsmith betekenis. In het cruciale debat
van 18 maart 2003 overtuigde premier Balkenende de Tweede Kamer met de door
Goldsmith geproduceerde rechtsgrond – overigens
zonder die te kunnen overleggen.
Het veto leidde tot brede teleurstelling in het Lagerhuis, waar werd benadrukt
dat de besluitvorming in 2003 het vertrouwen in de politieke leiding heeft
aangetast en het volkenrecht heeft ondergraven. Andrew MacKinlay, Lagerhuislid
namens Labour, zei tot aan zijn dood spijt te zullen houden van het feit dat
hij destijds heeft geloofd in de beweringen van Blair c.s. over de vermeende
dreiging die uitging van Irak: ‘Ik had ze nooit van mijn leven moeten vertrouwen’. De
Conservatieven spraken hun steun uit voor het veto-besluit, maar drongen aan
op een nieuw grondig onderzoek naar de Britse besluitvorming. Overigens is zo’n
onderzoek, in navolging van een aantal eerdere onderzoeken,
door premier Brown al aangekondigd om van start te gaan op het moment dat de
laatste Britse militair komende zomer Irak heeft verlaten.
Lees het artikel.
• De vandaag gepresenteerde commissie-Davids, die onderzoek gaat doen
naar de besluitvorming rond de Nederlandse steun aan de invasie van Irak, bestaat
voornamelijk uit wetenschappers. Dat schrijft Trouw op haar website.
De bekendste commissieleden zijn historicus en jurist Cees Fasseur en historicus
Marjan Schwegman, directeur van het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie.
De overige leden van de acht koppen tellende commissie zijn politiedeskundige
Monica den Boer, deskundige internationaal publieksrecht Nico Schrijver, staatsrechtdeskundige
Tim Koopmans en oud-diplomaat en -ambassadeur Peter van Walsum. Voorzitter
is Willibrord Davids, oud-president van de Hoge Raad, en secretaris is Koos
van der Bruggen.
Davids heeft geen gehoor gegeven aan de wens van premier Balkenende om enkele
ministers van Staat op te nemen. Gezien hun politieke achtergrond en gebrek
aan onderzoekservaring acht hij hen minder geschikt.
Trouw schrijft verder dat Davids liet doorschemeren dat de beoogde
uiterlijke rapportagedatum van 1 november wellicht niet wordt gehaald. Een
en ander is afhankelijk van de indiening van vragen door de Eerste en Tweede
Kamer. Ook burgers kunnen informatie aanleveren via een website die daarvoor
in gebruik zal worden gesteld. Davids heeft er vertrouwen in dat zijn commissie
inzage zal krijgen in al het relevante vertrouwelijke materiaal, zoals notulen
van de Ministerraad en informatie van de inlichtingendiensten.
Lees het artikel.
19 februari 2009
• De Eerste Kamer maakt bekend dat de fracties van de PvdA, ChristenUnie
(mede namens de SGP), SP, GroenLinks, D66 en de Partij voor de Dieren vandaag
aanvullende schriftelijke Irak-vragen aan de regering hebben gesteld. Het betreft
vervolgvragen op de op 7 mei 2008 ingediende vragen, waarop de regering op
19 december 2008 antwoordde. Die antwoorden werden algemeen als ontoereikend
beschouwd, en Kamervoorzitter Timmerman-Buck kondigde de vervolgvragen onlangs
al per brief aan de regering aan.
De PvdA-fractie dient opnieuw tientallen vragen in. Net als de fracties van
de ChristenUnie en de SGP (vijf vragen) verwacht de PvdA dat de regering de
vragen rond 1 november a.s., wanneer ook het rapport-Davids verschijnt, beantwoordt.
De fracties van de SP, GroenLinks, D66 en de Partij voor de Dieren willen allereerst
antwoord op elf eerdere vragen die niet of slechts gedeeltelijk zijn beantwoord,
en dienen daarnaast dertien nieuwe vragen in. Deze fracties verwachten dat
de regering binnen zes tot acht weken met antwoorden komt.
Lees het nieuwsbericht van de Eerste Kamer.
Lees de vragen van PvdA, ChristenUnie en SGP.
Lees
de vragen van SP, GroenLinks, D66 en PvdD.
17 februari 2009
• In een kort artikel doet NRC Handelsblad verslag van het Irak-debat
van vandaag in de Tweede Kamer (zie hieronder).
Lees het artikel.
• Nog geen twee weken geleden stemde de Tweede Kamer met kleine meerderheid
in met een voorstel van premier Balkenende om alle aan de kwestie-Irak gerelateerde
vragen door te schuiven naar de onderzoekscommissie-Davids. Balkenende dacht
hiermee tot november verlost te zijn van Irak-besognes. Maar vanmiddag al wachtte
hem het volgende Irak-debat.
De oppositie had het al aangekondigd: onthullingen en ander nieuws in de kwestie-Irak
zullen gewoon weer tot vragen en debatten leiden, waaraan de regering geacht
wordt volop mee te werken, bijvoorbeeld door vragen binnen de gebruikelijke
termijn te beantwoorden. De oppositie meent dat het individuele recht op informatie
van parlementariërs niet kan worden overruled door een besluit van de
regering of een Kamermeerderheid. Dat zou bovendien de Kamerleden belemmeren
in hun voornaamste taak: het controleren van de regering.
Het door Agnes Kant (SP) aangevraagde interpellatiedebat draait om de uitspraken
van voormalig topambtenaar Hans Siepel (zie hieronder: 6 februari). Kant wil
een reactie van de regering op die uitspraken en heeft een aantal schriftelijke
vragen ingediend. In het debat onderstreept zij dat het fenomeen waarop
Siepel wijst urgent is; Nederland kan ieder moment opnieuw voor een besluit
over het al dan niet steunen van militair ingrijpen komen te staan, en dan
moet de indruk dat de voorlichting daarover politiek wordt gestuurd zijn weggenomen.
Ook andere partijen hebben vragen. Mariko Peters (GroenLinks) wil van de premier
weten of Nederland de Verenigde Staten destijds blind heeft gesteund, op welke
wijze de regering daarbij rekening heeft gehouden met de opinie van de bevolking,
en wat hij vindt van de suggesties van Siepel voor een zorgvuldiger overheidscommunicatie.
Raymond de Roon (PVV) wil weten of de regering de bevolking destijds ‘een
fopspeen’ heeft voorgehouden. En Alexander Pechtold (D66) vraagt of de
commissie-Davids met alle (voormalige) topambtenaren zal spreken die inmiddels
kritische informatie over het regeringsbesluit van maart 2003 naar buiten hebben
gebracht.
Balkenende weigert categorisch op de vragen in te gaan. Hij stelt dat de regering
de vragen naar de commissie-Davids zal doorsturen, en na het verschijnen van
het rapport-Davids aanvullende antwoorden zal verstrekken als daar reden voor
is. Daarnaast wijst hij op een brief
aan de Kamer van 2 mei
2005, waarin de regering vragen van de PvdA over eerdere uitspraken van Siepel
(in Trouw van 9 april 2005) beantwoord.
Gezien het uitblijven van antwoorden draait het debat grotendeels om de vraag
of een meerderheid van de Kamer het individuele recht op informatie van de
minderheid ‘op termijn kan zetten’ (Pechtold) c.q. kan ‘kaltstellen’ (De
Roon). Kant spreekt van ‘obstructie van de parlementaire democratie’ door
de regering. Pechtold signaleert dat het recht op het stellen van vragen nu
bij het individuele Kamerlid ligt, maar het recht om antwoord te krijgen wordt
gedicteerd door een Kamermeerderheid. Hij vraagt dit principiële punt
los te zien van de kwestie-Irak en spreekt van ‘een glijbaan’:
nu gaat het om een periode van negen maanden, maar het zou evengoed om een
veel langere periode kunnen gaan. Hij herinnert er bovendien aan dat de termijn
voor het beantwoorden van een groot aantal Kamervragen al was verstreken toen
de Kamer instemde met de negen maanden uitstel. En hij kondigt aan dat hij
het recht op informatie zal blijven opeisen.
Martijn van Dam (PvdA) laat blijken weinig gelukkig te zijn met het debat.
Hij meent dat de vragen over de uitspraken van Siepel belangrijk zijn, maar
ook een herhaling van de vragen die zijn fractie in 2005 stelde naar aanleiding
van Siepels interview met Trouw. Die vragen werden toen onbevredigend
beantwoord, zoals vrijwel álle vragen inzake Irak jarenlang onbevredigend
zijn beantwoord. Van een herhaling van vragen valt dan ook niets te verwachten,
van het onderzoek van Davids daarentegen wel; eindelijk kunnen de feiten boven
tafel komen. In dat licht vindt Van Dam negen maanden wachten niet onoverkomelijk. ‘Tel
uw zegeningen’, zegt hij.
Kant en andere oppositieleden bestrijden dat hun vragen een herhaling van eerdere
vragen zijn, en Kant werpt Van Dam voor de voeten: ‘U staat toe dat mijn
vragen niet worden beantwoord door de regering.’ Op zijn beurt heeft
Van Dam harde kritiek op De Roons PVV: juist die partij heeft zich steeds tegen
opheldering van de kwestie-Irak gekeerd, en PVV-leider Geert Wilders sprak
zelfs in een debat de hoop uit dat er de rest van deze eeuw niet meer over
zou worden gedebateerd.
In een reactie op de kritiek uit de Kamer stelt Balkenende dat de keuze voor
de route-Davids een meerderheidsbesluit van de Kamer is. Van obstructie van
de democratie is volgens hem geen sprake, en evenmin is het informatierecht
in het geding; dit recht is nu ‘geïncorporeerd in het werk van de
commissie’.
De meningsverschillen op dit punt blijven dus ook na het debat bestaan. Wel
levert het debat verduidelijking op van de rol van de regering rond de rapportage
van Davids. De regering zal nagaan of in het rapport van Davids alle vragen
uit de Eerste en Tweede Kamer volledig zijn beantwoord. Is dat niet het geval,
dan zal zij aanvullende antwoorden geven. Tot het moment dat Davids zijn werk
afrondt, zal de regering alle Irak-vragen naar de commissie doorsturen. Op
aanvullende vragen over het rapport-Davids en op eventuele nieuwe Irak-vragen
die op dat moment ter tafel komen zal de regering binnen de gebruikelijke termijn
antwoorden.
13 februari 2009
• Voormalig minister van Defensie en Tweede-Kamerlid Henk Kamp (VVD)
was jarenlang een van de grootste tegenstanders van een Irak-onderzoek. En
ook nu zijn partij voor een parlementaire enquête pleit voelt hij er
niets voor, vertelt hij bij Pauw & Witteman: ‘Wat mij betreft
is er helemaal geen onduidelijkheid over die besluitvorming destijds. Balkenende
heeft het namens de regering ik geloof veertien keer in de Kamer verteld en
hij heeft volgens mij geen woord verkeerd gezegd.’
Vragen over de besluitvorming ziet Kamp niet, en daar is het de VVD in haar
pleidooi voor een enquête volgens hem ook niet om te doen: ‘Ze
hebben vastgesteld dat er al veertien, vijftien... Iedere keer maar weer opnieuw
wordt die zaak weer ter discussie gesteld. En op een gegeven moment komt men
in de fractie tot de conclusie: ja dat is toch wel... Het blijft maar doorzieken,
terwijl er volgens ons niks aan de hand is. Dan maar een onderzoek.’
Kamp bepleit dat in het onderzoek rekening wordt gehouden met de gevoeligheid
van informatie van de inlichtingendiensten: ‘Ik denk dat het niet goed
is dat je alle informatie van veiligheidsdiensten op straat gooit. Wij als
Nederland zijn voor de veiligheid van onze militairen mede afhankelijk van
informatie van andere veiligheidsdiensten. En als wij die informatie van die
veiligheidsdiensten op een gegeven moment bekendmaken, dan denken die veiligheidsdiensten
van Amerika en Engeland van: laten we terughoudend zijn met Nederland, want
je weet niet wat er later allemaal mee gaat gebeuren.’ Onbesproken blijft
de vraag of het niet noodzakelijk is na te gaan of de informatie van de Nederlandse
en buitenlandse veiligheidsdiensten over Irak wel deugde. Ook blijft ongenoemd
dat de Nederlandse militairen in meerderheid juist vóór een Irak-onderzoek
zijn, zoals Nova vorig jaar vaststelde (zie hieronder: 29 mei 2008).
De presentatoren leggen Kamp enkele onthullingen van de laatste tijd voor.
Witteman vraagt of Kamp destijds de aan hem gerichte notitie in het kabinet
heeft besproken waarin de directeur Juridische Zaken van het ministerie van
Defensie Ybema uiteenzette dat de rechtmatigheid van eventuele steun aan de
invasie van Irak twijfelachtig was. Kamp wijst erop dat het kabinet veel informatie
kreeg, zowel ambtelijke adviezen, informatie uit openbare bronnen en informatie
van de eigen en buitenlandse inlichtingendiensten. ‘Het is zo dat je
een heleboel informatie krijgt. Uiteindelijk maak je een afweging en dan doe
je een voorstel aan de Ministerraad. In dit geval is dat gebeurd door de minister
van Buitenlandse Zaken en door mij. En ik weet niet precies meer welke overwegingen
we daaraan ten grondslag hebben gelegd in die brief, maar de relevante informatie
die van belang is voor de besluitvorming, die wordt in de brieven vernoemd
en die wordt ook in het kabinet gedeeld.’
Maar is het niet uiterst belangrijk dat Ybema liet weten dat er, zonder een
nieuwe Irak-resolutie van de Veiligheidsraad, geen rechtsgrond bestond voor
de Nederlandse steun, wil Pauw weten. Kamp: ‘U vergist zich daarin. Het
is niet zo dat je alleen maar precies gaat kijken van: hoe zit het nu juridisch
in elkaar? En dat je op grond van een juridische afweging tot een besluit komt.
We zijn er als politici. We zijn politieke bestuurders. We moeten in gevallen
die zich voordoen politieke afwegingen maken. Juridische aspecten zijn van
belang, andere aspecten zijn ook van belang. Dat geheel wordt gewogen en dan
kom je tot een besluit.’
Wie heeft dan bepaald of de rechtsgrond voldoende was, en met welke autoriteit,
vraagt Pauw. Kamp licht toe waarom het kabinet destijds besloot dat er geen
militaire steun zou worden verleend. De reden daarvoor lag – en dat
horen we nu voor het eerst – vooral in de demissionaire status van het
kabinet-Balkenende I: ‘Op dat moment was er een situatie dat er een demissionair
kabinet was, en er waren onderhandelingen gaande tussen CDA en PvdA. En wij
hebben toen gezegd, over de vraag of wij daar militair op de één
of andere wijze militair bij betrokken wilden zijn, nemen wij geen besluit,
want wij vinden dat niet passen bij een demissionaire regering. Wij denken
bovendien dat dat de onderhandelingen tussen PvdA en CDA zou kunnen storen.
En je loopt nog een keer de kans dat je nu besluit A neemt en dat een nieuwe
regering zegt: onze lijn is B. Dan ben je als Nederland niet consistent en
daarom hebben wij daar geen besluit over genomen.’
Onduidelijk blijft waarom dit stanpunt niet destijds al door het kabinet naar
buiten is gebracht, en hoe deze lezing van de gang van zaken te rijmen valt
met de recente openbaarmaking van documenten van Defensie door RTL Nieuws,
waaruit valt te concluderen dat het kabinet pas op het allerlaatste moment
besloot van militaire steun af te zien (zie hieronder: 27 januari). Onduidelijk
blijft bovendien waarom de door Kamp genoemde bezwaren niet ook voor politieke
steun zouden gelden.
Dat er een stevige rechtsgrond voor (steun aan) ingrijpen in Irak bestond,
staat voor Kamp vast: ‘De rechtsgrond was ook volstrekt duidelijk. Wij
hebben gezegd van: de Veiligheidsraad die maakte zich erg ongerust over wat
er in Irak gebeurde. En terecht, want daar was iemand de baas die in een oorlog
met Iran een miljoen doden had veroorzaakt, die al een keer Koeweit was binnengevallen,
die de Koerden probeerde te vernietigen in het noorden en de sjiïeten
in het zuiden, en daar waren we dus erg ongerust over en de Veiligheidsraad
ook. En die heeft gezegd: wij willen onderzoeken hebben daar om te weten wat
er aan de hand is en wat er niet aan de hand is. En die man, Saddam Hoessein,
die werkte daar met zijn regime niet aan mee. Hij is gewaarschuwd: serious
consequences als hij niet zou meewerken. Hij werkte niet mee, en om die
reden hebben wij politieke steun gegeven. Dat is de afweging geweest.’
Over de uitspraak van de voormalige Amerikaanse onderminister Armitage dat
de benoeming van Jaap de Hoop Scheffer tot secretaris-generaal van de Navo
mede een gevolg was van de Nederlandse steun aan de Irak-oorlog (zie hieronder:
29 januari) zegt Kamp: ‘Ik denk dat dat er helemaal niets mee te maken
heeft gehad. Ik heb dat vanaf het begin meegemaakt en ik heb veel contact met
Jaap de Hoop Scheffer gehad. Daar ging het dus helemaal nooit over. Ik heb
nooit de indruk gehad dat dat ook maar ergens op de achtergrond meespeelde.
Die man is als minister van Buitenlandse Zaken verantwoordelijk voor het buitenlandse
beleid, en die was daar heel zuiver en heel consequent. Ik probeerde net zo
te zijn op het gebied van defensie en de premier met zijn verantwoordelijkheid.
En zo zijn wij tot conclusies gekomen, en dat soort dingen heeft daar helemáál
geen rol in gespeeld.’
Kamp is bereid tegenover welke onderzoekscommissie dan ook in alle openheid
te vertellen ‘wat er destijds gebeurd is’. Zoals hij ook probeert
journalisten altijd ‘goed te antwoorden’: ‘Ik vind, journalisten
vertegenwoordigen het volk, en ik moet als ik politicus ben gecontroleerd worden
door het volk.’
Bekijk de uitzending.
11 februari 2009
• Bert Wagendorp vraagt zich in zijn column in de Volkskrant af ‘hoe
ver Balkenende durft te gaan in zijn deconfiture van de democratie’.
Hij refereert daarbij aan de vragen die de oppositie in de Tweede Kamer heeft
gesteld over de uitspraken van Hans Siepel (zie hieronder: 6 februari), en
het voornemen van de regering om elke vraag over de kwestie-Irak door te spelen
naar de commissie-Davids. ‘Zijn wij in 2003 door Balkenende behandeld
als onnozele idioten?’ ‘Heeft hij de Kamer en het volk voor de
gek zitten te houden met praatjes voor de vaak, terwijl alles al lang was bekokstoofd?’ We
horen het in november. Misschien.
Wagendorp wijst ook op een andere oud-voorlichter, Bert Kreemers van Defensie,
die in een proefschrift schetst dat bij de aanschaf van gevechtsvliegtuigen (zoals
de JSF) hetzelfde principe wordt gevold: het besluit staat allang vast, alleen
worden gaandeweg nog argumenten bedacht om het te rechtvaardigen. En net als
indertijd bij Irak worden critici – waaronder de Rekenkamer – stelselmatig
genegeerd.
Terecht voegt Wagendorp hieraan toe dat het zeer te betreuren is dat voorlichters
het volk pas écht voorlichten als ze hun post al jaren hebben verlaten.
Lees het artikel.
• Onder de kop ‘Geen boodschap aan Balkenendes
radiostilte’ gaat de Volkskrant in op het komende
interpellatiedebat in de Tweede Kamer over de uitspraken van
oud-topambtenaar Hans Siepel (zie hieronder: 10 februari,
De Pers). Het is nog maar een week geleden dat de Tweede Kamer
een voorstel van de premier overnam om alle aan de kwestie-Irak
gerelateerde vragen door te schuiven naar de commissie-Davids.
Balkenende dacht hiermee tot november verlost te zijn van
verdere vragen en debatten. Desondanks wacht hem nu het volgende
spoeddebat. Het stellen van vragen en het ter verantwoording
roepen van de regering is een parlementair grondrecht, dat
niet ‘verdaagd’ kan worden. Om die reden agendeerde
het presidium het door de SP aangevraagde debat resoluut.
De vraag is nu of de premier antwoord zal geven. Femke Halsema
(GroenLinks) is bang voor een ‘rituele dans’,
aangezien een Kamermeerderheid vereist is om antwoorden af
te dwingen. Die meerderheid is echter bereid het verslag van ‘Davids’ afwachten,
dat pas over negen maanden klaar is. In dat geval is het wachten
op de volgende uitspraak of onthulling, die tot een herhaling
van zetten en bijbehorende onrust zal zorgen. Agnes Kant (SP)
kondigde aan het hoog te zullen spelen, en heeft andere getergde
oppositiepartijen aan haar zijde. Net als in de Eerste Kamer
zal de kwestie-Irak ook in de Tweede Kamer tot een principële
verkenning van democratische grondrechten leiden.
Lees het artikel.
10 februari 2009
• Namens de leden van de Eerste Kamer stuurt de Kamervoorzitter,
mevrouw Timmerman-Buck, een antwoord aan premier Balkenende
op diens brief van 2 februari jl. De voorzitter
laat weten dat de Senaat kennis heeft genomen van het voornemen
van de regering om de commissie-Davids te installeren, en
dat de verantwoordelijkheid van de regering zelf te achten.
Uit het antwoord spreekt verbazing over het feit dat Balkenende
vraagt om een teken van ‘geen beletsel’, wat gezien
de voorgaande zin feitelijk betekenisloos lijkt te zijn. De
brief specificeert desondanks de minimale meerderheid van
de Senaat die inderdaad ‘geen beletsel’ ziet,
maar benadrukt dat de overige fracties ‘een andere opvatting
is toegedaan’.
Mevrouw Timmerman-Buck kondigt verder aan dat de verantwoordelijke
Kamercommissie (BDO) op 17 februari a.s. spreekt over de voorgenomen vervolgvragen van
de Senaat aan de regering. Zij benadrukt dat de Senaat conform
het staatsrecht verwacht dat die vragen worden beantwoord
door de regering, en niet door de commissie-Davids. Zij voegt
daaraan toe dat de genoemde overige fracties bovendien verwachten
dat ‘deze beantwoording binnen de gebruikelijke termijn
zal geschieden’.
Lees
het antwoord van de Eerste Kamer.
• NRC Handelsblad meldt dat de Eerste Kamer
heeft ingestemd met de instelling van de commissie-Davids,
die de Nederlandse politieke steun aan de oorlog in Irak in
2003 zal onderzoeken (zie hieronder: 2 februari). Onenigheid
bestaat echter over de beantwoording van vragen die de Eerste
Kamer op 17 februari a.s. zélf aan de regering zal
stellen.
Een minimale meerderheid (het verschil bedraagt slechts twee
zetels) van Senatoren neemt genoegen met uitstel tot de commissie-Davids
zijn werk heeft afgerond. De voltallige oppositie meent echter
dat ‘Davids’ de regering niet van de grondwettelijke
plicht ontslaat om vragen uit het parlement binnen een redelijke
termijn te beantwoorden: ‘”De Eerste Kamer heeft
geen relatie met een commissie. Wel met het het kabinet, waar
wij heldere antwoorden van eisen, binnen de als redelijk geldende
termijn van enkele weken”, aldus Tof Thissen, fractievoorzitter
voor GroenLinks, die de commissie-Davids een “staatsrechtelijk
monstrum” noemt’. Volgens SP-Senator Tiny Kox
heeft de oppositie in dit verlangen ‘zowel het geschreven
als ongeschreven staatsrecht’ aan haar zijde.
Ook in de Tweede Kamer had de oppositie moeite met het feit
dat het parlement negen maanden buitenspel wordt gezet, wachtend
op de conclusies van de commissie–Davids. De eerste
uitzondering op deze amper een week oude afspraak meldt zich
echter nu al aan, in de vorm van een door de SP aangevraagd
interpellatie-debat met premier Balkenende over uitspraken
van voormalig topambtenaar Hans Siepel (zie hieronder: 6 februari).
Of de Kamer antwoord krijgt van het kabinet moet worden afgewacht,
gezien het door de Kamer geratificeerde voornemen van Balkenende
om alle vragen over de kwestie-Irak door te geleiden naar
de comissie-Davids. Duidelijk is dat de kwestie-Irak – ondanks
de poging om via een onderzoekscommissie de rust rond het
turbulente dossier te herstellen – in beide Kamers uitgroeit
tot een ultieme test voor het staatsrecht – een formele
omschrijving voor de strijd om de macht die zich defacto afspeelt
tussen de burger en zijn eigen regering.
Lees het artikel.
• ‘Premier Jan Peter Balkenende (CDA) moet binnenkort
opnieuw naar de Tweede Kamer om opheldering te geven over
de gang van zaken rond het verlenen van Nederlandse steun
aan de Amerikaanse inval in Irak in 2003.’ Dit schrijft De
Pers. Aanleiding voor het door de SP aangevraagde
spoeddebat vormen de uitspraken van voormalig topambtenaar
Hans Siepel (zie hieronder: 6 februari). Ook De Pers signaleert
de breuk met het voornemen van Balkenende om alle vragen over
de kwestie-Irak door te geleiden aan de commissie–Davids: ‘Balkenende
wilde daarmee [juist] een einde maken aan de eindeloze reeks
Kamervragen en spoeddebatten over de kwestie’.
Lees het artikel.
9 februari 2009
• RTL Nieuws maakt op haar website melding
van een interview dat de internetsite re.Public hield
met voormalig topambtenaar Hans Siepel (zie hieronder: 6 februari).
Als hoofd van de strategiegroep-Irak was Siepel verantwoordelijk
voor de communicatie over de besluitvorming die leidde tot
de Nederlandse steun aan de oorlog tegen Irak. Siepel, destijds
plaatsvervangend directeur Voorlichting bij het ministerie
van Binnenlandse Zaken, stelt in het interview dat ‘de
hele besluitvorming over de Nederlandse steun aan de
invasie van Irak vooraf al vaststond’, en dat alleen
nog gezocht werd naar een passende redenering. Siepel stelt
dat het kabinet de strategiegroep expliciet de opdracht gaf
het centrale uitgangspunt in de besluitvorming niet naar buiten
te brengen. Openheid over Irak verspreidde een persbericht om
dit onopgemerkt gebleven interview onder de aandacht van de
media te brengen, en drong bij de Tweede Kamer aan om opheldering
te vragen van de regering.
Lees
het artikel.
• Onder de kop ‘Nederlandse steun aan de aanval
op Irak was een uitgemaakte zaak’ maakt ook het Algemeen
Dagblad melding van het interview met Hans Siepel. De
kern van diens uitspraken wordt in één zin weergegeven: ‘De
vraag was niet óf we de VS in Irak zouden steunen,
de vraag was alleen welke argumentatie we daarbij zouden verzinnen.’
Lees het artikel.
• Simon Rozendaal, wetenschapsredacteur van Elsevier, vertelt in
zijn column op Elsevier.nl dat hij de vrijdag ervoor tijdens een lunch
een opmerkelijke inval kreeg: niet de Nederlandse steun aan de Irak-oorlog moet
worden onderzocht, maar ‘het schandaal van de HSL’. In een tirade
over dit in zijn ogen megalomane en overbodige project draagt Rozendaal voor
dat laatste een waslijst aan argumenten aan. Maar waarom zou daar het Irak-onderzoek
voor moeten wijken? Rozendaal heeft er welgeteld één zin voor over: ‘Iedereen
dacht toen dat Saddam Hussein massavernietigingswapens had en bovendien, het
is toch heerlijk dat deze smeerlap weg is?’ Dat Elsevier een vrijplaats
is geworden voor enkeldiepe redeneringen en rancuneuze publicisten is al langer
bekend, maar dat een erkende wetenschapper met betrekking tot een van de grote
kwesties van deze tijd niet verder komt dan de opinie van een ongeïnformeerde
passant is uiterst alarmerend.
Lees
het artikel.
• Waarom gaat Nederland in tegenstelling tot andere landen zo verkrampt
om met het Irak-onderzoek, vraagt de Volkskrant zich af. Zes jaar
hangen en wurgen monden nu opnieuw uit in achteraf gepraat – net zoals
bij de onderzoeken naar onderwijsvernieuwing, Srebrenica en de Bijlmerramp. ‘Het
kwaad is geschied, we zijn het alweer bijna vergeten en dan gaat het Nederlandse
parlement nog even beoordelen wat er allemaal mis is gegaan. Die “achterafdemocratie” roept
de vraag op of de energie die is gemoeid met zo’n onderzoek, soms niet
beter eerder in het proces kan worden gestoken. Zodat fouten worden voorkomen
in plaats van geëvalueerd’ – aldus de krant.
In het stuk geven verschillende deskundigen hun mening. Alexander Pechtold
(D66-Kamerlid) denkt dat parlementaire onderzoeken in feite worden gezien als
motie van wantrouwen jegens het kabinet. Hij meent dat de Kamer veel vaker
onderzoek zou moeten doen naar de ‘thema’s van het moment’. Bert van den Braak, parlementair
historicus aan de Universiteit Leiden, bepleit hetzelfde: ‘Dat enquêterecht
is ooit ingevoerd om maatschappelijke kwesties in kaart te kunnen brengen, zodat
de Kamer op basis van zelf vergaarde informatie een afweging maakt. Nu lijkt
het alsof een parlementaire enquête alleen is bedoeld ter verantwoording
achteraf en om eventuele schuldigen te kielhalen.’
Herman Tjeenk Willink, vicepresident van de Raad van State, noemde parlementaire
onderzoeken ‘een uiting van het falen van de normale parlementaire controle-instrumenten’.
Ergo: als de Kamer zijn werk beter doet, hoeven we later niet uit te zoeken wat
er mis is gegaan. Tjeenk Willink hekelt de te nauwe band tussen het kabinet en
de coalitiepartijen in de Kamer. Hoe kan de Kamer de regering controleren als
de meerderheid zich heeft vastgelegd op de afspraken en taboes van het regeerakkoord?
Arthur Docters van Leeuwen, oud-procureur generaal en voormalig hoofd van de
Binnenlandse Veiligheidsdienst, vindt ook dat de Tweede Kamer zijn onderzoeksfunctie
veel serieuzer moet nemen, en voert daar nog een argument voor aan: ‘Door
onderzoek in te stellen naar incidenten, laat je zien dat je je als machtigste
instituut van dit land iets aantrekt van de onderwerpen die de burger op dat
moment echt raken.’ Hij wijst erop dat in landen als de VS en Engeland
onderzoeken en hoorzittingen de normaalste zaak van de wereld zijn. ‘In
Nederland doen we er veel te traumatisch over.’
Lees het artikel.
7 februari 2009
• NRC Handelsblad blikt onder de kop Zoektocht naar Irak-onderzoekers vooruit
naar de samenstelling van de commissie-Davids. In het artikel wordt duidelijk
dat Davids een principiële keuze heeft: moet de (bestuurlijke) rust
rond de kwestie-Irak worden hersteld of moet de waarheid boven tafel?
‘De parlementaire geschiedenis leert: het eerste kan niet zonder het tweede’,
aldus Carla van Baalen, hoogleraar parlementaire geschiedenis aan de Universiteit
Nijmegen. Zij pleit voor het opnemen van deskundigen in de commissie, en heeft
geen fiducie in de door premier Balkenende gedane suggestie voor het opnemen
van ministers van Staat, wier loyaliteit te zeer verbonden is met het politieke
bedrijf. Dat verhoudt zich slecht met de gevraagde onafhankelijkheid, aldus Van
Baalen.
PvdA-senator Klaas de Vries spreekt van ‘een ingrijpende onderzoeksklus’,
waarbij Davids als voorzitter ‘goed in de gaten moet houden dat ambtenaren
niets weghouden, dat zijn medewerkers zich niet met een kluitje in het riet laten
sturen, maar dóórvragen’. Over mogelijke commissieleden zegt
De Vries: ‘Mensen die actiebewust en onderzoeksgericht zijn. Die er bovenop
zitten en de onderste steen boven willen hebben.’ Ook hij is sceptisch
ten aanzien van oud-politici die mogelijk ‘te veel meedenken met het bestuur,
in plaats van de feiten zonder erbarmen op een rij te zetten’.
Liesbeth Zegveld, hoogleraar internationaal humanitair recht aan de Universiteit
Leiden, pleit voor het opnemen van een hoogleraar volkenrecht in de commissie.
Volgens haar was de Nederlandse legitimatie voor steun aan de oorlog juridisch
van aard, en is het van belang om de claim van Balkenende te onderzoeken dat
er ook internationale rechtsgeleerden zijn die meenden dat de oorlog níet
in strijd was met het internationale recht. Zegveld: ‘Als dat zo is, dan
moet de commissie die rechtsgeleerden opsporen en het gewicht van hun argumenten
wegen. Daarvoor heb je minstens één jurist van gezag nodig.’
Als mogelijke kandidaat noemt zij Peter Kooijmans, oud-minister van Buitenlandse
Zaken, volkenrechtdeskundige, en minister van Staat. Kooijmans schat zijn kansen
echter laag in: ‘De regering kent mijn opvatting over de afwezigheid van
een volkenrechtelijk mandaat voor oorlog. Dat zal, vermoed ik, mijn kansen niet
vergroten.’
Lees
het artikel.
• Het Algemeen Dagblad publiceert een artikel over de burgerbeweging ‘Openheid
over Irak’, waarin de drie medewerkers van het eerste uur – Allard
de Rooi, Hein van Meeteren en Martijn de Rooi – vertellen over hun motivatie
en de lange strijd die zij moesten voeren. ‘Wij hebben laten zien dat
bevlogen burgers zo’n issue op de agenda kunnen krijgen als ze bereid
zijn te leven met het cynisme van politici, medeburgers en media.’
Lees het artikel.
6 februari 2009
• De website van re.Public plaatst onder de kop ‘De overheidscommunicatie
moet op de schop’ een even opmerkelijk als lezenswaardig interview met
voormalig topambtenaar Hans Siepel. Siepel, van 1997 tot 2005 plaatsvervangend
directeur Voorlichting bij het ministerie van Binnenlandse Zaken, is zeer kritisch
over de wijze waarop de overheid met de bevolking communiceert. In zijn betoog
betrekt hij de communicatie rond de besluitvorming over ‘Irak’.
Siepel legt uit hoe het kabinet van meet af aan de ‘institutionele keuze’ maakte
om de oorlog tegen Irak te steunen, en alleen nog op zoek was naar een passende
redenering om die aan de kritische bevolking te communiceren.
Siepel bevestigt een beeld van de besluitvorming waarvoor al veel langer aanwijzingen
bestaan, en dat in landen als de VS en Engeland inmiddels de bewezen realiteit
is. Nog maar een maand geleden publiceerde NRC
Handelsblad een
brisant artikel waaruit bleek dat ambtenaren op het ministerie van Buitenlandse
Zaken opdracht kregen om de al vaststaande steun aan de oorlog van een – in
dit geval juridische – argumentatie te voorzien. Alles wijst erop dat het
kabinet de ambtelijke instanties heeft ingezet om de door de bevolking ongewenste
steun aan de oorlog te onderbouwen en aan diezelfde buger te verkopen.
In de aanloop naar de Irak-oorlog botste Siepel – als voorzitter van de
strategiegroep-Irak belast met de communicatie van het kabinet inzake de naderende
oorlog – hard met de onwrikbare vooringenomenheid van de regering: ‘Ik
vond dat het kabinet in haar standpuntbepaling rekening moest houden met de weerstand
in de samenleving. Maar de regering bewandelde alleen de institutionele kaders.
[…] De vraag was niet óf we de VS in Irak zouden steunen, de vraag
was welke argumentatie we daarbij zouden verzinnen’. De werkelijke reden
mocht niet gecommuniceerd worden. Siepel: ‘Het is nu eenmaal bijzonder
vreemd, en daarom begrijp ik dat een onderzoek voor sommigen bezwaarlijk is,
om inzichtelijk te maken dat de hele besluitvorming vooraf al vaststond. Dat
het niet ging, zoals in een volwassen democratie wordt verondersteld, om hoor
en wederhoor en argumentatie. Je kunt niet zeggen: Beste mensen, op basis van
onze posities en belangen stond vooraf al vast dat we de VS zouden steunen. We
hebben alleen nog naar een passende redenering gezocht.’
Siepel voert de kwestie-Irak op als ultiem voorbeeld van het proces waarin overheidscommunicatie
is verworden tot public relations voor ministers en kabinetsbeleid, en waarin
burgers worden overspoeld met ‘uitzendingen’ en campagnes. Het draait
hierbij niet om het transparant informeren van de burger, maar om het beheersen
van de beeldvorming. Niet de behoeftes van de samenleving staan centraal in de
overheidscommunicatie, maar die van de overheid zelf. Volgens Siepel is de gang
van zaken rond ‘Irak’ exemplarisch voor de dominante Haagse bestuurscultuur
met zijn institutionele werkelijkheid ‘die voorschrijft dat het spel gespeeld
wordt zoals het altijd wordt gespeeld’. Dat systeem is onveranderbaar,
zo ondervond Siepel aan den lijve: hij werd in 2005 ontslagen.
Siepel voorspelt dat de wal het schip zal keren. Oude instituties zullen ten
onder gaan als zij zich niet tijdig vernieuwen. Het bestuur, de ‘oude overheid’,
overleeft nog slechts dankzij haar monopolie op de publieke markt, maar zou als
product allang geen bestaansrecht meer hebben, en heeft dat qua vertrouwen van
de burger in feite ook al niet meer.
Wat te doen? Siepel bepleit harde maatregelen: ‘Haal een streep door de
Postbus 51-campagnes, hef de helft van de communicatieafdelingen op, laat journalisten
rechtstreeks met ambtenaren praten en laat de eigenheid en de afwegingen van
de ministers zien’. Hij wijst op Wouter Bos’ professionele optreden
tijdens de financiële crisis als voorbeeld van hoe het wél moet: ‘Bos
was er simpelweg toen hij er zijn moest. Dáár hebben we vertrouwen
in. Dáár hebben we waardering voor. En daar hoeft geen gelikt communicatieadvies
aan te pas te komen’.
Openheid over Irak attendeerde de media middels een persbericht op
het nog onopgemerkte interview, en nam het op in een open brief aan
de Eerste Kamer.
Lees het artikel.
5 februari 2009
• In een brief geeft Tweede Kamervoorzitter Gerdi Verbeet antwoord op
vragen van Alexander Pechtold (D66) en Mark Rutte (VVD), die willen weten hoe
zij het grondwettelijke recht van de Kamer op informatie van de regering zal
waarborgen. Aanleiding is het feit dat de Tweede Kamer gisteren akkoord ging
met de instelling van de commissie-Davids, en de daaruit voortvloeiende afspraak
dat alle (liggende zowel als opkomende) vragen over ‘Irak’ door
de regering zullen worden doorgeleid naar de commissie. Pechtold en Rutte willen
nu van de voorzitter weten hoe die afspraak zich verhoudt tot hun individuele
parlementaire recht.
Verbeet schrijft: ‘Er bestaat geen twijfel over dit grondwettelijk vastgelegde
recht van individuele Kamerleden (artikel 68). [...] De regering kan het verstrekken
van inlichtingen niet weigeren, op straffe van verlies van vertrouwen van de
Kamer. Het is de Kamer zelf die op de naleving van de grondwettelijke regeling
toeziet. Dit geldt ook voor een eventueel beroep van de regering op de grondwettelijke
uitzonderingsgronden.’
Over de termijn van beantwoording schrijft Verbeet dat de Grondwet daarover
niets bepaalt, maar dat de Tweede kamer in haar reglement van orde daarvoor
drie weken heeft gereserveerd. ‘Als de regering die termijn niet gaat
halen, wordt zij geacht de Kamer hiervan in kennis te stellen’.
Wat betreft de wijze van openbaar maken van informatie wijst Verbeet op de
fatsoenregel dat de Kamer informatie van de regering eerder onder ogen krijgt
dan anderen. ‘Het verdient veruit de voorkeur dat de regering belangrijke
verklaringen in de Kamer zelf aflegt zodat de Leden haar hierop kunnen bevragen
en zo hun grondwettelijke taken vorm en inhoud geven’.
Lees
de brief.
• In een interview op NRC-tv geeft Joost Oranje, chef van de
Haagse redactie van NRC Handelsblad, zijn visie op het komende Irak-onderzoek
van de commissie-Davids. Als een van de eersten deed Oranje diepgravend onderzoek
naar de besluitvorming omtrent de Nederlandse steun aan de Irak-oorlog. Dat
resulteerde in juni 2004 in het onthullende artikel Hollandse
oorlogslogica. Onlangs veroorzaakte Oranje opnieuw opschudding met de onthulling van een geheim
memorandum van juristen van het ministerie van Buitenlandse Zaken (zie hieronder:
17 januari). Daarin schreven zij dat de (steun aan de) invasie van Irak naar
hun mening onrechtmatig was. Hun memo was gericht aan hun minister, Jaap de
Hoop Scheffer, maar lijkt niet verder te zijn gekomen dan de secretaris-generaal
van het ministerie.
In het interview wijst Oranje erop dat naar aanleiding van zijn eerdere onthullingen
al bekend was dat juristen op het ministerie kritische geluiden hadden laten
horen, zelfs al vóór de invasie. En zij niet alleen: hetzelfde
geldt voor de directeur Juridische Zaken van het Ministerie van Defensie. Oranje: ‘De
waarde van het memorandum was veel meer dat daar heel duidelijk uit werd dat
die ambtenaren zeiden: men wilde eigenlijk onze tegenargumenten en kritische
geluiden niet horen. En dat is natuurlijk een heel belangrijk aspect om verder
uit te zoeken: hoe is dat gegaan, was er wel genoeg ruimte voor kritische geluiden,
werd dat inderdaad onder tafel geschoffeld en waarom was dat dan, liep Nederland
te hard achter Amerika aan en wat was daarvan de oorzaak? Dat is allemaal interessante
informatie om uit te zoeken en te boekstaven voor de historie.’
Met het instellen van de commissie-Davids, die deze en vele andere zaken gaat
onderzoeken, heeft premier Balkenende ‘een grote knieval’ gemaakt,
meent Oranje. ‘We weten nu dat het onderzoek er mag komen en dat er daarna
eventueel een parlementaire enquête mag komen, dus we zijn politiek gezien
een stap verder.’
Of er inderdaad een parlementaire enquête zal volgen op het onderzoek
van Davids valt volgens Oranje te bezien. Dat hangt af van de resultaten van
het onderzoek. ‘Maar de historie leert wel dat het parlement zélf
graag wil onderzoeken en zélf graag conclusies wil trekken. Dus de kans
is groot.’
Dat de oppositie moeite heeft met de instelling van de commissie-Davids is
inherent aan het werk van parlementariërs, zegt Oranje. Doordat het kabinet
negen maanden lang alle vragen zal doorschuiven naar de commissie, vindt de
oppositie ‘dat zij haar werk niet goed kan doen, namelijk zo snel mogelijk
antwoord krijgen van het kabinet, daarover kunnen debateren en vooral ook in
alle openheid kunnen controleren wat de regering doet. Want dat is natuurlijk
de belangrijkste taak van het parlement.’
Bovendien ‘zitten er staatsrechtelijk een paar hele curieuze punten aan
dit gebeuren’. Kamervragen naar aanleiding van bijvoorbeeld nieuwe onthullingen
zullen pas in november worden beantwoord, en dan niet door de regering zelf,
maar door de commissie-Davids. Oranje: ‘Maar zolang de meerderheid van
de Kamer daarmee blijft instemmen, blijft die situatie zoals die is, maar hij
blijft wel heel curieus.’
Bestaat de kans dat het onderzoek van invloed is op de volgende verkiezingen
voor de Tweede Kamer? Als de conclusies van de commissie-Davids bevredigend
zijn, zal de kwestie-Irak ruim voordien afgehandeld zijn ‘en is het voor
de verkiezingen echt helemaal weg’, meent Oranje. Maar als er een parlementaire
enquête volgt, ‘dan zal het een rol spelen in het verkiezingsproces,
want voor zo’n enquête helemaal is opgetuigd en voor de verhoren
beginnen gaan we gevaarlijk dicht naar de verkiezingsdatum toe.’
Zou dat gunstig of juist ongunstig zijn voor de PvdA, luidt de slotvraag. Dat
is volgens Oranje maar de vraag. Hij herinnert eraan dat er nog altijd onduidelijkheid
bestaat over de opstelling van de PvdA in de aanloop naar de oorlog. ‘Dus
ik denk niet – als het écht gepolitiseerd wordt in díe
sfeer – dat dat zich beperkt zal houden tot Balkenende en het CDA. Ik
denk dat dan meerdere partijen daar last van gaan krijgen.’
Bekijk het interview.
4 februari 2009
• De Tweede Kamer debateert
vandaag met premier Jan Peter Balkenende over het kabinetsvoorstel
tot instelling van de commissie-Davids, die onderzoek moet
gaan doen naar de besluitvorming betreffende de Nederlandse
steun aan de inval in Irak (zie hieronder: 2 februari). De
afgelopen dagen is al duidelijk geworden dat de fracties van
de regeringspartijen (CDA, PvdA en ChristenUnie) én
de SGP, samen goed voor 82 zetels, het voorstel steunen. Dat
het wordt aangenomen is dan ook geen verrassing.
Toch neemt het debat binnen de lange reeks Irak-debatten die
de afgelopen jaren in de Tweede Kamer zijn gevoerd een bijzondere
plaats in. In veel voorgaande debatten vroegen uiteenlopende
oppositiepartijen middels moties om een onderzoek. Geen van
die moties kreeg voldoende steun, en het kabinet bleef halsstarrig
volhouden dat onderzoek ongewenst en zinloos was. Maar nadat
zich in december in de Eerste Kamer een meerderheid vóór onderzoek had afgetekend, en ook in
de Tweede Kamer de roep om onderzoek steeds breder werd gesteund, is het nu plotseling
het kabinet zelf dat met een voorstel komt. Voor het eerst draait een debat niet
om de vraag óf er een onderzoek wordt ingesteld, maar om de vraag wat
voor soort onderzoek dat zou moeten zijn. Vrijwel de gehele oppositie pleitte
de afgelopen dagen voor instelling van een parlementaire enquête in plaats
van een onderzoek dat volgens deze partijen alleen in naam onafhankelijk is.
In het felle debat trekt de verontwaardigde oppositie die lijn door. D66-leider
Alexander Pechtold noemt het kabinetsvoorstel ‘een gotspe’. Hij is ‘verbijsterd’ dat
het onderzoek onafhankelijk wordt genoemd. Hoe kan een onderzoek onafhankelijk
zijn als de opdrachtgever zelf onderwerp van onderzoek is, vraagt hij zich af.
Ook Agnes Kant (SP) trekt fel van leer. Volgens haar is het kabinetsvoornemen
om alle liggende én komende Irak-vragen uit de Eerste en Tweede Kamer
gedurende de komende negen maanden niet te beantwoorden, maar door te schuiven
naar de commissie-Davids, ‘ongehoord’, ‘een blamage’ voor
de democratie en ‘obstructie van de parlementaire democratie’. Daarnaast
roept ze de PvdA-fractie op zich voor een parlementaire enquête uit te
spreken.
Fractievoorzitter Femke Halsema van GroenLinks sluit zich grofweg bij Pechtold
aan en spreekt van een ‘politieke’ in plaats van een ‘onafhankelijke’ commissie.
Net als de SP, D66 en andere oppositiepartijen spreekt zij zich uit voor een
parlementaire enquête, de onderzoeksvorm met de meest vérgaande
bevoegdheden, zoals het horen onder ede, de openbaarheid van de verhoren en de
verschijningsplicht. Dít is de ‘Koninklijke weg’ naar openheid
over Irak, stelt zij. Balkenendes voorstel voor een onafhankelijke commissie
vindt ze getuigen van ‘parlementaire minachting’.
VVD-leider Mark Rutte ontpopt zich tijdens het debat, net als de PVV en Rita
Verdonk, als voorstander van een parlementaire enquête. Hij noemt de uitkomsten
van het onderzoek van de commissie-Davids ‘op voorhand controversieel’.
En ook hij vindt dat de Kamer ‘buitenspel’ wordt gezet. Een ‘schoffering
van de Kamer’, aldus Rutte.
Fractievoorzitter Pieter van Geel namens het CDA en premier Balkenende namens
het kabinet vinden een onderzoek door de commissie-Davids de beste oplossing
voor de in hun ogen ‘chaotische situatie’ die rond het thema Irak
is ontstaan. Van Geel noemt het voorgestelde onderzoek ‘superieur’ aan
een parlementaire enquête, die volgens hem vanwege het ‘gepolitiseerde
klimaat’ en de ‘verpolitiekte sfeer’ in de Kamer onmogelijk
zuiver kan worden uitgevoerd. Met name Halsema zou, meent Van Geel, niet in staat
zijn tot het verrichten van een onafhankelijk parlementair onderzoek. Bovendien
lijden ondervraagden in een parlementaire enquête nogal eens zomaar aan ‘geheugenverlies’,
aldus Van Geel.
Ook Balkenende richt zijn pijlen op Halsema, die hij ‘achterdochtig naar
het kabinet’ noemt. Over de superioriteit van een onafhankelijk onderzoek
is hij minder stellig dan Van Geel. Hij erkent dat een parlementaire enquête
meer bevoegdheden kent, maar herhaalt het probleem van het plotselinge geheugenverlies.
De positie van de PvdA in het debat is pikant. De partij heeft jarenlang aangedrongen
op onderzoek, maar voelde zich begin 2007 tijdens de kabinetsformatie genoodzaakt
die eis onder zware druk van het CDA te laten vallen. Nu Balkenende zelf een
onderzoek voorstelt, is de PvdA niet langer gebonden aan de toen gemaakte afspraak,
een gegeven dat fractievoorzitter Mariëtte Hamer tijdens het debat koeltjes
constateert. In feite is hiermee de weg voor de fractie vrij om in te stemmen
met een parlementaire enquête. Dat doet Hamer evenwel niet. Ze stelt dat
de fractie het kabinetsvoorstel op de ‘eigen merites’ heeft beoordeeld,
en heeft geconcludeerd dat hiermee alle feiten in principe boven water kunnen
komen. Ze noemt het voorstel ‘kansrijk’, maar voegt daar met een
duidelijke zinspeling op een toekomstige enquête aan toe dat wanneer er
na 1 november ‘nog vragen zijn, wij niet zullen aarzelen het werk via het
parlement voort te zetten. We zijn nu begonnen aan de waarheidsvinding en houden
niet op tot alle vragen zijn beantwoord’. Hoewel niet van harte, ziet Balkenende
zich genoodzaakt te bevestigen dat de blokkade van een parlementaire enquête
in de Tweede Kamer nu tot het verleden behoort. Hamer laat tijdens het debat
verder weten het voor negen maanden opschorten van het beantwoorden van Kamervragen
door de regering geen bezwaar te vinden; ze stelt dat dit ‘de mores’ is
als er een onderzoek wordt ingesteld.
Tijdens het debat ontstaat onduidelijkheid over de grondwettelijke basis voor
het negen maanden lang niet beantwoorden van reeds gestelde en nog volgende Irak-vragen.
Pechtold stelt Tweede-Kamervoorzitter Gerdi Verbeet hierover een vraag. Uit haar
schriftelijke antwoord (zie hierboven: 5 februari) blijkt dat de Kamer zelf bij
meerderheid uitmaakt of wordt ingestemd met het opschorten van de beantwoording.
Volgens deze redenering delft de oppositie het onderspit, maar die legt zich
daar niet bij neer. Zij meent dat het recht op antwoord bij het individuele Kamerlid
ligt en kondigt aan vragen te zullen blijven stellen en daarop binnen redelijke
termijn antwoord van de regering te verwachten.
Tijdens het debat worden drie
moties ingediend, twee door Pechtold en één door Halsema. Beide moties van Pechtold – in
de ene wordt de Kamer opgeroepen direct een parlementaire enquête
in te stellen, in de andere wordt de regering gevraagd de liggende
en nog komende Irak-vragen binnen de gebruikelijke termijn van
drie weken te beantwoorden – worden verworpen. De
motie van Halsema, waarin de regering wordt gevraagd in de opdracht
aan Davids op te nemen dat zijn commissie zich beschikbaar houdt
om na het verschijnen van haar rapport met de Kamer in gesprek
te gaan, wordt wel aangenomen.
Lees de tekst van het debat: deel
1 en deel 2.
• In een interview met Paul Bovend'Eert, hoogleraar
staatsrecht aan de Radboud Universiteit Nijmegen, gaat het Nederlands
Dagblad in op de staatsrechtelijke aspecten van het door
premier Balkenende aan de Eerste en Tweede Kamer gestuurde
voorstel tot instelling van de commissie–Davids. De
krant stelt vast dat er Kamerleden zijn die klagen dat het
parlement buitenspel staat nu premier Balkenende het onderzoek
naar de steun aan de oorlog in Irak heeft opgedragen aan een
externe commissie. Bovend'Eert: ‘De Kamer zet zichzelf
buitenspel, door niet te besluiten tot een parlementaire enquête.
Dat daar geen meerderheid voor te vinden is, moet de Kamer
zichzelf aanrekenen, niet de premier’. Voor het parlement
zit er dan ook weinig anders op dan het onderzoek van de commissie-Davids
af te wachten.
De vraag blijft echter wat er moet gebeuren als zich tussentijds
nieuwe feiten voordoen. Hebben Kamerleden het recht om daarover
vragen te stellen en antwoorden te verlangen? Bovend'Eert
meent dat het kabinet in principe een grondwettelijke inlichtingenplicht
heeft ten opzichte van het parlement, maar ook dat er situaties
bestaan om daarvan af te wijken. ‘Inderdaad moet het
kabinet antwoord geven op vragen die Kamerleden stellen, maar
met een beroep op het staatsbelang kan een minister besluiten
vragen niet te beantwoorden, of de beantwoording uit te stellen.
Bijvoorbeeld als er veel vragen tegelijk worden gesteld, of
als de beantwoording meer tijd kost dan de drie weken die
daar normaal gesproken voor staan’.
Dit is echter geen vrijbrief voor de premier om álle
vragen door te schuiven. ‘Als in november blijkt dat
de regering nu al precies wist wat er aan de hand was, en
die vragen dus had kunnen beantwoorden, is dat een kwalijke
zaak. Dan moet je concluderen dat de Kamer doelbewust om de
tuin is geleid, omdat het kabinet willens en wetens de plicht
om inlichtingen aan het parlement te verstrekken heeft ontdoken.
In zo’n geval moet de Kamer zijn tanden laten zien’.
Bovend'Eert herinnert eraan dat burgers (en media) buiten
het parlement over nog een ander machtsmiddel beschikken: ‘Zij
kunnen via de Wet Openbaarheid van Bestuur inzage in overheidsstukken
eisen’.
Lees
het artikel.
3 februari 2009
• EénVandaag neemt the day after poolshoogte
in Den Haag. Het programma volgt Alexander Pechtold, die een debat aanvraagt
over het kabinetsvoorstel betreffende een Irak-onderzoek. De D66-voorman is
niet ingenomen met dat voorstel: ‘De democratie heeft zeker weer schade
ondervonden, omdat als je nu gewoon zou tellen naar de partijen die zeggen “Er
moet een enquête komen” is er ruim een meerderheid. Alleen de PvdA
heeft zich, ja, ik heb dat eerder al genoemd een parlementair onzedelijke afspraak
laten opdringen. Maar ja, ze accepteren het wél.’
PvdA-leider Wouter Bos toont zich wel positief over het onderzoek: ‘We
hebben een gouden kans. Pakken!’ Met de vraag of de PvdA nu nog gebonden
is aan de formatie-afspraak met het CDA en de ChristenUnie om (verder) onderzoek
te blokkeren heeft hij zich naar eigen zeggen ‘nog niet beziggehouden’.
EénVandaag vraagt zich verder af of Balkenendes besluit goed
is voor zijn imago. Het is duidelijk, stelt het programma, dat de premier in
het nauw zat: het regende onthullingen en vragen, en een hele rij prominenten
van zijn eigen CDA adviseerden hem dringend om eindelijk opening van zaken
te geven. Balkenende zag in dat zijn imago op het spel stond en besloot al
vorige week tot een onafhankelijk onderzoek – een geijkt middel voor
politici in het nauw om tijd te winnen. Een verstandig besluit?
Parlementair historicus Gerard Visscher, expert op het gebied van politieke
onderzoeken en commissies, meent dat Balkenendes imago ‘een hele zware
deuk heeft gekregen’: ‘Ik vind dat geen echt voorbeeld van goed
crisismanagement, want dan had hij in een veel vroeger stadium zo’n soort
operatie moeten doen.’
Ook imagodeskundige Jacques Monasch is negatief: Hij vertolkt de gedachtengang
van Balkenende nadat hij zijn ‘ongelijk heeft toegegeven’ als volgt: ‘Maar
dan ga ik niet doen wat jij vindt, dan ga ik wel zelf doen wat ík dan
vind.’ Monasch omschrijft dat als ‘een beetje kinderachtige reactie.’ Over
het onderzoeksvoorstel zegt hij: ‘Het is te laat en het is te weinig.
Hoe goed het ook is dat het nu eindelijk gaat gebeuren. Maar nu wordt het allemaal
uit handen gegeven aan een voorzitter die hij zelf heeft aangewezen. Nou, dat
is natuurlijk in een democratie niet echt iets om trots op te zijn. Maar over
negen maanden komt het terug bij het parlement en dan kun je dus opnieuw om
een parlementaire enquête gaan vragen. En dan kan opnieuw blijken of
Balkenende weer koppig gaat zijn of toch meegaat met de Kamer.’
Balkenende hoopt met zijn besluit de kritiek die op hem is neergedaald weg
te nemen, maar het uiteindelijke rapport zou weleens het tegenovergestelde
effect kunnen hebben. Visscher spreekt van ‘uitstel’: ‘De
kans is op z’n minst groot dat als zoveel partijen haast woord voor woord
zo’n rapport napluizen, van wat is er niet overtuigend beantwoord, waar
is nog onduidelijkheid over, waar is nog mist over, dat dat de reden zal zijn
om dan toch nog zelf een parlementair onderzoek door te zetten.’
Ook Monasch denkt dat de premier weleens van een koude kermis kan thuiskomen: ‘Je
ziet altijd dat als je niet meteen de sprong vooruit neemt, van los het nou
in één keer en voor altijd goed op, dat het je blijft achtervolgen.’
Bekijk
de uitzending.
• Was al vóór de invasie van Irak bekend dat het land allang
niet meer over massavernietigingswapens beschikte? Ja, zegt defensiespecialist
Rob de Wijk in EénVandaag. Anderhalve week voor het begin van
de oorlog werd hij uitgenodigd voor een debat over de strategie en mogelijke
gevolgen van de naderende invasie. Lokatie was het befaamde Chatham House in
Londen. Aanwezig was een internationaal gezelschap van defensiespecialisten,
medewerkers van inlichtingendiensten en vooraanstaande politici, onder wie
de Britse minister van Defensie Geoffrey Hoon en de Amerikaanse onderminister
van Wapenbeheersing en Nationale Veiligheid John Bolton.
Tijdens de bijeenkomst vond ‘een interessante discussie’ plaats
over de veronderstelde massavernietigingswapens van Irak. Toen het gezelschap
aansluitend naar het hotel liep, stelde De Wijk zijn collega’s de vraag
of de Iraakse massavernietigingswapens al dan niet nog bestonden. De Wijk: ‘En
toen werd er onomwonden gezegd: nee, die wapens zijn er al een hele tijd niet
meer, die zijn vermoedelijk ergens halverwege de jaren negentig opgeruimd door
Saddam Hoessein, dus die massavernietigingswapens spelen niet echt een belangrijke
rol in deze hele overweging.’ Het protocol van Chatham House gebiedt
De Wijk de naam van zijn bron voor zich te houden.
Bij het besluit om Irak aan te vallen of – in het geval van Nederland – de
invasie te steunen, speelde de vraag of Irak verboden wapens bezat volgens
De Wijk dan ook geen rol: ‘Als je dus terug gaat redeneren van hoe deze
besluiten zijn ontstaan, dan ging het eigenlijk helemaal niet over de vraag
of het nu wel of niet juridisch gerechtvaardigd was om te gaan invallen, en
of die massavernietigingswapens er wel of niet waren. Voor de Nederlandse regering,
denk ik, ging het om de vraag: ben ik een trouwe bondgenoot van de Verenigde
Staten, ja of nee? En als het antwoord ja is, dan doen we mee, en anders niet.’
Bekijk de uitzending.
• Elsevier timmert
de laatste tijd lekker aan de weg. Na Arendo Joustra (zie hieronder: 25 januari)
en Eric Vrijsen (zie 15 december 2008) is het nu de beurt aan opnieuw Vrijsen
om de voorstanders van een Irak-onderzoek met gemakzuchtige dan wel ronduit
idiote argumenten af te kammen. ‘Links
opportunisme’, meent hij in zijn commentaar, en dat nog wel over ‘vrijblijvende
episode die overal al lang vergeten is’.
Lees het commentaar.
• Op het weblog Haagse Streken van Vrij Nederland omschrijft
Thijs Broer het onderzoeksvoorstel van Balkenende, en met name de timing ervan,
als ‘listig’. Maar de PvdA-fractie in de Eerste Kamer, die in
de Senaat de sleutel voor een parlementaire enquête in handen heeft,
laat zich geenszins van de wijs brengen, zo blijkt. Fractievoorzitter Han Noten
vertrouwt Thijs toe: ‘Balkenende doet zijn best, maar voor ons betekent
dit uitstel niet meer dan een middagdutje.’ En fractiewoordvoerder Klaas
de Vries zegt: ‘Ik zat niet te wachten op zo’n tussenfase. Mijn
inzet is dat de regering zich verantwoordt voor de Kamer, niet voor een commissie.
Dat recht laat ik me niet ontnemen.’
Lees het artikel.
• In een artikel getiteld Acht vragen over onderzoek naar steun Irak-oorlog zet NRC
Handelsblad kort uiteen wat de ‘zaak-Irak’ inhoudt, wat
de positie van Nederland daarin bijzonder maakt, wat we van de commissie-Davids
kunnen verwachten, of het onderzoek politieke schade kan opleveren en of
de Irak-zaak vervolgens is afgesloten. Wat dat laatste betreft: ‘De
kans dat er vraagtekens blijven is groot’, schrijft de krant, en daarmee
is de mogelijkheid dat een van beide Kamers alsnog een eigen onderzoek instelt
reëel.
Lees het artikel.
• In een ingezonden stuk in Trouw zet Terry Gill – hoogleraar
militair recht aan de Universiteit van Amsterdam en hoofddocent volkenrecht
aan de Universiteit Utrecht – uiteen dat de invasie van Irak onrechtmatig
was: ‘Een schending van het volkenrecht, en wel van een basisregel van
de internationale rechtsorde: het verbod op gebruik van geweld in de internationale
betrekkingen.’ Voor de politieke steun die Nederland aan de aanval verleende
geldt dat volgens hem niet. In termen van het internationale recht heeft Nederland – in
tegenstelling tot onder meer de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk – naar
zijn inzicht dan ook weinig te vrezen.
Maar de regering dient zich volgens Gill wél duidelijk politiek te verantwoorden.
Bijvoorbeeld over ‘het achterhouden’ van het memorandum van juristen
van het ministerie van Buitenlandse Zaken, dat onlangs door NRC Handelsblad werd
geopenbaard (zie hieronder: 17 januari). Daarin zetten de juristen ten overvloede
uiteen dat de invasie van Irak naar hun inzicht geen deugdelijke juridische
grondslag had. Dat de regering wellicht op grond van ‘zwaarwegende andere
belangen’ besloot het advies niet op te volgen is één,
betoogt Gill, maar het ‘wegstoppen’ van dit advies in een zaak
waarin het juridische element zó belangrijk was, was ‘onverstandig’,
en had zware consequenties kunnen hebben als Nederland de invasie militair
had gesteund. ‘Maar hoe dan ook’, besluit Gill zijn artikel, ‘bevolking
en politiek verdienen dat de regering openlijk, met volle verantwoording en
besef van de mogelijke consequenties voor beleid kiest, ook als daarbij wordt
afgeweken van juridisch advies.’
Lees het artikel.
• De Volkskrant,
die jarenlang amper een letter aan de kwestie-Irak wijdde, deed zich de afgelopen
weken gelden als voorvechter van openheid en waarheidsvinding. Dat zit op de
redactie blijkbaar niet iedereen lekker. Verslaggever Ron Meerhof schrijft
zijn kennelijke frustraties van zich af in een opiniestuk waarin hij de pers
en de politiek opportunisme verwijt en bovendien stelt dat de kwestie-Irak
de burger koud laat. Hij besluit zijn zwakke artikel met: ‘We
moesten het [onderzoek] maar niet verkopen als een triomf van de democratie.
Want de geestdrift van de pers is nog niet die van de kiezer.’
Lees het artikel.
• De oud-Kamervoorzitters Frans Weisglas en Dick Dolman vinden het bizar
dat het parlement zich opnieuw ‘buitenspel’ laat zetten door premier
Balkenende. Dat schrijft de Volkskrant. Weisglas (VVD) noemt het feit
dat het kabinet alle Kamervragen over Irak doorstuurt naar een staatscommissie ‘een
onaanvaardbare uitholling van het grondwettelijk parlementaire recht op controle
en informatie’: ‘Een onderzoekscommissie kan natuurlijk niet Kamervragen
beantwoorden die de volksvertegenwoordigers aan de regering stellen.’ In
een ingezonden
stuk in de krant bepleit hij dat het parlement
alsnog zelf een enquête instelt. Daarmee kan ‘de driedubbele uitholling
van de positie van de Kamer in één klap teniet worden gedaan’.
Dolman (PvdA) deelt de kritiek van Weisglas. Hij betreurt bovendien dat zijn
partij er bij de formatie in 2006 mee instemde dat er geen parlementair onderzoek
over Irak zou komen. ‘Nu gaat het van kwaad tot erger’, aldus Dolman.
Lees het artikel.
• Alexander Pechtold (D66) en Femke Halsema (GroenLinks) stellen premier
Balkenende enkele vragen over het gisteren gepresenteerde kabinetsvoorstel
voor een Irak-onderzoek. De premier antwoordt per brief.
Lees de brief.
2 februari 2009
• In Nova doet Ferry
Mingelen uit de doeken hoe premier Balkenende tot zijn vandaag
gepresenteerde voorstel voor een Irak-onderzoek kwam. Volgens
Mingelen kwamen Balkenende en een kleine groep CDA-vertrouwelingen
dinsdag 27 januari tot de conclusie dat het verzet tegen een
onderzoek niet langer houdbaar was. Balkenende wilde echter
voorkomen dat er een openbaar parlementair onderzoek zou worden
ingesteld. Als oplossing kwam daarom het onafhankelijke onderzoek
uit de hoge hoed. De vraag was nu waaraan zo’n onderzoek
zou moeten voldoen, en vooral onder wiens leiding het zou
moeten staan. Volgens Mingelen werden er lijstjes opgesteld,
kandidaten gebeld en weer afgestreept, en uiteindelijk kwam
men uit bij mr. W. Davids. Pas gisteren voerde Balkenende
een telefoongesprek met Davids (op diens vakantieadres) en
pas vanochtend om negen uur stemde Davids in. Opmerkelijk
is dat pas daarna de beide vice-premiers en de overige ministers
werden ingelicht.
In de studio bevestigt CDA-fractievoorzitter Pieter van Geel de lezing van Mingelen, ‘op
een paar details na’. Van Geel benadrukt dat een onderzoek voor zijn fractie
niet nodig was. Reden om daar toch voor te kiezen was: ‘De omstandigheden
op dit moment zijn dat er sprake is van desinformatie, oud nieuws dat weer nieuw
nieuws wordt, het kreeg een eigen dynamiek, een eigen beweging, het werd een
rafelig proces. En als je dan ziet waar dit kabinet voor staat op dit moment,
met de economie, met de financiële crisis, dan moet hier een eind aan komen.’ Van ‘haastwerk’ was
volgens Van Geel bij het besluit tot, en de uitwerking van, het onderzoeksplan
geen sprake.
In dat laatste kan de ook in de studio aanwezige GroenLinks-fractievoorzitter
Femke Halsema zich ‘na zes jaar wachten op een parlementair onderzoek’ vinden: ‘Dan
is het veel te laat en dan ook nog eens veel te weinig.’ Wél vindt
zij het voorstel ‘een weinig doordachte en verstandige beslissing. Als
ik naar de premier sta te kijken heb ik toch de rare gewaarwording dat ik naar
de kalkoen sta te kijken die zelf het kerstmenu samenstelt. Hij behoort voorwerp
te zijn van onderzoek en dat betekent niet dat je zelf besluit wie het onderzoek
gaat doen en hoe de commissie vervolgens samengesteld wordt.’
Halsema typeert het kabinetsvoorstel als ‘een ongeloofwaardige vlucht naar
voren’. Het onderzoek is niet onafhankelijk, want de opdrachtgever is het
kabinet, niet het parlement. Door ministers van Staat in de commissie op te nemen,
zoals Balkenende graag ziet, wordt een partijpolitiek element geïntroduceerd.
Van Geel stelt dat het onderzoek wél onafhankelijk is, dat de ministers
van Staat geen ‘politieke belhamels’ zijn en dat alle informatie
ter beschikking van het parlement komt. ‘De reacties van de oppositie vandaag
sterkte mij dat dit de goede keuze is geweest. Want dit onderzoek, blijkt ook
uit de reacties, wordt zó gepolitiseerd dat er geen normaal, fatsoenlijk
overleg met de Kamer over te voeren valt. Het is volstrekt gepolitiseerd: over
the top, over the hill, wat vandaag gebeurde.’
Halsema noemt de veronderstelling dat het komende onderzoek van Davids géén
politiek onderzoek zou zijn ‘waanzinnig’: ‘Het gaat over de
kwaliteit van politieke besluitvorming. En ik denk dat je de Kamer schandalig
tekort doet als je veronderstelt dat de Kamer niet in staat is tot onafhankelijk
onderzoek.’
Van Geel bestrijdt dat de positie van het parlement verontachtzaamd wordt. Over
de resultaten van het onderzoek door de onafhankelijke commissie én over
de reactie van het kabinet daarop vindt immers een open debat plaats, stelt hij.
Halsema zegt het ‘schandalig’ te vinden dat het kabinet heeft besloten
om alle liggende Irak-vragen van de Kamer niet te beantwoorden, maar door te
schuiven naar de commissie.
Van Geel stoort zich aan de kwalificatie ‘schandalig’; hij vindt
het doorschuiven naar de commissie juist een wijs besluit: ‘Wat er nu gebeurt
is dat dán de Eerste Kamer weer vragen stelt, dán de Tweede Kamer,
dán weer oud nieuws wordt gerecycled, het wordt een chaotisch proces.’ En
dat gaat ten koste van de bestrijding van de kredietcrisis en de economische
crisis.
Halsema wil daar niets van weten: ‘Als het onderzoek vijf jaar geleden
had plaatsgevonden zoals wij wilden, hadden we ons nu, zonder enige afleiding,
kunnen zetten aan de kredietcrisis. Dus dat het nu samenloopt is úw verantwoordelijkheid
en niet van die mensen die de waarheid zoeken.’ Zij hekelt het feit dat
de commissie in de beslotenheid zal werken: ‘Wij willen dat al het onderzoek
in de openbaarheid plaatsvindt, en dat ministers en anderen in de openbaarheid
gehoord kunnen worden. Dat hebben ze zelfs in de Verenigde Staten aangedurfd
uiteindelijk, en nog steeds is ons kabinet daar te bang voor.’
Van Geel noemt dat ‘een denkfout’: een onafhankelijke commissie kan
minstens zoveel boven tafel krijgen als een enquêtecommissie; ook een parlementaire
enquête heeft zijn beperkingen, stelt hij. Bijvoorbeeld dat mensen ‘plotseling
geen geheugen hebben en het niet meer weten’.
Presentator Twan Huys vraagt Halsema wat zij als parlementariër uitgezocht
wil zien door de commissie. Halsema: ‘Ik vind dat we heel zorgvuldig moeten
kunnen reconstrueren, eigenlijk van dag tot dag, hoe de besluitvorming destijds
is gelopen.’ Ze wijst erop dat het kabinet de afgelopen jaren wisselende
argumenten heeft gebruikt ter onderbouwing van de steun voor de invasie, en dat
het ook tegenover verschillende partijen verschillende argumenten heeft gebruikt.
Typerend voor de manier van opereren van het kabinet noemt zij de reactie van
Balkenende op de uitspraak van de voormalige onderminister Armitage dat Jaap
de Hoop Scheffer zijn baan bij de Navo mede te danken heeft aan de ruimhartige
Nederlandse steun aan de invasie (zie hieronder: 29 januari). Eerst stelde de
premier dat dat alleen al ‘in de tijd’ onmogelijk was. Vervolgens
moest hij dat terugnemen, aangezien het ‘in de tijd’ wel degelijk
mogelijk bleek te zijn. Halsema: ‘Dat vraagt om openbare opheldering.’ En
dat geldt volgens haar ook voor ander nieuws van de afgelopen tijd, zoals de
kennelijke bereidheid van Nederland om de invasie militair te steunen.
Volgens Van Geel kan de commissie deze kwesties heel goed onderzoeken.
Twan Huys citeert de reactie van Hans van Mierlo op het kabinetsvoorstel. Volgens
deze minister van Staat dient de gewichtige kwestie-Irak te worden onderzocht
door direct gekozen volksvertegenwoordigers in de vorm van een parlementaire
enquête.
Tot slot praat Ferry Mingelen met PvdA-senator Klaas de Vries, die zich in de
woorden van Van Mierlo kan vinden: ‘Ik vind het jammer dat men niet het
parlementaire proces heeft afgelopen en het dan aan het parlement heeft overgelaten
wat voor soort onderzoek er moet komen. Een parlementair onderzoek is het meest
onafhankelijke en meest openbare dat je kunt krijgen.’ Hij laat er geen
misverstand over bestaan dat zijn fractie de kwestie-Irak net zolang zal agenderen
tot alle vragen bevredigend zijn beantwoord: ‘Wij zullen dat resultaat
gewoon weer oppakken en kijken of dat aan de maat is, en als dat niet zo is zullen
we gewoon verdergaan.’ En, stelt hij, wie weet kan de commissie daaraan
bijdragen: ‘Ik denk dat deze commissie misschien een bijdrage kan leveren
om het dossier op orde te krijgen.’ Hoe dan ook zal de regering zelf uiteindelijk
alle vragen moeten beantwoorden, dat kan niet aan een commissie worden overgelaten: ‘Ik
wens antwoorden van de regering.’
Mingelen vraagt waarom De Vries niet nu het initiatief neemt tot het instellen
van een parlementaire enquête, waar in de Eerste Kamer een meerderheid
voor bestaat. De Vries antwoordt dat in de Kamer is afgesproken om half februari
een tweede ronde vragen in te dienen. Het idee was dat de regering daar circa
eind april op zou antwoorden, waarna nog voor de zomer een debat over een onderzoek
zou volgen. Door de instelling van de commissie-Davids ondervindt dit proces
nu vertraging, maar De Vries noemt het ‘waarschijnlijk’ dat aansluitend
alsnog een parlementair onderzoek zal worden ingesteld: ‘Ik kan me niet
voorstellen dat een commissie met alle antwoorden komt die in de politiek blijken
te leven. We hebben dat vaker gezien, ook met Srebrenica, waarvan overigens de
heer Balkenende zes jaar na dato zei: hadden we dat maar meteen uitgezocht.’
Bekijk
de uitzending.
• EénVandaag presenteert ook de uitkomsten
van een vandaag gehouden enquête onder zevenduizend
leden van het EénVandaag Opiniepanel. Daaruit blijkt
volgens het programma dat er weinig vertrouwen bestaat in
het aangekondigde Irak-onderzoek: slechts 26 procent van de
deelnemers vindt het voorgestelde onderzoek voldoende, terwijl
48 procent vindt dat er daarnaast ook een parlementair onderzoek
moet komen. Volgens zestien procent is er helemaal geen onderzoek
nodig.
Op de vraag of het voorgenomen onderzoek de waarheid aan het licht zal brengen
antwoord 42 procent van de ondervraagden bevestigend en 47 procent ontkennend.
Tenslotte vindt zeventig procent van de ondervraagden dat premier Balkenende
veel eerder een onderzoek had moeten (laten) instellen; slechts negentien procent
kan zich vinden in de timing van de premier.
Lees
de uitkomsten.
• EénVandaag laat
twee leden van de Tweede Kamer aan het woord over het kabinetsvoorstel voor
een Irak-onderzoek: SP’er Harry van Bommel heeft grote
bezwaren, PvdA-fractievoorzitter Mariëtte Hamer kan zich
erin vinden. Het programma spreekt ook met PvdA-senator Klaas
de Vries. Die heeft geen bezwaar tegen de commissie-Davids,
maar voegt daaraan toe: ‘Ik heb als parlementslid heel
weinig te maken met een onafhankelijke onderzoekscommissie,
ik heb alleen te maken met de regering. En als die straks
een rapport overlegt en zegt: daar zijn wij het helemaal mee
eens, dan kunnen we op dat moment weer bekijken of wij weten
wat wij wilden weten. En als dat niet zo is dan zullen we
doorgaan, want de regering hoort zich over dit soort dingen
zelf te verantwoorden.’ Zolang de regering niet op alle
vragen bevredigend antwoord heeft gegeven, zo stelt De Vries, ‘zal
mijn fractie, en ikzelf, hiermee bezig blijven’.
EénVandaag spreekt ook premier Balkenende
aan. Die ontkent dat hij tot zijn voorstel is gekomen omdat
de beeldvorming op dit moment schadelijker voor hem is dan
de uitkomsten van een onderzoek. Volgens de premier heeft
de veelheid aan vragen over de kwestie-Irak die vanuit beide
Kamers op hem afkomen tot gevolg ‘dat de samenhang
ook uit beeld raakt, en daar moeten we, denk ik, toch van
af’.
In de studio zegt militair specialist Rob de Wijk zich de
verontwaardiging over het kabinetsvoorstel van vrijwel alle
oppositiepartijen in de Tweede Kamer te kunnen voorstellen. ‘De
regering hoort zich eigenlijk te verantwoorden naar de Kamer
toe, zo werkt onze parlementaire democratie. En nu is het
zo dat je bijna een jaar niet meer in het parlement hierover
kunt spreken.’
Volgens De Wijk is het zeer de vraag of de commissie-Davids
daadwerkelijk alle relevante geheime stukken te zien krijgt.
Hij denkt met name aan de meest geheime stukken van Nederlandse
en buitenlandse inlichtingendiensten die licht kunnen werpen
op de vraag of Nederland in de aanloop naar en tijdens het
begin van de oorlog militaire steun heeft verleend.
Volgens De Wijk is de belangrijkste vraag die de commissie
moet beantwoorden welke rol de veronderstelde massavernietigingswapens
van Irak in de besluitvorming hebben gespeeld. Een belangrijk
aspect van die vraag is volgens hem: wat was er bij de regering
bekend over die wapens? De Wijk: ‘En dan kom je bij
het punt dat de regering altijd heeft gezegd: het ging erom
dat Saddam Hoessein zoveel twijfel zaaide, en het ging ons
er eigenlijk helemaal niet om of hij die wapens wel of niet
had. Maar aan de andere kant zie je dat Jaap de Hoop Scheffer,
de toenmalige minister van Buitenlandse Zaken, voortdurend
heeft gezegd: het gaat wél om die massavernietigingswapens.
Er is een enorme twijfel over dat punt.’
Belangrijk in dit verband is volgens De Wijk of de regering
verkeerd is voorgelicht door de inlichtingendiensten, ‘of
dat de regering de oren heeft laten hangen naar de Amerikanen
en de Britten, die zeiden: ze zijn er wél’, en
of de regering het parlement en de bevolking verkeerd heeft
voorgelicht.
Een tweede belangrijk punt van onderzoek is volgens De Wijk
de juridische grondslag van de oorlog, die blijkens uitgelekte
documenten destijds al ernstig in twijfel werd getrokken door
juristen van de ministeries van Buitenlandse Zaken en Defensie.
De Wijk wijst op de naar zijn smaak ondeugdelijke parallel
met Operatie Desert Fox waarop de regering zich in maart 2003
beriep.
Een derde punt van aandacht – ‘een brisant punt’ – is
de vraag of Nederland niet toch militaire steun aan de invasie
heeft verleend. De Wijk wijst in dit verband op de reportages
van het radioprogramma Argos en op het onlangs geopenbaarde
memo van het ministerie van Defensie over de mogelijke inzet
van een fregat.
Tot slot meent De Wijk dat het komende onderzoek ‘heel
slecht kan aflopen voor premier Balkenende en zijn kabinet,
om de doodeenvoudige reden dat in de afgelopen jaren het beeld
is ontstaan van een kabinet dat z’n oren heeft laten
hangen naar de Verenigde Staten, die eigenlijk een onjuiste
voorstelling van zaken hebben gegeven – over de juridische
achtergrond, over de massavernietigingswapens. Daar is eigenlijk
het kabinet politiek medeverantwoordelijk voor geworden door
de politieke steun die daarvoor is uitgesproken. En dat beeld
zal moeilijk kunnen worden verwijderd door dit onderzoek.
Dus Balkenende houdt dit probleem, alleen het komt nu een
jaar later – als hij geluk heeft – weer keihard
op de agenda te staan.’
Bekijk
de uitzending.
• In Editie NL plaatsen communicatieadviseur
Michiel Krom en woordvoerder van ‘Openheid over Irak’ Martijn
de Rooi kritische kanttekeningen bij het kabinetsvoorstel
om een onafhankelijk onderzoek naar de kwestie-Irak in te
stellen.
Bekijk
de uitzending.
• In een redactioneel commentaar schrijft De Stentor dat
een in het nauw gebrachte premier Balkenende met het voorgestelde
Irak-onderzoek ‘kostbare tijd’ hoopt te winnen.
Hij hoopt de ‘vijand’ een voorlopig halt toe te
roepen. Die vijand ‘is het snel groeiende leger van
mensen die een parlementair onderzoek willen naar de besluitvorming
rondom de deelname en steun aan de invasie van Irak door de
Verenigde Staten en de Britten’.
De krant signaleert dat aan het voorgestelde onderzoek enkele
belangrijke nadelen kleven: ‘Er is geen sprake van verhoren
onder ede en de openbaarheid is begrensd. De opdrachtgever
is degene die wordt beschuldigd.’ De Kamer ‘is
geen knip voor de neus waard als ze met de gang van zaken
instemt’, aldus de krant: ‘Als Irak blijkbaar
tóch onderzocht moet worden, en dat móet, dan
wél op de manier zoals we dat gewend zijn: via een
parlementair onderzoek.’
Lees
het commentaar.
• In een tweede artikel reconstrueert NRC Handelsblad waarom
premier Balkenende zich plotseling van halsstarrig tegenstander
van een Irak-onderzoek ontpopt tot initiatiefnemer tot zo’n
onderzoek. Het geven van onbevredigende antwoorden – het
handelsmerk van de premier in de kwestie – was geen
optie meer, en ook een andere optie – het openbaren
van ambtelijke adviezen – was onwelkom. Daarom koos
Balkenende voor uitstel, aldus de krant, die verder constateert
dat de commissie-Davids vanwege het ontbreken van de bevoegdheid
mensen onder ede te horen waarschijnlijk niet alle relevante
informatie boven tafel zal krijgen. Desondanks meent de krant
dat de kans dat Balkenende politieke schade oploopt reëel
is.
Lees het artikel.
• In een artikel over het kabinetsvoorstel voor een
Irak-onderzoek stipt NRC Handelsblad een aantal ontwikkelingen
aan die de afgelopen jaren steeds weer nieuwe vragen opriepen
rond de kwestie-Irak.
Lees
het artikel.
• DePers publiceert
een reactie van oprichter Allard de Rooi van de burgerbeweging ‘Openheid over
Irak’ op haar website. De Rooi betwijfelt of de commissie-Davids
alle relevante informatie boven tafel zal krijgen. In diverse
andere landen werden soortgelijke commissies ondanks brede
bevoegdheden tegengewerkt: informanten kwamen niet opdagen
en schriftelijk materiaal werd niet vrijgegeven. Een onderzoeksvorm
die een opkomstplicht en de mogelijkheid informanten onder
ede te horen kent is daarom beter geschikt, en De Rooi betreurt
dan ook dat er in de Tweede Kamer geen meerderheid is voor
een parlementaire enquête. Daarnaast betwijfelt hij
of de commissie voldoende deskundigheid met betrekking tot
het complexe dossier-Irak in huis zal hebben. Hij pleit ervoor
een medewerker van ‘Openheid over Irak’ in de
commissie op te nemen.
Lees het artikel.
• In een derde artikel meldt de Volkskrant dat RTL
Nieuws alle lopende procedures om Irak-informatie boven
tafel te krijgen doorzet. Het programma heeft vier procedures
lopen: bij de ministeries van Algemene Zaken, Buitenlandse
Zaken en Defensie, en bij de Militaire Inlichtingen- en
Veiligheidsdienst. ‘Wij zien geen reden om de procedures
te staken. We denken dat burgers recht hebben op informatie
op grond van het bestuursrecht’, aldus adjunct-hoofdredacteur
Pieter Klein van RTL Nieuws.
Lees het artikel.
• In een tweede artikel op haar website constateert de
Volkskrant verder dat ‘de Eerste en Tweede Kamer
tot november feitelijk buitenspel staan’ als gevolg
van het onderzoek van de commissie-Davids, en dat de commissie – anders
dan bij een parlementaire enquête – niemand
kan verplichten mee te werken.
Lees
het artikel.
• Net als De Telegraaf gaat de
Volkskrant in
op buitenlandse Irak-onderzoeken, in dit geval onderzoeken
in de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk. In beide
landen werd geconcludeerd dat de inlichtingendiensten slecht
werk hadden geleverd, en in de VS bovendien dat president
Bush, vice-president Cheney en andere kopstukken van de regering
de dreiging van Irak ernstig hadden overdreven, stelt de krant.
Lees
het artikel.
• De Telegraaf constateert
in een derde artikel dat Nederland ‘het laatste land
is dat een Irak-onderzoek instelt’. In landen als
de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk, Australië,
Denemarken en Polen gebeurde dat al veel eerder. De krant
analyseert deze onderzoeken en zet kort de (naar haar mening)
voornaamste bevindingen op een rijtje:
– De informatie die de inlichtingen- en veiligheidsdiensten voor de oorlog
over Irak verzamelden en rapporteerden deugde niet. Daardoor werden de volksvertegenwoordigers
van deze landen op het verkeerde been gezet.
– Door de veronderstelling dat de Iraakse dictator Saddam Hoessein beschikte
over massavernietigingswapens, werd wereldwijd een dreigingsbeeld gecreëerd.
Later bleek dat Irak deze wapens niet had.
– De invasie had geen goedkeuring van de Verenigde Naties.
Lees
het artikel.
• In een tweede artikel publiceert De Telegraaf een
overzicht van de politieke reacties op het kabinetsvoorstel.
De coalitiepartijen CDA, PvdA en ChristenUnie zijn ingenomen
met het plan. Ook de SGP verwelkomt het voorstel, maar is
het er niet mee eens dat het kabinet de vragen uit de Eerste
en Tweede Kamer over de kwestie-Irak doorstuurt naar de commissie,
en daarmee de beantwoording ervan opschort: ‘Dat kan
niet. De grondwettelijke inlichtingenplicht van de regering
kan niet worden geparkeerd bij een externe commissie.’ Ook
andere oppositiepartijen – SP, GroenLinks, D66, VVD
en PVV – vinden dat de regering de Kamervragen zelf
binnen de geldende termijn moet beantwoorden. Daarnaast leveren
ze fundamentele kritiek op het kabinetsvoorstel en pleiten
ze stuk voor stuk voor instelling van een parlementaire enquête.
Lees
het artikel.
• De Telegraaf zet
op haar website de hoofdpunten van het kabinetsvoorstel
voor een Irak-onderzoek op een rijtje. Ze somt de bevoegdheden
en mogelijkheden van de commissie-Davids op, en geeft de
verschillen met een parlementaire enquête
aan.
Lees
het artikel.
• In een brief aan de voorzitters van de Eerste en Tweede
Kamer licht premier Balkenende het kabinetsvoorstel voor een
onafhankelijk Irak-onderzoek (zie hieronder) toe.
De premier wijst op het grote aantal vragen over de kwestie-Irak
die door beide Kamers zijn ingediend c.q. aangekondigd. Naar
aanleiding daarvan constateert hij: ‘Het op de reguliere
wijze beantwoorden van dergelijke Kamervragen door middel
van schriftelijke antwoorden lijkt evenwel niet meer te voldoen.
Want het over en weer vragen en antwoorden krijgt nu te zeer
de klankkleur van een gebrek aan openheid. Dat is niet goed.’ Daarnaast
constateert de premier dat het kabinet ‘alle tijd en
aandacht’ nodig heeft voor het bestrijden van de financieel-economische
crisis.
Op grond hiervan stelt het kabinet voor ‘om een onafhankelijke
Commissie van onderzoek onder voorzitterschap van mr. W.J.M.
Davids, oud president van de Hoge Raad der Nederlanden, opdracht
te geven onderzoek te doen naar de voorbereiding en besluitvorming
tussen zomer 2002 en zomer 2003 over de politieke steun van
Nederland aan de inval in Irak in het algemeen en over aspecten
van volkenrechtelijke aard, aspecten van de inlichtingen-
en informatievoorziening en aspecten van vermeende militaire
betrokkenheid in het bijzonder. In dit onderzoek kunnen alle
vragen worden betrokken die in beide Kamers zijn gesteld of
nog zullen worden gesteld.’
De premier meldt verder dat mr. Davids bereid is de commissie
zelf samen te stellen, en spreekt zijn voorkeur uit voor toetreding
van enkele ministers van Staat: ‘Hiermee is deze Commissie
verzekerd van ruime bestuurlijke en politieke ervaring en
van ruime ervaring met vraagstukken van internationale betrekkingen
en internationaal recht.’
De commissie krijgt de volgende bevoegdheden:
– ongehinderde medewerking van alle ministeries en diensten, inclusief
de inlichtingen- en veiligheidsdiensten en het defensieapparaat;
– inzage in alle documenten (inclusief ministerraadstukken) en gespreksverslagen
e.d., en het kunnen horen van alle relevante personen en instanties;
– het naar eigen inzicht inschakelen van onderzoeks- en secretariële
ondersteuning en deskundigen.
Het kabinet stelt voor alle nog niet beantwoorde Irak-vragen
van het parlement naar de commissie door te schuiven. Voor
1 november 2009 zal de commissie rapport uitbrengen, tegelijkertijd
aan kabinet en beide Kamers. De commissie kan besluiten om
eventuele gevoelige informatie over de inlichtingendiensten
in een apart deel van het rapport op te nemen, dat niet openbaar
zal worden gemaakt, maar wel aan de Commissie voor de Inlichtingen-
en Veiligheidsdiensten van de Tweede Kamer ter beschikking
zal worden gesteld.
Tenslotte meldt de premier dat als beide Kamers geen bezwaar
tegen het voorstel hebben, Davids de samenstelling van de
commissie ter hand zal nemen. Vervolgens zal het kabinet het
resultaat én de formele start van het onderzoek bekendmaken.
Tijdens de onderzoeksperiode zal het kabinet ‘zich onthouden
van verdere beschouwingen en oordelen over datgene waar het
onderzoek van de Commissie zich op richt’.
Lees
de brief.
• Tijdens een ingelaste persconferentie kondigt premier
Balkenende een ‘onafhankelijk onderzoek’ aan naar
de besluitvorming inzake de Nederlandse steun aan de invasie
van Irak. In zijn verklaring memoreert Balkenende dat tijdens
de kabinetsformatie is afgesproken juist geen onderzoek te
doen, dat de besluitvorming in maart 2003 ‘zuiver en
integer’ was en dat er ‘niets te verbergen’ valt.
Maar hij constateert ook dat politiek en media inmiddels zóveel
aandacht voor het thema hebben dat die ‘de aandacht
voor de economische crisis en de bestrijding daarvan begint
te overschaduwen’. Bovendien meent de premier dat ‘de
dynamiek van de beeldvorming rond dit onderwerp steeds meer
een eigen leven gaat leiden’. Daarom is het volgens
hem ‘van belang de lopende discussie om te zetten in
een zodanig perspectief dat alle vragen rondom de besluitvorming
van toen op onafhankelijke wijze kunnen worden beantwoord’.
Daartoe zal een commissie onder leiding van mr. W.J.M. Davids,
oud-president van de Hoge Raad, een onafhankelijk onderzoek
naar de besluitvorming instellen. Davids heeft de vrije hand
in het samenstellen van zijn commissie, al ziet de premier
graag dat er enkele ministers van Staat zitting in nemen.
Het staat Davids ook vrij een eigen keuze te maken voor de
vorm van onderzoek. Hij krijgt toegang tot alle informatie
en heeft de mogelijkheid mensen te horen. Doel is dat Davids
zijn bevindingen voor 1 november 2009 aanbiedt aan regering
en parlement.
Lees
de verklaring.
1 februari 2009
• De Telegraaf bericht over een vandaag verschenen peiling van
Maurice de Hond, waaruit blijkt dat het CDA steeds verder
wegzakt. De partij is met 28 zetels maar liefst één-derde
van zijn electoraat kwijt, een historisch dieptepunt. Ook
de PvdA en CU staan op verlies. De coalitie beschikt virtueel
over slechts 59 zetels, een verlies van 17.
Lees
het artikel.
31 januari 2009
• RTL Nieuws onderstreept op haar website het
feit dat premier Balkenende ‘in strijd met de waarheid
heeft gezegd dat er geen verband kan zijn tussen de politieke
steun van Nederland aan de oorlog in Irak in 2003 en de benoeming
van minister De Hoop Scheffer tot secretaris-generaal van
de NAVO in datzelfde jaar’. Toenmalig NAVO-topman Robertson
kondigde echter al op 22 januari 2003, twee maanden voor de
oorlog, zijn vertrek aan. In een reactie laat de Rijksvoorlichtingsdienst
weten dat Balkenende zich vergist heeft, en bedoelde dat de
benoeming van De Hoop Scheffer in maart 2003 nog niet speelde.
Aanleiding voor de onduidelijkheid vormden uitlatingen van
Richard Armitage, voormalig Amerikaans onderminister van Buitenlandse
Zaken (zie hieronder: 00 januari).
Armitage bevestigde ook het door RTL Nieuws boven water gehaalde
feit dat Nederland tot op het allerlaatste moment heeft overwogen
de oorlog ook militair te steunen, en dat de VS Nederland
impliciet – middels documenten en diplomaten – om
zulke steun hebben gevraagd. Balkenende reageerde hierop met Wörtspielerei,
en Defensie ontkent het bestaan van een Amerikaanse brief
met een dergelijk verzoek. De Tweede Kamer is alle tegenstrijdige
berichten beu. Balkenende moet dinsdag schriftelijk ophledering
verschaffen. Later volgt een debat.
Lees
het artikel.
• Het radioprogramma Argos, baken van de vaderlandse onderzoeksjournalistiek,
gaat in op de ontstane turbulentie rond het Irak-onderzoek. Die turbulentie,
zo stelt het programma, wordt veroorzaakt door de blokkade die de premier heeft
opgeworpen tegen elke vorm van waarheidsvinding. In een interview met Argos
sprak PvdA-senator Klaas de Vries op 6 december 2008 zijn verbijstering uit
over het feit dat de huidige coalitie tijdens de informatie Balkenendes blokkade
van een onderzoek klakkeloos heeft overgenomen. Oud-CDA-premier Dries van Agt
waarschuwde al op 30 maart 2007 in reactie op de coalitie-afspraak dat de kwestie-Irak
Balkenende zal blijven achtervolgen, en een molensteen om de nek van het kabinet
zal blijken te zijn. Nu blijkt zijn gelijk. Afgelopen weken spraken talloze
voormalige bewindslieden en prominente politici zich uit voor een onderzoek,
onder wie opvallend veel CDA’ers: Wijffels, Bot, Van den Broek, Kooijmans,
Faber, Lubbers, Aantjes en Westerterp. Argos stelt de vraag of er überhaupt
nog mensen tegen een onderzoek zijn. Maar zolang Balkenendes blokkade voortduurt
zal elk feit tot verdere ophef leiden, en zullen de media puzzelstukken blijven
aandragen om de waarheid boven tafel te krijgen.
Afgelopen week legden RTL Nieuws en
de GPD-bladen nieuwe puzzelstukken op tafel, die opnieuw leidden tot
grote commotie (zie hieronder: 27 en 29 januari e.v.). Argos interviewt GPD-correspondent
Frank Hendrickx, en laat delen horen van diens interview met voormalig Amerikaans
onderminister van Buitenlandse zaken Richard Armitage. Nogmaals wordt duidelijk
dat er geen misverstand over kan bestaan dat de VS begin 2003 concreet hebben
gevraagd om militaie steun, en in niets anders waren geïnteresseerd. Ook
wordt duidelijk dat Jaap de Hoop Scheffer zijn functie wel degelijk te danken
heeft aan het feit dat hij zich inzake ‘Irak’ een trouwe vriend
van de VS had betoond.
Argos-redacteur Huub Jaspers, sinds jaar en dag de motor achter
talloze onthullingen rond ‘Irak’, licht toe dat
ook Argos op jacht is naar informatie uit de VS. Eerder kreeg
de redactie stukken over Afghanistan los van de Amerikaanse
regering die door de Nederlandse regering tot verboden terrein
waren verklaard. Op zoek naar documenten die de exacte Amerikaans-Nederlandse
relatie rond de besluitvorming over steun aan de oorlog moeten
duiden heeft Argos – naast de Wob – dus ook een
beroep gedaan op de Amerikaanse Freedom of Information
Act. Met hoge verwachtingen. Niet voor niets hebben de
Amerikanen de kwestie aan hun kant al grondig onderzocht,
en kijkt men daar fronsend naar het Nederlandse gestoethaspel.
In Nederland lijkt een race te ontstaan
onder de media om zoveel mogelijk feiten aan het licht te brengen. Argos, NRC
Handelsblad (met name Joost Oranje), RTL Nieuws en nu de GPD-bladen droegen
recent belangrijke informatie aan, en zullen daarmee doorgaan. Jaspers refereert
aan het nieuws dat talloze landen– met medeweten van de VS, maar verzwegen
voor het thuisfront – geheime militaire steun hebben verleend aan de
invasie van Irak (zie hieronder: 30 januari). Argos rapporteert al jarenlang
over ook door Nederland verleende militaire steun, tenminste in de maanden
direct voorafgaand aan de inval. Het nieuws dat RTL deze week naar buiten bracht
sluit daar naadloos op aan. Het lijkt vanzelfsprekend dat een land dat van
plan is een oorlog militair te steunen de daarvoor benodigde intelligencetevoren
probeert te verkrijgen. Nederland zette daartoe alle drie de krijgsmachtonderdelen
in, en leverde daarmee – bedoeld of onbedoeld – een aanzienlijke
militaire bijdrage aan (de voorbereiding op) de oorlog. Jaspers hekelt de ook
over dit onderwerp bestaande ban op openheid. Hij waarschuwt dat een onderzoek
naar de militaire component van de Nederlandse steun zal uitwijzen dat de regering
niet de waarheid heeft gesproken. Als Argos zelf dat tegen die tijd niet al
heeft bewezen.
Beluister de uitzending.
30 januari 2009
• Het Nederlands Dagblad publiceert een opmerkelijk
interview van GPD- correspondent Frank Hendrickx met Douglas
Feith, Amerikaans ex-onderminister van Defensie. De voormalige
vertrouweling van ex-minister Donald Rumsfeld stelt dat veel
meer landen militaire steun leverden aan de oorlog tegen Irak
dan publiekelijk is toegegeven. Of Nederland tot die landen
behoorde kan of wil hij niet zeggen. In zijn laatste boek, War
and Decision, schrijft Feith echter op pagina 396 – in
het hoofdstuk over de feitelijke invasie – dat Nederland
wel degelijk gevechtshandelingen van Amerika heeft gesteund,
en ’combat support’of ’combat
service support’heeft geleverd.
De VS hadden ‘alle respect’ voor het feit dat
landen slechts in het geheim wilden meevechten, schrijft Feith: ‘Sommige
van deze behulpzame landen wilden graag bekend staan als een
coalitielid, anderen hadden redenen om niet publiekelijk geassocieerd
te willen worden met de oorlog. Iedere land kreeg daarom gelegenheid
om zijn relatie met de coalitie naar eigen wens te karakteriseren.’
In Nederland wordt al jaren bericht over geheime Nederlandse
steun aan de oorlog tegen Irak. Twee dagen na de invasie stond
bij de eerste persconferentie van de coalition ineens
de Nederlandse luitenand-kolonel Jan Blom op het podium. Dat
heette toen een ‘misverstand’. Feith daarover: ‘Ik
neem aan dat zo’n man daar staat omdat hij een bijdrage
kan leveren aan de briefing of omdat hij bedankt moet worden’.
En zo waren er meer ‘misverstanden’, onder andere
over de onderzeeër De Walrus, die volgens voormalig staatssecretaris
van Defensie Van der Knaap werd ingezet ter voorbereiding
op de invasie (‘verspreking’), en over de onthullingenvan Argos met
betrekking de inzet van F16’s en special forces (‘ufo-journalistiek’).
Lees het artikel.
• ‘Een groot deel van de Tweede Kamer wil opheldering
van het kabinet over uitlatingen van Richard Armitage, ex-onderminister
van Buitenlandse Zaken van de Verenigde Staten’, schrijft NRC
Handelsblad. In een kort bericht vat de krant diens uitlatingen
nog eens samen.
Lees
het artikel.
• BN De Stem gaat in op de ontkenningen van premier Balkenende
ten aanzien van de beweringen van de voormalige Amerikaanse onderminister Armitage.
Die zei onder meer dat er een direct verband bestaat tussen de Nederlandse
steun aan de Irak-oorlog en de Navo-functie van oud-minister De Hoop Scheffer.
Balkenende ontkende dat vandaag door te stellen dat ten tijde van de besluitvorming
over de Nederlandse steun niet bekend was dat de Navo-post beschikbaar zou
komen. Slechts enkele uren na Balkenendes persconferentie meldt BN De Stem dat
dat niet klopt: toenmalig secretaris-generaal Robertson kondigde al op 22 januari
2003 zijn afscheid aan. ‘Vanaf dat moment werd er in de hoofdsteden van
de NAVO-landen nagedacht over mogelijke opvolgers.’
Lees
het artikel.
• Op zijn wekelijkse persconferentie ontkent premier Balkenende dat de
VS Nederland voorafgaand aan de Irak–oorlog een ‘concreet verzoek’ hebben
gestuurd voor militaire steun. Dit naar aanleiding van beweringen van Richard
Armitage, destijds Amerikaans onderminister van Buitenlandse Zaken (zie hieronder:
29 januari). Balkenende blijft erbij dat de VS zo’n oproep alleen ‘in
algemene zin’ hebben gedaan, en verwijst naar de komende antwoorden van
zijn kabinet op vragen uit de Tweede Kamer. Vergeten lijken de uitlatingen
van de toenmalige Franse ambassadrice in Nederland, die zich destijds in een
interview verbaasde over al die Amerikaanse diplomaten die zonder kloppen Balkenendes
Torentje frequenteerden. Dat waren de diplomaten waar Armitage over rept. Dit
is hoe de Amerikanen destijds ‘een verzoek overbrachten’, en waar
Balkenende nu niet aan herinnerd wil worden.
Tijdens de persconferentie spreekt Balkenende ook Armitages
bewering tegen dat sprake is geweest van een ‘beloning’ voor
de Nederlandse steun, onder andere in de vorm van een Navo-topfunctie
voor Jaap De Hoop Scheffer. Balkenende spreekt van een ‘merkwaardige
uitlating’ en claimt dat destijds niet eens bekend zou
zijn geweest dat de toenmalige topman Robertson zou vertrekken.
Onder de journalisten bevindt zich helaas niemand die zich
hierop heeft voorbereid door de datum van Robertsons aankondiging
van zijn afscheid na te gaan: dat was op 22 januari 2003,
een kleine twee maanden voordat werd besloten de Irak-oorlog
te steunen.
Balkenende gaat verdere vragen over een naderend onderzoek
uit de weg door aan te geven dat hij zich nu in de ‘fase
van het beantwoorden van Kamervragen’ bevindt. De Kamer
heeft afgelopen weken vragen gesteld over talloze facetten
van de kwestie-Irak, en er komen vrijwel dagelijks nieuwe
bij. Balkenende zegt zich dan ook voor te kunnen stellen dat
een parlementair onderzoek ‘bij mensen leeft’.
Op Nos.nl is het relevante deel van de persconferentie
te zien. Daarnaast geven de ministers Verhagen en Van Middelkoop
een korte reactie. Opmerkelijk daarin is de mate waarin beiden
zich lijken te distantiëren van het gevoerde Irak-beleid.
Tot voor kort stonden beiden pal achter dat beleid.
Bekijk
de persconferentie.
• In het wekelijkse Gesprek met de minister-president heeft interviewer
Ferry Mingelen moeite zijn boosheid te verbergen over Balkenendes ontwijkende
antwoorden op Mingelens vragen over ‘Irak’. Als Balkenende zijn
Tibetaanse gebedsmolen het deuntje laat spelen van de ‘fase van antwoorden’ onploft
de parlementair journalist bijna.
Bekijk
het gesprek.
29 januari 2009
• D66, de SP en andere partijen willen van minister
Verhagen opheldering over de uitspraken van de voormalige
Amerikaanse onderminister van Buitenlandse Zaken Richard L.
Armitage. Dat schrijft Trouw. Armitage zegt vandaag
in de GPD-bladen dat de VS Nederland destijds wel degelijk
om militaire deelname aan de invasie van Irak heeft gevraagd
(zie hieronder). Bovendien zou Nederland zijn beloond voor
zijn loyale opstelling, onder meer in de vorm van Amerikaanse
medewerking aan de benoeming van toenmalig CDA-minister Jaap
de Hoop Scheffer tot secretaris-generaal van de Navo. SP-Kamerlid
Harry van Bommel: ‘Als dit waar is, blijkt er handjeklap
te zijn gespeeld. Dat zou ongehoord zijn. Ik wil van de regering
weten of dit bericht waar is.’
Lees
het artikel.
• De Verenigde Staten hebben Nederland wel degelijk gevraagd om militair
deel te nemen aan de invasie van Irak. Dat zegt de voormalige Amerikaanse onderminister
van Buitenlandse Zaken Richard L. Armitage in een interview met de GPD-bladen.
Eergisteren onthulde RTL Nieuws dat de Nederlandse regering pas op
het allerlaatste moment besloot van militaire steun af te te zien. Dat er vérgaande
voorbereidingen voor die steun waren getroffen, was de Tweede Kamer nooit meegedeeld.
Premier Balkenende ontkende in december jl. zelfs nog dat de Amerikanen ooit
een formeel verzoek voor militaire steun hebben gedaan. Zij zouden juist om
politieke steun hebben gevraagd.
‘Er is absoluut een verzoek om militaire steun ingediend’, zegt
Armitage nu. De Amerikaanse regering stuurde volgens hem eerst een algemeen
verzoek naar Den Haag. Vervolgens is er op hoog diplomatiek niveau gekeken
naar welke concrete militaire bijdrage de regering-Balkenende wilde leveren.
Armitage: ‘We hebben officiële documenten gestuurd en we hebben
diplomaten naar Nederland gestuurd.’
Twijfel over de betekenis van het verzoek is er volgens Armitage
nooit geweest: ‘We waren alleen uit op militaire hulp.
We dachten immers dat de Irakezen ons met bloemen zouden onthalen
en dat we snel weer konden vertrekken. Dat vertelden we ook
aan onze bondgenoten.’ Hij sluit zelfs niet uit dat
de Nederlandse regering het verzoek om militaire steun als ‘druk’ heeft
ervaren.
Armitage zegt verder dat Nederland beloond is voor de steun
aan de invasie. De GPD-bladen schrijven: ‘De onderminister
zelf voorkwam dat Nederland sancties kreeg opgelegd wegens
de destijds toenemende mensensmokkel vanuit Nederland naar
Amerika. Volgens Armitage heeft de steun voor de oorlog in
Irak ook geholpen bij de latere benoeming van toenmalig CDA-minister
van Buitenlandse Zaken Jaap de Hoop Scheffer tot secretaris-generaal
van de Navo.’
Lees
het artikel.
• De Irak-beer is los in Den Haag, schrijft de Volkskrant. Sinds
een maand volgen de onthullingen (die volgens de krant niet altijd zo nieuw
zijn als ze lijken) elkaar in snel tempo op, ‘regent het Kamervragen
en debatten’ en ‘ziet premier Balkenende zijn medestanders tegen
een parlementair onderzoek een voor een overlopen’. De premier heeft
dat deels aan zichzelf te wijten, stelt de krant. De grote vraag is wat Balkenende
ervan weerhoudt om overstag te gaan. Zelfs CDA-minister Maxime Verhagen (Buitenlandse
Zaken) zou inmiddels vinden dat de premier opening van zaken moet geven.
Alleen de CDA-fractie schaart zich vooralsnog achter Balkenende.
Al valt ook daar inmiddels zachtjes te horen: misschien moeten
we om. Pragmatisme lijkt het binnen het CDA te gaan winnen
van principes, aldus de krant.
Lees
het artikel.
28 januari 2009
• In Netwerk zegt voormalig VVD-leider en oud-minister
van Defensie Frits Bolkestein voorstander te zijn van een
Irak-onderzoek. ‘Ik vind ook dat dat onderzoek moet
plaatsvinden, en in het algemeen gesproken kan men zeggen
dat de Tweede Kamer nooit bang moet zijn voor een onderzoek.’
Het verzet van Balkenende tegen een onderzoek noemt Bolkestein ‘heel
onverstandig. Maar hij heeft de reputatie dat hij koppig is,
dus wie weet blijft hij zijn kop in het zand steken’.
Waarom is een onderzoek belangrijk? Bolkestein: ‘De
Tweede Kamer heeft altijd baat bij een onderzoek. En in de
tweede plaats, ik vind dat het een stommiteit was van de Amerikanen,
en in hun kielzog van Nederland, om die oorlog te beginnen.
Dat hadden ze nooit moeten doen.’
Bolkestein wordt vooral geïntrigeerd door de vraag waarom
Nederland de oorlog steunde. Dat er van Irak geen dreiging
uitging, was volgens hem bekend. Zelf vernam hij dat voor
de oorlog van een persoon waarvan hij ‘vermoedde dat
hij beter op de hoogte was dan wie ook in Nederland’,
maar wiens identiteit hij nu niet wenst prijs te geven.
Kan Balkenende onder de huidige omstandigheden nog een kant
op? Bolkestein: ‘Ja, natuurlijk wel. Hij kan bijvoorbeeld
aftreden.’
Bekijk
de uitzending.
• Binnen de achterban van het CDA is een duidelijke kentering zichtbaar
in de mening over een Irak-onderzoek. Bijna de helft van de CDA-stemmers (47
procent) is inmiddels vóór een parlementair onderzoek; 50 procent
is tegen. Anderhalve week geleden was 33 procent vóór en 58 procent
tegen. Dat blijkt uit onderzoek van Maurice de Hond in opdracht van Pauw & Witteman.
Ook onder de achterban van andere partijen tekent zich zo’n
kentering af. Van de ChristenUnie-stemmers is een meerderheid
(54 procent) inmiddels vóór (en 40 procent tegen);
anderhalve week geleden was dat nog 34 procent (en 65 procent
tegen).
Opvallend is verder dat 72 procent van de PVV-stemmers vóór
is; dat was anderhalve week geleden 52 procent. De minste
voorstanders zijn te vinden binnen de VVD (44 procent), al
is ook hier een duidelijke stijging waarneembaar. Van de bevolking
als geheel is 66 procent vóór (en 30 procent
tegen); anderhalve week treug was dat nog 57 procent (en 36
procent tegen). Onder de aanhang van de linkse partijen is
80 procent of meer vóór een onderzoek.
Uit het onderzoek blijkt verder dat 70 procent van de Nederlanders
vindt dat premier Balkenende moet ophouden met het blokkeren
van een parlementair onderzoek. Slechts 24 procent wil dat
hij zijn verzet volhoudt. Alleen onder de aanhang van de ChristenUnie
vindt een meerderheid dat Balkenende moet volhouden. Binnen
zijn eigen CDA vindt 45 procent dat Balkenende zijn verzet
moet staken en 44 procent dat hij moet volhouden.
Zestig procent van de bevolking denkt dat het CDA er niet
in zal slagen het verzet tegen een onderzoek de resterende
regeerperiode (nog twee jaar) vol te houden. En tweederde
van de Nederlanders is van mening dat het afwijzen van een
onderzoek de partij schade berokkent. Alleen binnen het CDA
zelf denkt een nipte meerderheid (51 procent) daar anders
over.
Bekijk
de onderzoeksresultaten.
• De Britse regering moet de notulen vrijgeven van twee bijeenkomsten
van de Ministerraad in maart 2003, waarin het kabinet vergaderde over de invasie
van Irak. Dat heeft het Britse Information Tribunal bepaald, schrijft NRC
Handelsblad.
Het tribunaal deed uitspraak in een door de regering aangespannen
beroepszaak tegen een eerder besluit van ombudsman Richard
Thomas. Die oordeelde dat het publieke belang van de vrijgave
van de notulen zwaarder woog dan de vertrouwelijkheid die
gewoonlijk wordt betracht. Normaal gesproken worden kabinetsnotulen
pas na dertig jaar vrijgegeven.
Tijdens de Ministerrraad van 17 maart 2003 presenteerde Lord
Goldsmith, de belangrijkste juridische adviseur van premier
Blair, een korte notitie waarin hij uiteenzette dat de invasie
van Irak ook zonder expliciete VN-resolutie rechtmatig was.
Het kabinet nam die redenering over en een dag later beriep
ook premier Balkenende zich erop.
In 2005 bleek echter dat Goldsmith tien dagen eerder een veel
uitvoeriger advies bij Blair had ingediend, waarin hij juist
allerlei vraagtekens bij de rechtmatigheid plaatste. De vraag
waarom Goldsmith van mening veranderde (volgens sommigen is
hij door de regering onder druk gezet) is nooit beantwoord.
In 2007 werd op grond van de Britse tegenhanger van de Wet
openbaarheid van bestuur (WOB) om vrijgave van de notulen
gevraagd.
Of de notulen nu daadwerkelijk worden vrijgegeven is overigens
nog de vraag. De regering kan nog beroep aantekenen bij een
rechtbank, en zelfs een veto uitspreken.
Lees
het artikel.
Lees
het besluit van het Information Tribunal.
• Op haar website vraagt RTL Nieuws mensen te reageren op de
vraag ‘Moet er een parlementaire enquête komen naar de Irak-oorlog?’ Van
de bijna 4900 mensen die aan de peiling meedoen, antwoordt 68 procent ‘Ja’ en
32 procent ‘Nee’.
• De Tweede Kamer is de tegenwerking van premier Balkenende, die zich
blijft verzetten tegen opening van zaken rond ‘Irak’, meer dan
zat. Dat meldt RTL Nieuws. De meeste Tweede-Kamerfracties willen de
stukken zien die RTL Nieuws gisteren openbaarde. Geeft de regering
onvoldoende helderheid rond de zaak, dan zal de VVD zich voor een parlementair
onderzoek uitspreken, zegt VVD-woordvoerder Hans van Baalen. Ook voor de PVV
komt steun aan een onderzoek dan dichtbij, zegt fractielid Raymond de Roon.
Het debat over de door RTL Nieuws gepubliceerde documenten vindt donderdag
5 februari plaats.
Bekijk
de uitzending.
• In een opiniestuk in Trouw zet VVD-woordvoerder Hans van Baalen
het standpunt van beide fracties van zijn partij (in de Eerste en Tweede Kamer)
aangaande een Irak-onderzoek uiteen. Van een principiële afwijzing van
zo’n onderzoek is nooit sprake geweest. ‘Sterker nog’, schrijft
hij, ‘de VVD-fractie in de Tweede Kamer vindt het onaanvaardbaar dat
de fracties van CDA, PvdA en ChristenUnie zich bij een coalitie-akkoord hebben
laten beroven van het recht van onderzoek en enquête.’
De Tweede-Kamerfractie heeft tot op heden geen aanleiding
gezien voor een parlementair onderzoek of enquête, maar
altijd gesteld dat relevante nieuwe feiten of aanwijzingen
voor misleiding van de Kamer door de regering daar verandering
in kan brengen. Voor de Eerste-Kamerfractie was de aanhoudende ‘mist’ rond
het Irak-dossier reden om een onderzoek niet langer uit te
sluiten. Begrijpelijk, zegt Van Baalen met zoveel woorden. ‘Het
valt niet te volgen waarom het kabinet niet wil ingaan op
de kwestie of zij destijds de overtuiging had of Saddam wel
of niet over mvw’s beschikte. Waarom het kabinet krampachtig
weigert zich uit te laten over de dilemma’s ten aanzien
van Iraqi Freedom en het volkenrecht en de keuzes die destijds
gemaakt werden, valt evenmin te begrijpen.’ Bovendien, ‘het
feit, dat de regering er zeven maanden over deed om de Eerste
Kamer te antwoorden, getuigt niet van het noodzakelijke respect
voor de senaat en miskent de ernst van de zaak zelve.’
Mocht er een onderzoek worden ingesteld, dan ziet Van Baalen
dat bij voorkeur plaatsvinden in de Senaat: ‘Het feit
dat de Eerste Kamer meer op afstand van de politieke actualiteit
opereert dan de Tweede Kamer, die nauw bij de besluitvorming
rond operatie Iraqi Freedom is betrokken, maakt een eventueel
onderzoek door deze Kamer van reflectie wenselijker dan een
gedeeltelijk zelfonderzoek door de Tweede Kamer.’
Ingeval van een onderzoek waarschuwt Van Baalen tenslotte
voor ‘een serieuze complicatie’. Informatie over
de rol die buitenlandse inlichtingen hebben gespeeld bij de
Nederlandse besluitvorming kan en zal volgens hem niet in
de openbaarheid worden verstrekt. Binnen de internationale
inlichtingengemeenschap geldt nu eenmaal dat men elkaars informatie
nooit openbaar maakt en nooit als officiële bron gebruikt.
Doet men dat wel, dan bestaat het risico dat men voortaan
verstoken blijft van ‘vitale inlichtingen die voor de
veiligheid van onze troepen in Afghanistan en voor onze burgers
in Nederland van groot belang kunnen zijn’.
Van Baalen realiseert zich dat de noodzakelijke vertrouwelijkheid
rond dit punt op gespannen voet staat met het doel van een
parlementair onderzoek: ‘in de openbaarheid duidelijkheid
scheppen, verantwoordelijkheden vaststellen en lessen trekken’.
Maar, stelt hij, het is van groot belang om ‘de omvang
en de breedte en de diepte van het parlementaire onderzoek
zorgvuldig te omschrijven, waarbij te allen tijde voorkomen
moet worden dat Nederland op inlichtingengebied droog wordt
gezet.’
Lees
het artikel.
• De fracties van D66, PvdA, SP, GroenLinks, VVD en ChristenUnie willen
dat het kabinet alle documenten waaruit RTL Nieuws gisteren citeerde
zo snel mogelijk naar de Tweede Kamer stuurt. Dat schrijft Trouw. RTL
Nieuws kreeg de stukken in handen na een WOB-verzoek.
Lees
het artikel.
• Een parlementair onderzoek naar de Irak-oorlog is helemaal niet meer
nodig. Dat zegt jurist en hoogleraar Twan Tak van de Universiteit Maastricht
in het AD. ‘Er zullen geen nieuwe feiten boven water komen.
En iedereen met gezond verstand kan de conclusie van zo’n onderzoek nu
ook al trekken: we hadden die oorlog nooit mogen steunen.’
Volgens Tak wist iedereen in 2003 al dat de argumentie van
de regering (Irak werkt onvoldoende mee aan VN-resoluties
en dus is een aanval gerechtvaardigd) niet deugde: ‘Als
we elk land binnenvielen dat zich niet aan een VN-resolutie
houdt, was iedereen met elkaar in oorlog. Volgens het internationaal
recht is een aanval zonder VN-mandaat een misdaad. Punt. En
Balkenende weigert dat toe te geven.’
De aanzwellende roep om een onderzoek in de Tweede Kamer heeft
iets kroms, meent Tak. De vraag naar het waarom van de steun
aan de oorlog verbaast hem. ‘De Kamer heeft er altijd
bijgezeten.’
Hans Couzy, voormalig militair bevelhebber, denkt te weten
waarom Balkenende zich zo heftig tegen een onderzoek verzet: ‘Hij
is bang. Hij moet toegeven dat hij een fout heeft gemaakt
en dat wil hij niet. Als premier meedoen aan een oorlog op
verkeerde gronden, dat is nogal een fout.’
Het AD sprak ook met Uri Rosenthal, VVD-fractieleider
in de Eerste Kamer, die vindt dat Balkenende de aanzwellende
roep om een onderzoek vooral aan zichzelf te danken heeft: ‘Hij
blijft mist opwerpen. Simpele vragen uit de Eerste Kamer liet
hij acht maanden onbeantwoord. Ambtelijke stukken wil hij
niet openbaar maken en zijn verdediging is steeds krampachtig.
Dan gaan mensen vanzelf denken: “ze hebben iets te verbergen”.’
Lees
het artikel.
• Net als RTL Nieuws gisteravond, meldt de Volkskrant dat
de Verenigde Staten Nederland wel degelijk om militaire steun voor de invasie
van Irak hebben gevraagd. Ook de krant beschikt over geheime stukken van Defensie
waaruit dat blijkt.
In één van de documenten – een brief van
17 maart 2003 van de Directie Algemene Beleidszaken (DAB)
van het ministerie van Defensie aan de politieke leiding – is
sprake van ‘het oorspronkelijke verzoek van de VS om
militaire bijdragen’. Dat verzoek spitste zich toe op
de inzet van een fregat voor ‘de participatie in een
eventuele coalitie tot gedwongen ontwapening van Irak’.
In de documenten is verder sprake van het opstellen van geweldsinstructies
voor militairen en van het opstellen van een Artikel-100-brief
voor het parlement. Volgens een woordvoerder van Defensie
had het Amerikaanse verzoek geen betrekking op deelname aan
de oorlog, maar op de ontwapening van Irak na de val van het
regime van Saddam Hoessein.
De krant maakt ook melding van Kamerleden die woedend zijn,
omdat ze onwetend waren van de vergevorderde militaire voorbereidingen.
In december jl. liet premier Balkenende nog weten dat de VS ‘geen
formeel verzoek’ had gedaan voor Nederlandse deelname
aan de invasie van Irak: ‘De VS hebben Nederland gevraagd
politieke steun te bieden, mocht het komen tot militair optreden.’
D66-leider Alexander Pechtold zegt schoon genoeg te hebben
van de ‘woordspelletjes’ van Balkenende: ‘Schokkend
voor de democratie, een aanfluiting voor de rechtsstaat.’ Hij
vraagt een debat aan over de zaak.
Senator Klaas de Vries (PvdA) vraagt zich af of Nederland
troepen naar het strijdtoneel zou hebben gestuurd als de PvdA,
die op het bewuste moment in onderhandeling was met het CDA
over de vorming van een nieuw kabinet, zich daar niet pontificaal
tegen had gekeerd: ‘Was het kabinet zonder die gesprekken
met de PvdA wél meegegaan in de oorlog? Dat is de grote
politieke vraag.’
Lees
het artikel.
27 januari 2009
• Oud-premier Ruud Lubbers roept partijgenoot Balkenende
op ‘totale openheid’ te geven over de besluitvorming
rond de steun aan de invasie van Irak. ‘Laat ik hopen
dat we heel snel een totale openheid krijgen’, zegt
Lubbers in Netwerk. ‘Openheid nu, dat is een
goede zaak.’
Lubbers adviseert Balkenende bovenal snel te handelen. ‘Dat
is niet zo moeilijk. Hij kan het gewoon vertellen. Hij kan
het zelf doen, hij kan wat mensen vragen er naar te kijken,
maar mijn hoofdprioriteit zou zijn: doe het snel. We kunnen
het ons met de belangrijke vragen waar wij in Nederland voor
staan niet veroorloven om weer eens een paar jaar met een
parlementaire enquête bezig te zijn.’
Bekijk
de uitzending.
• Wouter Bos was niet op de hoogte van de vergevorderde plannen van het
demissionaire kabinet-Balkenende I tot het verlenen van militaire steun aan
de invasie van Irak. Ook kende hij de documenten daarover die RTL Nieuws vanavond
openbaarde niet. Dat zegt hij in Pauw & Witteman.
Bos en Balkenende deden op het bewuste moment een poging een
nieuw kabinet te formeren. In de gesprekken daarover liet
de PvdA blijken (deelname aan) een oorlog tegen Irak niet
gerechtvaardigd te vinden. Volgens Bos heeft Balkenende niets
gezegd over een Amerikaans verzoek voor militaire steun.
Bos zegt dat het standpunt van de PvdA over een Irak-onderzoek
niet is veranderd door alle onthullingen van de afgelopen
tijd. ‘Onze mening is altijd al geweest dat zo’n
onderzoek er op enigerlei moment moet komen.’ Bos houdt
zich ‘met frisse tegenzin, zoals iedereen weet’ aan
de tijdens de kabinetsformatie gemaakte afspraak met CDA en
ChristenUnie. ‘Zolang die afspraak bestaat houd ik me
eraan. En dan is het nu verder aan de minister-president en
het CDA om hun positie te bepalen.’
Bekijk
de uitzending.
• De Nederlandse regering heeft tóch overwogen militaire steun
te verlenen aan de invasie van Irak. Dat meldt het RTL Nieuws op basis
van geheime Defensie-documenten die de redactie na een beroep op de Wet openbaarheid
van bestuur (WOB) in handen kreeg. In december jl. liet premier Balkenende
in antwoord op vragen uit de Eerste Kamer nog weten dat de Verenigde Staten
nooit een formeel verzoek voor militaire steun hebben gedaan. In de Defensie-stukken
wordt echter verwezen naar zo’n verzoek.
Uit de documenten blijkt verder dat Nederland een fregat beschikbaar
hield voor deelname aan de oorlog. Ook was al een zogeheten
Artikel-100-brief voorbereid, waarmee het parlement op de
hoogte zou worden gebracht van de inzet van Nederlandse militairen.
Ook de rules of engagement voor de Nederlandse militairen
waren al voorbereid.
Uiteindelijk zag het kabinet op het allerlaatste moment van
het voornemen af. Balkenende stuitte op hevig verzet van de
PvdA, waarmee hij op dat moment probeerde een nieuw kabinet
te vormen. Bovendien bleek uit onderzoek dat de overgrote
meerderheid van de bevolking tegen (deelname aan) de oorlog
gekant was.
In de uitzending toont D66-leider Alexander Pechtold zich ‘verbijsterd’ over
de ontdekking van RTL Nieuws. ‘Het wordt tijd
dat Balkenende zijn strijd tegen de waarheid opgeeft. Hij
moet nu echt met de billen bloot’, stelt hij. Ook senator
Klaas de Vries (PvdA) is ‘geschokt’. Evenmin
als zijn collega’s wist hij dat de regering vergevorderde
voorbereidingen voor het verlenen van militaire steun had
getroffen.
Via onderstaande link zijn het betreffende deel van de uitzending én
de door RTL Nieuws verkregen documenten te zien.
Bekijk
de uitzending.
25 januari 2009
• In een commentaar schildert Elsevier-hoofdredacteur
Arendo Joustra burgers en politici die aandringen op opening
van zaken rond wat hij noemt ‘de besluitvorming rond
de bevrijding van Irak’ af als ‘jengelende kinderen’. ‘Wat
valt er nog te onderzoeken’, vraagt hij. Harder kan
een journalist zichzelf niet diskwalificeren.
Lees
het commentaar.
23 januari 2009
• In De Socialist vat Allard de Rooi van ‘Openheid
over Irak’ de stand van zaken met betrekking tot de
kwestie–Irak samen. Aan de orde komen het onlangs door NRC
Handelsblad gepubliceerde geheime memorandum (zie hieronder:
17 januari), het tweesporenbeleid in de Eerste en Tweede Kamer,
en de positie van premier Balkenende.
Lees
het artikel.
• Onder de kop Parlement moet inzake Irak zijn werk doen schrijft de
Volkskrant in een commentaar dat het niet langer de vraag is óf
er een onderzoek komt, maar wanneer. Op basis van het door NRC Handelsblad gepubliceerde
memorandum van de juristen van Buitenlandse Zaken (zie hieronder: 17 januari)
maakt de krant korte metten met de in maart 2003 door de regering opgevoerde
argumentatie: ‘Dat resolutie 1441 rept van “ernstige gevolgen” als
de inspecties van de VN worden gedwarsboomd, geeft lidstaten nog niet
het recht op eigen houtje te beslissen dat gebruik van geweld is gerechtvaardigd.’ Ook
benadrukt de krant het feit dat ‘dezelfde ambtenaren kennelijk al
vóór de invasie vergeefs hadden geprobeerd gehoor te vinden voor
hun standpunt’.
De krant schrijft terecht dat niet getracht moet worden ‘de
hele kwestie af te doen als mosterd na de maaltijd’,
omdat die nog even actueel is als destijds. Het kabinet zal
duidelijk moeten maken wanneer mag worden afgeweken van de
regels die tot de pijlers van de internationale rechtsorde
behoren. ‘Een land dat de bevordering van de internationale
rechtsorde in de Grondwet heeft staan, kan zich niet veroorloven
hiermee te marchanderen.’
Tot slot roept de krant het CDA op tot bezinning op de schade
die de partij bezig is aan te richten. Is die niet groter
dan de uitkomst van een enquête – temeer daar
Balkenende zegt niets te verbergen te hebben? Nu houdt het
CDA een voortgaande carroussel van vragen en nutteloze antwoorden
In stand. ‘Als de regering het parlement niet serieus
neemt, zou het parlement door het instellen van een enquête
in elk geval zelf zijn controlerende taak serieus kunnen nemen.’
Lees
het artikel.
22 januari 2009
• In NRC Handelsblad signaleert historicus
Jan Drentje aan de hand van de besluitvorming rond de Nederlandse
steun aan de invasie van Irak dat het parlement in dergelijke
kwesties van oorlog en vrede een opvallend zwakke positie
heeft. Hij stelt dat het van groot politiek en historisch
belang is om door middel van een parlementaire enquête
heel precies te reconstrueren hoe de besluitvorming is verlopen,
wat de exacte plannen en afwegingen van de regering waren
en welke rol de uitvoerende macht in dit kader heeft gespeeld.
De commissie die met de enquête wordt belast zou ‘de
opdracht moeten krijgen een voorstel te doen voor modernisering
en aanscherping van de grondwettelijke bepalingen rond oorlog
en vrede’. Dat zou de democratie ten goede komen, stelt
Drentje. En passant onderstreept hij het belang van kwaliteitsmedia
voor het functioneren van de democratie.
Lees
het artikel.
• In een glashelder hoofdartikel stelt het Friesch Dagblad dat
de roep om een Irak-onderzoek ‘inmiddels zo groot is dat weigeren niet
meer verstandig is’. Sterker nog: ‘De halsstarrige houding van
Balkenende maakt de situatie juist erger. Het speelt mensen in de kaart die
zeggen dat er iets te verbergen valt.’
De krant constateert dat de zaak ‘begint uit te draaien
op een parlementaire erezaak. En dat is maar goed ook.’ De
premier en de regering dienen zich namelijk niet te bemoeien
met wat het parlement al dan niet doet. Het blokkeren van
een onderzoek tijdens de kabinetsformatie was derhalve een
slechte zaak, aldus de krant. ‘Het land is gebaat bij
een goede regering en een krachtige volksvertegenwoordiging.
Als er geen verschil meer bestaat tussen beide dan betekent
dat een verzwakking voor het gehele politiek systeem.’
Lees
het artikel.
• Op Volkskrant.nl wordt lezers gevraagd te reageren op de stelling ‘Een
onderzoek naar de steun aan de inval in Irak komt steeds dichterbij. Is het
voor u een belangrijke kwestie?’ Van de 3022 mensen die aan de peiling
meedoen antwoordt 62 procent ‘Ja’ en 38 procent ‘Nee’.
• In een opiniestuk voorspelt de Haagse redactie van de Volkskrant dat
een parlementaire enquête naar ‘Irak’ zal leiden tot het
oprakelen van de onderlinge strijd tussen CDA en PvdA. Begin 2003 stonden beide
partijen tijdens hun mislukte kabinetsformatie op dit punt lijnrecht tegenover
elkaar. Komt er een enquête, dan ‘is de kans groot dat premier
Balkenende en vice-premier Bos tijdens de huidige kabinetsperiode tegenover
elkaar komen te staan. Geen prettig vooruitzicht voor twee politici die graag
de eindstreep willen halen.’
Lees
het artikel.
• De Volkskrant publiceert een interview met Guardian-journalist
Nick Davies, die vorig jaar het kritische boek Flat Earth
News schreef (zie hieronder: 4 april 2008). Davies maakt
zich zorgen over ‘het uitsterven van de journalistiek’,
die onder grote druk staat van de commercie. Journalisten
hebben geen tijd meer om hun werk goed te doen en laten hun
oren teveel hangen naar propaganda. In zijn boek illustreert
Davies de uitholling van het beroep aan de hand van de aanloop
naar de oorlog tegen Irak, waarin veel media zich kritiekloos
als doorgeefluik van propaganda lieten gebruiken. Het gevolg
is dat met name veel Amerikanen hun eigen media niet meer
vertrouwen, ‘vooral door Irak’. Een pasklare oplossing
heeft Davies niet voorhanden. ‘We moeten een nieuw verdienmodel
vinden, maar ik weet ook nog niet hoe.’
Lees
het interview.
• In een artikel op de website van zijn partij constateert SP-senator
Arjan Vliegenthart dat de regering zich met haar weigering opening van zaken
rond de kwestie-Irak te geven steeds meer in een maatschappelijk isolement
bevindt. Ook internationaal neemt Nederland vanwege die hardnekkige weigering
een uitzonderingspositie in. ‘Een dergelijke houding is echter in een
volwassen parlementaire democratie niet vol te houden’, meent Vliegenthart.
De senator geeft een aantal voorbeelden van belangrijke vragen
waarop bijna zes jaar na dato nog altijd geen antwoord is
gegeven. ‘Zolang deze onduidelijkheid blijft voortbestaan,
zal het dossier de regering-Balkenende blijven achtervolgen’,
stelt hij. ‘De regering moet niet bang zijn voor de
waarheid en het parlement moet haar verantwoordelijkheid nu
echt nemen.’
Lees
het artikel.
21 januari 2009
• In Trouw houdt oud-fractievoorzitter van
het CDA Willem Aantjes naar aanleiding van het door NRC onthulde
memorandum (zie hieronder: 17 januari) een doorwrocht pleidooi
voor instelling van een parlementaire enquête naar ‘Irak’.
Het is mogelijk, schrijft Aantjes, dat het memo bewust van
de minister is weggehouden, maar er zijn ook andere mogelijkheden.
Bijvoorbeeld dat de minister het stuk wél heeft gezien
en het al dan niet naast zich heeft neergelegd. De relevante
vraag is dan of de minister de inhoud aan het kabinet of in
elk geval de premier heeft doorgegeven.
Er zijn in deze zaak – naast het nationaal belang – drie
reputaties in het geding, meent Aantjes: die van de voormalige
secretaris-generaal van het ministerie, die van voormalig
minister De Hoop Scheffer en die van premier Balkenende. Met
name voor de laatste twee is het van het grootste belang dat
er duidelijkheid komt in deze kwestie. Instelling van een
parlementaire enquête is ook in hun belang. En wat Aantjes
betreft passen beide Kamers ervoor op dit punt met elkaar
te rivaliseren, en werken zij eendrachtig samen. Een gezamenlijke
enquête, derhalve. ‘De zaak, waarbij mensenlevens
zijn ingezet én opgeofferd, is er belangrijk genoeg
voor.’
Lees
het artikel.
• In zijn column in Trouw stelt Willem Breedveld dat ‘Nederland
oorlogszuchtiger is dan de VS’. In zijn afscheidscampagne sprak president
Bush enkele malen spijt uit over de gang van zaken in Irak. Die uitspraken
zijn om meerdere redenen wrang te noemen, schrijft Breedveld, maar in elk geval
spreekt er een groeiend besef uit dat binnen een democratische samenleving
een besluit ten oorlog te trekken door en door gerechtvaardigd moet zijn. Vergelijk
dat eens met het standpunt van de Nederlandse regering, stelt Breedveld: die ‘vaart
onverdroten op het kompas dat je een oorlog mag beginnen op basis van verouderde
resoluties’, zonder expliciete toestemming van de Veiligheidsraad.
Lees
de column.
• De Volkskrant constateert aan de hand van de recente ontwikkelingen
rond ‘Irak’ dat ‘een onderzoek steeds dichterbij komt’.
In een achtergrondartikel zet de krant de ontwikkelingen en de vragen die ze
oproepen op een rij.
Lees
het artikel.
• BNR Nieuwsradio spreekt met Hein van Meeteren, mede-oprichter
van ‘Openheid over Irak’. Van Meeteren zegt dat uit het door NRC onthulde
memorandum (zie hieronder: 17 januari) een grote onvrede aan de top van het
ambtenarenapparaat spreekt omtrent het negeren van adviezen. Informeel is die
onvrede allang bekend, stelt hij. Op de vraag of er eventueel ‘koppen
moeten rollen’ antwoordt hij dat dat er geen enkele reden is de eventuele ‘fouten
van een jonge premier’ met de mantel der liefde te bedekken. Balkenende
en voormalig minister De Hoop Scheffer (en diens huidige opvolger Verhagen)
zijn politiek verantwoordelijk voor het besluit de invasie van Irak te steunen,
en als een onderzoek ernstige onzorgvuldigheden aan het licht brengt zal dat
volgens Van Meeteren politieke consequenties voor hen moeten hebben.
Beluister
de uitzending.
• In het Radio1-Journaal lichten fractievoorzitter Arie Slob
van de ChristenUnie en woordvoerder Martijn van Dam van de PvdA-fractie toe
waarom zij de regering om opheldering hebben gevraagd over het door NRC onthulde
memorandum (zie hieronder: 17 januari) en (Van Dam) de brief die premier Balkenende
in maart 2003 schreef aan een Nederlandse vrouw (zie hieronder: 20 januari).
Van Dam is er zeker van dat er ooit een Irak-onderzoek komt: ‘Ik ben
ervan overtuigd dat zo’n onderzoek er in de toekomst zeker een keer zal
komen. Ik denk dat de enige vraag die iedereen nu nog bezighoudt is wanneer
dat zal zijn.’ Minister Verburg stelt in een reactie dat het CDA zich
door de ontwikkelingen niet bang laat maken, en dat er geen reden is voor verminderd
vertrouwen in de regering.
Beluister
de uitzending.
20 januari 2009
• In Pauw & Witteman wordt voormalig minister
van Buitenlandse Zaken Ben Bot gevraagd of hij het door NRC
Handelsblad onthulde memorandum kende. Bot vertelt dat
hij het stuk bij zijn aantreden in december 2003 niet kreeg
voorgelegd, zoals hem geen enkel stuk omtrent de besluitvorming
van begin 2003 werd voorgelegd. Wat Irak betreft gingen de
stukken die hij kreeg over lopende zaken, zoals bijvoorbeeld
de Nederlandse SFIR-missie.
Toen hij begon te twijfelen aan de juistheid van de oorlog
deed hij navraag: hoe was de regering tot haar besluit gekomen?
Hij kreeg te horen dat de meerderheid van de juristen vond
dat er voldoende basis voor de invasie was. Het door NRC geopenbaarde
memorandum, dat ruim een maand na het begin van de oorlog
werd opgesteld, noemt hij ‘mosterd na de maaltijd’: ‘Dan
denk ik: dat hadden ze van tevoren moeten doen.’
Tegelijkertijd kan hij zich voorstellen dat ‘degenen
die de regering geadviseerd hebben – de ambtenaren en
zo – misschien in meerderheid gezegd hebben: wij vinden
het eigenlijk toch wel een twijfelachtige zaak. En dan zou
ik wel graag willen weten wat voor memo’s en wat voor
redeneringen dan wél de doorslag hebben gegeven.’ De
kwestie is voor Bot al met al een extra reden voor onderzoek,
al verwacht hij nog steeds niet dat zo’n onderzoek ‘veel
nieuws aan de orde zal brengen’.
Bekijk
de uitzending.
• Het Parool publiceert een interview met mede-oprichter
van ‘Openheid over Irak’ Hein van Meeteren. Van
Meeteren is opgelucht dat de kwestie-Irak in een stroomversnelling
is gekomen en een onderzoek slechts een kwestie van tijd lijkt: ‘Een
gigantische stap vooruit. Eindelijk.’ Een parlementair
onderzoek (en met name een parlementaire enquête) is
het enige geëigende middel om de waarheid rond ‘Irak’ aan
het licht te brengen, benadrukt Van Meeteren. En de burger
heeft recht op die waarheid.
Lees
het artikel.
• NRC Handelsblad schrijft dat vanuit de Tweede
Kamer tientallen schriftelijke vragen aan minister Verhagen
van Buitenlandse Zaken zijn gesteld over het onlangs uitgelekte
volkenrechtelijke memorandum (zie hieronder: 17 januari).
De Kamer wil binnen twee weken antwoord van de minister. Daarna
komt er een debat met Verhagen en premier Balkenende.
De krant schrijft verder dat de Eerste Kamer vandaag definitief
besloot vervolgvragen te stellen over de kwestie-Irak. Die
vragen zullen uiterlijk op 17 februari worden ingediend. Zijn
de antwoorden opnieuw niet naar tevredenheid, dan buigt de
Kamer zich over het instellen van een onderzoek. Daarvoor
bestaat sinds 23 december jl. een meerderheid. De VVD-fractie
toonde zich toen dermate teleurgesteld over de antwoorden
van de regering op ruim honderd eerdere Irak-vragen uit de
Senaat, dat zij besloot een initiatief tot instelling van
een onderzoek te zullen steunen.
Lees
het artikel.
• De PvdA wil opheldering over de brief die premier Balkenende een week
voor het begin van de Irak-oorlog aan een Nederlandse vrouw stuurde (zie hieronder).
Dat schrijft de Volkskrant. PvdA-Kamerlid Martijn van Dam vindt het
vreemd dat de premier in de brief refereerde aan het veronderstelde bezit van
massavernietigingswapens door Irak. ‘Deze woorden kunnen wij niet terugvinden
in de brieven die de Tweede Kamer hierover kreeg. Er is sprake van discrepantie’,
aldus Van Dam.
Lees
het artikel.
• Toen de regering in maart 2003 besloot de invasie van Irak te steunen,
deed ze dat op grond van ‘een eigenstandige afweging’. Anders dan
bij onze bondgenoten was niet de dreiging van de massavernietigingswapens van
Irak, maar het feit dat het land onvoldoende meewerkte aan VN-resoluties de
reden voor de steun. Zo luidt althans de officiële lezing die de regering
in de loop van 2003 formuleerde. In de aanloop naar de oorlog had zij wel degelijk hoog
opgegeven van de dreiging van Irak. Maar toen de gevreesde massavernietigingswapens
onvindbaar bleken, verdween dit punt steeds meer naar de achtergrond.
Dat de wapens van Irak pal voor de oorlog wel degelijk meespeelden
in de afweging van de regering, blijkt ten overvloede uit
een brief die een Nederlandse vrouw op 11 maart 2003 van premier
Balkenende ontving, in antwoord op een e-mail. De Volkskrant publiceert
een opmerkelijke passage: ‘In uw bericht maakt u uw
zorgen kenbaar over Irak. Irak beschikt zeer waarschijnlijk
over massavernietigingswapens. De dreiging die van Irak uitgaat
is reëel en wordt, naarmate de tijd verstrijkt, steeds
ernstiger. Rapporten bevestigen dit.’
Voor GroenLinks is de publicatie in de Volkskrant reden voor een
oproep aan de bevolking om soortgelijke brieven op te
sturen.
Lees
het artikel.
19 januari 2009
• Naar aanleiding van het eergisteren door NRC geopenbaarde
juridische memorandum stelt Nova de vraag of Nederland
op grond van de rond ‘Irak’ gebruikte juridische
argumenten een eventuele nieuwe oorlog zou kunnen steunen.
Volkenrechtdeskundige Peter Kooijmans (voormalig minister
van Buitenlandse Zaken namens het CDA) noemt de destijds gebruikte
argumentatie ‘een zeer aanvechtbare redenering, want
het zou betekenen dat ieder individueel lid van de VN actie
zou kunnen ondernemen tegen een land dat zich niet aan de
Veiligheidsraad houdt, zónder dat daar door de Veiligheidsraad
zelf toe is opgeroepen’. Kooijmans kent geen ander land
dat zich destijds uitsluitend baseerde op de ‘Nederlandse’ argumentatie,
die erop neerkwam dat het niet naleven van VN-resoluties door
Irak een voldoende rechtvaardiging was voor ‘de eenzijdige
actie van Engeland en Amerika’.
Ook volgens volkenrechtdeskundige André Nollkaemper
schoot de Nederlandse argumentatie tekort: ‘Het was
duidelijk dat dit niet kon’, en dat was des te ernstiger
omdat Nederland ‘een speciale verantwoordelijkheid heeft
voor de bescherming van de internationale rechtsorde’.
Onder verwijzing naar het regeerakkoord ‘garandeert’ de
PvdA dat Nederland onder Balkenende IV niet opnieuw op deze
gronden een oorlog kan steunen. Kan de PvdA die garantie eigenlijk
wel geven, vraagt Nova.
Nee, zegt Kooijmans, er bestaat helemaal geen garantie. Nee,
zegt ook Nollkaemper, want in feite houdt het kabinet het
standpunt van destijds nog altijd in ere, en de ‘garantie’ waarmee
de PvdA schermt (de noodzaak van een ‘volkenrechtelijk
mandaat’) bestond toen ook al. Volgens hem is de ‘garantie’ die
de PvdA in de kabinetsformatie zegt te hebben binnengehaald ‘schijnwisselgeld’.
Ook volgens Kooijmans stelt het wisselgeld ‘bar weinig’ voor.
PvdA-Kamerlid Martijn van Dam noemt de opvatting van beide
deskundigen ‘flauwekul’; zij hebben ‘niet
goed gelezen’. Politiek gezien is er volgens Van Dam ‘geen
enkele ruimte’ voor een herhaling van ‘Irak’.
Bekijk
de uitzending.
• In Pauw & Witteman noemt fractievoorzitter Arie Slob van
de ChristenUnie het via NRC uitgelekte memo ‘opzienbarend’,
met name omdat met de aantekeningen op het memo de indruk wordt gewekt dat
het niet aan de minister is overhandigd. Slob vindt dat het kabinet opheldering
moet geven: waarom is het ‘doorwrochte’ memo niet aan de minister
doorgegeven, was de daarin gegeven uitgebreide volkenrechtelijke analyse al
eerder bij het kabinet bekend, en wat heeft dat betekend voor de door het kabinet
gemaakte afwegingen? Slob gaat ervan uit dat het kabinet helderheid geeft.
Doet het dat niet, ‘dan ontstaat er een nieuwe situatie en dan sluit
ik niet uit dat ook wij zeggen dat het goed is dat je daar diepgaander onderzoek
naar gaat doen’. In dat geval zal de ChristenUnie overleggen met de coalitiepartners
CDA en PvdA. Slob brengt in herinnering dat eerder al diverse afspraken uit
het regeerakkoord zijn opengebroken of veranderd omdat er een nieuwe situatie
was ontstaan.
Bekijk
de uitzending.
• Regeringspartij ChristenUnie wijst een parlementair onderzoek naar de
Nederlandse steun aan de invasie van Irak niet langer af. Dat schrijft het Nederlands
Dagblad. Fractiewoordvoerder Joël Voordewind wil met de coalitiepartners
CDA en PvdA overleggen over vervolgstappen als de regering geen opheldering
geeft over het via NRC uitgelekte Irak-memo. ‘Bij de formatie
hebben we met zijn drieën de afspraak gemaakt dat er geen parlementair
onderzoek naar Irak zou komen. Maar ik wil kijken naar allerlei manieren om
de zaak opgehelderd te krijgen. Daarbij kan een parlementair onderzoek ter
tafel komen. Er zitten echter nog stappen vóór een onderzoek
om nadere gegevens te krijgen’, aldus Voordewind. De verklaring van minister
Donner (zie hieronder: 18 januari) vindt hij ‘te makkelijk’: ‘Dit
is zo'n sterk advies. Dan moet je wel zwaarwegende argumenten hebben om het
niet naar de minister te sturen.’
Het Nederlands Dagblad vermeldt ook de reacties van
PvdA-woordvoerder Martijn van Dam (‘Héél
gek’) en VVD-woordvoerder Hans van Baalen (‘Wij
beginnen ons te ergeren aan de onduidelijkheid van het kabinet’).
Voormalig minister van Buitenlandse Zaken De Hoop Scheffer,
voor wie het omstreden memo destijds bestemd was, liet weten
niet te willen reageren: ‘Ik ga er niet op in. Er is
een minister van Buitenlandse Zaken, en ik ben nu secretaris-generaal
van de NAVO. Het is niet goed vanuit mijn verantwoordelijkheid
om hierop te reageren. Ik meng mij niet in de interne politieke
discussie in Nederland.’
Lees
het artikel.
• In een ingezonden brief in de Volkskrant roept PerspectieF,
de jongerenorganisatie van de ChristenUnie, de leden van de CU en de andere
partijen in de Eerste Kamer op om in te stemmen met een parlementair onderzoek
naar ‘Irak’. De kwestie is nog altijd omringd met vele vragen,
schrijft de organisatie in een toelichting op de eigen website, en een parlementair
onderzoek biedt de enige serieuze mogelijkheid om die vragen te beantwoorden.
‘Wij willen graag een transparante besluitvorming. In de samenleving
is nu het beeld van een politieke doofpot ontstaan. Een parlementair onderzoek
is de enige manier om dit beeld weg te nemen. Voorop staat dat we moeten leren
van het verleden.’
Van het argument van de regering dat er voldoende informatie
is verstrekt, is PerspectieF niet onder de indruk: ‘De
regering bepaalt niet voor het parlement wat voldoende en
noodzakelijke informatie is.’
Lees
de toelichting.
• In een scherp commentaar confronteert NRC Handelsblad premier
Balkenende met zijn bekende uitspraak dat een Irak-onderzoek ‘zinloos’ is
omdat alles al bekend is. Sinds twee dagen weten we dat er wel degelijk ‘nieuwe
informatie’ is, schrijft de krant, doelend op de eigen onthulling van
eergisteren. Informatie die nota bene de premier zelf niet zegt te kennen.
In heldere bewoordingen zet de krant het bijzondere belang
van het memorandum van de juristen van Buitenlandse Zaken
nogmaals uiteen. De krant concludeert dat Balkenende zowel
zichzelf als de parlementaire democratie schade berokkent
als hij zijn verzet tegen een onderzoek niet opgeeft. Doet
hij dat toch niet, ‘dan moet het parlement, bij voorkeur
inclusief de volledige coalitie, die beslissing voor hem nemen’.
Lees
het commentaar.
• De langslepende Irak-discussie heeft de afgelopen maand een nieuwe dynamiek
gekregen, schrijft NRC Handelsblad. Eerst door het besluit van de
Senaatsfractie van de VVD om een eventueel initiatief tot een parlementair
onderzoek te steunen, en nu door het uitgelekte ‘Irak-memo’ van
de volkenrechtjuristen van Buitenlandse Zaken. NRC zet de vragen die
het memo oproept op een rij. Het wachten is nu op antwoorden van de minister.
In een tweede
artikel inventariseert NRC de politieke reacties op het uitgelekte
memo.
Lees
het artikel.
• Het radioprogramma Stand.nl draait om de stelling: ‘Een
parlementaire enquête over Irak is onvermijdelijk’. Van de bijna
vierduizend luisteraars die een stem uitbrengen onderschrijft zestig procent
de stelling. In de studio gaat voorzitter Han Noten van de PvdA-fractie in
de Eerste Kamer in op de stand van zaken rond ‘Irak’ in de Senaat.
Beluister
de uitzending.
• Naar aanleiding van de onthulling van NRC schrijft Jan Mulder in zijn
column op Volkskrant.nl over de ‘Cursus Hoe Bedrijf je Illegale
politiek’.
Lees
de column.
• De jongerenorganisatie van de VVD – de Jongeren Organisatie Vrijheid
en Democratie (JOVD) – roept de Tweede-Kamerfractie van de partij in
een persbericht op om zich voor een parlementair onderzoek naar de Nederlandse
steun aan de invasie van Irak uit te spreken. De jonge liberalen vinden dat
de politiek kritisch moet durven terugkijken als daar reden toe is. Het in NRC
Handelsblad uitgelekte juridische memo en de stelselmatig ontoereikende
antwoorden van premier Balkenende op Kamervragen zorgen voor toenemende onduidelijkheid,
aldus de JOVD: ‘De uitgelekte memo van het ministerie schetst een vreemde
gang van zaken en het lijkt dat er hogerop fouten zijn gemaakt. De onduidelijke
antwoorden van premier Balkenende geven naar het Nederlandse volk ook geen
goed signaal af. Politiek draait om duidelijkheid en dit wordt vooralsnog niet
gegeven.’
Lees
het persbericht.
• Buitenlandwoordvoerder van de VVD-fractie Hans van Baalen sluit een
parlementaire enquête naar de kwestie-Irak niet langer uit. Dat zegt
hij in een interview met Trouw.
Van Baalen: ‘Ik vind wat NRC Handelsbladnu
boven tafel heeft gehaald dermate ernstig, dat ik een onderzoek
niet langer uitsluit. Alles zal afhangen van de antwoorden
op mijn schriftelijke vragen en die van de collega’s
Van Bommel (SP) en Pechtold (D66).’
Volgens Van Baalen betreft het door NRC geopenbaarde
memo ‘het hart van de destijds te maken afweging’.
Hij vindt het niet doorsturen daarvan aan de minister alleen
legitiem ‘als de minister wel over de inhoud uitgebreid
gebrieft is’. ‘Mocht uit de antwoorden van minister
Verhagen straks blijken dat ook dat niet is gebeurd, dan hebben
we echt een probleem en zal ik mijn fractie adviseren mee
te doen aan een parlementaire enquête.’
Lees
het interview.
• ‘De machtspolitiek van het CDA om een onderzoek naar de politieke
steun van de invasie in 2003 in Irak tegen te houden, dreigt uiteindelijk te
falen – door klappen uit twee onverwachte hoeken.’ Dat schrijft Trouw in
een overzicht van de recente ontwikkelingen rond ‘Irak’.
De krant memoreert dat premier Balkenende in december jl.
al ‘schaak werd gezet’ door de Eerste-Kamerfractie
van de VVD. Die kondigde aan een initiatief tot instelling
van een onderzoek te zullen steunen.
Nu sluit de Tweede-Kamerfractie van de VVD een onderzoek ook
niet langer uit. Of de fractie daadwerkelijk ‘om’ gaat
hangt af van de antwoorden van minister Verhagen op een serie
Kamervragen over de recente onthulling van NRC Handelsblad.
Overigens is in dat geval ook de steun van de PvdA- of de
ChristenUnie-fractie nodig om aan een Kamermeerderheid vóór
een onderzoek te komen. De grootste kans op een ‘schaakmat’ bestaat
daarom vooralsnog in de Eerste Kamer, aldus de krant.
Lees
het artikel.
• In een commentaar constateert Trouw dat de Tweede Kamer zich
niet langer kan verschuilen achter het veto van premier Balkenende op een Irak-onderzoek.
De stelling die in dat verband werd gebruikt, namelijk dat Nederland in 2003
een eigen, legitieme afweging maakte, gaat volgens de krant na zes jaar niet
langer op. Uit de onthulling van NRC Handelsblad, eergisteren, blijkt
zonneklaar dat de ambtelijke top van Buitenlandse Zaken de eigen afweging van
Nederland in strijd achtte met het volkenrecht. Het feit dat de politieke leiding
zich daar ‘blind en doof’ voor hield roept ernstige vragen op waarvoor
de Kamer niet kan weglopen, aldus de krant.
Lees
het commentaar.
18 januari 2009
• In het radioprogramma Atlas van de omroep
Llink gaat Alexander Pechtold in op het gisteren door NRC
Handelsblad gepubliceerde vertrouwelijke memorandum.
Volgens de D66-voorman is het van belang dat de direct betrokkenen
(oud-minister De Hoop Scheffer en voormalig secretaris-generaal
Majoor) onder ede worden gehoord over de gang van zaken én
over de vraag of Nederland al dan niet het internationale
recht heeft geschonden. Duidelijk is volgens Pechtold dat
de notitie bewust is gelekt, en dat er een enorme frustratie
uit spreekt van topambtenaren die menen dat de minister onvolledig
is geïnformeerd: ‘Daar spreekt uit: minister, luister
naar ons!’
Het memorandum maakt een parlementaire enquête des te
urgenter, zegt Pechtold: ‘Ik dacht: wij hebben niet
veel meer fouten gemaakt dan anderen, maar daar moeten we
van willen leren. Nu komt naar boven dat je aan de top van
het ministerie van Buitenlandse Zaken een enorme machtsstrijd
had tussen wat NRC noemt “de haviken” en
degenen die volkenrechtelijk wél juist wilden handelen.’
Beluister
de uitzending.
• In reactie op Buitenhof (zie hieronder) noemt Eerste-Kamerlid
Britta Böhler van GroenLinks de uitspraken van minister Donner over het
door NRC onthulde memorandum in het programma ‘raar’. ‘Als
de informatie bekend was, waarom heeft de Tweede Kamer deze dan nooit gekregen?’,
vraagt zij zich af. Dat schrijft Nu.nl.
Ook stelt Böhler dat het memorandum wel degelijk nieuwe
inzichten biedt. ‘De juristen zelf geven in het stuk
aan dat zij nooit eerder de kans hadden gekregen objectief
advies te geven en dat eerder alleen om een doelredenering
was gevraagd om de oorlog wel te steunen.’
GroenLinks heeft het kabinet opheldering gevraagd van de uitspraken
van Donner.
Lees
het artikel.
• In Buitenhof wordt minister Piet Hein Donner van Sociale Zaken
en Werkgelegenheid – in het kabinet-Balkenende I minister van Justitie – naar
zijn mening gevraagd over het gisteren door NRC Handelsblad onthulde
juridische memorandum. Donner stelt dat het op elk ministerie ‘heel normaal’ is
dat er vanuit het ambtenarenapparaat uitlopende adviezen worden gegeven en
dat het ‘heel verklaarbaar’ is dat de secretaris-generaal het bewuste
memo niet heeft ‘doorgeleid’ naar de minister. Het is nu eenmaal
mede diens taak te voorkomen ‘dat een minister overvoerd raakt met informatie’,
en de inhoud van het memo was volgens Donner al bij de minister bekend: ‘In
de besluitvorming in de ministerraad zijn ook al die kanten bekeken’,
zegt Donner, en: ‘Ik kan u verzekeren dat ook die aspecten meegenomen
zijn.’ Wat destijds zijn eigen oordeel over de volkenrechtelijke aspecten
was kan hij zich niet precies herinneren, maar ‘ik meen dat er geen doorslaggevende
argumenten tegen waren, want anders had ik het niet gedaan’ [i.c. niet
met de steun aan de invasie van Irak ingestemd].
Uri Rosenthal, VVD-fractievoorzitter in de Eerste Kamer, licht
toe waarom zijn fractie bereid is een initiatief tot een Irak-onderzoek
te steunen. Rosenthal stelt dat de beantwoording van de regering
van de ruim honderd vragen van meerdere Eerste-Kamerfracties
een teleurstellende ‘herhaling van zetten’ is
gebleken, waardoor ‘de mist’ rond het onderwerp
niet is weggenomen, maar eerder dikker is geworden. Hij vindt
het ook ongepast dat de regering bijna acht maanden heeft
genomen voor deze beantwoording; als dit het niveau van de
antwoorden is, had de regering ‘voor de zomer’ kunnen
antwoorden in plaats van pas in de loop van december.
Mochten de antwoorden op de medio februari in te dienen vervolgvragen
de mist niet wegnemen, dan zal de Eerste Kamer een onderzoek
instellen, aldus Rosenthal. Afhankelijk van de te onderzoeken
aspecten zal een keus worden bepaald voor een onderzoeksinstrument,
waarbij in feite twee mogelijkheden bestaan: een parlementaire
enquête of een andere vorm van parlementair onderzoek.
Bekijk
de uitzending.
• In een commentaar in het AD schrijft hoofdredacteur Jan Bonjer
dat een parlementair onderzoek naar ‘Irak’ noodzakelijk is. Balkenende
kan zijn verzet het beste opgeven, en zijn energie gebruiken ‘om een
elegante bocht te maken’. Immers, er zijn inmiddels toch wel erg duidelijke
aanwijzingen dat er destijds zaken zijn misgegaan. Is er dan sprake van ‘oude
koeien uit de sloot halen’? ‘Zeker niet’, meent Bonjer, ‘rechtvaardiging
voor geweld of steun daarvoor is ook jaren na dato een wezenlijke kwestie.’
Lees
het commentaar.
• Het AD neemt het CDA-standpunt omtrent het gisteren door NRC
Handelsblad onthulde juridische Irak-advies onder de loep. CDA-fractieleider
Pieter van Geel stelt dat er niets aan de hand is: ‘Het is juist goed
dat een secretaris-generaal de stukken filtert en alleen doorlaat wat echt
relevant is.’
Was het betreffende memorandum dan niet ‘echt relevant’,
vraagt de krant zich af. Dat was het wel degelijk, blijkt
uit de daaropvolgende toelichting. De krant citeert tot slot
ChristenUnie-Kamerlid Joël Voordewind: ‘Dit soort
adviezen moet toch bij een minister terechtkomen, lijkt me.’
Het AD peilt ook de mening van de bevolking over
een Irak-onderzoek. Op de stelling ‘Onderzoek naar steun
voor inval Irak is onvermijdelijk’ reageren 7443 lezers;
77 procent van hen onderschrijft de stelling, 20 procent is
het er niet mee eens, en 3 procent weet het niet of heeft
geen mening.
Lees
het artikel.
17 januari 2009
• Bijna zes op de tien Nederlanders (58 procent) vinden
dat er een parlementaire enquête moet komen naar de
kwestie-Irak; 25 procent is het daarmee oneens. Dat blijkt
uit onderzoek van TNS NIPO in opdracht van het RTL Nieuws.
De animo voor een parlementaire enquête is het laagst
onder de Nederlanders die bij de laatste parlementsverkiezingen
op het CDA stemden: 42 procent vóór, 44 procent
tegen. Van de PvdA-stemmers is 74 procent vóór.
Van de PvdA-stemmers geeft 42 procent te kennen dat een blijvende
weigering van de eigen partij om een enquête te steunen
direct van invloed is op hun toekomstige politieke keuzes;
49 procent zegt dit punt niet te laten meewegen. Van de CDA-stemmers
zegt tweederde deel zich niet te laten beïnvloeden door
een aanhoudende weigering van de eigen partij om een enquête
mogelijk te maken.
Een meerderheid van de bevolking (55 procent) heeft er verder
geen begrip voor dat er van officiële zijde zo weinig
informatie naar buiten wordt gebracht over de besluitvorming
omtrent de Nederlandse rol bij de inval in Irak. Een even
hoog percentage vindt dat de – vertrouwelijke – notulen
van de ministerraad omtrent de besluitvorming openbaar moeten
worden gemaakt.
Precies driekwart van de Nederlanders vindt dat de minister-president
een onderzoek naar ‘Irak’ niet mag tegenhouden.
En liefst 42 procent meent dat de premier het onderzoek blokkeert
omdat de regering iets te verbergen heeft.
Bijna de helft van de bevolking (48 procent) meent dat de
besluitvorming rond de Nederlandse steun aan de Irak inval
onzorgvuldig is geweest; slechts éénderde (34
procent) meent dat de besluitvorming wél zorgvuldig
is geweest.
Precies de helft van de bevolking vindt het achteraf gezien
onterecht dat Nederland de inval in Irak heeft gesteund. Drie
op de tien Nederlanders (31 procent) vinden de steun wél
terecht.
Lees
de onderzoeksconclusies.
• Alle kranten maken in hun papieren dan wel online edities melding van
de politieke reacties op het vandaag door NRC Handelsblad onthulde
juridisch advies. In de Tweede Kamer is van links tot rechts ‘geschokt’ gereageerd.
De SP, VVD en D66 stelden het kabinet al schriftelijke vragen, schrijft NRC.
De krant citeert SP-buitenlandwoordvoerder Harry van Bommel: ‘Onvoorstelbaar
dat een advies van deze aard destijds onder tafel bleef. Zulke cruciale twijfels
van kundige ambtenaren moeten gedeeld worden.’ VVD-leider Mark Rutte
noemt het ‘ernstig dat dit niet bij de besluitvorming is betrokken’.
Tegenover de
Volkskrant stelt VVD-woordvoerder Hans van Baalen: ‘De juristen beklagen
zich dat de Nederlandse steun indruist tegen het internationaal recht. Dat
is nogal wat.’ Trouw schrijft
dat het van de antwoorden van het kabinet afhangt of de VVD-fractie in de Tweede
Kamer nu ook een verzoek tot een Irak-onderzoek steunt.
De SP en D66 vinden dat daarmee niet kan worden gewacht. Op
de website van
zijn partij roept D66-leider Alexander Pechtold de regeringspartijen
op om het regeerakkoord open te breken, zodat een onderzoek
niet langer door het kabinet wordt geblokkeerd. Tegenover NRC bepleit
hij dat de Tweede Kamer het initiatief in de kwestie-Irak
terugneemt van de Eerste Kamer: ‘We kunnen en mogen
zo’n belangrijke zaak niet overlaten aan niet rechtstreeks
gekozen Kamerleden. Hier moet de Tweede Kamer zijn verantwoordelijkheid
nemen. Het is staatsrechtelijk idioot om het zich in de senaat
te laten afspelen.’
Ook de regeringspartijen PvdA en ChristenUnie zijn ‘geschokt
over het achterhouden van het juridisch advies’. Volgens
buitenlandwoordvoerder Martijn van Dam van de PvdA-fractie
bevestigt ‘het voortreffelijke memo’ zowel ‘dat
de oorlog in Irak niet goed was’ als dat ‘de juridische
onderbouwing niet deugde’. Hij noemt het ‘onbegrijpelijk’ dat
het stuk is weggehouden bij de minister. Net als de SP, VVD
en D66 willen beide partijen zo snel mogelijk opheldering
van minister Verhagen van Buitenlandse Zaken of premier Balkenende.
Aan de hand van de reactie van het kabinet zullen zij beoordelen
of zij op een parlementair onderzoek zullen aandringen. Volgens
het Nederlands
Dagblad meent PvdA-fractielid Ton Heerts op individuele
titel dat er nu al alle reden is voor een onderzoek: ‘Wat
moet er nog meer gebeuren voordat we eindelijk overgaan tot
een onderzoek naar de feiten hoe we tot die besluitvorming
zijn gekomen?’
Premier Balkenende ‘laat zich informeren’ over
het uitgelekte memorandum, schrijft de krant. Hij had ‘kennisgenomen’ van
het artikel in NRC, maar wilde geen inhoudelijke
reactie geven. De premier licht zijn standpunt toe in het NOS
Journaal, dat ook Martijn van Dam en Hans van Baalen aan
het woord laat.
• In een groot artikel in NRC Handelsblad produceert Joost Oranje
de smoking gun die onomstotelijk aantoont dat de regering-Balkenende
inzake ‘Irak’ explosieve informatie verborgen houdt. Het door NRC
gepubliceerde geheime ‘Memorandum DJZ/IR/2003/158’ biedt een vergaand
inzicht in de de eerder door
NRC naar buiten gebrachte twijfels die bij de ambtelijke juridische diensten
bestonden ten aanzien van de door de regering gevolgde volkenrechtelijke argumentatie
om in 2003 de oorlog tegen Irak te steunen.
Het memo werd op 29 april 2003, ruim een maand na de inval
van Irak, door de dienst Internationaal Recht van de Directie
Juridische Zaken van Buitenlandse Zaken aangeboden aan de
secretaris-generaal (SG) van hetzelfde ministerie. De bestemming
was minister Jaap de Hoop Scheffer, maar de SG besloot het
memo niet aan hem door te sturen. ‘Graag goed opbergen
in de archieven voor het nageslacht. De discussie is hiermee
voor dit moment gesloten’, schreef hij erboven. Aldus
geschiedde. Onbekend is of de informatie de minister niet
tóch bereikte. De SG, Frank Majoor, was destijds het
hardloopmaatje van de De Hoop Scheffer.
Het acht pagina’s lange memo zet in heldere bewoordingen
uiteen dat de door de regering-Balkenende gebruikte juridische
onderbouwing voor steun aan de oorlog ‘zowel materieel
als procedureel tekort schoot’, en zelfs ‘dat
Nederland een eventuele procedure voor het Internationaal
gerechtshof hierover zou verliezen’. De juristen van
Buitenlandse Zaken concluderen dat de oorlog tegen Irak zonder
nieuwe resolutie van de Veiligheidsraad geen rechtmatige basis
had. Dat staat haaks op de door de regering gebruikte argumenten,
en roept de vraag op welke overtuigende tegenargumenten dan
door de regering zijn omhelsd om de Nederlandse steun te legitimeren.
Waaraan is de uitgesproken opvatting van Nederlandse volkenrechtdeskundigen
ondergeschikt gemaakt?
Daar neemt de zaak een grimmige wending. Uit het memo blijkt
namelijk ook dat het op eigen initiatief door de juristen
van DJZ is opgesteld omdat de minister in de aanloop naar
de oorlog ‘onvoldoende’ zou zijn ingelicht. Weliswaar
was eerder advies uitgebracht, maar dat advies bleek geen
gevolg van een open vraagstelling, maar van ‘bestelde’ informatie.
Nederland bleek voor de oorlog al een positie te hebben ingenomen,
en de juristen dienden daar een zo goed mogelijke juridische
onderbouwing voor aan te leveren. Toen dat advies, d.d. 13
maart 2003, desondanks een waarschuwende toon aansloeg, werd
het genegeerd. Nooit heeft het kabinet de Tweede Kamer geïnformeerd
over de scepsis bij DJZ. Er was geen ruimte voor ‘dissidente
gedachten’. De juristen bleven gefrustreerd en boos
achter, zo blijkt tussen de regels. Zó boos, dat zij
besloten hun standpunten nogmaals aan het papier toe te vertrouwen
en aan de minister op te sturen. Maar dat document, het bewuste
memorandum, kregen zij dus per kerende post retour, bestemd
voor het archief.
Er gebeurde nog meer tussen het eerste advies van 13 maart
en het memo van 29 april 2003, zo blijkt uit het NRC-artikel.
Toen duidelijk werd dat de Veiligheidsraad geen mandaterende
resolutie zou afgeven om geweld tegen Irak te legitimeren
greep de top van het ministerie – De Hoop Scheffer,
Majoor en directeur-generaal politieke zaken Hugo Sibletz – terug
op oude VN-resoluties uit de tijd van de Golfoorlog. Volgens
deze ‘haviken’ konden die ook de komende oorlog
legitimeren. De juristen van DJZ dachten daar anders over
en kwamen in hun advies van 13 maart met ‘volkenrechtelijke
tegenargumenten’. Die vielen slecht bij Siblesz, die
besloot tot een eigen advies aan de minister, waarin militair
ingrijpen legitiem werd geacht, en waarin de eerdere voorbehouden
van DJZ werden bekritiseerd. Op 14 april 2003 haalde dit advies
de minister wél. Het leidde tot enorme frustratie bij
DJZ, en tot het memorandum van 29 april dat dus naar het archief
werd verwezen. En zo kan premier Balkenende de Kamer blijven
voorhouden dat sprake is van ‘een sluitende juridische
legitimering’.
Hoe hard het spel gespeeld wordt bleek opnieuw bij de beantwoording
van de ruim honderd vragen die
de Eerste Kamer in het voorjaar van 2008 aan het kabinet stelde
met betrekking tot de verleende steun aan de oorlog. Opnieuw
kwamen de ambtenaren van Buitenlandse Zaken tussen de deur
toen zij – middels een notitie op de concept-antwoorden – pleitten
voor een betere evaluatie of lessons learned-aspect’.
De notitie haalde de eindstreep niet. In de antwoorden die
de Eerste Kamer op 19 december 2008 kreeg toegezonden wordt
slechts het bekende mantra herhaald, en met geen woord gerept
over genegeerde adviezen.
Lees het
artikel.
Lees
het memorandum.
• In zijn wekelijkse column in de Volkskrant stelt politiek commentator
Hans Wansink dat het nu écht tijd is voor een parlementaire enquête
naar de kwestie-Irak. Hij zet een aantal argumenten daarvoor nog eens op een
rijtje en constateert dat het nog langer tegenwerken van een onderzoek door
met name premier Balkenende zowel de politieke schade voor de coalitie als
het wantrouwen van de burgers in de werking van de democratie vergroot.
Lees
de column.
16 januari 2009
• Volgens Mark Rutte, VVD-fractievoorzitter in de Tweede
Kamer, heeft premier Balkenende het naderende Irak-onderzoek
aan zichzelf te wijten. In een interview met de Volkskrant zegt
Rutte: ‘Als de premier zoveel mist laat ontstaan, dan
roept hij het over zichzelf af.’ Rutte verwijt de premier ‘veertig
pagina’s warrige antwoorden’ aan de Senaat te
hebben gestuurd, en daarmee bovendien ‘acht maanden
te hebben getreuzeld’. De VVD sluit hiermee in beide
Kamers de rangen, nadat eerder VVD-prominenten als Jozias Van
Aartsen opriepen tot een onderzoek.
Voor de PvdA ontstaat hiermee een horror-scenario. Mocht de
kwestie-Irak nog een keer opduiken in de Tweede Kamer, dan
heeft de PvdA-fractie ineens de beslissende stem in handen.
Wetend dat waarheidsvinding onherroepelijk is komt de fractie
voor de vraag te staan om welke reden de partij – oorspronkelijk
juist de aanjager van het debat over ‘Irak’ – de
boeken in zou moeten gaan als ultieme doofpotter. Refererend
aan de afspraken tussen de coalitiepartijen zegt Rutte desondanks
niet te verwachten dat de Tweede Kamer nog tot een onderzoek
zal besluiten. ‘De Eerste Kamer is nu aan zet.’
Lees
het artikel.
13 januari 2009
• In een scherp artikel in DePers stelt Jan-Jaap
Heij dat een nieuwe verlenging van de Nederlandse Afghanistan-missie
niet aan de orde mag zijn zolang de regering geen opening
van zaken heeft gegeven over ‘Irak’. Blijft de
regering weigeren daarover verantwoording af te leggen, dan
is er geen enkele reden om erop te vertrouwen dat zij inzake ‘Afghanistan’ doordacht
en verantwoord opereert, stelt Heij terecht.
Steeds luider speculeert het kabinet over verlenging van de
Afghanistan-missie, hoewel de bevolking overwegend tegen is
en minister Van Middelkoop van Defensie onlangs nog eens onomwonden
stelde: ‘Onze missie in Uruzgan stopt augustus 2010.
We gaan ook niet naar een ander gebied.’ Volgens Heij
bereidt het kabinet ons voor op het moment dat de komende
Amerikaanse president Obama in Den Haag aanklopt voor verlenging
van de Nederlandse aanwezigheid in Afghanistan. Hoeveel daar
misschien ook voor te zeggen is, we zouden het volgens Heij
niet moeten doen: ‘We kunnen er immers niet op vertrouwen
dat de motieven en doelstellingen van het kabinet in deze
doordacht en verantwoord zijn, zolang het over een eerdere
missie geen opheldering wil verschaffen.’
Heij stelt vast dat waar het gaat om ‘de verplichting
om verantwoording af te leggen over hetgeen besloten is of
wordt, de Nederlandse regering zo langzamerhand een gênant
slecht trackrecord heeft: het kabinet weigert nog altijd een
fatsoenlijk onderzoek naar onze betrokkenheid bij de oorlog
in Irak’. Heij: ‘Dan mag het kabinet Nederland
niet aan nieuwe riskante militaire avonturen committeren.
Eerst uitleggen hoe het nu zat met die massavernietigingswapens
in Irak, met onze strikt particuliere motivatie om daaraan
mee te doen – het overtreden van VN-resoluties, waar
het de Amerikaanse en Britse hoofdrolspelers toch vooral om
de massavernietigingswapens ging – en wat een Nederlandse
luitenant-kolonel uitspookte op een Amerikaanse persconferentie
over een oorlog waar we ‘militair niet aan meededen’.
Pas daarna verder gaan met onze deelname aan een andere Amerikaanse
oorlog waarvan de doelstellingen en het succes ook niet altijd
duidelijk zijn.’
Blijft het kabinet weigeren opening van zaken te geven inzake ‘Irak’,
en breekt zij de belofte om de Nederlandse troepen in 2010
uit Afghanistan terug te trekken, dan ‘maken Balkenende
c.s. zich definitief ongeloofwaardig’, aldus Heij.
Onderstaande link voert naar de editie van DePers van
vandaag.
Het artikel van Heij staat op pagina 1 en 2.
Lees
het artikel.
• In haar commentaar stelt de Volkskrant dat ‘premier Balkenende
met zijn felle verzet tegen een onderzoek naar de politieke steun voor de Amerikaanse
invasie in Irak van 2003 steeds meer in een isolement komt te staan’.
De krant noemt het ‘veelbetekenend’ dat CDA-coryfeeën als
Ben Bot, Hans van den Broek, Peter Kooijmans en Herman Wijffels openlijk voor
een onderzoek pleiten en daarmee het partijtaboe om ‘de premier annex
partijleider niet te desavoueren’ doorbreken. Gevoegd bij de meerderheid
die er intussen in de Eerste Kamer voor een onderzoek is, en de uitspraak van
Wouter Bos om ‘Irak’ bij een volgende kabinetsformatie zonodig
opnieuw op de agenda te zetten, komt Balkenende steeds meer alleen te staan.
Net als Joeri Boom in De Groene Amsterdammer (zie
hieronder: 9 januari) waarschuwt de krant dat een onderzoek
niet per se betekent dat de onderste steen bovenkomt. Tot
nu toe worden de relevante stukken immers ‘routineus
als staatsgeheim gekwalificeerd’.
Lees
het commentaar.
12 januari 2009
• Nova constateert dat steeds meer Nederlanders
een Irak-onderzoek willen. De kwestie-Irak is een ‘smeulende
veenbrand’, die steeds weer oplaait. Gisteren bijvoorbeeld,
toen vijf oud-ministers van Buitenlandse Zaken zich luid en
duidelijk voor een onderzoek uitspraken (zie hieronder). Nova praat
door met twee van hen (Ben Bot en Hans van Mierlo), en toont
fragmenten van een Kamerdebat uit april 2007 waarin premier
Balkenende uitlegt waarom hij geen onderzoek wenst.
Balkenende zei in dat debat: ‘Er wordt gekeken met de
bril van nu naar toen. Opnieuw doen we de discussie over van
had een kabinet destijds die stap mogen zetten?’ [...] ‘Met
de kennis van nu hadden toen heel wat dingen kunnen worden
voorkomen, dat zie ik ook wel, alleen vind ik dat niet fair.
We moeten zaken van destijds beoordelen aan de hand van wat
tóen het beleid was, wat toen criteria waren en wie
aan wat had te voldoen.’
Volgens Van Mierlo is steun aan een oorlog echter altijd reden ‘om
te onderzoeken of dat terecht is geweest, en zeker als in
het buitenland al zoveel mensen gezegd hebben: we hebben ons
vergist, en zeker ook als je te maken krijgt met een president – Obama – die
met de ogen van tóen al, om een uitdrukking van de
premier te gebruiken, wist dat die oorlog niet deugde.’ Wat
de premier van zo’n onderzoek vindt doet er niet toe,
vindt Van Mierlo. De eis van Balkenende tijdens de kabinetsformatie
(geen onderzoek, anders geen kabinet) noemt hij ‘niet
deugdzaam’.
Net als Van Mierlo toonde Ben Bot zich in het verleden voorstander
van kritisch terugkijken. Ditmaal voert hij de negatieve beeldvorming
in de publieke opinie als argument aan: ‘Het zou goed
zijn als er een onderzoek komt naar het beroemde Irak-dossier,
eigenlijk in het licht van alle opwinding die daarover is
ontstaan de afgelopen periode. Ik geloof dat er helemaal niets
te verbergen valt en dat we gewoon opening van zaken moeten
geven.’ [...] ‘Wat mij een beetje stoort is wat
iedere keer weer opkomt, dat er geweldige verhalen omheen
gedicht worden, terwijl in ieder geval ik weet uit wat mijn
ervaring en mijn kennis betreft, dat er helemaal niet zoveel
boven water te halen valt.’ Wie niets te verbergen heeft,
heeft niets te vrezen, stelt de verslaggever. Bot: ‘Dat
is inderdaad mijn standpunt, en dat is het ook altijd geweest.’
Ook Van Mierlo reageert op de stelling dat wie niets te verbergen
heeft ook niets te vrezen heeft: ‘Het gaat er niet om
dat er per se iets te verbergen moet zijn. En als je daar
dan zó van overtuigd bent, waarom mag het volk daar
dan ook niet van overtuigd zijn? Laat het dan zien. Dat is
overál gebeurd.’
Bekijk
de uitzending.
• Ook oud-minister van Buitenlandse Zaken Peter Kooijmans is voorstander
van een parlementair onderzoek naar de kwestie-Irak. De prominente CDA’er
is het eens met de vijf andere ex-ministers van Buitenlandse Zaken (onder wie
zijn partijgenoten Ben Bot en Hans van den Broek) die zich gisteren voor een
onderzoek uitspraken (zie hieronder). Dat schrijft de Volkskrant op
haar website.
Kooijmans zegt ‘geen enkele bezwaar’ te hebben
tegen een parlementair onderzoek. Hij denkt dat binnen het
CDA vooral premier Balkenende zo’n onderzoek dwarsboomt. ‘Ik
weet niet of de bezwaren bij het CDA of bij de premier liggen.
Ik denk het tweede.’
In de zomer van 2007 leverde Kooijmans al eens harde kritiek
op de juridische onderbouwing van de Nederlandse steun aan
de Irak-oorlog door het kabinet-Balkenende I. ‘Over
die kritiek was men destijds niet geamuseerd bij het CDA’,
zegt Kooijmans nu.
In een reactie op de recente pleidooien voor een onderzoek
van zijn partijgenoten Wijffels, Westerterp, Bot, Van den
Broek en Kooijmans zegt buitenlandwoordvoerder Maarten Haverkamp
van de CDA-fractie de meerwaarde van zo’n onderzoek
niet te zien. ‘Wat ons betreft is alles duidelijk. We
willen geen onderzoek om het onderzoek.’
Haverkamp heeft harde kritiek op partijgenoot Bot, die een
Irak-onderzoek gisteren ‘onvermijdelijk en zuiver’ noemde: ‘Het
verbaast me om hem dat met terugwerkende kracht te horen zeggen.
Als minister heb ik hem nooit een onderzoek horen aanbieden.’
Lees
het artikel.
• De binnenkort aantredende Amerikaanse president Obama sluit niet
uit dat er juridische stappen zullen worden genomen tegen leden van de regering-Bush
vanwege schending van de mensenrechten. Dat schrijven meerdere kranten, waaronder de
Volkskrant.
De regering-Bush ligt al langer onder vuur vanwege haar toestemming
voor omstreden activiteiten. Voorbeelden daarvan zijn de langdurige
detentie van verdachten zonder aanklacht en recht op juridische
bijstand, het rendition-programma van de CIA (met
gebruik van geheime vluchten en gevangenissen), mishandeling
van gevangenen, en inperking van de burgerrechten in eigen
land. Zondag jl. erkende vice-president Dick Cheney tegenover
CNN opnieuw dat in 2003 op gevangenen waterboarding is
toegepast (Cheney noemde dat ‘erg nuttig’). In
een rapport stelde de Senaatscommissie voor de Strijdkrachten
voormalig minister van Defensie Donald Rumsfeld en andere
topfunctionarissen van de regering-Bush onlangs direct verantwoordelijk
voor de mishandeling van gevangenen in Guantanamo, Irak, Afghanistan
en andere landen (zie hieronder: 12 december 2008).
Obama lijkt daaraan nu de broodnodige consequenties te willen
verbinden. In een vraaggesprek met ABC zei hij: ‘Wij
onderzoeken nog hoe we de hele zaak van verhoren en detenties,
etcetera gaan aanpakken.’ Hij beklemtoonde dat ‘niemand
boven de wet staat’.
Lees
het artikel.
11 januari 2009
• Vijf oud-ministers van Buitenlandse Zaken zijn voorstander
van een parlementair onderzoek naar de kwestie-Irak. Onder
hen zijn twee partijgenoten van premier Balkenende: Ben Bot
en Hans van den Broek. Dat schrijft de Volkskrant in
een artikel op haar website, dat een dag later op de voorpagina
van de papieren krant verschijnt.
De vijf – naast Bot en Van den Broek gaat het om Max
van der Stoel (PvdA), Hans van Mierlo (D66) en Jozias van
Aartsen (VVD) – deden hun uitspraken tijdens een aflevering
van de debatreeks de Volkskrant op zondag. De krant
zette een filmpje op haar site (te zien via onderstaande link),
waarin de oud-bewindslieden hun standpunt toelichten.
Bot, die al eerder twijfels uitte aan de Nederlandse steun
aan de Irak-oorlog, zegt: ‘Gezien wat er leeft in de
samenleving en de politiek is het onvermijdelijk en zuiver
dat een onderzoek er komt, het liefst snel. Maar ik heb de
documenten bestudeerd, en niemand hoeft bang te zijn dat er
iets vreselijks naar buiten komt.’
Van den Broek vindt ‘dat je de onzekerheid niet moet
laten voortbestaan’. Hij benadrukt dat onze bondgenoten
wél lering hebben getrokken uit de oorlog. ‘Lessons
learned. Datzelfde geluid zou je hier ook willen horen.
Je krijgt een beetje de indruk van de regering: we hebben
er helemaal niets van geleerd en we hóeven er ook helemaal
niets van te leren.’ Van der Stoel is het daar ‘roerend
mee eens’.
Hans van Mierlo legt de nadruk op ‘het recht van het
volk en het parlement om de waarheid te weten’. ‘Dat
recht is niet het eigendom van de minister-president’,
stelt hij. Hij trekt de vergelijking met iemand die voor de
rechter moet verschijnen en zegt: ‘Meneer de rechter,
dit is niet nodig, want ik heb het niet gedaan. Er valt niets
aan het licht te brengen en ík weet dat.’ ‘Een
schande’, aldus Van Mierlo, en dat geldt volgens hem
ook voor het feit dat het recht op onderzoek van het parlement
in de kabinetsformatie ‘is weggegooid ten behoeve van
de machtsvorming’.
Van Aartsen sluit zich ‘één op één’ aan
bij Van Mierlo. Hij wijst erop dat hij zich al in juni 2007
voor een onderzoek heeft uitgesproken. Anders dan Bot is hij
er niet van overtuigd dat een onderzoek niets opzienbarends
zal opleveren. ‘Ik heb geen idee wat er uitkomt. En
dat is juist de reden waarom het goed is om het wel te doen’.
Lees
het artikel en bekijk het filmpje.
9 januari 2009
• Stelt het parlement inzake de kwestie-Irak de juiste
vragen? Wordt er niet iets over het hoofd gezien? Deze retorische
vragen stelt Joeri Boom in een artikel met de treffende titel Bush’ braafste
bondgenoot – Nederlandse militaire steun aan de Irak-oorlog in De
Groene Amsterdammer. Boom herinnert aan de sterke aanwijzingen
voor geheime Nederlandse militaire steun aan de Irak-oorlog
die de onderzoeksjournalisten van het radioprogramma Argos in
de loop der jaren hebben onthuld. Het is opmerkelijk, schrijft
hij, dat dit aspect ontbrak in de ruim honderd vragen die
een aantal Eerste-Kamerfracties vorig jaar aan de regering
stelde. Want ‘juist die vraag zou het stelselmatig foutief
informeren van het parlement – een politieke doodzonde – kunnen
blootleggen. Dat zou wel eens kunnen zijn wat de premier al
die jaren heeft willen verbergen.’ Hoe dat ook zij,
het thema ‘militaire steun’ verdient een volwassen
plaats in een eventueel parlementair onderzoek, stelt Boom
terecht.
In zijn artikel zet hij de onthullingen die Argos de
afgelopen zes jaar presenteerde nog eens op een rij. Stuk
voor stuk werden de bevindingen door het ministerie van Defensie
en de regering ontkend. Maar Argos-redacteur Huub
Jaspers is ervan overtuigd dat Nederland rond het begin van
de oorlog in Irak actief is geweest. ‘Na de uitzendingen
is dat nog eens door verschillende bronnen bevestigd’,
zegt hij in het artikel. ‘De regering heeft duidelijk
een probleem met al die geheime militaire inzet ten behoeve
van een oorlog die we alleen politiek zeiden te ondersteunen.’
Zal een onderzoek de mogelijkheid bieden eventuele verborgen
informatie boven tafel te brengen? Alleen als de commissie
betrokkenen onder ede kan horen, en als de gangbare bestraffing
voor het lekken van staatsgeheimen wordt opgeschort, schrijft
Boom. Dat zou kunnen betekenen dat een deel van de verhoren
achter gesloten deuren plaatsvindt. Blijft de vraag of de
commissie de tanden zal laten zien. Huub Jaspers is daar niet
gerust op. Tijdens het Srebrenica-onderzoek werd niet scherp
genoeg doorgevraagd, stelt hij. Laten we een voorbeeld nemen
aan Duitsland, voegt hij daaraan toe. Daar vindt een secuur
parlementair onderzoek plaats naar de betrokkenheid van de Bundesnachrichtendienst (de
nationale inlichtingendienst) bij de oorlog, met schokkende
resultaten (zie hieronder: 18 december 2008). De les die daaruit
volgens Boom moet worden getrokken luidt: als het Nederlandse
onderzoek er komt, is het belangrijk om zo diep en secuur
mogelijk te spitten.
Lees
het artikel.
8 januari 2009
• In een warrig ingezonden stuk in de Volkskrant stelt
voormalig LPF-fractieleider Mat Herben dat het pleidooi voor
een Irak-onderzoek van meet af aan is ingegeven door partijpolitieke
en persoonlijke motieven. De PvdA liet zich volgens Herben
in het verleden bijvoorbeeld leiden door het ‘anti-amerikanisme’ dat
haar Duitse en Spaanse zusterpartijen in 2003 aan verkiezingsoverwinningen
hielp, en door de wens premier Balkenende te beschadigen.
Balkenende’s CDA zelf is overigens geen haar beter,
meent Herben. Die partij steunde onlangs het voorstel voor
een parlementair onderzoek naar de kredietcrisis ‘om
Wouter Bos een koekje van eigen deeg te geven’. Helemaal
bont maakt CDA-prominent Herman Wijffels het: als informateur
was hij de regisseur van het taboe op iedere vorm van openheid
en onderzoek, en nu ‘pleegt hij koningsmoord door alsnog
een Irak-onderzoek te eisen’.
Temidden van veel grote woorden (‘symboolpolitiek van
links’, ‘meedeinen op de golven van anti-amerikanisme’, ‘de
onbeduidende vraag of Nederland nu wel of niet in 2003 politieke
steun had mogen geven’) valt vooral op dat Herben geen
oog heeft voor de burgers die van meet af aan aandringen op
beantwoording van de vele vragen rond ‘Irak’.
Merkwaardig is ook zijn stelling dat Nederland beslist geen
militaire steun aan de invasie leverde. Daarmee spreekt hij
zichzelf tegen, want begin april 2003 zei hij tegen Vrij
Nederland: ‘Nederland levert geen actieve militaire
bijdrage? Apekool!’
Overigens toont Herben zich voorstander van een onderzoek
naar de kwestie-Irak. In een reactie op de vele commentaren
van lezers die op de website van de Volkskrant onder
zijn artikel zijn geplaatst, herhaalt hij dat nog eens: ‘Door
de stemmingmakerij en insinuaties denken veel burgers dat
er werkelijk iets te verbergen is’, en daarom ‘is
een onderzoek onvermijdelijk geworden om een einde te maken
aan alle ophef’. De reactie van Herben is te vinden
tussen de commentaren op zijn artikel.
Lees
het artikel.
7 januari 2009
• In NRC Next pleit voormalig staatssecretaris
Tjerk Westerterp (CDA) voor instelling van een Staatscommissie
door de regering, die de besluitvorming rond de Nederlandse
steun aan de Irak-oorlog gaat onderzoeken. Die commissie zou
onder leiding moeten staan van een oud-premier en moeten bestaan
uit een ‘historisch-wetenschappelijke staf’,
die toegang krijgt tot alle relevante documenten en binnen
een jaar rapporteert aan de regering, die vervolgens de plicht
heeft het rapport aan het parlement aan te bieden.
Daarmee wordt volgens Westerterp enerzijds recht gedaan aan
het regeerakkoord, waarin een parlementaire enquête
volgens hem wordt afgewezen (hij doelt hiermee op de mondelinge
afspraak tussen de coalitieleden om niet zelf een onderzoek
in te stellen en parlementaire initiatieven zoveel mogelijk
te blokkeren), en anderzijds aan de ‘terechte bezorgdheid
van velen’. Bovendien wordt voorkomen dat de ‘Irak-impasse
kan doorzieken tot de volgende verkiezingen in 2011’.
Balkenende zou volgens Westerterp tevreden moeten zijn met
deze oplossing: ‘Zo wordt een parlementaire enquête
voorkomen die mogelijk partijpolitiek wordt misbruikt.’
Lees
het artikel.
• In Vrij Nederland beschrijft Thijs Broer hoe de regering dankzij
eigen halsstarrigheid de Eerste Kamer zover heeft gekregen dat daar een meerderheid
voor een parlementair onderzoek naar ‘Irak’ is ontstaan. Doorslaggevend
was de verontwaardiging binnen de VVD-fractie over de ondermaatse beantwoording,
in december jl., van de ruim honderd Irak-vragen van collega-fracties. ‘Dat
kan de Eerste Kamer niet accepteren’, zegt VVD-fractievoorzitter Uri
Rosenthal. ‘Het gaat om het aanzien van de politiek.’ De senatoren
van de VVD ergerden zich al langer aan de koppigheid waarmee premier Balkenende
weigerde het parlement volledig te informeren over ‘Irak’, schrijft
Broer. En nu was de maat vol.
Wat de VVD-fractie betreft kan het Irak-onderzoek in gang
worden gezet. Maar met name de PvdA-fractie wil het kabinet
nog eenmaal een serie vragen voorleggen. De fractie hecht
aan een zuivere procedure, waarmee iedere schijn van politiek
opportunisme wordt voorkomen. ‘Het gaat er niet om dat
er een onderzoek komt, het gaat erom dat onze vragen worden
beantwoord. Dát is de koninklijke weg,’ zegt
fractievoorzitter Han Noten. Nog voor het zomerreces wil de
Eerste Kamer de antwoorden op de aanvullende vragen hebben
besproken, en de knoop over een onderzoek hebben doorgehakt.
Noten vertelt in het artikel hoe oproepen van zijn fractiegenoten
Erik Jurgens en – aansluitend – Klaas de Vries
twee jaar geleden leidden tot ‘stekeligheden’ tussen
hem en laatstgenoemde. Maar De Vries dwong met zijn opereren
rond ‘Irak’ respect af, en de vaagheid die premier
Balkenende en minister Verhagen in debatten in de Eerste Kamer
lieten bestaan wekten steeds meer twijfel en ergernis. De
ondermaatse beantwoording van de ruim honderd vragen deed
ook voor de PvdA-fractie de deur dicht; zij staat nu als één
man achter De Vries.
Noten verbaast zich steeds weer over de onbuigzame houding
van Balkenende. Signalen dat het kabinet daadwerkelijk informatie
verborgen houdt zijn er volgens hem niet. ‘Het lijkt
er vooral op dat er politieke conclusies getrokken zijn op
grond van feiten die achteraf niet blijken te kloppen. Ik
zou niet weten waarom je daar als premier zo bang voor zou
moeten zijn. De houding van Balkenende is een voortzetting
van koppig gedrag. Dat gaat hem niet helpen. Zoals het er
nu uitziet, gaat dat onderzoek er vroeg of laat toch komen.’
Noten zegt in het artikel geregeld over ‘Irak’ te
spreken met partijleider en vice-premier Wouter Bos. Hij vermoedt
dat Bos niet blij zal zijn met een onderzoek, aangezien dat
de verhoudingen binnen het kabinet onder druk zet. ‘Maar
dat zij zo’, aldus Noten. ‘Als wij in de Eerste
Kamer vinden dat het onderzoek er moet komen, houdt niemand
het tegen. Ook Wouter Bos niet, als hij dat al zou willen.’
Lees
het artikel.
4 januari 2009
• In de eerste aflevering van Buitenhof in 2009
krijgt premier Balkenende een serie vragen over de kwestie-Irak.
Presentator Rob Trip confronteert hem met de onvrede in de
Eerste Kamer over zijn antwoorden op de ruim honderd Irak-vragen,
onvrede die ertoe leidde dat de VVD-fractie steun uitsprak
aan een mogelijk onderzoek (zie hieronder: 19-23 december
2008). Volgens Balkenende zijn de antwoorden ‘consistent
met wat het kabinet altijd heeft gezegd over onze beweegredenen’.
De premier somt die beweegredenen nog maar eens op, inclusief
zijn geliefde (maar feitelijk onjuiste) argument dat ‘Saddam
de wapeninspecteurs het land heeft uitgezet’. Ook herhaalt
hij dat er in de Tweede Kamer zestien Irak-debatten hebben
plaatsgevonden en tien moties vóór een onderzoek
zijn ingediend, die het geen van alle hebben gehaald.
Op de constatering van Trip dat de onvrede in de Eerste Kamer
juist lijkt voort te komen uit het eindeloos en ‘met
een zeker venijn’ herhalen van bekende standpunten,
reageert de premier met: ‘Je moet de zaak bekijken met
de ogen van toen. Je kunt met de ogen van nu kijken naar de
zaken van toen. Alleen, dat doen wij dus niet. Je moet de
ontwikkelingen plaatsen in het kader van die tijd. En nu krijg
je dus dat de Eerste Kamer op een andere manier ertegenaan
kijkt.’
Trip vraagt of het, bekeken met de ogen van toen, klopt dat
de vermeende massavernietigingswapens van Irak in de besluitvorming
van de regering in 2003 geen rol speelden. Balkenende: ‘De
massavernietigingswapens speelden wel een rol. Omdat hij [Saddam
Hoessein] ze had gehad. Hij had ze ingezet tegen zijn eigen
bevolking en tegen de bevolking van Iran. En voor ons was
cruciaal bij de besluitvorming dat de bewijslast aan zijn
kant lag en niet aan onze kant.’
Balkenende beaamt dat het ‘je niet houden aan VN-resoluties
je uiteindelijk een oorlog kan opleveren’ en zegt dat
de meningen destijds verschilden over de vraag of voor de
Irak-oorlog een specifieke aanvullende resolutie noodzakelijk
was. Het kabinet stond op het standpunt dat zo’n resolutie ‘wenselijk,
maar niet noodzakelijk’ was.
Trip memoreert dat door de vragenstellers uit de Eerste Kamer
onder meer is gevraagd naar ambtelijke en andere adviezen;
zij willen bijvoorbeeld weten of de regering ook adviezen
heeft ontvangen waarin steun aan de oorlog bijvoorbeeld in
strijd met het internationaal recht is genoemd.
In zijn reactie onderstreept Balkenende dat veel informatie
al aan de Tweede Kamer is verstrekt, inclusief vertrouwelijke
informatie over de inlichtingendiensten (namelijk aan de commissie
Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten, de ‘commissie-Stiekem’).
Ambtelijke adviezen worden niet aan het parlement verstrekt,
benadrukt hij: ‘De regering regeert, niet de ambtenaren.’
Trip antwoordt: ‘Maar de Eerste Kamer zegt: het parlement
controleert, en we willen ze zien.’
De premier voelt daar echter niets voor, zo goed als hij niets
voelt voor een onderzoek: ‘De informatievoorziening
is behoorlijk groot geweest, en dan is de vraag wat een onderzoek
daaraan toevoegt.’
Trip confronteert de premier met de recente uitspraak van
voormalig Commandant der Strijdkrachten Dick Berlijn, die
een onderzoek op praktische gronden ‘verstandig’ noemde
(zie hieronder: 29 december 2008). Balkenende herhaalt de
vraag of een onderzoek iets toevoegt aan de debatten en dus
wel zin heeft. Trip: ‘Als u sterk staat wel. U kunt
er alleen maar sterker van worden.’
Trip wijst ook op de uitspraken van voormalig informateur
Herman Wijffels, die een onderzoek onlangs ‘verstandig’ noemde
teneinde lessen te trekken (zie hieronder: 28 december 2008).
Op de vraag of de premier wist dat Wijffels er zo over denkt
geeft Balkenende geen antwoord. Op de conclusie van Trip dat
Wijffels het tijdens de formatie eens blijkt te zijn geweest
met PvdA-leider Wouter Bos antwoordt hij wel: ‘Dat is
niet zo relevant. Er is een afspraak gemaakt in de kabinetsformatie.’
Tot slot refereert Trip aan de uitspraak van de Amerikaanse
president Bush dat de onjuiste inlichtingen over Irak de grootste
teleurstelling tijdens zijn presidentschap vormden (zie hieronder:
2 december 2008). Op de vraag of Balkenende dat, in navolging
van veel Amerikanen, een groots gebaar vindt, antwoordt de
premier: ‘Het gaat mij om de vraag: wat was de opstelling
van de Nederlandse regering toen, wat zijn de argumenten geweest?
Het debat over wel of geen onderzoek hebben we talloze keren
met elkaar gevoerd. Ik wacht nu af wat er in de Eerste Kamer
gebeurt en dan zullen we het wel zien.’
Bekijk
de uitzending.
• In een heldere analyse vraagt het AD zich af wat de betekenis
is van de ‘verbeterde veiligheidssituatie’ in Irak en of aankomend
president Obama straks wel uit de voeten zal kunnen met het schema voor de
Amerikaanse terugtrekking: ‘Hopelijk is Obama niet nu al in het Iraakse
moeras gelopen.’
Lees
het artikel.
