|
Uitspraken van onafhankelijke Nederlandse volkenrechtjuristen over de legaliteit van de oorlog tegen Irak De Nederlandse regering verleende in maart 2003 politieke steun aan de Amerikaans-Britse inval in Irak. De regering stelde (en stelt nog) dat het internationaal recht daarvoor een juridische basis verschafte. Ze wees in dat verband op de combinatie van drie resoluties van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties uit respectievelijk 1990, 1991 en 2002: 678, 687 en 1441 (minister De Hoop Scheffer van Buitenlandse Zaken stelde destijds zelfs dat alleen de eerste twee volstonden). Daarmee nam de Nederlandse regering hetzelfde standpunt in als de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk, die ook beweerden dat er geen nieuwe resolutie nodig was voor een militaire inval. De Minister van Buitenlandse Zaken, Maxime Verhagen, suggereerde in 2007 met betrekking tot deze juridische basis dat er juristen te vinden zijn die het regeringsstandpunt delen. Verhagen merkte in dit verband bovendien op dat ‘als je twee juristen bij elkaar zet, je drie verschillende opvattingen (hebt)’. Professor André Nollkaemper, hoogleraar internationaal publieksrecht aan de Universiteit van Amsterdam, weerspreekt dat. Hij stelt dat er in Nederland ‘geen serieuze jurist’ te vinden is die het standpunt van de regering deelt. ‘Openheid over Irak’ ging na wat onafhankelijke Nederlandse juristen over de inval in Irak zeiden en schreven. De conclusie: Nollkaemper heeft gelijk en Verhagen ongelijk. Er bestond en bestaat onder Nederlandse deskundigen wel degelijk overeenstemming over de oorlog tegen Irak: die vormde volgens hen een schending van het internationaal recht. Momenteel doet de commissie-Davids onderzoek naar (onder andere) de volkenrechtelijke kant van de Nederlandse steun aan de invasie van Irak. Lees de uitspraken. |
