Openheid Over Irak
update 8 september 2010  
home
dossiers
databank
in de media
open brieven
persberichten
opinie
forum
doe mee
contact
zoeken

Keihard oordeel
commissie-Davids:
Conclusies
Compleet rapport
Commentaar

Teken hier en
ondersteun ons
 
20059 mensen
gingen u voor
 
plaats ook een
banner op
uw site
Kwestie-Irak breekt inktzwart record van Srebrenica-onderzoek
Kwestie-Irak breekt inktzwart record van Srebrenica-onderzoek
Openheid over Irak, Commentaar, 16-12-2009

Iets te vieren?
Het is iedereen ontgaan, maar vandaag wachten we op de kop af even lang op de waarheid over de kwestie-Irak als destijds op de uitkomsten van het definitieve Srebrenica-onderzoek door het NIOD: 2465 dagen. In stilte is een inktzwart record verbroken. Als op 12 januari 2010 het rapport van de commissie-Davids verschijnt hebben we daar 2492 dagen op moeten wachten, oftewel zes jaar en tien maanden. Zet dat eens af tegen het feit dat de VN-wapeninspecteurs door onze regering in maart 2003 geen twee tot drie maanden gegund werd om hun werk in Irak af te ronden.

Wat is het belang van ‘Srebrenica’ voor de kwestie-Irak?
De Nederlandse steun aan de Irak-oorlog is onder andere omstreden omdat Nederland zichzelf vlak daarvoor ter afsluiting van het drama-Srebrenica uitgebreid rekenschap had gegeven van de spelregels die in acht genomen dienen te worden wanneer ons land zich opnieuw met een internationaal conflict zou inlaten. Het Srebrenica-rapport verscheen op 10 april 2002. Ter aanvulling van met name het ‘lessons learned’-element wijdde de Tweede Kamer aansluitend nog een parlementaire enquête aan de val van de enclave in 1995. De commissie-Bakker rapporteerde hierover op 27 januari 2003, en stelde niet mis te verstane eisen aan toekomstige betrokkenheid bij conflicten. Maar slechts zeven weken later negeerden zowel het kabinet-Balkenende I als de Tweede Kamer de duurbetaalde lessen van Srebrenica met hun besluit tot steun aan een nog veel roekelozer project: de oorlog tegen Irak.

Hebben onderzoeken dan nog wel enige zin?
Onderzoeken en rapporten suggereren dat we op z’n minst geleerd hebben van de pijnlijke lessen in bijvoorbeeld Nederlands-Indië en Srebrenica, die ons land een nationaal trauma opleverden. Terughoudendheid, garanties, een exit-strategy, solide VN-dekking, ..., het zijn willekeurige voorbeelden van de ‘klemmende aanbevelingen’ die de Tweede Kamer zichzelf en het kabinet deed naar aanleiding van ‘Srebrenica’. Maar de inkt ervan was nog niet opgedroogd toen diezelfde Kamer akkoord ging met een nog veel riskanter en planlozer avontuur van aanzienlijk onoverzichtelijker proporties. In dit belangrijke opzicht heeft het Srebrenica-onderzoek geen enkele zin gehad.

Lessen?
Wat we onder ogen moeten zien is dat officiële onderzoeken worden ervaren als een – kennelijk voor iedereen acceptabel – eindstation van een kwestie, waar zo min mogelijk consequenties aan moeten zijn verbonden, en waarop niet meer wordt teruggekeken. ‘Een papieren baksteen op de doofpot van het nationale geweten’, noemde columnist Bas Heijne het sussende vermogen van dikke rapporten. Iedereen denkt dat er iets is opgelost, maar er heeft slechts een rituele zuivering plaatsgevonden.
Wat we tevens onder ogen moeten zien is dat de volwassen plek die Nederland opeist op het internationale toneel schril afsteekt bij de puberale wijze van zelfreflectie. Zolang belangrijke lessen genegeerd worden zou deze notie een gewichtige rol moeten spelen bij besluiten over Nederlandse missies of steun aan een oorlog.

Kun je de onderzoeken naar ‘Irak’ en ‘Srebrenica’ vergelijken?
Inhoudelijk hooguit in algemene termen, maar qua vorm in een aantal aspecten wel degelijk. Beide onderzoeken hebben gemeen dat ze ‘onafhankelijk’ waren – gehouden buiten het parlement om –, dat er niet onder ede gehoord kon worden, en dat de hearings niet openbaar waren. Plus dus het opmerkelijke feit dat beide onderzoeken vrijwel exact even lang op zich lieten wachten.

Stel dat de gelijkenis met ‘Srebrenica’ aanhoudt, wat gebeurt er dan?
Als we het onderzoek naar ‘Irak’ vergelijken met dat naar ‘Srebrenica’ wordt met de Irak-rapportage van Davids het punt bereikt waarop het NIOD op 10 april 2002 het definitieve Srebrenica-rapport afleverde. Het NIOD-rapport leidde zes dagen na publicatie tot de val van het kabinet-Kok II, nadat twee ministers meenden dat hun aftreden onvermijdelijk was geworden. Het besluit tot een aanvullende parlementaire enquête viel slechts 15 dagen na publicatie. Negen maanden daarna, eind januari 2003, rapporteerde de enquêtecommissie-Bakker. Als de analogie tussen beide onderzoeken aanhoudt zijn eind oktober 2010 de resultaten te verwachten van de parlementaire enquête over ‘Irak’, waartoe de Tweede Kamer in reactie op het rapport-Davids besluit.