De Hoop Scheffer bezorgt Leidse universiteit reputatieschade
Openheid over Irak, Commentaar, 22 februari 2010
De aanstelling van Jaap
de Hoop Scheffer als hoogleraar op een prestigieuze leerstoel voor vrede, recht
en veiligheid brengt de Universiteit Leiden in conflict met elementaire normen
en waarden.
‘Waar heeft Jaap de Hoop Scheffer zijn baan aan te danken?’ Het is een repeterende vraag. Weggestuurd als CDA-leider werd destijds in zijn eigen CDA-kring besmuikt opgemerkt dat hij nog niet in staat was ‘een sportkantine te runnen’. Dezelfde CDA’ers
zagen daar echter geen beletsel in om De Hoop Scheffer naar het ministerschap
van Buitenlandse Zaken in het eerste kabinet-Balkenende te katapulteren.
Snel na zijn aantreden kreeg De Hoop Scheffer te maken met de naderende
Irak-oorlog. De commissie-Davids die de besluitvorming tot de Nederlands
steun aan dat drama onderzocht stelde vast dat die steun zijn oorsprong
vond op De Hoop Scheffers ministerie. In drie kwartier werd de Atlantische
kaart bovenop gelegd: wát er ook gebeurt, wij volgen de VS, was
de redenering. Het volkenrecht en de spelregels van onze democratie moesten
wijken. Nederland steunde in maart 2003 de oorlog van de coalition of
the willing tegen Irak.
De commissie-Davids ontkrachtte de claim dat De Hoop Scheffer dankzij
zijn ‘Irak’-inspanningen de post van secretaris-generaal van de NAVO toegeschoven zou hebben gekregen. Terecht. Openheid over Irak heeft zich altijd verzet tegen die zienswijze. Zijn benoeming tot topman van de NAVO was vooral een cadeau voor de Amerikanen zelf. Voor hen was De Hoop Scheffer de ideale kandidaat omdat hij - in de woorden van één van zijn huidige collega’s - ‘zo trouw is aan de Amerikanen dat hij de leiband nooit gevoeld zal hebben’.
Waar dat in de praktijk op neerkwam ondervond ook de ‘commissie-Fava’, de ‘CIA-commissie’ die
namens het Europees Parlement onderzoek deed naar het uitgebreide Europese
netwerk van CIA-vluchten, geheime gevangenissen en rendition-praktijken.
In zijn hoedanigheid van secretaris-generaal van de NAVO was De Hoop
Scheffer een belangrijke getuige voor de commissie. Hij weigerde echter
te verschijnen. De Zwitser Dick Marty, verantwoordelijk voor het onderzoek
dat de Raad van Europa liet uitvoeren naar het CIA-netwerk, concludeerde
dat talloze Europese leiders op de hoogte moeten zijn geweest van deze
wetteloze operaties, ze goedkeurden, of er zelfs aan meewerkten.
Sinds het najaar van 2009 werkt De Hoop Scheffer voor de Universiteit
Leiden, waar hij als hoogleraar de prestigieuze Kooijmans-leerstoel voor
vrede, recht en veiligheid bezet, vernoemd naar prominent CDA’er,
vooraanstaand jurist en minister van Staat Peter (Pieter) Kooijmans.
Hoewel De Hoop Scheffer niet over de wetenschappelijke kwalificaties
beschikt voor deze belangwekkende nieuwe functie meende het bestuur van
de universiteit dat hij vanuit zijn praktijkervaring van grote waarde
kan zijn voor zijn studenten. Het binnenhalen van de voormalig secretaris-generaal
van de NAVO levert bovendien prestige op - zowel voor de universiteit
als voor het bestuur zelf.
Dat laatste moet het bestuur verblind hebben. Het in zee gaan met De
Hoop Scheffer getuigt van wetenschappelijke tunnelvisie en sociaal-maatschappelijke
blindheid, en brengt een enorm risico op reputatieschade met zich mee.
In de zomer van 2009, ten tijde van zijn aanstelling, waren de verdenkingen
tegen De Hoop Scheffer al jaren bekend: het onjuist informeren van de
volksvertegenwoordiging, het inzetten van Iraks massavernietigingswapens
tegen de Nederlandse bevolking, en het allerergste: de steun aan een
oorlog waarvan vriend en vijand, én de VN, waarschuwden dat die
niet beschikte over een adequaat volkenrechtelijk mandaat.
Cynisch genoeg was het Peter Kooijmans zelf die meer dan eens benadrukte
hoezeer de oorlog tegen Irak legitimiteit ontbeerde. Hij deed dat onder
meer in de zomer van 2007 in Christen-Democratische Verkenningen, het
blad van het wetenschappelijk bureau van het CDA. Zijn visie op het volkenrecht
staat haaks op die van De Hoop Scheffer, en het kan voor het bestuur
geen verrassing zijn geweest dat de commissie-Davids - met Leidse volkenrechtdeskundigen
in haar gelederen - zich achter Kooijmans’ argumenten schaarde. Desondanks werd De Hoop Scheffer aangesteld op de leerstoel die Kooijmans’ naam
draagt. Alsof het volkenrecht niet de basis vormt voor vrede, recht en
veiligheid.
De nu door de commissie-Davids herbevestigde aanklacht dat de Irak-oorlog in strijd was met het internationaal recht raakt ook de Leidse universiteit. Het bestuur moet nu rechtvaardigen dat het een hoogleraar heeft aangesteld binnen de faculteit der rechtsgeleerdheid, op een leerstoel voor vrede, recht en veiligheid, van wie formeel is komen vast te staan dat hij actief heeft bijgedragen aan de ernstigst denkbare schending van het volkenrecht.
Er zijn grenzen, is de boodschap, zowel voor De Hoop Scheffer als voor de universiteit. De eerste doet er goed aan die deemoedig te accepteren, en uit het publieke leven te verdwijnen, de krachten sparend voor de mogelijke juridische aanklachten die hem te wachten staan. Het universiteitsbestuur moet nu alsnog een moreel oordeel vellen over de werken van De Hoop Scheffer - nu onder druk van oplopende reputatieschade. Ook gezien de aanzwellende protesten binnen het eigen bolwerk is haast geboden; een handtekeningenactie zal niet lang uitblijven. Die blamage moeten de hoofdrolspelers zich willen besparen. |